04.03.2026

Consumenten en experts spreken andere taal over chemische stoffen: duidelijke informatie kan vertrouwen versterken

Hoewel zowel consumenten als experts de chemische industrie als een belangrijke pijler voor de Nederlandse economie zien, is de kloof in beeldvorming over chemische stoffen tussen beide groepen opvallend groot. Wat hen echter bindt, is een sterke behoefte aan betere informatievoorziening. Dit blijkt uit een nieuw onderzoek in opdracht van de Vereniging voor de Nederlandse Chemische Industrie (VNCI).

 

Het onderzoek, uitgevoerd door Flycatcher onder 1.012 consumenten en 81 experts, voornamelijk uit de chemische industrie, laat zien dat beide groepen oog hebben voor het economisch belang van de chemische sector. Consumenten beoordelen dit met een gemiddelde score van 3,8 en experts zelfs met 4,6 op een schaal van vijf.

Wat experts en consumenten onder chemische stoffen verstaan, en hoe zij risico’s voor gezondheid en milieu beoordelen, verschilt echter sterk. Consumenten denken vooral aan onnatuurlijke, door de mens gemaakte of mogelijk schadelijke stoffen, terwijl experts chemische stoffen omschrijven als alle stoffen die bestaan uit moleculen of verbindingen, inclusief natuurlijke stoffen als water en zout.

Consumenten zien vaker risico’s

Terwijl chemische stoffen in 96 procent van de producten om ons heen voorkomen, ziet een meerderheid van de Nederlandse consumenten (81 procent) ze vooral als gevaarlijk en milieubelastend. Daarnaast ziet 66 procent van de consumenten chemische stoffen als schadelijk voor de gezondheid, en zegt 53 procent liever producten zonder chemische stoffen te gebruiken. Bij de ondervraagde experts zijn die zorgen aanzienlijk kleiner: 36 procent denkt bij producten waarin chemische stoffen zitten aan gezondheidsrisico’s, en slechts elf procent zou liever zonder leven.

Dagelijkse producten en directe leefomgeving

Consumenten ervaren vooral de aanwezigheid van chemische industrie, het gebruik van schoonmaakmiddelen, verf en geneesmiddelen, en het tanken van diesel of benzine als grootste gezondheidsrisico’s. Experts noemen deels dezelfde categorieën, maar zien oppervlaktewater als belangrijker risico dan geneesmiddelen. Bij milieubelasting plaatsen consumenten de chemische industrie, schoonmaakmiddelen, geneesmiddelen, plastic producten en verf bovenaan. Experts noemen vooral ook het gebruik van voertuigen en openbaar vervoer als bronnen van milieubelasting.

Deze verschillen laten zien dat consumenten vaker kijken naar zichtbare producten of situaties in hun directe leefomgeving, terwijl experts ook redeneren vanuit emissies en blootstelling.

Grote behoefte aan informatie

Wat beide groepen echter bindt, is hun behoefte aan betere informatievoorziening: 57 procent van de consumenten en 54 procent van de experts zegt meer en duidelijkere informatie te willen ontvangen. Daarbij missen consumenten vooral duidelijkheid over de gezondheidseffecten van chemische stoffen (39 procent), de manieren waarop zij daarmee in aanraking komen en de milieugevolgen (beiden 33 procent). Experts vragen vooral om meer informatie over de economische impact van de sector (veertig procent) en duurzame ontwikkelingen (32 procent).

Rijksoverheid meest vertrouwde bron

Zowel consumenten (89 procent) als experts (86 procent) zien de Rijksoverheid als meest betrouwbare bron van informatie. Zij verwachten daarnaast een grotere rol van universiteiten, kennisinstellingen en chemische bedrijven bij het toegankelijk maken van informatie.

“Dit onderzoek laat zien dat consumenten en experts vaak niet over hetzelfde praten wanneer het over chemische stoffen gaat,” zegt Michiel van Kuppevelt, Beleidsadviseur Veilige en Duurzame Stoffen bij de VNCI. “Daarom is transparante en begrijpelijke informatie belangrijk: mensen willen weten wat chemische stoffen zijn, waar ze ermee in aanraking komen en hoe veiligheid wordt geborgd. Hier ligt een taak voor de hele sector, kennispartners en de overheid om dat helder uit te leggen en zo het vertrouwen te vergroten. De VNCI werkt daar graag aan mee.”

Lees hier het volledige onderzoek