11.05.2026

VNCI: aanscherping ETS-benchmarks zonder randvoorwaarden leidt niet tot verduurzaming, maar de-industrialisatie 

De Europese Commissie maakte maandag de concept-aanpassing van de ETS‑benchmarks bekend. Voor de chemische industrie is dit een cruciaal moment: het ETS kan met een duidelijk prijssignaal bijdragen aan feitelijke CO₂‑reductie en behoud van industriële activiteit in Europa, maar alleen als het effectief en evenwichtig is vormgegeven.  

 

De aangescherpte ETS‑benchmarks zijn grotendeels onhaalbaar voor de chemische industrie. Met name de zogeheten fallback‑benchmarks, die van toepassing zijn op tachtig procent van alle installaties, blijken niet realistisch. Ze leiden tot een aanzienlijke vermindering van vrije rechten en vergroten, zonder aanvullende randvoorwaarden, het risico op verlies van industriële capaciteit. Voor de chemische industrie betekent dit een jaarlijkse lastenverzwaring van meer dan honderd miljoen euro zonder dat het direct leidt tot verduurzaming.  

Handelingsperspectief 

De VNCI steunt een sterk ETS, maar wel met handelingsperspectief voor bedrijven om te verduurzamen. Essentiële randvoorwaarden zoals infrastructuur, concurrerende elektriciteitsprijzen en vlotte vergunningverlening zijn nog onvoldoende op orde. Bovendien ontbreekt vaak een sluitende businesscase, omdat de meerkosten van verduurzaming niet kunnen worden doorberekend, terwijl voor import voor een groot deel van de sector nog geen CO₂‑beprijzing geldt. In die context zijn vrije ETS‑rechten op de korte termijn noodzakelijk om verdere koolstoflekkage te voorkomen.  

Weglek in plaats van verduurzaming 

De recente daling van de CO₂‑uitstoot in de Nederlandse chemische industrie is grotendeels het gevolg van bedrijfssluitingen en productiestops, niet van succesvolle verduurzamingsinvesteringen, zoals bevestigd door de Nederlandse Emissieautoriteit (NEa). “De emissiedaling die we nu zien, is geen bewijs dat verduurzaming op grote schaal van de grond komt, maar vooral dat productie zich verplaatst of verdwijnt," zegt ook Mark Intven, hoofd Klimaat & Energie bij de VNCI. "Sinds 2022 is in Europa ongeveer 37 miljoen ton aan chemische productiecapaciteit verdwenen, waarbij Nederland relatief hard wordt geraakt. Verdere lastenverzwaring door verlaging van de benchmarks verslechtert het perspectief voor bedrijven en tast hun verdienvermogen verder aan.” 

Drie samenhangende pijlers 

Een hogere ambitie via benchmarks kán verduurzaming stimuleren, maar werkt voor de chemische industrie alleen in combinatie met drie samenhangende pijlers: een stabiel en voorspelbaar ETS, effectieve (koolstof)grensbescherming voor een gelijk speelveld en gerichte vraagcreatie naar duurzame chemische producten. Zonder deze randvoorwaarden ondermijnen strengere benchmarks het verdienvermogen van bedrijven en daarmee hun ruimte om te kunnen investeren. 

CBAM nog beperkt van toepassing 

Het Carbon Border Adjustment Mechanism (CBAM) laat zien dat ETS en grensbescherming samen wel investeringen kunnen losmaken, bijvoorbeeld bij ammoniak in kunstmest. Maar voor het grootste deel van de chemische sector biedt CBAM nog geen bescherming. De complexiteit van chemische waardeketens maakt snelle uitbreiding moeilijk, terwijl juist daar benchmarks worden aangescherpt en het risico op een ongelijk speelveld toeneemt. 

Vrije ETS‑rechten voorlopig noodzakelijk 

Zolang marktbescherming en vraagcreatie ontbreken, blijven vrije ETS‑rechten noodzakelijk om koolstoflekkage te voorkomen. "De benchmarkwaarden zoals gepubliceerd dragen niet bij aan verduurzaming en behoud van een sterke chemische industrie," zegt Mark Intven. In het ETS zijn deze knoppen om de vrije rechten te herverdelen juist ingebouwd voor flexibiliteit bij gebrek aan marktbescherming, zoals de minister van Klimaat en Groene Groei onlangs ook aangaf. "Daar moet nu gebruik van worden gemaakt," aldus Intven. "Dat kan Nederland doen door zich bij de EU Climate Change Committee uit te spreken voor een sterk ETS, waarbij verdere aanscherping van de benchmarks niet leidt tot verduurzaming."    

Sectorspecifieke fallback-benchmarks

De Commissie stelt in haar communicatie wel sectorspecifieke fallback-benchmarks voor. De VNCI is voorstander van realistische, haalbare en op productievolume gewogen benchmarks en ziet dit als een interessante mogelijkheid, die dan zo snel mogelijk zou moeten worden ingevoerd. 

Feedback op de concept-aanpassing kan tot en met 8 juni worden ingediend via de website van de Europese Commissie.