Miljoenennota: Klimaat en Energie

CO₂-heffing 

Het kabinet acht het haalbaar om aanpassingen te doen aan de CO₂-heffing om de internationale concurrentieverschillen te minimaliseren. Hierdoor hoeven de bedrijven op basis van de huidige verwachting per saldo geen CO₂-heffing meer te betalen.  

De afspraken die Nederland heeft gemaakt met Europa in het kader van het Herstel- en Veerkrachtplan staan nu niet toe dat de heffing wordt afgeschaft of op ‘0’ wordt gezet zonder behoorlijke financiële consequenties. Maar het kabinet verlaagt per 1 januari 2026 het tarief van de CO₂-heffing voor ETS1- en lachgasinstallaties naar 78,67 euro en houdt dit tarief vervolgens constant (dit tarief ligt rond de ETS-prijs). Daarnaast verlaagt het kabinet de belastbare uitstoot voor ETS1- en lachgasinstallaties vanaf 2026 aanzienlijk ten opzichte van het basispad door het terugdraaien van de nationale reductiefactor naar 1,022 (waardoor langer vrije rechten beschikbaar blijven).  

De VNCI verwelkomt de recent gestarte overlegtafel waarin de overheid met industrie en andere stakeholders spreekt over wat nodig is voor de verduurzaming van de industrie als de borgende werking van de CO₂-heffing wegvalt. 

Positief 

  • Voor veel bedrijven betekent deze maatregel dat de financiële gevolgen van de nationale kop op korte termijn beperkt zullen blijven. 

  • Erkenning dat invulling van de randvoorwaarden voor bedrijven een voorwaarde is voor handelingsperspectief om te kunnen investeren in verduurzaming. 

  • Inzet van de overlegtafel met uitwerking van toekomstbestendig pad voor de industrie waarin het industriële concurrentievermogen geborgd blijft en investeringszekerheid centraal staat. 

Kritisch 

  • Voor herstel van de concurrentiepositie van Nederlandse bedrijven biedt deze maatregel onvoldoende zekerheid. De CO₂-heffing blijft boven de markt hangen en kan binnen het huidige wetgevingskader weer geactiveerd worden door een nieuwe regering. De VNCI blijft pleiten voor volledige afschaffing. 

  • Er moet duidelijkheid komen voor bedrijven die al in verduurzamingsprojecten hebben geïnvesteerd (de koplopers) waarvoor de business case verslechtert omdat gerekend was mét de CO₂-heffing (die opgeschort of afgeschat wordt). 


Nettarieven 

Er is door de Rijksoverheid uitvoerig gekeken naar de amortisatievariant om de stijging van nettarieven te dempen. Hieruit is gebleken dat het instrument niet aan de vereiste voorwaarden voldoet (juridisch haalbaar, geen gevolgen voor EMU-saldo/schuld, geen onevenredig doorschuiven naar toekomstige generaties en geen effecten op financiële positie en credit-rating TenneT) en ook niet de gewenste impact zal hebben op de nettarieven. Daarmee is de conclusie dat deze route niet wordt gevolgd om de nettarievenstijging te dempen. Op dit moment is onduidelijk welke alternatieve maatregelen worden onderzocht die wel kunnen bijdragen aan verlaging van de nettarieven.  

Positief 

  • Onderzoek naar amortisatie heeft weliswaar niet geleid tot de gewenste uitkomst maar is inhoudelijk zorgvuldig gedaan. 

Kritisch 

  • De actualisatie van het onderzoek naar de hoogte van de elektriciteitskosten voor industriële gebruikers, bevestigt dat Nederland voor grootverbruikers en electrolysers erg ongunstig afsteekt ten opzichte van ander Europese landen. Daarmee is nogmaals de noodzaak bevestigd om Nederland weer in de pas te laten lopen en het concurrentievermogen te herstellen.  


Klimaat en Energie Verkenning (KEV 2025) 

De KEV 2025 laat zien dat de doelen van 2030 buiten bereik liggen. Dit geldt zowel voor het nationale streefdoel als voor het sectorale streefdoel voor de industrie. Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) bevestigt met de jaarlijkse KEV weer dat de uitstootvermindering die we voor het tussenjaar 2030 als streefdoel hebben een enorme opgave is. Het doel was om in 2030, 55 procent CO₂-reductie binnen bereik te brengen. Het PBL verwacht in de KEV 2025 een CO₂-reductie van 46,8 tot 54,5 procent in 2030 ten opzichte van 1990. De raming van het basispad voor de industrie ligt ca 1 Mt lager dan in 2024, voornamelijk door productiekrimp in de chemie.  

Concluderend meldt PBL dat stevige maatregelen nodig zijn die ook economisch pijn zullen doen. Daarnaast wordt aangegeven dat de importafhankelijkheid van energie momenteel historisch hoog is. Uitrol van hernieuwbare bronnen is essentieel.  

Uit deze verkenning komt binnen de sector industrie de chemie duidelijk naar voren als een sector die zwaar te kampen heeft met productievermindering. Dit is herkenbaar voor de VNCI, Wij zien namelijk dat CO₂-reductie voornamelijk wordt gerealiseerd door het verdwijnen van industriële activiteit. Sinds 2023 is zo al 2,5 Mt CO₂-reductie gerealiseerd door productiestops of sluitingen. 

De minister geeft in haar toelichting op de Uitvoering Pakket Groene Groei aan dat we voor ogen moeten houden dat 2030 niet het eindpunt is. Veel maatregelen en investeringen die we nu doen, hebben pas effect ná 2030. Het tijdslot binnen de chemie om nu nog investeringen goedgekeurd te krijgen die voor 2030 effect zullen hebben is beperkt en dit is ook het beeld dat de RVO Top 60 interviews weerspiegelen. 


Doelstelling waterstof op land uitgesteld 

Het kabinet stelt de doelstelling van 3-4 GW elektrolyse capaciteit op land uit naar 2035. Gezien de huidige stand van zaken rond de productie van groene waterstof lijkt dit een realistische beslissing. 


Innovatie 

De Nationale Technologiestrategie (NTS) geeft bouwstenen voor een strategisch technologiebeleid door tien prioritaire sleuteltechnologieën te benoemen waarin een unieke Nederlandse positie mogelijk is. Hiermee kunnen het Nederlandse kennisveld en bedrijfsleven een positieve impact maken. Middels de actieagenda’s worden krachten van publiek-private actoren gebundeld op de tien prioritaire sleuteltechnologieën, om vervolgens van deze sleuteltechnologieën nationale zwaartepunten te maken. Hierbinnen staat versterking van het verdienvermogen van Nederland centraal.  

Positief 

  • De VNCI is betrokken bij de agenda voor Procestechnologie. 

  • De chemie heeft veel raakvlakken met de tien sleuteltechnologieën, zoals met Process technology (inclusief process intensifcation), Biomolecular and cell technologies, Energy materials en Semiconductor technologies. 


Beleidsinstrumentarium

Voor een update over de subsidieregeling Klimaat en Energie: zie Ondernemerschap.


Lees meer over Klimaat en Energie

VNCI Prinsjesdag