15.09.2026

KEV 2026: verduurzaming industrie vraagt om extra beleid en infrastructuur

De Klimaat- en Energieverkenning (KEV) 2026 laat zien dat Nederland met het huidige beleid niet op koers ligt richting klimaatneutraliteit in 2050. Ook voor de industrie blijft de opgave groot: de emissies dalen weliswaar richting 2030, maar een belangrijk deel van die reductie hangt nauw samen met lagere productievolumes en afnemende industriële activiteit in Nederland, specifiek in de chemische industrie.

 

Dat blijkt uit de nieuwste KEV van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). “Hiermee dreigt emissiereductie steeds vaker het gevolg te zijn van afbouw van productie, in plaats van verduurzaming van bestaande installaties”, zegt Rob Gosselink, beleidsadviseur Klimaat en Energie bij de VNCI. “Dat is geen structurele oplossing, want die ontwikkeling leidt tot verlies van bedrijvigheid, grotere importafhankelijkheid en vaak ook tot hogere mondiale CO₂-uitstoot."

Doelen uit zicht

De geraamde emissiedaling in 2030 stagneert nu al drie jaar op rij. Volgens het PBL hebben politieke impasses het tempo uit de energietransitie gehaald. Daardoor wordt het zeer onwaarschijnlijk dat Nederland het klimaatdoel voor 2030 haalt. Ook richting 2040 is er nog een grote afstand tussen de Europese ambities en de verwachte emissiereductie op basis van het huidige beleid. Om de energietransitie op korte termijn op koers te krijgen, is robuust extra beleid op Europees en nationaal niveau nodig, aldus het PBL.

Verduurzaming vraagt meer dan een CO₂-prijs

De geprojecteerde ETS-prijs speelt een belangrijke rol in de projecties van de KEV. Gosselink benadrukt dat CO₂-prikkels alleen niet voldoende zijn om investeringen van de grond te krijgen. “Verduurzamingsprojecten worden niet alleen bepaald door de CO₂-prijs", zegt Gosselink. "Bedrijven hebben ook behoefte aan een gelijk speelveld, passende bescherming tegen oneerlijke concurrentie van buiten Europa en voldoende vraag naar duurzame producten. Alleen dan worden investeringen in verduurzaming daadwerkelijk gerealiseerd."

Infrastructuur blijft knelpunt

Daarnaast laat de KEV zien dat vertragingen in energie- en CO₂-infrastructuur direct gevolgen hebben voor de snelheid waarmee bedrijven kunnen verduurzamen. De uitgestelde ingebruikname van het Aramis-project voor CO₂-transport en -opslag speelt daarbij een belangrijke rol.

De VNCI vindt het daarom positief dat het kabinet middelen reserveert om de ontwikkeling van CCS-infrastructuur te ondersteunen. Koolstofafvang en -opslag is voor veel industriële processen een noodzakelijke tussenstap om emissies terug te dringen, terwijl alternatieve technieken verder worden opgeschaald.

Richting 2040

De KEV bevat dit jaar voor het eerst een uitgebreide doorkijk naar 2040. Het PBL constateert dat er nog grote onzekerheden zijn over de toekomstige ontwikkeling van de industrie en de energievoorziening. In de ramingen hangt een belangrijk deel van de emissiereductie samen met lagere industriële productievolumes.

Volgens de VNCI moet de focus daarom liggen op het realiseren van de voorwaarden voor verduurzaming, zoals tijdige aanleg van energie-, waterstof- en CO₂-infrastructuur in Nederland en in de industriële clusters van Noordwest-Europa.

Lees hier de Klimaat- en Energieverkenning 2026 van het PBL.

``