VNCI: geef circulaire chemie perspectief voor investeringen en opschaling
De Nederlandse chemische industrie kan een belangrijke bijdrage leveren aan de circulaire economie. Om die bijdrage daadwerkelijk op te schalen, zijn gerichte beleidsmaatregelen nodig. In aanloop naar de tweede termijn van het commissiedebat Circulaire Economie op 8 september roept de VNCI de Tweede Kamer op om de aangekondigde prioriteit voor de chemie te vertalen naar concrete actie.
De chemische industrie staat aan de basis van materialen en producten die in vrijwel alle industriële ketens worden gebruikt. Door afvalstromen, biogrondstoffen en CO2 als grondstof in te zetten, kunnen materialen langer hun waarde behouden en neemt de afhankelijkheid van fossiele grondstoffen af.
De sector heeft de afgelopen jaren belangrijke stappen gezet. Zo zijn nieuwe biobased materialen ontwikkeld, is chemische recycling opgeschaald naar industriële toepassingen en blijft de sector investeren in mechanische recycling. Tegelijkertijd lopen veel projecten tegen belemmeringen aan die bedrijven niet zelfstandig kunnen oplossen.
Prioritaire keten
“Het is goed nieuws dat het kabinet de chemische industrie, naast de bouw en elektronica, wil aanwijzen als prioritaire keten binnen het CE beleid”, zegt Yannic Wevers, beleidsadviseur Materialentransitie bij de VNCI. “Deze erkenning is belangrijk, maar dit vraagt wel om concrete maatregelen die investeringen en opschaling mogelijk maken.”
Drie voorwaarden
Om de circulaire economie versneld van ambitie naar uitvoering te brengen, noemt de VNCI drie voorwaarden. Ten eerste is een stabiele Europese markt nodig voor circulaire en low-carbon producten. Dat vraagt om een duidelijk Europees wetgevend kader, productmandaten en andere beleidsmaatregelen die structureel vraag creëren naar duurzame materialen en grondstoffen.
Daarnaast is passend nationaal instrumentarium nodig om investeringen mogelijk te maken. Veel circulaire en biobased projecten bevinden zich in de fase tussen innovatie en commerciële toepassing. Juist in deze periode is ondersteuning cruciaal. De VNCI pleit daarom voor voldoende budget en continuïteit binnen bestaande regelingen, zoals DEI+, NIKI en VEKI. Ook vraagt de vereniging om de eerder gereserveerde 236 miljoen euro voor de tweede fase van BioBased Circular beschikbaar te houden voor opschaling en marktintroductie van innovatieve biobased chemicaliën en materialen.
Een derde voorwaarde is het wegnemen van belemmeringen in regelgeving, uitvoering en vergunningverlening. Daarbij is volgens de VNCI meer duidelijkheid nodig over onder meer de einde-afvalstatus van materialen, de erkenning van verschillende recyclingtechnologieën en de toepassing van massabalanssystemen. Ook moet worden voorkomen dat regelgeving die is gebaseerd op bestaande materiaalstromen onbedoeld innovatieve circulaire en biobased oplossingen belemmert.
Van ambitie naar uitvoering
De VNCI roept de Tweede Kamer op om in de tweede termijn van het debat aan te dringen op een samenhangende aanpak van industriebeleid, Europese vraagcreatie, investeringsondersteuning en rechtszekerheid. “Alleen met een voorspelbaar investeringsklimaat en een goed functionerende markt kunnen circulaire innovaties doorgroeien naar grootschalige toepassing”, aldus Wevers.
Lees hier de complete inbreng van de VNCI voor het debat Circulaire Economie (tweede termijn) van woensdag 8 september.