Miljoenennota: Materialentransitie
Materialentransitie
Zoals verwacht is het een beleidsarme Prinsjesdag en dit geldt zeker voor de Materialentransitie. Er zijn geen concrete nieuwe beleidsmaatregelen aangekondigd en budgettair zien we tot aan 2030 een structurele afname van gelden die beschikbaar zijn voor het thema circulaire economie.
Voor het einde van het jaar presenteert het kabinet een actualisatie van het Nationaal Programma Circulaire Economie (NPCE) aan de Tweede Kamer met daarin de volgende beleidsmatige (tussen)doelen (deze zijn nog indicatief):
- Vermindering van grondstoffengebruik met 16 procent in 2035 (ten opzichte van 2016).
- Vergroten aandeel biotische en/of secundaire grondstoffen tot 55 procent in 2035.
- Recycling van grondstoffen (82 procent) en hoogwaardige recycling van grondstoffen (15 procent) in 2035.
Positief
-
Loslaten van onwerkbaar (en onrealistisch) tussendoel van 50 procent minder abiotische grondstoffen in 2030.
Kritisch
-
Ambitie voor circulariteit loopt uit de pas met benodigde budgettaire ondersteuning en instrumentarium.
-
Er worden nog geen solide stappen gezet om circulariteit en de materialentransitie daadwerkelijk te versnellen en de doelen binnen bereik te brengen.
Plastictafel
Van de voorstellen die de Plastictafel afgelopen zomer heeft aangeboden, is alleen een eerste appreciatie terug te vinden in de stukken. Verdere concrete maatregelen ontbreken vooralsnog. Voor de budgettaire dekking van 567 miljoen euro (in plaats van de plastic heffing) houdt de regering voorlopig vast aan het technische alternatief met fiscale maatregelen, zoals: een hogere afvalstoffenbelasting, het schrappen van de vrijstelling voor zuiveringsslib en een aangescherpte CO₂-heffing voor afvalverbrandingsinstallaties (AVI’s). Een Werkgroep Afvalsector is verzocht om te komen tot een schriftelijke overeenkomst die investeringszekerheid biedt voor verduurzaming van afvalverbranding.
Positief
-
De afschaffing van de plastic heffing voorkomt marktverstoring en extra lasten voor (circulaire) chemie.
-
Behoud van ruimte voor investeringen in chemische recycling en biobased alternatieven.
Kritisch
-
Het is nog onduidelijk hoe opvolging wordt gegeven aan de aanbevelingen vanuit de Plastictafel.
-
Onzekerheid blijft bestaan over langetermijnvisie op beprijzing van fossiele plastics.
-
Alternatieve dekking haalt middelen weg bij het Klimaatfonds en kan ervoor zorgen dat kosten doorschuiven die recycling (nog) duurder maken.
Duurzame koolstofketen
Het kabinet werkt dit jaar 2025 nog aan een visie op (1) brandstoffen- en chemiegrondstoffenproductie (raffinage) en (2) een visie op duurzame koolstof voor de chemie en en (3) een brede visie op de chemie én aan (4) een strategie rond biogrondstoffen. Deze dienen onder andere als uitgangspunt voor het Actieplan Aanbod Duurzame Koolstofdragers, het concretiseren van een af- en ombouwpad voor inzet duurzame koolstof voor transitietoepassingen en voor de Beleidsagenda duurzame koolstofchemie.
Positief
-
Het is goed dat er specifieke beleidsmatige aandacht is voor de (toekomstige) behoefte aan duurzame koolstof in materialen.
-
Koppeling aan beschikbaarheid van duurzame grondstoffen voor de chemie.
Kritisch
-
Het is nog onzeker hoe de invulling van de transitieagenda in lijn wordt gebracht met de noodzakelijke verbetering van de concurrentiepositie voor de energie-intensieve industrie en de acties vanuit het Europese Chemie Actieplan.
Ruimte voor industrieclusters
In het voorjaar van 2025 heeft het kabinet een onderzoek afgerond om de ruimtebehoefte voor verduurzaming in de clusters te inventariseren. In 2026 worden oplossingsrichtingen verder uitgewerkt in een vervolgonderzoek met het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening en de industrie-clusters. De resultaten worden verwerkt in de Nota Ruimte en in de bijbehorende uitvoeringsagenda.
Positief
-
De VNCI ondersteunt de aanpak om regie te nemen in het investeren in verduurzaming van de industrie en de infrastructuur in de industrieclusters. Het is daarom wenselijk om de ruimtelijke contouren van de industrieclusters vast te leggen om zo voldoende ruimte te creëren voor die transitie en uitbreiding. Belangrijk is om dit vast te leggen in de Nota Ruimte en aan te wijzen als nationaal belang onder de Omgevingswet. Ook het vastleggen van ruimtelijke bufferzones draagt bij om goede functiescheiding aan te brengen tussen wonen en werken.
Lees meer over de Materialentransitie