13.02.2026

Grootverbruikers betalen meer belasting op leidingwater

Per 1 januari 2026 is het heffingsplafond voor de Belasting op Leidingwater (BoL) van drinkwaterkwaliteit fors verhoogd. Bedrijven betalen vanaf dat moment belasting over de eerste vijftigduizend kubieke meter leidingwater per aansluiting per jaar, een enorme sprong ten opzichte van de vroegere grens van driehonderd kubieke meter. In 2027 verdwijnt het heffingsplafond helemaal en wordt de belasting geheven over elke kubieke meter leidingwater van drinkwaterkwaliteit. 

 

Deze wijzigingen volgen uit aanpassingen in de Wet belastingen op milieugrondslag. Voor bedrijven in de chemische industrie die veel drinkwater gebruiken, leiden de veranderingen tot aanzienlijke kostenstijgingen. De maatregel wil bedrijven stimuleren bewuster om te gaan met hoogwaardig drinkwater, maar raakt tegelijkertijd industriële grootverbruikers in de portemonnee.  

Zorgen heffingsdruk blijven

Oorspronkelijk zou de belasting gelden voor al het water dat door de leiding stroomt maar dat plan is inmiddels van de baan. De chemische industrie zet met het hergebruiken van proceswater namelijk al jarenlang stevig in op circulair watergebruik en een belasting op al het leidingwater zou dit in de weg hebben gestaan. 

“Het is goed te zien dat de lobby op dat punt succesvol is geweest," zeg Lotte Stoppelenburg, beleidsadviseur milieu bij de VNCI. "Het afschaffen van het heffingsplafond betekent echter wel dat bedrijven straks over veel grotere volumes belasting gaan betalen, terwijl alternatieve waterstromen zoals gezuiverd proceswater of oppervlaktewater niet altijd beschikbaar zijn of forse investeringen vergen.”  

De VNCI volgt de implementatie van de wetswijzigingen op de voet en blijft erover in gesprek met beleidsmakers. Daarmee willen we ervoor zorgen dat toekomstige stappen rond waterbeprijzing recht doen aan de inspanningen van de industrie op het gebied van waterbesparing.