Patrik Frisk over de missie van Reju: 'A world designed to last'
Hij kent de textielindustrie van binnenuit vanuit zijn vorige banen bij toonaangevende wereldwijde merken, waaronder Under Armour, en dat bracht hem bij zijn missie: circulair polyester produceren met een betere kwaliteit dan het virgin ‘broertje’. Het kan, aldus Patrik Frisk, CEO bij Reju. En het moet, want hij wil de wereld straks beter achterlaten.
Tekst: Ingeborg Abendanon
Beeld: Reju | Shutterstock
Gepubliceerd: 11.03.2026
Gepubliceerd: 11.03.2026
Reju maakt van polyesterafval weer nieuwe, hoogwaardige polyester door oude textielvezels te verzamelen, ze met een eigen chemisch proces af te breken tot zuivere basismaterialen en deze opnieuw te gebruiken in de textielproductie. Zo kunnen de materialen steeds weer worden hergebruikt, is de CO₂-uitstoot ongeveer de helft lager dan bij nieuw polyester en is het traceerbaar waar het materiaal vandaan komt en weer naartoe gaat.
Kun je in het kort iets vertellen over de ontstaansgeschiedenis van Reju?
“Reju is ontstaan uit een samenwerking tussen IBM, Technip Energies en Under Armour waar ik destijds werkte. IBM had al jaren onderzoek gedaan naar polymeren en ontdekte een katalysator die textielafval efficiënt en
energiezuinig kon afbreken. Omdat we bij Under Armour zochten naar een échte oplossing voor het groeiende polyester‑textielafvalprobleem, hebben we in 2020 de krachten gebundeld. In 2021 hebben we, samen met Technip Energies, onze technologie naar Frankfurt verplaatst om verder te werken aan de opschaling naar een eerste demofabriek. We kozen voor Frankfurt omdat Technip Energies daar al polymeren‑expertise had via T.EN Zimmer. In 2022 heb ik mijn baan bij Under Armour opgezegd om me volledig met deze technologie bezig te houden. In 2023 volgde de oprichting van Reju en binnen twaalf maanden hadden we de eerste Regeneration Hub Zero gebouwd met een productiecapaciteit van duizend ton.”
Wat maakt de samenwerking tussen deze partners zo bijzonder?
"Uniek is dat we zowel de chemische engineering als EPC-engineering (Engineering, Procurement & Construction, -red.) in huis hebben. We kunnen dus dingen bedenken, bouwen én operationeel maken. Precies daarom besloten we in 2023 om de eerste en grootste demofabriek ter wereld te bouwen in Frankfurt. Daar zitten onze chemische ingenieurs én de polymerisatiecapaciteit op dezelfde locatie. We kunnen dus in één faciliteit depolymeriseren én repolymeriseren, met alle laboratoria en expertise ter plekke.”
Wat is jouw persoonlijke drijfveer vanuit Reju?
“Mijn droom, onze droom bij Reju, is eigenlijk heel simpel: A world designed to last. Ons doel sluit daar naadloos op aan: binnen eindige materialen oneindige mogelijkheden vinden. Polyester is daarvan een sterk voorbeeld. Olie is een eindige grondstof, maar de polyester die we eruit maken, kunnen we in theorie eindeloos blijven hergebruiken. Door moleculen volledig af te breken tot zijn oorspronkelijke bouwstenen en opnieuw op te bouwen.”
Waar komt die passie vandaan?
“Ik heb 35 jaar meegeholpen om dingen te maken en er komt een moment waarop je ook je verantwoordelijkheid moet nemen om op te ruimen wat je achterlaat. Voor mij is dit zowel persoonlijk als professioneel een ambitie. We onderschatten hoeveel textielafval we creëren en hoe snel die berg blijft groeien. We verbranden het of storten het ergens, beide zeer onwenselijk, maar we verspillen daarmee ook een waardevolle, eindige grondstof. Ik begrijp deze industrie van binnenuit: de materialen, de ketens, de uitdagingen. En ik weet dat de grootste opgave niet de chemie is, dat deel beheersen we. De échte uitdaging is dat we een compleet nieuwe infrastructuur moeten bouwen: we verzamelen textielafval niet op schaal, we sorteren het niet op vezeltype, we halen ritsen en knopen er niet uit, en wereldwijde recycling gebeurt nog lang niet op het niveau dat nodig is. Maar juist dát is waarom ik dit werk doe. We moeten niet alleen nieuwe producten ontwerpen, maar ook een systeem bouwen dat voorkomt dat waardevolle materialen verloren gaan. Dit werk is mijn bijdrage aan een toekomst waarin we beter omgaan met wat we uit de aarde halen.”
Als mensen jou vragen waar je het meest trots op bent sinds de start van Reju, wat vertel je ze dan?
"Waar ik misschien wel het meest trots op ben, is dat Technip Energies ervoor heeft gekozen om dit traject zelf te exploiteren terwijl dat niet past binnen hun traditionele businessmodel. Zij zijn in de kern een ingenieursbedrijf: ze ontwerpen, bouwen en dragen het vervolgens over. Ze commercialiseren geen technologie en ze runnen geen fabrieken. Ze zijn bewust een ‘asset‑light’-organisatie. Maar in dit project besloten ze te doen wat ze nog nooit hadden gedaan: deze technologie niet licentiëren, maar zélf volledig naar de markt brengen.”
Vanwaar die keuze?
“Omdat we al snel inzagen dat een simpel licentiemodel nooit het onderliggende probleem zou oplossen: de keten vóór de technologie - het organiseren van de afvalstromen - bestaat vandaag simpelweg niet. Als we de technologie alleen zouden ‘weggeven’, was de kans klein dat ze ooit op grote schaal toegepast zou worden. Dit is alles of niets, want om echte circulariteit te realiseren, moet je de hele keten opzetten en ombouwen, van inzameling tot regeneratie. Een groot deel van mijn tijd besteed ik aan het duidelijk maken dat dit geen technologisch project is, maar een fundamentele verandering. We introduceren een totaal nieuwe manier van denken: een circulair systeem waarin de kloof tussen textiel‑als‑afval en textiel‑als‑grondstof eindelijk wordt gedicht. Pas als die kloof verdwijnt, ontstaat er echte impact.”
Na Frankfurt ging het snel. De volgende Regeneration Hub Zero-locaties zijn Rochester in New York, Lacq in Frankrijk en Chemelot in Sittard-Geleen. Wat maakt Nederland interessant en Chemelot zo geschikt als locatie voor jullie?
“Nederland is één van de grootste inzamelaars van post consumer textielafval in Europa. Er ligt hier al een stevige basis voor het verwerken van textielafval. De keuze voor Chemelot was vervolgens een simpele. De chemische faciliteiten zijn er fantastisch. Chemelot is, denk ik, een van de modernste, meest vooruitstrevende en meest complete chemieparken in heel Europa. Misschien zelfs wereldwijd, maar zeker binnen Europa. Voor ons is het dus enorm belangrijk om in zo’n omgeving te kunnen samenwerken. De planning is dat de hub op Chemelot in 2028-2029 kan draaien."

Op jullie website stellen jullie jezelf voor als radical pragmatists. Wat zijn dat voor mensen?
“Wanneer we zeggen dat bij Reju ‘radical pragmatists’ werken, bedoelen we mensen die pragmatisch denken én radicaal durven te handelen. We zijn pragmatisch omdat we een chemisch-technologisch bedrijf zijn, gedreven door wetenschap en feiten. Dat dwingt je tot nuchterheid, in denken en doen. Maar we zijn radicaal in de manier waarop we het textielafvalprobleem te lijf gaan. We brengen partijen samen die normaal nooit in dezelfde kamer zouden zitten. Een voorbeeld daarvan is Goodwill, een van de grootste non-profit organisaties in Noord-Amerika, Waste Management, het grootste beursgenoteerde afvalbedrijf, en wij, een jonge onderneming. Zulke samenwerkingen bestaan niet in traditionele, lineaire ketens. Ze vragen een totaal nieuwe manier van denken en doen.”
“Die radicaliteit zie je ook terug in onze aanpak binnen Technip Energies. We hebben de eerste Regeneration Hub Zero in twaalf maanden gebouwd, een tijdlijn waarvan iedereen op voorhand riep ‘Dat gaat nooit lukken’. We hebben de gebruikelijke time-to-market gehalveerd door R&D en ontwerp parallel te laten lopen. Alles wat we in R&D leerden, vloog dezelfde dag nog naar het ontwerpteam terug. Het was intensief, soms chaotisch, maar precies daardoor konden we sneller gaan. Wij zijn mensen die niet wachten tot het systeem verandert, maar het systeem zelf veranderen.”
Het klinkt bijna alsof alles vanzelf gaat. Zijn er zaken die wat jou betreft nog anders zouden moeten?
“Europa is een ongelooflijk complex politiek landschap, en juist dát vertraagt de slagkracht naar circulariteit. We hebben te maken met 27 landen die allemaal hun eigen tempo, prioriteiten en infrastructuur hebben. Mijn grootste zorg is dan ook dat, ondanks alle goede intenties, de uitvoering achterblijft. Simpelweg omdat de coördinatie ontbreekt. We hebben een oerwoud aan Europese regels, maar de vraag is of ze werkelijk in elkaar grijpen. De Waste Framework Directive is daarvan een pijnlijk voorbeeld. Landen moesten beginnen met het scheiden van textielafval en Zweden deed dat razendsnel en efficiënt. Halverwege moesten ze stoppen, omdat er geen infrastructuur was om al dat ingezamelde materiaal te sorteren of te verwerken. Je kunt afval wel verplicht scheiden, maar als er geen plek is om het naartoe te brengen, creëer je een nieuw probleem bovenop het oude.”