05.02.2026

Kabinet presenteert aanpak netcongestie

De wachtrijen voor aansluiting op het elektriciteitsnet lopen verder op en raken steeds meer bedrijven en instellingen. In een gezamenlijk rapport presenteren overheid, netbeheerders en het bedrijfsleven acht doorbraken om sneller ruimte te creëren op het volle stroomnet.

 

De kern van de aanpak is dat het elektriciteitsnet slimmer en intensiever wordt benut. Door anders te kijken naar de balans tussen betrouwbaarheid, beschikbaarheid en betaalbaarheid kan extra capaciteit worden vrijgemaakt. Dat vraagt om duidelijke maatschappelijke keuzes, aldus demissionair minister Sophie Hermans (KGG): een zwaardere belasting van het net betekent immers minder reservecapaciteit. Een onafhankelijke adviesraad moet deze afweging begeleiden. Tegelijkertijd worden afspraken ontwikkeld om risico’s te beperken, zoals tijdelijk terugschakelen bij piekbelasting.

Reactie VNCI

Netcongestie is voor de chemische industrie een grote belemmering: bedrijven krijgen vaak geen tijdige aansluiting op het elektriciteitsnet en weten niet wanneer die er wél komt. Naast forse investeringen in uitbreiding en verzwaring van het net is het daarom cruciaal om de bestaande capaciteit slimmer te benutten, zodat de wachtrijen sneller kunnen slinken.

De VNCI is positief over het gezamenlijke denkwerk van de werkgroep netcongestie, dat tastbare richtingen biedt om op korte termijn ruimte te creëren. “Dat het nieuwe kabinet netcongestie tot topprioriteit heeft gemaakt, geeft bedrijven extra perspectief”, zegt Mark Intven, hoofd Klimaat & Energie bij de VNCI. “Tegelijk blijft het essentieel dat er voor de langere termijn een aanpak komt die bedrijven tijdig zekerheid geeft voor hun elektrificatieplannen.” De VNCI is actief betrokken bij de uitwerking, onder meer bij de individuele top‑50‑flexafspraken. Eerder liet Air Liquide in Zeeland al zien welke ruimte flexibele contracten met TenneT kunnen opleveren: de wachtlijst voor aansluitingen kromp daar met 87 procent.

De acht doorbraken in het kort

  1. Stroomnet zwaarder benutten; door minder reservecapaciteit aan te houden en capaciteit slim te delen, ontstaat extra ruimte voor nieuwe aansluitingen.
  2. Realistischere groeiprognoses; nauwkeuriger regionale voorspellingen voorkomen dat capaciteit onnodig wordt gereserveerd en versnellen toekenning aan wachtende bedrijven.
  3. Aantrekkelijkere flexcontracten; nieuwe voorwaarden en vergoedingen moeten het voor bedrijven aantrekkelijker maken tijdelijk op- of af te schakelen.
  4. Meer inzicht in flexmogelijkheden; netbeheerders brengen beter in kaart welke flexibiliteit bedrijven écht kunnen leveren, zodat het net efficiënter kan worden aangestuurd.
  5. Regionale flexibiliteitstenders: vanaf 2026 komen er minimaal vier tenders waarmee bedrijven tegen vergoeding flexibiliteit kunnen aanbieden bij regionale congestie.
  6. Top50aanpak voor grootverbruikers; met een beperkt aantal grote industrieën worden maatwerkafspraken gemaakt die direct verlichting bieden in knelregio’s.
  7. Flexibel aansluiten als nieuwe norm; batterijen, laadpleinen en andere installaties worden voortaan standaard flexibel of netondersteunend aangesloten om ruimte vrij te maken.
  8. Meer financiële ruimte voor flexibiliteit; Netbeheerders krijgen budget om flexibiliteit in te kopen; doel is minimaal vijfhonderd miljoen euro aan extra contracten in de komende twee jaar.

Van plannen naar praktijk

Met deze gezamenlijke aanpak erkennen overheid, netbeheerders, toezichthouder en bedrijfsleven de urgentie. Worden de maatregelen tijdig ingevoerd, dan kan richting 2030 een groot deel van de huidige wachtrij worden weggewerkt. De verwachte opbrengst bedraagt 5–10 GW aan extra netcapaciteit in 2030 en 10–20 GW in 2035.

Meer weten?