15.09.2026

NPE 2026: "Positieve stap richting realistischer en uitvoerbaar energiesysteem"

De VNCI verwelkomt de actualisatie van het Nationaal Plan Energiesysteem (NPE) 2026. Het ministerie van Economische Zaken en Klimaat schetst een realistischer beeld van de uitdagingen rond de verduurzaming van het energiesysteem en de industrie. Positief is dat het kabinet nadrukkelijker oog heeft voor betaalbaarheid, leveringszekerheid, uitvoerbaarheid en concurrentievermogen.

 

 

Volgens de VNCI laat het geactualiseerde NPE zien dat de energietransitie minder maakbaar is dan eerder werd aangenomen. “De onzekerheden rond waterstof, elektrificatie, infrastructuur en vraagontwikkeling worden realistischer benoemd”, zegt Yannic Wevers, beleidsadviseur Materialentransitie en Duurzaamheid bij de VNCI. “Dat biedt een beter uitgangspunt voor beleid en investeringsbeslissingen.” Ook is het volgens Wevers positief dat het kabinet erkent dat bestaande en nieuwe duurzame productie nog geruime tijd naast elkaar zullen bestaan.

Vraag naar duurzame producten

De VNCI is positief over de grotere aandacht voor vraagcreatie: verduurzaming vraagt niet alleen investeringen in productie en infrastructuur, maar ook voldoende vraag naar duurzame en circulaire producten. Het NPE erkent terecht dat vrijwillige betaalbereidheid alleen vaak onvoldoende is om nieuwe markten op gang te brengen. Wel is verdere uitwerking nodig van beleid dat daadwerkelijk vraag creëert naar duurzame grondstoffen en chemische producten.

Waterstof, CCS en infrastructuur

De actualisatie gaat uit van een realistischer ontwikkeling van hernieuwbare waterstof. Ook krijgt CO2-afvang en -opslag (CCS) een duidelijkere rol in het energiesysteem. Voor delen van de chemische industrie blijft CCS een noodzakelijke stap richting verduurzaming. Tegelijkertijd blijft tijdige aanleg van waterstof- en CO2-infrastructuur cruciaal om investeringen mogelijk te maken.

Concurrentiekracht en industriebeleid

De VNCI waardeert dat concurrentiekracht nadrukkelijker wordt meegenomen in de analyse. Energiekosten, netwerkkosten en investeringskosten zijn immers bepalend voor verduurzamingsbeslissingen. Wel blijft het nog onduidelijk hoe de concurrentiepositie van de energie-intensieve industrie concreet kan worden versterkt. Ook ontbreekt nog een duidelijke visie op welke industriële activiteiten Nederland en Europa strategisch willen behouden en verduurzamen. Juist voor sectoren als de chemie zijn die keuzes belangrijk voor investeringen, werkgelegenheid en strategische autonomie.

Materialentransitie vraagt meer aandacht

Het NPE erkent het belang van de overgang naar duurzame koolstofketens, maar de uitwerking blijft beperkt. Voor de chemische industrie zijn recycling, biogrondstoffen en afgevangen koolstof essentieel voor verduurzaming. De VNCI pleit daarom voor een sterkere koppeling tussen energie-, klimaat- en grondstoffenbeleid, zodat de energie- en materialentransitie zich in samenhang kunnen ontwikkelen.

Van analyse naar uitvoering

Overall ziet de VNCI de actualisatie van het NPE als een belangrijke stap vooruit. Veel knelpunten die de industrie de afgelopen jaren heeft benoemd, worden nu expliciet erkend. “De volgende stap is om deze inzichten te vertalen naar concrete maatregelen”, besluit Wevers. “Uiteindelijk zijn voor bedrijven de beschikbaarheid van energie, grondstoffen, infrastructuur, vergunningen en stabiel beleid bepalend voor investeringsbeslissingen en verdere verduurzaming.”

Lees hier de actualisatie van het Nationaal Plan Energiesysteem 2026.

``