Miljoenennota: Verantwoord produceren
Op deze pagina vind je de VNCI-analyse van de maatregelen uit de Miljoenennota die gaan over het thema Verantwoord produceren. Gebruik de links hieronder om direct naar het onderwerp van je keuze te gaan en de bijbehorende analyse te lezen.
- Regeldruk
- Bescherming en weerbare vitale infrastructuur
- Veilige en duurzame Stoffen
- Belasting op leidingwater
- Waterkwaliteit en KRW
- Industrie en omgeving
- Veilig en gezond werken
- Veilige en duurzame transportcorridors
- Drinkwaterbesparing en drinkwaterbeschikbaarheid
- Luchtkwaliteit
- Pfas bodemverontreiniging
- VTH
- Zoetwater
- Stikstof
Regeldruk
Het kabinet ziet dat investeringen door bedrijven achterblijven, onder meer door regeldruk. Om deze te verlagen gaat zij op EU-niveau relevante wetgeving voor bedrijven harmoniseren. Ook wordt ingezet op een jaarlijkse Vereenvoudigingswet in samenspraak met alle ministeries, medeoverheden, inspecties en maatschappelijke partners. Een vereenvoudigingsaanpak, waarin beleid, publieke dienstverleners en inspecties samenkomen, moet bovendien nieuwe complexiteit tegengaan. Tenslotte zijn ook fundamentele stelselwijzigingen nodig. Voor de chemische industrie zijn dit relevante ontwikkelingen omdat ze direct impact hebben op de investeringsmogelijkheden van bedrijven. De VNCI roept dan ook om de regeldruk te verlagen en zo verduurzaming en investeringen mogelijk te maken.
Belangrijkste maatregelen
- Het programma Slagvaardige Overheid richt zich op vereenvoudiging van beleid en regelgeving, met als doel jaarlijks minimaal vijfhonderd regels te schrappen of te vereenvoudigen, zonder dat dit ten koste gaat van de bescherming van mens en milieu. Het ministerie van IenW zal hieraan bijdragen en ook het bedrijfsleven wordt betrokken.
- Het kabinet werkt aan versterking van het VTH-stelsel milieu via investeringen in digitale ontwikkeling, aanpassing van wet- en regelgeving en implementatie van aanbevelingen uit het interbestuurlijk programma versterking VTH-stelsel.
- Binnen de Actieagenda Industrie en Omwonenden worden pilots uitgevoerd om de gezondheid van omwonenden beter te beschermen, met behoud van concurrentiekracht en zonder extra regeldruk voor bedrijven.
- De ILT optimaliseert het vergunningverleningsproces, door de processen te vereenvoudigen en deels te automatiseren. Daardoor worden de doorlooptijden voor vergunningverlening korter en de administratieve lasten lager.
Positief
- Het kabinet ziet het belang van investeringen en wil daarom de regeldruk, een belangrijk knelpunt, verminderen.
- Ook bij IenW is regeldruk een prioriteit. VNCI-lidbedrijven ervaren veel regeldruk vanuit het milieudomein en IenW neemt hier verschillende acties voor op.
Aandachtspunten
- Het kabinet noemt doelstellingen voor vereenvoudiging, maar het is niet duidelijk hoe bedrijven regeldruk kunnen aandragen.
- Geen expliciete aanpak voor gold plating. In de begroting ontbreekt een concrete uitwerking om te voorkomen dat Europese regelgeving in Nederland strenger wordt geïmplementeerd dan noodzakelijk. Voor internationaal opererende chemiebedrijven blijft dit een relevant aandachtspunt.
Kernboodschap VNCI
Bescherming en weerbare vitale infrastructuur
Door geopolitieke spanningen neemt het belang van nationale weerbaarheid, crisisbeheersing en een strategische autonomie in Europa en Nederland snel toe. Het kabinet zet in op het versterken van de geopolitieke, economische, fysieke en digitale weerbaarheid, autonomie en bescherming van de vitale infrastructuur, waar de chemische industrie onderdeel van is.
Belangrijkste maatregelen
- Implementatie van de Wet weerbaarheid kritieke entiteiten (Wwke) en de Cyberbeveiligingswet (Cbw).
- Intensieve samenwerking tussen overheid, uitvoeringsorganisaties en kritieke sectoren op het gebied van informatiedeling, risicoanalyses en scenario-ontwikkeling, o.a. op het gebied van cybersecurity.
- Versterking van de ondersteuning van kritieke entiteiten. Hierbij zet het kabinet in op versterkte informatie-uitwisseling, kennisdeling en capaciteitsopbouw.
- Versterken leveringszekerheid van kritieke grondstoffen.
- Het EU voorkeursprincipe inzetten om de weerbaarheid van de EU te versterken.
Positief
- De voorgestelde aanpak van het kabinet draagt bij aan strategische onafhankelijkheid en de rol die de chemische industrie daarin wil spelen.
Aandachtspunten
- De inzet op bescherming en versterking van de weerbaarheid van de chemiesector moet onderdeel zijn van een krachtig en voorspelbaar industriebeleid, zoals is opgenomen in de aanbevelingen van het WRR-rapport ‘Strategisch handelen; Beleid voor een geopolitieke economie” en het Wennink advies.
- Geef voldoende tijd voor implementatie van de cyberbeveiligingswet en de Wet weerbaarheid kritieke entiteiten en voorkom dubbele toezichtlasten met andere veiligheidsdomeinen, zoals Seveso wetgeving.
Kernboodschap VNCI
Veilige en duurzame Stoffen
Het kabinet zet haar aanpak van chemische stoffen door om te beperken en voorkomen dat gevaarlijke stoffen leiden tot risico’s voor mens en milieu. Zo wordt bijvoorbeeld via het ‘Impulsprogramma Chemische Stoffen’ methodiekontwikkeling gestimuleerd om de effecten van stoffen voor mens en milieu te bepalen. Ook zet het kabinet sterk in op het voorkomen en beperken van emissies van zeer zorgwekkende stoffen naar het milieu en ondersteunt ze kennisontwikkeling bij bevoegde gezagen. In Europa en mondiaal wordt de veilige productie en handel van chemische stoffen gestimuleerd, inclusief de ontwikkeling van nieuwe beoordelingsmethoden.
Belangrijkste maatregelen
- IenW zet actief in op een Europese pfas-restrictie, minder emissies en betere monitoring.
- Nieuwe lozingen van zeer zorgwekkende stoffen worden alleen toegestaan onder strikte voorwaarden en op basis van de best beschikbare technieken.
- Er komt een integraal innovatieprogramma voor alternatieven waarbij het Nederlandse verdienvermogen, gezondheid en milieu centraal staan. Met ‘Safe and Sustainable by Design’ als uitgangspunt gaat dit kenniscentrum bedrijven helpen om schadelijke stoffen en materialen, bijvoorbeeld pfas, te vervangen.
- IenW gaat in 2027 op regelmatige basis met de industrie in gesprek over innovatie. Door duidelijkheid over toekomstige regels en een helder perspectief op de langere termijn, loont het voor bedrijven om te investeren in innovatie.
Positief
- Er wordt ingezet op een kenniscentrum met ‘Safe and Sustainable by Design’ als uitgangspunt. Dit gaat bedrijven helpen om schadelijke stoffen en materialen te vervangen.
- Interdepartementale samenwerking voor het stoffenbeleid waarbij ook belanghebbende partijen worden betrokken. Dat is belangrijk voor realistisch en doeltreffend beleid.
- Actieve inzet om pfas-problematiek Europees aan te pakken.
- Industriepartijen worden betrokken.
Aandachtspunten
- De minimalisatieplicht wordt voor alle zeer zorgwekkende stoffen (zzs) voortgezet, ongeacht de mate van risico. Dit is niet in lijn met het streven naar een aanpak op EU-niveau om de concurrentiepositie van in Nederland gevestigde bedrijven te borgen.
- De langjarige financiering van het kenniscentrum voor Safe and Sustainable by Design is nog niet vastgelegd.
- Onduidelijk is de visie op de herziening van REACH, de belangrijkste Europese stoffenwetgeving. Het uitgangspunt zou moeten zijn dat regeldruk niet verder toeneemt, dat de uitvoerbaarheid van de chemische stoffenregelgeving verbetert en dat procedures sneller worden doorlopen.
Kernboodschap VNCI
Belasting op leidingwater
De Belasting op Leidingwater (BoL) wordt vanaf 2027 aangepast. Het heffingsplafond vervalt, de grondslag wordt beperkt tot drinkwater en het tarief stijgt met € 0,10 per m³, een verhoging van circa 23 procent. Het kabinet wil hiermee extra belastinginkomsten genereren en zuiniger drinkwatergebruik stimuleren. Voor de chemische industrie is dit relevant omdat water een belangrijke grondstof en productiefactor is. De wijzigingen verhogen de lasten voor grote drinkwatergebruikers, waaronder delen van de chemische industrie. Positief is dat alleen drinkwater wordt belast, waardoor waterhergebruik, alternatieve waterkwaliteiten en circulaire watersystemen buiten de heffing blijven. Investeringen in deze duurzame oplossingen worden daardoor niet extra belast.
Belangrijkste maatregelen
- Verhoging van het tarief van de belasting op leidingwater met 0,10 euro per m³ leidingwater van drinkwaterkwaliteit.
- De maatregel treedt in werking via een wijziging van de Wetsvoorstel Belastingplan 2027 - CW3.1 kaders pakket en leidt tot een structurele budgettaire opbrengst van 111 miljoen euro vanaf 2027.
- De maatregel heeft als aanvullend doel een prikkel te geven om verspilling van drinkwater tegen te gaan.
- Voor bedrijven met een drinkwaterverbruik van meer dan 120.000 m³ per jaar wordt een jaarlijkse lastenstijging voorzien van minimaal 42.000 euro vergeleken met 2026 en een stijging van ruim 64.000 euro ten opzichte van 2025.
- In 2031 wordt de belasting op leidingwater geëvalueerd op doeltreffendheid en doelmatigheid.
Positief
- Het kabinet koppelt de maatregel aan het belang van het tegengaan van verspilling van hoogwaardig gezuiverd drinkwater. Voor de chemische industrie onderstreept dit het belang van efficiënt watergebruik.
- De maatregel wordt uitgevoerd via een bestaande belasting en een tariefaanpassing. Hierdoor ontstaat geen nieuw belastinginstrument of nieuw uitvoeringsstelsel.
- Het kabinet heeft aangekondigd de belasting op leidingwater in 2031 te evalueren. Dit biedt een moment om de doeltreffendheid en doelmatigheid van de maatregel te beoordelen.
Aandachtspunten
- Door het vervallen van het heffingsplafond en de verhoging van het belastingtarief neemt de belastingdruk toe voor grote afnemers van drinkwater, zoals de chemische industrie.
- Het kabinet geeft aan dat de verwachte besparing beperkt is vanwege de lage prijselasticiteit van water. Daarmee bestaat het risico dat de maatregel vooral leidt tot hogere lasten, terwijl het effect op de drinkwatervraag beperkt blijft.
- In het document wordt niet aangegeven dat de extra belastingopbrengsten worden ingezet voor verduurzaming van watergebruik, waterhergebruik of alternatieve waterbronnen. Voor bedrijven is daardoor onduidelijk hoe de opbrengst bijdraagt aan de watertransitie.
- Het document bevat geen specifieke fiscale stimulansen voor investeringen in waterhergebruik, circulaire watersystemen of andere duurzame waterbronnen.
- Doordat de belastinggrondslag wordt beperkt tot drinkwater, worden duurzame alternatieven zoals hergebruik, andere waterkwaliteiten en circulaire oplossingen niet aanvullend belast. Dit voorkomt dat investeringen in dergelijke oplossingen fiscaal worden ontmoedigd.
- Hoewel een evaluatie in 2031 is aangekondigd, wordt niet beschreven hoe wordt gemonitord of bedrijven overstappen op duurzame alternatieven of minder drinkwater gaan gebruiken.
Kernboodschap VNCI
Waterkwaliteit en KRW
Het kabinet zet in op het behalen van de doelen van de Kaderrichtlijn Water (KRW) in 2027 via het KRW-impulsprogramma, bereidt nieuwe stroomgebiedbeheerplannen voor de periode 2028-2033 voor en investeert in watertechnologie via UPPWater. Dit is relevant voor de chemische industrie vanwege de mogelijke doorwerking naar vergunningverlening, emissies en investeringen.
Belangrijkste maatregelen
- Het kabinet wil de doelen van de Kaderrichtlijn Water (KRW) uiterlijk eind 2027 realiseren via het KRW-impulsprogramma en uitvoering van ruim 1.700 afgesproken maatregelen.
- In de stroomgebiedbeheerplannen 2028-2033 worden de toestand, doelen, verantwoording en maatregelen voor de volgende planperiode vastgelegd.
- Het kabinet wil binnen de kaders van de KRW gebruikmaken van legitieme uitzonderingen, onder meer waar normoverschrijdingen samenhangen met verontreiniging afkomstig uit het buitenland.
- Via UPPWater investeert het kabinet in innovatieve watertechnologieën voor verbetering van waterkwaliteit en waterbeschikbaarheid.
Positief
- Het kabinet benoemt expliciet dat buitenlandse bronnen een rol kunnen spelen bij het realiseren van KRW-doelen en wil hiervoor gebruikmaken van de uitzonderingsmogelijkheden binnen de KRW. Ook wordt ingezet op afstemming binnen de internationale stroomgebieden Rijn, Maas, Schelde en Eems.
- De inzet op UPPWater ondersteunt de ontwikkeling van innovatieve technologieën voor waterkwaliteit en waterbeschikbaarheid. Dit creëert mogelijkheden voor bedrijven die actief zijn in watertechnologie, waterzuivering of innovatieprojecten.
Aandachtspunten
- Na 2027 blijven er verplichtingen gelden om achteruitgang van waterkwaliteit te voorkomen, maar er is geen nadere uitleg over de praktische doorwerking in vergunningverlening.
- Het kabinet zet in op versterking van het VTH-stelsel, maar maakt niet duidelijk met welke middelen de capaciteitstekorten bij bevoegde gezagen, omgevingsdiensten en waterkwaliteitsbeheerders worden opgelost.
Kernboodschap VNCI
Industrie en omgeving
Het kabinet zet de uitvoering van de Actieagenda Industrie en Omwonenden voort. Daarin onderzoekt zij hoe de gezondheid van omwonenden beter kan worden beschermd, met behoud van concurrentiekracht en zonder extra regeldruk voor bedrijven. Het kabinet wil lastendruk voor de industrie bij voorkeur verlagen, en kijken waar vergunningverlening kan worden versneld en vereenvoudigd.
Belangrijkste maatregelen
- Uitvoering van twee pilots, twee verkenningen en een nationale gesprekstafel met omwonenden, overheid en industrie. De uitvoering van deze projecten loopt vanuit 2026 door in 2027 waarna ze geëvalueerd worden en eventuele vervolgstappen worden bepaald.
- In 2027 wordt op het thema Industrie, Gezonde Leefomgeving en Omwonenden gewerkt aan maatwerkafspraken met grote industriële uitstoters, gericht op verduurzaming, innovatie en vermindering van de impact op de leefomgeving.
- In 2027 wordt ook gewerkt aan de ontwikkeling en invulling van het langetermijnbeleid voor milieu en een gezonde, schone en veilige leefomgeving in 2050.
Positief
- De begroting benoemt expliciet dat verbetering van de leefomgeving moet plaatsvinden met behoud van concurrentiekracht en zonder extra regeldruk voor bedrijven.
- Het kabinet onderstreept het belang van de sterkste economische delta van de wereld, vanwege haar havens, multimodale transportmiddelen en clustering van industriële activiteiten.
- IenW zal op regelmatige basis met de industrie in gesprek gaan over een schonere industrie met oog voor innovatie. Daarbij zoekt IenW naar meekoppel-kansen om verdienvermogen en een schone, gezonde leefomgeving hand in hand te laten gaan. Via de maatwerkaanpak worden afspraken gemaakt met relevante industriële bedrijven om de industrie te ondersteunen in het schoner en duurzamer produceren. De inzet op innovatie en maatwerkafspraken creëert ruimte om verduurzamingsdoelen te realiseren via technologische ontwikkeling en bedrijfsspecifieke oplossingen.
Aandachtspunten
- Het kabinet kondigt besluitvorming over vervolgstappen aan, maar de criteria voor nieuwe maatregelen of beleidswijzigingen zijn niet beschreven. Dit maakt de gevolgen voor bedrijven nog onduidelijk.
- De inzet van het langetermijnbeleid voor een gezonde, schone en veilige leefomgeving is onder meer gericht op de verdere uitwerking van transitiepaden richting 2050. Belangrijk is dat de chemische industrie nauw betrokken wordt in dit vervolgtraject.
Kernboodschap VNCI
Veilig en gezond werken
Het kabinet zet in op versterking van preventie, verdere uitvoering van de Arbovisie 2040, implementatie van de herziene Europese asbestrichtlijn vanaf 2027, uitbreiding van de regeling voor stoffengerelateerde beroepsziekten en blijvende focus op toezicht bij Seveso-bedrijven. Dit is relevant voor de chemische industrie vanwege de nadruk op blootstelling aan gevaarlijke stoffen, preventie en veilig werken.
Positief
Het kabinet zet in op versterking van preventie en het voorkomen van arbeidsongevallen en beroepsziekten. Dit sluit aan bij de inzet van chemische bedrijven op het continu verbeteren van veiligheid en gezondheid op de werkvloer.
Aandachtspunten
- De VNCI is bezorgd over de toename van regeldruk en toezichtdruk en constateert dat in de begroting van SZW regeldrukverlaging niet expliciet is benoemd als prioriteit.
- De implementatie van de Europese asbestrichtlijn in nationale wetgeving leidt tot een toename van regeldruk. De zorgen richten zich vooral op de impact van de regelgeving op het gebied van pakkingen in procesinstallaties. Bedrijven gebruiken op dit moment al een veilige en gevalideerde werkmethode. De nieuwe voorstellen geënt op de asbestrichtlijn leiden tot onnodige regeldruk en. Ook lijkt Nederland verder te gaan dan andere landen in Europa.
Kernboodschap VNCI
Veilige en duurzame transportcorridors
Chemische grondstoffen, brandstoffen, medische en farmaceutische producten moeten dagelijks veilig hun bestemming bereiken. Een goed functionerende logistieke keten is ook in crisistijden essentieel. Daarom zet het kabinet in op veilig vervoer van gevaarlijke stoffen via weg, spoor, water en buisleidingen, met internationale regelgeving als basis. Belangrijke aandachtspunten zijn de groei van het vervoer door de energietransitie, ruimtelijke ontwikkelingen langs transportcorridors en de implementatie van de herziening van het Basisnet in 2027.
Buisleidingen zijn cruciaal voor het transport van gevaarlijke stoffen, energiedragers en CO₂. Ze verbinden zeehavens met industrieclusters in Noordwest-Europa. Het kabinet wil deze infrastructuur verder ontwikkelen en optimaal benutten. Daarnaast wordt de invoering van het verbod op varend ontgassen voortgezet en de handhaving versterkt.
Belangrijkste maatregelen
- Voortzetting van internationale normstelling voor veilig vervoer van gevaarlijke stoffen (oa. tweejaarlijkse actualisatiecyclus van ADR, RID en ADN)
- Implementatie van de herziening van het Basisnet in wet- en regelgeving in 2027.
- Om ruimte vrij te houden voor nieuwe (goederen)stromen, zoals CO2, wordt gewerkt aan betere benutting van bestaande buisleidingen en het vrijhouden van buisleidingstroken van nationaal belang.
- Verdere invoering van het gefaseerde verbod op varend ontgassen onder het CDNI-verdrag.
- Uitbreiding van het e-nose-netwerk voor toezicht op ontgassen.
Positief
- Er wordt expliciet rekening gehouden met de toenemende vervoersvraag als gevolg van de energietransitie.
- Internationale harmonisatie bevordert een uniforme basis voor vervoer van gevaarlijke stoffen.
Aandachtspunten
- Hoewel er sprake is van internationale vervoerswetgeving, is gebleken dat het toezicht hierop niet altijd leidt tot een Europees gelijk speelveld. Daarbij zouden naast veiligheid ook uitvoerbaarheid, bereikbaarheid, leveringszekerheid en administratieve lasten moeten worden meegewogen.
- Er zijn zorgen of de herziening van het Basisnet leidt tot een gebalanceerde aanpak voor vervoersveiligheid, ruimtelijke ontwikkeling en maatschappelijke risicoacceptatie.
- De overheid heeft nog geen initiatieven genomen om te zorgen voor voldoende ontgassingscapaciteit.
Kernboodschap VNCI
Drinkwaterbesparing en drinkwaterbeschikbaarheid
Het kabinet zet in op een combinatie van drinkwaterbesparing en uitbreiding van de drinkwaterbeschikbaarheid. Daarbij wordt gewerkt aan een reductie van het drinkwatergebruik door grootverbruikers en aan uitbreiding van de drinkwaterproductiecapaciteit. Dit is relevant voor de chemische industrie omdat voldoende water een belangrijke randvoorwaarde is voor continuïteit van de productie.
Belangrijkste maatregelen
- Het kabinet werkt via het Nationaal Plan van Aanpak Drinkwaterbesparing aan vermindering van het drinkwatergebruik.
- Grootverbruikers moeten hun gemiddelde drinkwatergebruik in 2035 met twintig procent reduceren ten opzichte van de periode 2016-2019.
- Het actieplan bevat maatregelen van ruim dertis stakeholders gericht op huishoudens, nieuwbouw, renovatie en zakelijke gebruikers.
- Het drinkwaterbesparingsbeleid wordt gemonitord en het actieplan wordt iedere twee jaar geactualiseerd op basis van de resultaten.
- Via het Actieprogramma Beschikbaarheid Drinkwaterbronnen 2023-2030 werkt het kabinet aan uitbreiding van de drinkwaterproductiecapaciteit met circa 102 miljoen m³ in 2030.
Positief
- Het kabinet richt zich niet alleen op beperking van de vraag, maar ook op uitbreiding van de beschikbare productiecapaciteit. Dit draagt bij aan een robuustere drinkwatervoorziening op de langere termijn
- Het kabinet wil de voortgang van drinkwaterbesparing volgen en het actieplan periodiek actualiseren.
- De combinatie van besparingsdoelen en uitbreiding van drinkwatercapaciteit laat zien dat het kabinet inzet op een toekomstbestendige drinkwatervoorziening.
Aandachtspunten
- Het document noemt een besparingsdoel voor grootverbruikers, maar maakt niet duidelijk hoe de opgave wordt verdeeld tussen industrie, landbouw en andere gebruikers.
- Het document bevat geen concrete maatregelen voor industrieel waterhergebruik of vervanging van drinkwater door alternatieve bronnen.
- Er wordt niet beschreven hoe vergunningverlening voor waterhergebruik of circulaire watersystemen wordt verbeterd. Voor bedrijven die hierin willen investeren ontbreekt daardoor duidelijkheid.
Kernboodschap VNCI
Luchtkwaliteit
Het kabinet zet in op voortzetting van het luchtkwaliteitsbeleid, implementatie van de herziene Europese Luchtkwaliteitsrichtlijn, versterking van het VTH-stelsel milieu en stimulering van innovatie voor een schonere industrie. Voor de chemische industrie zijn deze ontwikkelingen relevant vanwege de impact op vergunningverlening, emissiebeleid en investeringsbeslissingen.
Belangrijkste maatregelen
- Nederland ligt volgens het kabinet op koers om de doelstelling van vijftig procent gezondheidswinst uit het Schone Lucht Akkoord in 2030 te halen.
- In 2027 wordt de nationale wetgeving voor luchtkwaliteit aangepast aan de herziene Europese Luchtkwaliteitsrichtlijn en wordt een stappenplan opgesteld voor overheden, bedrijven en burgers.
- Het kabinet rondt in 2027 de pilots binnen de Actieagenda Industrie en Omwonenden af, gericht op betere bescherming van de gezondheid van omwonenden met behoud van concurrentiekracht en zonder extra regeldruk voor bedrijven.
- Het kabinet stimuleert innovatie via onder meer een kenniscentrum voor pfas-alternatieven, het principe Safe and Sustainable by Design en gesprekken met de industrie over schonere productieprocessen.
- Het kabinet versterkt het VTH-stelsel milieu via onder andere digitalisering en aanpassing van wet- en regelgeving.
Positief
- Het kabinet zet expliciet in op innovatie, alternatieve stoffen en schonere productieprocessen. Dit biedt ruimte voor technologische ontwikkeling binnen de chemische industrie.
- Voor de chemische industrie is van belang dat oog is voor het concurrentievermogen van bedrijven in samenhang met doelen voor de leefomgeving.
- Het aangekondigde stappenplan bij de herziene Luchtkwaliteitsrichtlijn kan bijdragen aan meer duidelijkheid over toekomstige verplichtingen voor bedrijven.
Aandachtspunten
- Het kabinet stelt dat Nederland op koers ligt voor vijftig procent gezondheidswinst, maar beschrijft niet welke aanvullende maatregelen worden genomen als extra reducties nodig blijken en bij wie die maatregelen terecht komen.
- Bij de implementatie van nieuwe regelgeving moet getoetst worden op regeldruk, proportionaliteit en samenhang met bestaande wet- en regelgeving.
- Geen expliciete passages over het voorkomen van nationale koppen op luchtkwaliteitsrichtlijn of over de borging van een gelijk Europees speelveld.
- Het is niet duidelijk hoe het ministerie wil investeren in het stimuleren van innovatie.
Kernboodschap VNCI
Pfas bodemverontreiniging
Het kabinet zet in op de aanpak van pfas-verontreinigingen via het Meerjarenprogramma Bodem, de inventarisatie en aanpak van risicovolle pfas-locaties, de ontwikkeling van saneringstechnieken, een herziening van de bodemregelgeving en ondersteuning van pfas-alternatieven. Dit is relevant voor de chemische industrie omdat het directe gevolgen kan hebben voor sanering, regelgeving, innovatie en toekomstige investeringen.
Belangrijkste maatregelen
- Het kabinet ondersteunt tot en met 2030 de inventarisatie en aanpak van de meest risicovolle en urgente pfas-locaties samen met provincies en grote gemeenten.
- Via het Meerjarenprogramma Bodem worden middelen beschikbaar gesteld voor historische bodemverontreinigingen, pfas-opgaven, nazorg en kennisontwikkeling.
- Via het kennis- en innovatieprogramma pfas in bodem wordt gewerkt aan de ontwikkeling van technieken voor de afbraak van pfas en een passend juridisch instrumentarium voor de periode na 2030.
- Het kabinet werkt aan fase 2 van de herijking van de bodemregelgeving, gericht op een toekomstbestendig bodemstelsel met meer aandacht voor diffuse stoffen, toezicht en uitvoerbaarheid.
- Nederland blijft inzetten op een Europese pfas-restrictie en ontwikkelt daarnaast een kenniscentrum dat bedrijven ondersteunt bij de ontwikkeling en toepassing van pfas-alternatieven.
Positief
- Het kabinet investeert in saneringstechnieken, kennisontwikkeling en een kenniscentrum voor pfas-alternatieven. Dit biedt mogelijkheden voor de ontwikkeling van nieuwe technologieën, producten en processen binnen de chemische sector.
- Het kenniscentrum moet bedrijven ondersteunen bij de vervanging van pfas en andere stoffen. Dit kan bijdragen aan een beter voorbereide industrie en aan toekomstige productontwikkeling.
- Het Meerjarenprogramma Bodem voorziet in financiering voor pfas-opgaven, kennisontwikkeling en ondersteuning van bevoegde overheden. Dit draagt bij aan een gestructureerde aanpak van complexe bodemvraagstukken.
Aandachtspunten
- Richting 2030 wordt gewerkt aan randvoorwaarden voor een aanpak na 2030, maar de concrete invulling daarvan ontbreekt en er is niet vermeld dat het bedrijfsleven hierbij wordt betrokken.
- Het is niet duidelijk of de beschikbare middelen voldoende zijn voor de totale bodemsanerings-opgave. Daarmee blijft onzeker of de uitvoering van saneringen en nieuwe maatregelen op langere termijn financieel toereikend is.
Kernboodschap VNCI
VTH
Het kabinet wil het VTH-stelsel versterken via nieuwe wetgeving, digitalisering en betere samenwerking met omgevingsdiensten, provincies en gemeenten. Daarnaast zet het kabinet in op innovatie, verduurzaming en betere bescherming van omwonenden. Dit is relevant voor de chemische industrie omdat effectievere vergunningverlening, toezicht en handhaving direct van invloed zijn op de investeringsmogelijkheden.
Belangrijkste maatregelen
- Versterking van het stelsel van vergunningverlening, toezicht en handhaving milieu (VTH-stelsel milieu) samen met omgevingsdiensten, provincies en gemeenten.
- Behandeling van het wetsvoorstel Versterking VTH-stelsel milieu en voorbereiding van onderliggende regelgeving.
- Investeringen in de digitale ontwikkeling van het VTH-stelsel en kennisuitwisseling.
Positief
- Het kabinet benoemt expliciet dat bescherming van gezondheid en leefomgeving moet samengaan met behoud van concurrentiekracht en zonder extra regeldruk voor bedrijven. Dat biedt ruimte om milieu- en economische belangen in samenhang te beschouwen.
- Verdere digitalisering kan bijdragen aan efficiëntere processen, betere informatie-uitwisseling en meer transparantie richting bedrijven en bevoegde gezagen.
Aandachtspunten
- Het kabinet kondigt stelselversterking aan, maar beschrijft niet hoe verschillen tussen omgevingsdiensten en bevoegde gezagen worden verminderd. Dit laat vragen open over voorspelbaarheid en gelijke toepassing van regels.
- De begroting bevat geen concrete maatregelen om capaciteitstekorten of kennisgebreken bij bevoegde gezagen en omgevingsdiensten aan te pakken.
Kernboodschap VNCI
Zoetwater
Het kabinet werkt toe naar een situatie waarin Nederland in 2050 weerbaar is tegen zoetwatertekorten, onder meer via het Deltaprogramma Zoetwater, de Nationale Zoetwaterstrategie en Water en Bodem Sturend. Dit is relevant voor de chemische industrie omdat waterbeschikbaarheid een steeds belangrijkere randvoorwaarde wordt voor de bedrijfsvoering.
Belangrijkste maatregelen
- Het kabinet ontwikkelt in 2027 een maatregelenpakket voor de derde fase van het Deltaprogramma Zoetwater, gericht op het verbeteren van de zoetwaterbeschikbaarheid vanaf 2028.
- De Nationale Zoetwaterstrategie wordt verder uitgewerkt met als doel dat Nederland in 2050 weerbaar is tegen zoetwatertekorten. Daarbij wordt ingezet op zuinig watergebruik, water vasthouden, slimmer verdelen en regionale uitwerking van doelen.
- Water en Bodem Sturend wordt verankerd in de Nota Ruimte, het Nationaal Water Programma en het programma Bodem, Ondergrond en Grondwater.
- Het kabinet werkt aan nationale en regionale doelen voor waterbeschikbaarheid en meer inzicht in de kans en omvang van toekomstige watertekorten.
Positief
Het maatregelenpakket voor het Deltaprogramma Zoetwater richt zich op het verbeteren van de zoetwaterbeschikbaarheid, onder meer via klimaatbuffers, verbetering van de sponswerking van de bodem en maatregelen tegen verzilting. Dit draagt bij aan een robuuster watersysteem.
Aandachtspunten
- Het document noemt nationale doelen voor cruciale functies, maar maakt niet duidelijk welke positie industriële gebruikers krijgen bij toekomstige watertekorten
- Het kabinet zet in op regionale differentiatie, maar de gevolgen voor bestaande industriële locaties, uitbreidingsplannen en nieuwe investeringen zijn nog niet bekend.
Kernboodschap VNCI
Stikstof
Het kabinet bouwt in de Miljoenennota 2027 voort op de in juni gepresenteerde integrale stikstofaanpak. Centraal staan natuurherstel, emissiereductie en het weer mogelijk maken van vergunningverlening. Hiervoor wordt een nieuw fonds voor stikstof, landbouw en natuur van twintig miljard euro ingezet. Daarnaast werkt het kabinet aan een rekenkundige ondergrens (RKO), een gebiedsgerichte aanpak voor economische clusters en extra middelen voor industrie en mobiliteit. De VNCI is positief dat het kabinet kiest voor een structurele aanpak van het stikstofprobleem. Voor de chemische industrie hangen vergunningverlening, verduurzamingsprojecten en investeringsruimte direct samen met de uitwerking van deze maatregelen.
Belangrijkste maatregelen
-
Het kabinet voert een integrale aanpak uit voor stikstofreductie, natuurherstel en gebiedsgerichte maatregelen, met als doel vergunningverlening weer mogelijk te maken.
-
Uiterlijk in het vierde kwartaal van 2027 wordt een juridisch houdbare rekenkundige ondergrens (RKO) ingevoerd voor projecten met een beperkte stikstofdepositiebijdrage.
-
De Rotterdamse Haven wordt aangewezen als prioritair economisch cluster binnen de gebiedsgerichte aanpak.
-
Het kabinet richt een fonds voor stikstof, landbouw en natuur van twintig miljard euro op. Binnen dit fonds is 250 miljoen euro gereserveerd voor industrie en mobiliteit.
Positief
-
Het kabinet benoemt expliciet dat natuurherstel en emissiereductie moeten bijdragen aan het weer mogelijk maken van vergunningverlening voor verduurzamingsactiviteiten gericht op emissiereductie. Dit is van belang voor de industrie omdat investeringen en verduurzamingsprojecten nu niet van de grond komen door trage vergunningsverlening.
-
De aanwijzing van de Rotterdamse Haven als economisch cluster binnen de gebiedsgerichte aanpak onderstreept het belang van dit industriële gebied. Dit biedt kansen om knelpunten rond vergunningverlening en gebiedsontwikkeling gericht aan te pakken.
-
Het nieuwe fonds van twintig miljard euro laat zien dat het kabinet bereid is substantieel te investeren in een structurele oplossing voor de stikstofproblematiek.
Aandachtspunten
-
De exacte vormgeving, toepassingsvoorwaarden en juridische onderbouwing van de rekenkundige ondergrens zijn nog niet bekend. Daardoor is voor bedrijven nog onduidelijk welke projecten hiervan kunnen profiteren.
-
Het is nog niet duidelijk hoe de voor industrie en mobiliteit beschikbare 250 miljoen euro wordt verdeeld en welke projecten in aanmerking komen voor ondersteuning.
-
Het kabinet noemt juridische onzekerheid zelf als een belangrijk risico van de stikstofaanpak. Voor de chemische industrie blijft daardoor onzeker in hoeverre de maatregelen daadwerkelijk leiden tot duurzame vergunningsruimte.
-
Het kabinet werkt aan een alternatief voor AERIUS, maar geeft nog geen duidelijkheid over de planning, inhoud en gevolgen voor toekomstige vergunningprocedures.
Kernboodschap VNCI
Lees meer over Veiligheid, Gezondheid en Milieu