Miljoenennota: Verantwoord produceren

Verminderen regeldruk en complexiteit beleid heeft prioriteit

Administratieve lasten en regeldruk zijn voor ondernemers grote uitdagingen die het ondernemingsklimaat en de concurrentiepositie verslechteren.

Positief

  • Het kabinet erkent dat beleid minder complex moet worden zodat de administratielast voor zowel uitvoeringsorganisaties, burgers als bedrijven verlaagd wordt. Dit komt de productiviteit ten goede. De huidige economische situatie in Nederland heeft beleid nodig dat tegelijkertijd adaptief en toekomstgericht is.
     
  • Het kabinet ziet goed in dat we een economie nodig hebben met voldoende aanpassingsvermogen om schokken op te vangen en nieuwe kansen te creëren. Ondernemers kunnen hier beter op inspelen als de regeldruk wordt verlaagd.
     
  • Het regeldruk-reductieprogramma van het ministerie van Economische Zaken heeft als doel om regeldruk merkbaar te verlagen en daarmee ruimte te creëren voor bedrijven om te doen waar ze goed in zijn.
     
  • Met het Actieprogramma ‘Minder druk met Regels’ pakt het kabinet vermindering van regeldruk voor ondernemers aan. Hiermee wordt regeldruk in nieuwe regelgeving voorkomen en onnodige regeldruk in bestaande (nationale of EU) regelgeving aangepakt.
     
  • Het Adviescollege Toetsing Regeldruk (ATR) krijgt per 1 januari 2026 een mandaat om alle departementen te wijzen op onnodige regeldruk in wet- en regelgeving, zowel nationaal als bij Europese voorstellen.
     
  • Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid wil de werkbaarheid van de Arbo-regelgeving verbeteren en daarmee de regeldruk verminderen.
     
  • Een van de uitgangspunten bij de herziening van REACH is dat de regeldruk niet toeneemt (zie ook onder Safe & Sustainable by Design). 

Kritisch

  • Uit de Actieagenda Industrie en Omwonenden van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat volgt in 2026 een maatregelenpakket. Daarin wordt aangesloten bij lopende programma’s, maar het is niet duidelijk of er ook gekeken wordt naar het verminderen van regeldruk en complexiteit in de uitvoering..

Actieagenda Industrie en Omwonenden moet onderdeel zijn van innovatief en duurzaam industriebeleid

Het uitgangspunt van het kabinet is 'liever schoon hier, dan vies elders'. Daarbij streeft het kabinet naar de juiste balans tussen het concurrentievermogen van het bedrijfsleven en andere grote opgaven, zoals de energietransitie. Het kabinet wil ruimte maken voor innoverende en schonere bedrijven. Eind 2025 volgen de resultaten van de Actieagenda Industrie en Omwonenden en de bijbehorende beleidsopties. Naast het maken van maatwerkafspraken met grote industrieën, zet het kabinet in op het aansluiten bij lopende programma’s.

Positief

  • Het kabinet zoekt de samenwerking met andere lopende programma’s. VNCI ondersteunt dit van harte en vraagt nadrukkelijk aan te sluiten bij het Nationaal Programma Verduurzaming Industrie.

Kritisch

  • Er moet ingezet worden op beleid dat leidt tot een duurzame en schone industrie in plaats van op een toenemende regeldruk.  

  • Bij het terugdringen van gezondheidsrisico’s voor omwonenden rond industriële bedrijvigheid moet breder gekeken worden, naar alle factoren die invloed hebben op gezondheid.


Het Centrum voor Safe & Sustainable by Design biedt kansen voor chemie

Het kabinet ziet in dat chemische stoffen veel waardevolle toepassingen hebben in onze samenleving. Het ministerie van Infrastructuur & Waterstaat zet in op het zoveel mogelijk volgen van Europese wetten en regels en benadrukt het belang om risico’s goed af te wegen. De emissies van zeer zorgwekkende stoffen zijn een uitzondering op dit Europese kader. In Nederland geldt voor zzs-stoffen een minimalisatieplicht. Het zou de uitvoering helpen als daarbij prioriteiten worden gesteld. De methodiek van Safe & Sustainable by Design wordt praktischer gemaakt en kan bijdragen aan doeltreffender chemisch stoffenbeleid.

Positief

  • Voor het stoffenbeleid wordt Interdepartementale samenwerking bevorderd en daarbij worden ook belanghebbende partijen betrokken. Dat is belangrijk voor realistisch en doeltreffend beleid. 
  • Er komt een Centrum voor Safe & Sustainable by Design en er wordt in samenwerking met de industrie een nationaal substitutiecentrum ingericht, ondersteunend aan SSbD.

  • Het aanjagen van een Europese Testmethode en –Validatiestrategie is ook een goede ontwikkeling. 

  • Uitgangspunt voor de herziening van REACH is dat de regeldruk niet verder toeneemt, de uitvoerbaarheid van deze chemische stoffenregelgeving moet verbeteren en procedures moeten sneller doorlopen worden.

Kritisch

  • De registratie- en minimalisatieplicht voor alle zeer zorgwekkende stoffen wordt voortgezet, ongeacht de mate van risico. Dit knelt in de uitvoerbaarheid.  

  • Ook voor het nationale stoffenbeleid moet het uitgangspunt zijn dat de regeldruk niet verder toeneemt, dat de uitvoerbaarheid van de chemische stoffenregelgeving verbetert en dat procedures sneller worden doorlopen. 

  • Manieren om een integrale afweging te maken tussen verschillende belangen zijn niet goed zichtbaar.


Meer nadruk op een weerbare vitale infrastructuur

De vitale infrastructuur, waaronder de chemische industrie, is volgens het kabinet het fundament waarop de Nederlandse samenleving draait. Gelet op de geopolitieke situatie wordt ingezet op verbetering van de fysieke en digitale weerbaarheid van de chemische sector. 

Daarbij werkt het kabinet aan een weerbare infrastructuur langs de volgende lijnen:

  1. Implementatie van de Wet weerbaarheid kritieke entiteiten (Wwke) en de Cyberbeveiligingswet (Cbw) in 2026. Deze wetten vormen een wettelijk fundament voor het verhogen van de weerbaarheid van onze vitale infrastructuur, waaronder tegen hybride en militaire dreigingen.
  2. Ondersteuning in 2026 van chemische bedrijven bij het versterken van hun digitale weerbaarheid.
  3. Versterken van het circulair ondernemerschap en innovatie als motor van economische groei en geopolitieke weerbaarheid.
  4. Sterke en veilige havens door de concurrentiekracht te versterken, de infrastructuur te verbeteren, regeldruk te verminderen en in te zetten op duurzaamheid, grondstoffen- en energietransitie, digitalisering en innovatie. 

Positief

  • De voorgestelde aanpak van het kabinet draagt bij aan strategische onafhankelijkheid en versterkt de rol die de chemische industrie daarin speelt. 

Kritisch

  • De inzet van het kabinet op bescherming en versterking van de weerbaarheid van de chemiesector moet onderdeel zijn van een krachtig en voorspelbaar industriebeleid. Die inbedding ontbreekt. 


Goed werkend VTH-stelsel is randvoorwaarde voor verduurzaming

Het stelsel van milieuvergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH-stelsel) is essentieel voor verduurzaming van de chemische industrie en daarmee voor een gezonde, schone en veilige leefomgeving. Om het VTH-stelsel te versterken, worden wettelijke robuustheids- en kwaliteitscriteria ontwikkeld voor Omgevingsdiensten, zet men in op het versterken van een digitaal VTH-stelsel en een extra bevoegdheid voor de Staatssecretaris. Verder is er geld beschikbaar voor adviesbureaus voor VTH-beleid.

Positief

  • Robuustheids- en kwaliteitscriteria kunnen bijdragen aan een professionele en deskundige Omgevingsdienst. 

Kritisch

  • Ondanks de inzet op verbetering en verdere professionalisering van het VTH-stelsel en het voorkomen van versnippering is er nog steeds sprake van een groot aantal uitvoeringsdiensten (gemeente, provincie, omgevingsdiensten, waterkwaliteitsbeheerder, rijksinspecties). Dit leidt tot bestuurlijke drukte en draagt niet bij aan de gewenste versnelling van vergunningsprocessen voor onder meer duurzaamheids-projecten. 

  • Het ontbreekt nog steeds aan een samenhangende en holistische aanpak binnen het VTH-stelsel om bedrijven te helpen bij hun transitie-opgave. 

  • De VNCI is verbaasd dat geld beschikbaar is voor de inhuur van externe adviesbureaus voor het ontwikkelen van VTH-beleid.


Gezond en veilig werken blijft speerpunt

Gezond en veilig werken blijft een speerpunt op de beleidsagenda. Het kabinet werkt aan meerdere thema’s uit de Arbovisie van 2040. Daarbij wordt gestreefd naar fors minder ongevallen en ziekte door werk.  

Positief 

  • Het vergroten van de werkbaarheid van de Arboregelgeving en het verminderen van de regeldruk voor bedrijven blijft een speerpunt van dit kabinet. 

Kritisch 

  • Het kabinet werkt aan de implementatie van de Europese asbestrichtlijn. De VNCI kijkt bezorgd naar de uitwerking van de richtlijn in nationale wetgeving. De zorgen richten zich vooral op de impact van regelgeving op het gebied van pakkingen in procesinstallaties. Bedrijven gebruiken op dit moment al een veilige en gevalideerde werkmethode. Nieuwe voorstellen geënt op de asbestrichtlijn stroken niet met de beleidsintentie van het kabinet om de arboregelgeving werkbaar te maken en de regeldruk te verminderen. Ook lijkt Nederland verder te gaan dan andere landen in Europa.


Kabinet vaag over vervoer gevaarlijke stoffen in kader energietransitie

De energietransitie wordt door het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat nadrukkelijk genoemd, maar het blijft onduidelijk hoe men de risico’s denkt te gaan beheersen bij het grootschalig vervoer van nieuwe energiedragers met andere en mogelijk grotere risico’s dan de bestaande fossiele energiedragers. Met betrekking tot het Basisnet wordt aangegeven dat men nog dit jaar knopen wil doorhaken over hoe het nieuwe (robuuste) basisnet vervoer gevaarlijke stoffen eruit zal gaan zien.     

Positief 

  • Er wordt veel onderzoek gedaan naar knelpunten. Dit zorgt voor een goede basis voor een betere risico-afweging.  

Kritisch  

  • Bedrijven die willen investeren in nieuwe energiedragers blijven in onzekerheid.


Stevige impuls ter verbetering van waterkwaliteit zet door

Nederland loopt achter op de KRW-doelen. Het kabinet heeft daarom fors meer geld gereserveerd voor algemeen waterbeleid en zet in op het halen van de doelen van de Kaderrichtlijn Water (KRW) in 2027. In 2025 is er een subsidiebedrag van 29,3 miljoen euro; 75 procent van de totale begroting voor waterkwaliteit, beschikbaar gesteld via het Nationaal Groeifonds (NGF) voor het Groeiprogramma Watertechnologie, ook wel aangeduid als UPPWater. Ook heeft het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat tot en met 2027 subsidie verstrekt voor het ontwikkelen en uitvoeren van een Actieprogramma KRW onder leiding van VNO-NCW/MKB Nederland. 

Positief 

  • Er is sprake van een stevige financiële impuls voor verbetering van de waterkwaliteit tot 2027. 

  • Er zijn specifieke doelstellingen geformuleerd voor integraal waterbeleid. 

  • Er zijn innovatiekansen voor het bedrijfsleven; via het NGF kunnen bedrijven subsidie aanvragen voor projecten die bijdragen aan de waterkwaliteit. Bedrijven kunnen meedoen aan pilots en technologieontwikkeling voor waterzuivering en hergebruik. 

Kritisch 

  • Momenteel ontbreken concrete acties om het tekort aan capaciteit en deskundigheid bij de waterkwaliteitsbeheerders aan te pakken zodat verouderde lozingsvergunningen tijdig getoetst en geactualiseerd kunnen worden. 

  • Er wordt niets gezegd over de juridische analyse van de te verwachten gevolgen van de KRW voor toekomstige én bestaande vergunningen van bedrijven.


Integrale aanpak luchtemissies is nodig 

Het kabinet heeft opnieuw middelen gereserveerd voor het verbeteren van de luchtkwaliteit en het terugdringen van geluidshinder. Ook de monitoring van de voortgang en de uitvoering van het Schone Lucht Akkoord (SLA) blijft een prioriteit. Dit akkoord is op 13 januari 2020 van start gegaan en loopt tot 2030. De volgende voortgangsrapportage wordt naar verwachting in het eerste kwartaal van 2026 afgerond. Op basis van de uitkomsten van het monitoringsonderzoek wordt beoordeeld of aanvullende maatregelen nodig zijn, of dat het Schone Lucht Akkoord op koers ligt om de doelstellingen te halen. 

In 2026 worden de herziene Richtlijn Industriële Emissies (RIE) en de herziene richtlijn Luchtkwaliteit ingevoerd. Deze implementatie moet ervoor zorgen dat Nederland, samen met buurlanden, een concurrerende industrie behoudt, maar tegelijkertijd de industrie stimuleert om schonere oplossingen te ontwikkelen. 

Positief  

  • Inzet van EU-wetgeving heeft geleid tot reductie van luchtemissies van de industrie. 

Kritisch  

  • Er wordt gewerkt langs verschillende lijnen; wet- en regelgeving en beleidsprogramma’s (o.a. SLA en RIE). Onvoldoende afstemming kan leiden tot tegenstrijdige doelen en hoge administratieve lasten. 

  • Op dit moment ontbreekt afstemming met het klimaat- en natuurbeleid terwijl een samenhangende aanpak effectiever is voor het verbeteren van de leefomgeving. 

  • Er is onvoldoende helderheid over hoe nationale koppen voorkomen kunnen worden.


Bodemsanering: een afgestemde aanpak is noodzakelijk

Nederland werkt tot 2030 aan het saneren van historische bodemverontreinigingen met onaanvaardbare risico’s. Via bestuurlijke afspraken en financiële ondersteuning worden decentrale overheden geholpen bij de aanpak van spoedlocaties, diffuse verontreinigingen (zoals pfas) en nazorg. Tegelijkertijd wordt de bodemregelgeving herzien om beter aan te sluiten op actuele milieudoelen en praktijkervaringen.  

Positief 

  • De complexiteit wordt erkend: pfas en diffuse verontreinigingen worden expliciet benoemd als enorme, buitenproportionele opgaven. 

  • Ruimte voor innovatie: herijking van regelgeving biedt kansen voor nieuwe saneringstechnieken en duurzame oplossingen. 

  • Samenwerking en kennisdeling: bedrijven kunnen bijdragen aan en profiteren van kennisontwikkeling en een gebiedsgerichte aanpak. 

Kritisch

  • Pfas-bodemverontreiniging vraagt om gerichte aandacht. Hoewel er beleidsmatige ondersteuning is, blijft de aanpak complex en kostbaar.  

  • Publiek-private samenwerking is noodzakelijk, maar vraagt om duidelijke afspraken en gedeelde verantwoordelijkheid. 

  • Onaanvaardbare risico’s voor mens en ecologie moeten eenduidig worden gedefinieerd, om juridische en beleidsmatige onzekerheid te voorkomen.


2,6 miljard extra voor stikstofaanpak, maar nog onvoldoende zicht op spoedig einde stikstofcrisis  

Het kabinet trekt 2,6 miljard euro extra uit voor de aanpak van de stikstofproblematiek in de landbouw. Het grootste deel van dit bedrag zal worden besteed aan het nieuwe systeem van doelsturing op bedrijfsniveau, de vrijwillige uitkoop van boerenbedrijven en innovatie van stallen en emissiearme technieken. Daarnaast wordt voor natuurherstel een bedrag van 400 miljoen euro extra uitgetrokken.  

Kritisch

  • Zoals ook aangegeven door de Raad van State, is fundamenteel beleid nodig. Er moeten politieke keuzes worden gemaakt die ook betrekking hebben op de landbouw, gezien het ruimtegebruik en de bijdrage aan de stikstofuitstoot van deze bedrijfstak. 

  • Het is niet waarschijnlijk dat het door het kabinet voorgestelde pakket aan maatregelen voldoende stikstofreductie en natuurherstel zal opleveren om de vergunningverlening weer op gang te brengen.   

  • Er moet op korte termijn een pakket aan natuurherstel-, beheer-, en bronmaatregelen worden vastgesteld en uitgevoerd. Dit is noodzakelijk om Nederland van het stikstofslot te krijgen en vergunningverlening voor bijvoorbeeld verduurzamingsprojecten van de chemische sector door te laten gaan.    


Lees meer over Veiligheid, Gezondheid en Milieu

VNCI Prinsjedag