Politieke steun voor versterken concurrentiepositie industrie
Tijdens het tweeminutendebat Economische Veiligheid en Strategische Autonomie in de Tweede Kamer deze week, hebben meerdere politieke partijen aandacht gevraagd voor de concurrentiepositie van de Nederlandse industrie. Daarbij werd het belang van de chemische sector nadrukkelijk genoemd.
De SGP diende een motie in om nieuw beleid standaard te toetsen op de gevolgen voor het gelijke speelveld van de industrie. Daarbij verwees de partij naar de recente bijeenkomst met Kamerleden en vertegenwoordigers van de chemische industrie, waar volgens de SGP opnieuw duidelijk werd dat veel strengere nationale regelgeving leidt tot onnodig hoge kosten en een verdere verslechtering van het ondernemingsklimaat.
Ook het CDA ging in op het belang van de chemische industrie. De partij riep het kabinet via een motie op zich in Europees verband sterker in te zetten voor handelsbeschermende maatregelen tegen oneerlijke concurrentie en voor een snelle uitvoering van de aanbevelingen van de Critical Chemicals Alliance.
Indirecte kostencompensatie
JA21 vroeg aandacht voor het versterken van de industriële basis. De partij diende moties in om meer tempo te maken met kansrijke projecten rond kritieke grondstoffen en om de aangekondigde visie op brandstoffen- en chemiegrondstoffenproductie voor te leggen aan de sector. Daarnaast kreeg JA21 de toezegging dat er voor de zomer duidelijkheid komt over de uitbetaling van de indirecte kostencompensatie (IKC) voor de industrie.
De PVV vroeg de regering inzichtelijk te maken welke reststromen die van belang zijn voor de strategische autonomie van Nederland momenteel nog als afval worden geclassificeerd.