NLEN(X) Sluiten

          

NL EN

Ledennet

Onderliggende pagina's

    Feiten en cijfers 2014


    Hier vindt u de belangrijkste kerngetallen van de chemische industrie in Nederland (peiljaar: 2014). Bron: VNCI Jaarverslag & RC-rapport 2014

    Feiten en cijfers per onderwerp

    Nederland heeft een gunstig vestigingsklimaat voor de chemische industrie, omdat hiervoor de juiste randvoorwaarden aanwezig zijn. Zo zijn belangrijke grondstoffen beschikbaar of kunnen makkelijk worden aangevoerd en een uitgebreid transportnetwerk biedt toegang tot het Europese afzetgebied. Verder behoren chemisch onderzoek en opleiding in Nederland tot de wereldtop. Samen met de Nederlandse cultuur en mentaliteit, zorgen die voor een krachtige chemische industrie die een aanjager vormt van de economie en het voortouw neemt in duurzaam ontwikkelen en ondernemen.

    Omzet

    De netto omzet in de chemische industrie is het afgelopen jaar voor het eerst na de hersteljaren na de crisis gedaald. In 2014 bedroeg de netto omzet € 56 miljard (€ 49 miljard exclusief farma), een daling van ongeveer 2% ten opzicht van 2013. Deze daling werd veroorzaakt door een afname van de prijzen. De productie nam iets toe. De sector (inclusief de rubber- en kunststofindustrie) blijft met ruim 2% een grote bijdrage leveren aan het Nederlandse Bruto Binnenlands Product.

    Figuur 1: Netto-omzet Nederlandse chemische industrie

    Bron: CBS

    terug naar lijst met onderwerpen

    Productievolume

    Het productievolume van de Chemische industrie steeg in 2014 naar 102 indexpunten (o.b.v. basisjaar 2010, inclusief farma). Dit betekent een stijging van 1% ten opzichte van 2013.

    Figuur 2: Index productievolume (jaar 2010 = 100)

    Bron: CBS

    terug naar lijst met onderwerpen

    Handel

    80% van de in Nederland vervaardigde chemische producten wordt geëxporteerd. Hiervan gaat weer 80% naar landen binnen Europa. De export is in 2014 met bijna 2% gestegen tot een bedrag van € 76 miljard.

    Vooral de export naar het VK (+10%) en Azië (+5%) zijn gestegen. De export naar de Verenigde Staten is meer dan 10% gedaald en de export naar Italië met 20%.

    De export van chemische producten bedraagt ruim 17% van de totale goederenexport en 19% van de in Nederland geproduceerde geëxporteerde goederen. De import daalde in 2014 met ruim 1% naar € 51 miljard. De chemische industrie leverde in 2014 een positieve bijdrage aan de handelsbalans van € 24 miljard, dit is 49% van het goederentotaal.

    Figuur 3: Bijdrage Nederlandse chemische industrie aan handelsbalans (in miljard euro)

    Bron: CBS

    Figuur 4: Export Nederlandse chemische industrie 

    Bron: CBS

    terug naar lijst met onderwerpen

    Werkgelegenheid

    In 2014 werkten er ongeveer 57.000 mensen in de chemische industrie, waarvan 13 duizend in de farmaceutische industrie. Ongeveer een derde van het personeel in de sector heeft een hbo- of hogere opleiding gevolgd. Ruim twee derde van het personeel heeft een mbo-opleiding genoten.

    terug naar lijst met onderwerpen

    Onderzoek & ontwikkeling

    Innovatie is essentieel voor de Nederlandse chemische industrie. Dit blijkt onder meer uit de investeringen die de sector doet in onderzoek en ontwikkeling. De chemische industrie in Nederland geeft zo’n 1,25% van de omzet uit aan onderzoek en ontwikkeling binnen het eigen bedrijf, ongeveer 750 miljoen euro (cijfers 2012).

    terug naar lijst met onderwerpen

    Dienstverlening & ondernemingsklimaat

    Handelspolitiek

    Aandacht voor handelspolitiek was het afgelopen jaar onverminderd belangrijk. Het handelsakkoord met de VS biedt historische kansen.

    TTIP

    De VNCI is net als de Europese en Amerikaanse brancheorganisaties Cefic en ACC groot voorstander van het Transatlantic Trade and Investment Partnership (TTIP), waar ook afgelopen jaar volop over onderhandeld werd. De VNCI heeft de ambtenaren op nationaal niveau geïnformeerd over het belang van TTIP voor de chemische industrie. Het chemiestandpunt over TTIP, dat zich vooral richt op erkenning van diverse standaarden, afbouw van douanetarieven en invoerheffingen en op toegang tot energiebronnen in de VS, is bij diverse gelegenheden gedeeld.

    terug naar lijst met onderwerpen

    Responsible Care

    Het goede goed doen, daar gaat het om bij Responsible Care en duurzaamheid in de chemische industrie. Die twee begrippen liggen in elkaars verlengde en worden daarom steeds meer geïntegreerd opgepakt, zo blijkt ook uit dit Responsible Care-rapport.

    De VNCI noemde in 2014 het verbeteren van prestaties van de sector voor milieu, veiligheid en gezondheid  (met nadruk op achterblijvers en ketenpartners) als belangrijke prioriteit voor de korte termijn. Het programma Veiligheid Voorop is hiervoor een belangrijk instrument. Hiermee zorgen de betrokken partijen voor een transparante en realistische communicatie over veiligheid.

    Om producten te maken gebruikt de chemische industrie veel grondstoffen en energie en stoot daarbij onder meer broeikasgassen uit. Zij werkt er daarom continu aan om steeds efficiënter en schoner te produceren. Daarnaast levert de industrie met haar producten ook oplossingen voor grote maatschappelijke uitdagingen.

    Figuur 5 percentage van implementatie en certificering van deze managementsystemen op de productiesites van de leden

    Op basis van de analyse over meerdere jaren lijkt het erop dat er sprake is van daling van het toepassen van managementzorgsystemen. Uit de RC-enquête blijkt echter dat diverse bedrijven ook een bedrijfseigen operational excellence-systeem hebben. Ook worden andere (gecertificeerde) borgingssystemen toegepast, zoals op het gebied van onderhoud van installaties. 

    Daarnaast hanteren de VNCI-leden met een BRZO-locatie het wettelijk verplichte veiligheidsbeheerssysteem (VBS). Dit is ook een managementsysteem om de veiligheidsrisico’s te identificeren, veiligheidsmaatregelen te borgen en de veiligheidsprestaties te monitoren en te verbeteren.

    terug naar lijst met onderwerpen

    Veiligheid & gezondheid

    Veiligheid Voorop

    In het actieplan Veiligheid Voorop spreken diverse branches de ambitie uit om aan de hand van tien actiepunten de veiligheid in bedrijven – en in de keten – verder te verbeteren. De VNCI is sinds de start in 2011 actief bij Veiligheid Voorop betrokken. Dit programma levert onder andere instrumenten en netwerkactiviteiten op om de veiligheid te verbeteren. In 2014 hebben de partners voor de derde keer een voortgangsrapport uitgebracht. In dit rapport is een overzicht van indicatoren opgenomen die de voortgang van de veiligheidscultuur bij de aangesloten bedrijven duiden.

    Figuur 3: Score op toaat VBS-elementen BRZO/Arie bedrijven

    Overall laten BRZO-bedrijven een stabiele score zien op alle elementen uit het veiligheidsbeheerssysteem. De overgrote meerderheid (82 procent) scoort alle categorieën ‘goed’ of ‘redelijk’. Verder is het aantal leden met een volledig geïmplementeerd securitymanagementsysteem gestegen van 39 naar 51 procent. Daarbij gaat het niet alleen om bedrijven die vallen onder het (inmiddels verlopen) securityconvenant, maar ook om de overige leden. In 2014 is verkend hoe de securityafspraken uit dit convenant (tussen overheid en chemiesector) gecontinueerd kunnen worden binnen de roadmap security.

    Arbeidsomstandigheden

    Arbeidsrisico’s zijn nooit helemaal uit te sluiten, maar het beleid van de VNCI-leden is erop gericht om risico’s voor gezondheid en veiligheid te beheersen en zover als mogelijk te minimaliseren.

    Figuur 5: Lost time injuries rate (LTIR)

    Bron: VNCI

    Het aantal arbeidsongevallen voor de periode 2009-2013 ligt op een laag niveau. De maat die wordt gehanteerd is de lost time injury rate (LTIR): het aantal LTI’s per miljoen gewerkte uren. LTI staat voor een direct lichamelijk letsel waardoor een werknemer lichamelijk of mentaal (vastgesteld door een competent medisch persoon) voor minimaal één dag niet in staat is om zijn geplande werkzaamheden uit te voeren. De LTIR voor de categorie eigen werknemers is gedaald van 1,8 in 2012 naar 1,3 in 2013. Bij aannemers is een daling te zien van 1,7 in 2012 naar 1,5 in 2013. De VNCI en haar leden streven ernaar dat het LTIR-niveau voor aannemers verder daalt en op hetzelfde niveau als dat van eigen werknemers uitkomt.

    Figuur 6: Aantal sterfgevallen in de chemische industrie

    Bron: VNCI

    Een statistische en trendanalyse is echter gezien het kleine aantal arbeidsongevallen niet verantwoord. De beschikbare informatie wordt gebruikt om de bewustwording bij de leden te vergroten.

    Daarom is de VNCI vier jaar geleden gestart met een analyse van de LTIR-incidenten. Hiermee geeft zij gerichte informatie over de (basis)oorzaken van de meeste ongevallen die bij VNCI-leden hebben plaatsgevonden en waarmee leden de veiligheid van hun eigen werkprocessen kunnen verbeteren. Afgelopen jaar werd in die analyse (over de cijfers van 2013) voor het eerst ook een beschrijving van de ongevallen opgenomen, zodat bedrijven nog meer van elkaar kunnen leren. De aard van de ongevallen is divers, maar relatief veel incidenten hebben niet direct te maken met het primaire proces.

    Ondanks de dalende lijn in het aantal arbeidsongevallen, waren er in 2013 wel twee dodelijke slachtoffers te betreuren. Het betrof hier werknemers van aannemers of logistieke partners.

    Logistieke veiligheid

    Figuur 7: Voorvallen per modaliteit

    Bij het vervoer van chemische producten speelt veiligheid een belangrijke rol. Prestaties rondom logistieke veiligheid worden geëvalueerd aan de hand van het aantal incidenten tijdens het transport van chemische producten. Hierbij is de Cefic-definitie gehanteerd. Uit de gerapporteerde data (zie figuur .7.) blijkt dat de meeste incidenten plaatshadden bij het wegtransport. In de grafiek van figuur .8 is de koppeling gemaakt tussen vervoersmodaliteit en getransporteerde hoeveelheden. 

    Figuur 8: Voorvallen (aantal/ 1.000.000 ton vervoerd product)

    terug naar lijst met onderwerpen

    Milieu, energie & klimaat

    Bij de behaalde reducties in NEC-emissies, zoals SO2 en NOx, is de verwachting dat de chemische industrie op koers ligt voor het behalen van de 2020-doelstellingen. CBS-cijfers laten zien dat de CO2-emissie van de chemische industrie in Nederland even hoog ligt als in 2012. Wel verschoven de emissies wederom van direct naar indirect. Dit komt doordat bedrijven steeds vaker de gasgestookte WKK-centrales uitzetten.

    Emissies NEC stoffen

    De grafieken 9 en 10 tonen de emissies in Nederland van stoffen waarvoor een Europees NEC-plafond (National Emission Ceilings) bestaat. Het gaat hier om NOx, SO2, NMVOS, NH3 en fijn stof. Tussen 2008-2010 tonen de grafieken (deels) twee lijnen: een lijn voor de emissies van bedrijven die meededen aan het Milieuconvenant, dat 2010 afliep, en een tweede lijn voor de emissies van de VNCI-leden die een milieujaarverslag hebben ingeleverd. (De populaties zijn niet helemaal gelijk, wat het kleine verschil verklaart.)

    Figuur 9: Emissies NEC-stoffen naar lucht NOx, NMVOS, SO2

     
    Figuur 10: Emissies NEEC-stoffen naar lucht, Fijnstof, NH3

    CO2-emissies

    CBS-cijfers laten in grafiek 11 zien dat de hoeveelheid CO2-emissie van de chemische industrie in Nederland gelijk is gebleven ten opzichte van 2012, maar er is wel een verdere verschuiving te zien van directe naar indirecte emissies. Directe emissies zijn het resultaat van het verbruiken van brandstof voor de productie van warmte en elektriciteit. Indirecte emissies komen tot stand door de inkoop van energie uit andere bronnen.

    Figuur 11: CO2 emissie chemische industrie in Nederland

    Bron: VNCI

    Energieverbruik

    Het totale energieverbruik van de chemische industrie is in grafiek 12  per jaar weergegeven. Een indicatie voor de hoeveelheid energie per ton product (ook wel ‘specifiek energieverbruik’ genoemd) is het energieverbruik gedeeld door het geproduceerde tonnage in de sector. Deze wordt weergegeven door de blauwe lijn en is af te lezen op de rechter-as. Hierbij dient te worden opgemerkt dat voor 2012 en 2013 het CBS dit cijfer niet langer aanlevert. Het CBS heeft aangekondigd om komend jaar opnieuw te kijken naar de onderliggende productiedata over de laatste jaren. Een verklaring voor de ontwikkeling van het specifiek energieverbruik in deze grafiek op sectorniveau is zonder nadere duiding van deze onderliggende data niet te geven (verschuivingen in productspecificaties kunnen bijvoorbeeld effecten hebben op het specifiek energieverbruik). De monitoringresultaten van de convenanten daarentegen hebben direct betrekking op de genomen en gerapporteerde maatregelen in 2013.

    Figuur 12: Energieverbruik chemische industrie

    Bron: CBS


    Contact

    Telefoon: 070 337 87 87
    Fax: 070 320 39 03
    E-mail: info@vnci.nl
    Website: www.vnci.nl

    Postadres
    Postbus 443
    2260 AK  Leidschendam

    Bezoekadres
    Castellum, ingang C
    Loire 150
    2491 AK  Den Haag

    Perscontact
    Woordvoerder: Henk Engelenburg
    Telefoon: 070 337 87 30
    E-mail: engelenburg@vnci.nl

    Inschrijven voor de nieuwsbrief

    Lees de Chemie Nieuwsbrief en blijf op de hoogte van het laatste nieuws van de VNCI.


    all rights reserved 2016