VNCI positief over coalitieakkoord en nu ook doorpakken
Na lange tijd van politieke onzekerheid ligt er eindelijk een regeerakkoord. Het nieuwe kabinet durft de industrie centraal te zetten voor het economische fundament van Nederland en in de energietransitie. En dat is hard nodig, want de sector staat nog altijd zwaar onder druk terwijl ze essentieel is voor de Nederlandse economie, veiligheid en weerbaarheid, en verduurzaming.
Netcongestie, elektrificatie en CO₂-heffing
Het akkoord geeft volgens de VNCI goed richting, omdat er aandacht komt voor de knelpunten die investeringen jarenlang hebben afgeremd. Zo komt er extra geld vrij voor de uitbreiding van de indirecte kostencompensatie (IKC) naar de organische chemie en om invulling te geven aan de mogelijkheden voor staatssteun die de EU biedt vanuit het Clean Industrial Deal State Aid Framework (CISAF). De middelen hiervoor zijn begroot tot 2035 en bieden daarmee langer zekerheid dan verwacht.
De industrie krijgt daarnaast financiële lucht door het verlagen van de elektriciteitskosten voor energie-intensieve bedrijven en er is eindelijk zekerheid over het definitief schrappen van de nationale CO₂-heffing. Ook netcongestie krijgt voorrang, met een speciale Crisiswet, snellere vergunningverlening en betere benutting van het huidige net via flexcontracten en tariefprikkels.
Verder komt er een stevige impuls voor elektrificatie: het kabinet noemt dit expliciet 'de belangrijkste route voor verduurzaming van de industrie'. Bovendien blijven grote investeringen mogelijk in CO₂-opslag (CCS) via Rijksdeelnemingen.
Grote investeringspakketten blijven in stand
Belangrijk is ook dat het nieuwe kabinet zich committeert aan miljarden aan lopende en nieuwe investeringen. Daarmee maakt ze niet alleen plannen, maar worden ook substantiële middelen vrijgemaakt.
In dat verband worden meerdere belangrijke investeringslijnen genoemd. Zo wordt de SDE++ verlengd met zes nieuwe rondes, waarmee onder meer waterstofprojecten, CCS en elektrolyse kunnen worden ondersteund. Daarnaast komt er een blijvende financieringsbasis voor de aanleg van veertig GW wind op zee, essentieel voor de toekomstige industriële elektriciteitsvoorziening.
Ook wordt stevig ingezet op de doorontwikkeling van groene waterstofproductie, inclusief de opschaling van de volledige waterstofketen. En de Nationale Investeringsinstelling krijgt een nieuwe kapitaalstorting, zodat meer private investeringen in innovatie en verduurzaming kunnen worden losgetrokken. Het kabinet trekt bovendien geld uit voor CO₂-opslag in de Noordzee, een onmisbare schakel om emissies op korte termijn omlaag te krijgen. Tot slot wordt werk gemaakt van een versnelde uitrol van warmtenetten en een versterking van het nucleaire cluster, waaronder de bouw van minimaal vier nieuwe kerncentrales.
Strategische industrieclusters
Wat verder positief stemt is dat de regering de sterke positie van Nederland in de schone maakindustrie verder wil uitbouwen, met kansen voor onder andere circulaire bouwmaterialen, groene chemie, biobased plastics en waterstof. Daarbij wordt gezorgd voor voldoende ruimte voor de energie-intensieve haven- en industrieclusters Rotterdam-Moerdijk, Noordzeekanaalgebied, Chemelot, Noord-Nederland, Zeeland–WestBrabant, die in de ontwerp-Nota Ruimte zijn aangewezen als gebieden van nationaal belang.
Vergunningen en regeldruk
De VNCI is verder blij dat het kabinet de regeldruk wil verlagen, vergunningverlening wil versnellen, en nationale koppen op Europese regels wil schrappen. Ook de voorgestelde experimenteerruimte voor innovatie via regulatory sandboxes juichen we toe. Daarnaast wil het kabinet de Kaderrichtlijn Water (KRW) vereenvoudigen om ruimte te creëren voor verbetering van waterkwaliteit en -beschikbaarheid. De coalitie wil bovendien tempo maken met het oplossen van de stikstofcrisis, onder meer door emissiereductiedoelen per sector wettelijk vast te leggen en zo weer ruimte te creëren voor nieuwe vergunningen.
Ook op het gebied van Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS) zet het kabinet stappen: Nederland wordt voortrekker van een Europees pfas-verbod, een nationaal lozingsverbod wordt onderzocht en bestaande vergunningen worden kritisch herbeoordeeld. Dat is goed, maar de VNCI benadrukt wel dat deze aanscherpingen niet mogen leiden tot een toename van regeldruk, waarvan de regering juist zegt die te willen verminderen.
Gelijk speelveld en afzetmarkt blijven noodzakelijk
Ondanks de vele positieve afspraken in het regeerakkoord, zijn er toch nog enkele zorgen en wensen. Ten eerste liggen de Nederlandse nettarieven ondanks de ‘envelop tegemoetkoming elektriciteitsprijs’ nog altijd fors hoger dan in de omringende landen, wat het gelijke speelveld onder druk zet. Ook hoopt de VNCI dat de regering steun gaat bieden aan Europa bij maatregelen voor het beschermen van de markt tegen oneerlijke concurrentie van buiten de EU. Tenslotte is het belangrijk dat Nederland actief blijft inzetten op het stimuleren van de vraag naar duurzame producten. Dit geeft bedrijven ruimte om in Nederland te investeren in verduurzaming en zo bij te dragen aan de klimaatdoelen.
Industrie is er klaar voor
De sector wil samenwerken met het kabinet om de komende jaren grote stappen te zetten, zo benadrukt de VNCI. “Dit regeerakkoord biedt eindelijk weer richting," zegt VNCI-voorzitter Nienke Homan. "Het kabinet erkent het belang van onze industrie en maakt middelen vrij voor invulling van essentiële randvoorwaarden zoals netverzwaring, lagere energiekosten en indirecte CO2 kosten. Dit helpt voor de benodigde verdere elektrificatie en dat geeft lucht. Maar we moeten wél tempo maken en samenwerken op Europees niveau, zodat bedrijven ook echt de ruimte krijgen om in Nederland te investeren in verduurzaming en innovatie. De industrie is er meer dan klaar voor, nu moet ook de politiek doorpakken. Een consistente en betrouwbare overheid is van levensbelang voor bedrijven om lange termijn investeringen te doen."