Midden-Oosten crisis toont kwetsbaarheid Europese energie- en grondstoffenketens
De oplopende spanningen in het Midden-Oosten zorgen opnieuw voor onzekerheid op de internationale energie- en grondstoffenmarkten. Voor de chemische industrie, die sterk afhankelijk is van olie en gas als zowel grondstof als energiebron, zijn de ontwikkelingen mogelijk ingrijpend.
De recente gebeurtenissen maken duidelijk dat geopolitieke conflicten een directe invloed hebben op de Europese industrie, die al langere tijd onder druk staat. "Het laat pijnlijk zien hoe belangrijk strategische autonomie en energieonafhankelijkheid zijn voor Nederland en Europa," zegt Mark Intven, Hoofd Klimaat en Energie bij de VNCI. "Diversificatie van energiebronnen vanuit duurzame alternatieven is cruciaal om de leveringszekerheid te versterken."
Dubbele kwetsbaarheid chemie
De chemische industrie gebruikt olie en gas intensief als feedstock én als energiebron. Daardoor kunnen prijsstijgingen of verstoringen in de aanvoerketen bedrijven op twee fronten hard raken. Uit eerste signalen in de Nederlandse markt blijkt dat de impact vooralsnog niet vergelijkbaar is met de schok na het uitbreken van de oorlog in Oekraïne, maar de ontwikkelingen zijn wel zeer ongunstig voor de sector.
Daar komt bij dat het Midden-Oosten een steeds grotere rol speelt in de productie van petrochemicaliën en kunstmest. Daardoor werken spanningen in de regio niet alleen door in olie- en gasprijzen, maar ook in de prijzen van chemische producten zoals polyethyleen, methanol en ammoniak. Rederijen kiezen bovendien vaker voor langere routes via Afrika, wat leidt tot hogere transportkosten en mogelijk vertraagde leveringen.
De geopolitieke risico’s komen bovenop een al fragiele uitgangspositie van de Europese chemische industrie die zwaar onder druk staat en te maken heeft met sterke internationale concurrentie.
Diversificatie en leveringszekerheid
Eerdere crises, van COVID-19 tot de energiecrisis in 2022, hebben de afhankelijkheid van de Europese energie- en grondstoffenvoorziening al blootgelegd. De huidige situatie versterkt de oproep aan beleidsmakers om strategische autonomie te vergroten en de afhankelijkheid van instabiele handelspartners te verkleinen.
Intven: “Veel van de benodigde maatregelen sluiten aan bij de opgaven van de energietransitie, zoals diversificatie en investeringen in nieuwe infrastructuur. Het industriebeleid moet zich daarom nog meer richten op leveringszekerheid en het ondersteunen van de transitieprojecten die bedrijven nodig hebben om te kunnen verduurzamen.”
De VNCI sprak recent ook met BNR en ANP over de gevolgen van de Midden-Oosten crisis voor de chemische industrie.