02.07.2026

Cefic: ETS-hervorming moet industriële transitie ondersteunen

De Europese chemische industrie roept beleidsmakers op om de komende hervorming van het Europese emissiehandelssysteem (ETS) beter te laten aansluiten op de economische realiteit. Volgens Cefic, de Europese brancheorganisatie van de chemische industrie, dreigt Europa investeringen en productiecapaciteit te verliezen als het ETS sneller wordt aangescherpt dan bedrijven in de praktijk kunnen verduurzamen.

 

De Europese chemische industrie heeft volgens Cefic sinds 2022 ongeveer tien procent van haar productiecapaciteit verloren. Ook ziet de sector een ongekend aantal reorganisaties en faillissementen (onderzoek Roland Berger). “Als industriële productie verdwijnt, verdwijnen ook banen, innovatie, waardeketens en strategische autonomie”, zegt Markus Kamieth, voorzitter van Cefic. Volgens hem komt de ETS-herziening daarom op een cruciaal moment voor de sector.

Realistisch transformeren

Kamieth benadrukt dat Europa zijn klimaatdoelen niet kan realiseren zonder een sterke industriële basis. Hij roept beleidsmakers op om belangrijke onderdelen van het ETS, zoals het verloop van het emissieplafond en de gratis allocatie van emissierechten, beter af te stemmen op de concurrentiepositie van Europese bedrijven en de beschikbare randvoorwaarden. “Europa kan zich niet langer een systeem veroorloven dat sneller wordt aangescherpt dan de industrie zich realistisch kan transformeren”, aldus de Cefic-voorzitter.

Concurrentievermogen onder druk

Ook op de voorgestelde actualisering van de ETS-benchmarks voor de periode 2026-2030 heeft Kamieth kritiek. Volgens Cefic zijn de uitkomsten voor de chemische industrie grotendeels onrealistisch en onvoldoende in lijn met de uitdagingen waarvoor bedrijven staan. De organisatie stelt dat de nieuwe benchmarks het concurrentievermogen van de Europese industrie verder onder druk zetten.

Koolstoflekkage

Daarnaast wijst Cefic op het risico van koolstoflekkage. De beschikbaarheid van betaalbare koolstofarme energie blijft volgens de organisatie beperkt. Ook lopen de ontwikkeling van infrastructuur en elektriciteitsnetten achter en net als de vraag naar koolstofarme producten nog achter op de ambities. “Bedrijven worden geacht grote investeringen te doen in emissiereductie, vaak zonder een haalbare businesscase”, zegt Kamieth. Volgens hem kan het ETS alleen effectief bijdragen aan verduurzaming als deze randvoorwaarden op orde zijn.

VNCI

De VNCI sluit zich aan bij de oproep van Cefic, die grotendeels overlapt met onze eerdere eigen positionering. De vereniging ondersteunt het EU ETS als centraal Europees instrument voor CO2-reductie, maar benadrukt dat in de komende revisie van het systeem veel meer aandacht dient te komen om te kunnen zorgen dat bedrijven daadwerkelijk kunnen investeren in verduurzaming. Volgens Mark Intven, hoofd Klimaat & Energie bij de VNCI, moet in de vormgeving rekening worden gehouden met het daadwerkelijke handelingsperspectief voor bedrijven en invulling van randvoorwaarden als tijdige beschikbaarheid van infrastructuur, betaalbare groene energie en kortere doorlooptijden voor vergunningverlening.

“Daarnaast is een samenhangende aanpak nodig om een gelijk speelveld te creëren. Effectieve grensmaatregelen voor chemicaliën en de ketens waarin deze worden toegepast zijn daarvoor essentieel”, zegt Intven. “Ook is vraagcreatie nodig voor low-carbon en circulaire producten in eindmarkten. Dat helpt om duurzame investeringen en businesscases rendabel te maken.”

Alleen wanneer deze elementen samenkomen, ontstaat een investeringsklimaat waarin bedrijven kunnen verduurzamen én concurrerend kunnen blijven. Het doel moet daarom zijn om CO2-reductie, industriële verduurzaming en een sterke Europese industrie met elkaar te verbinden.

Lees hier het position paper van Cefic over EU ETS.

``