Versnelling energie-infrastructuur voor verduurzaming chemieclusters

Netbeheerders zijn verrast door de snelheid waarmee de chemische industrie in de vijf clusters verduurzaamt. De aanleg van de energie-infrastructuur verloopt te langzaam om nog sneller de stap van grijs naar groen te maken. Vijf ervaren bestuurders zijn begin oktober door EZK-minister Micky Adriaansens benoemd tot clusterregisseur om de aanleg te bespoedigen.

Tekst: Adriaan van Hooijdonk
Beeld: Curve
Gepubliceerd: 19.12.2023

Als klein land hebben we dankzij onze ligging met zes chemieclusters, opleidingen en juiste mentaliteit de goede uitgangspositie voor de klimaattransitie en een gezonde en veilige toekomst van onze chemische industrie. Voor vijf van de zes clusters zijn bestuurders benoemd om de ambities tot uitvoer te brengen en waar nodig de randvoorwaarden te creëren om deze transitie te versnellen. Voor het zesde cluster benoemt het ministerie op een later moment ook een clusterregisseur.


Clusterregisseur Chemelot Mark Verheijen

“Ik ben druk bezig om de aanleg van de 380 kilovolt hoogspanningskabel van Maasbracht naar Chemelot te versnellen, evenals de bouw van het nieuwe hoogspanningsstation in Graetheide”, zegt Mark Verheijen, clusterregisseur Chemelot. De bedrijven op het industrieterrein willen hun processen en installaties elektrificeren om hun CO2-uitstoot te reduceren. Daar hebben ze duurzame energie uit de windparken op zee voor nodig, maar dan moet de hoogspanningskabel er wel tijdig liggen, evenals het nieuwe hoogspanningsstation.

Bij de aanleg van de energie-infrastructuur zijn veel verschillende partijen betrokken. Die nemen afzonderlijk van elkaar besluiten voor TenneT het station in gebruik kan nemen. “Ik kan geen wetten veranderen, maar hopelijk wel de besluitvormingsprocessen versnellen. Bijvoorbeeld door procedures parallel te laten lopen en te zorgen dat bezwaren niet te lang blijven liggen. Maar ook door te kijken of we met de bouw kunnen beginnen voordat de vergunning onherroepelijk is.”

“Ik kan geen wetten veranderen, maar hopelijk wel de besluitvorming versnellen.”

Verder zorgt hij ervoor dat de vele partijen die bij de aanleg zijn betrokken tijdig weten wanneer en wat voor soort besluiten ze moeten nemen. De bedrijven op Chemelot hebben niet alleen groene stroom, maar ook groene waterstof nodig om te verduurzamen. Gasunie moet de waterstofbackbone nog door Nederland uitrollen en ook hiervoor zijn snelle procedures en besluitvorming essentieel. Datzelfde geldt voor de aanleg van ondergrondse buisleidingen tussen de haven van Rotterdam naar de industrie op Chemelot en Noordrijn-Westfalen, de zogeheten Delta Rhine Corridor. “Ik zoek onder meer uit welke bedrijven op Chemelot hiervan gebruik willen maken. Daar is cruciaal dat vraag en aanbod goed in beeld zijn omdat de schop anders gewoon niet de grond in gaat.”

“Er vinden veel bestuurlijke overleggen plaats, maar dat soort overleggen nemen geen besluiten. Dat doen uiteindelijk rechtspersonen of bestuursorganen. Ik kijk als clusterregisseur wat die partijen nodig hebben om hun investeringsbeslissingen te nemen of hun vergunning af te geven. Als dat niet loopt, kan ik escaleren en de knelpunten op de juiste tafels neerleggen.”

Verheijen ziet het als zijn taak om deze processen te versnellen en kijkt hierbij ook naar wet- en regelgeving. Chemiebedrijven die bijvoorbeeld een SDE++-subsidie bij de overheid aanvragen om CO2 ondergronds op te slaan, moeten voor vijftien jaar contracten afsluiten. “Logisch, want investeerders willen zekerheid hebben. Maar de energietransitie gaat zo snel dat ondernemers zich niet voor zo’n lange periode kunnen vastleggen. We moeten ze meer flexibiliteit bieden.”


Clusterregisseur Noord-Nederland Tjisse Stelpstra

Chemiebedrijven in het cluster Noord-Nederland willen hun productie zo snel mogelijk verduurzamen, aldus clusterregisseur Tjisse Stelpstra. De voormalige gedeputeerde voor de provincie Drenthe met de portefeuille klimaat en energie was onlangs bij de Industrietafel Noord-Nederland te gast. De industrie, energiebedrijven, overheid en milieuorganisaties werken hierin samen aan de verduurzaming van de industrie in het noorden. “De chemiebedrijven willen snel stappen maken om de CO2-uitstoot te verlagen, maar lopen tegen meerdere uitdagingen aan.”

De belangrijkste twee: netcongestie en tegenstrijdige wet- en regelgeving. “Daar zijn wij niet uniek in, want dit speelt in alle clusters.” Wat kan hij concreet doen? “Ik praat momenteel veel met verschillende partijen. En zorg ervoor dat energieleveranciers en chemiebedrijven precies weten wat ze van elkaar nodig hebben. Ze moeten samen plannen maken en niet afzonderlijk.”

Zo zit hij onder meer aan tafel bij een netbeheerder die eerder dit jaar het plan ‘Target Grid’ lanceerde, een blauwdruk voor het benodigde elektriciteitssysteem in 2045. Sommige projecten lijken volgens hem vertraging op te lopen. “Ik maak mij sterk om deze benodigde investeringen voor de versnelling van de energietransitie naar voren te halen.”

Chemiebedrijven zouden hun productie tijdelijk kunnen verminderen wanneer de netten vol dreigen te lopen. Maar dat is volgens Stelpstra in de praktijk niet zo eenvoudig. “Een bedrijf dat volcontinu produceert kan niet zomaar terugschakelen. Zo werkt dat niet.”

“Tegenstrijdige wet- en regelgeving wegnemen.”

Het in kaart brengen en oplossen van tegenstijdige wet- en regelgeving staat ook hoog op zijn agenda. Hierbij gaat het niet alleen om landelijke, maar ook om regionale en lokale wet- en regelgeving.

Hij geeft een voorbeeld. “Neem bedrijven die e-boilers hebben aangeschaft die elektrische energie omzetten in stoom of warm water. Hierdoor vermindert het aardgasverbruik en de CO2-uitstoot. Soms kunnen ze de boilers echter niet inzetten en moeten ze op aardgas overschakelen. Bij een productiepiek overschrijden ze dan soms de CO2-uitstoot norm. Door die norm als norm voor een heel jaar te nemen is de inzet van boilers dus niet iets wat de overheid aanmoedigt.”

V.l.n.r. Ingrid Post, Tjisse Stelpstra, Anne-Marie Spierings, Micky Adriaansens, Job Jetten, Mark Verheijen, Cees Oudshoorn | Foto Platform Verduurzaming Industrie

 


Clusterregisseur Rotterdam-Moerdijk Anne-Marie Spierings

De chemische industrie in het cluster Rotterdam-Moerdijk maakt volgens clusterregisseur Anne-Marie Spierings grote stappen om duurzamer te produceren en de CO2-uitstoot te reduceren. Bijvoorbeeld met verregaande plannen en investeringen om krakers en processen te elektrificeren en waterstof in plaats van aardgas te gebruiken om warmte op te wekken of als duurzame chemische bouwsteen in te zetten. Hierbij lopen ze echter tegen meerdere knelpunten aan, zoals sectorale wet- en regelgeving, een overvol elektriciteitsnet, trage ruimtelijke procedures en de beschikbaarheid van grond.

“Als clusterregisseur zet ik mijn ervaring met milieu- en energiepolitiek graag in om de energietransitie in het cluster te versnellen. Dat is hard nodig want de voortgang van de energie- en infrastructuurprojecten gaat niet snel genoeg.” Dat komt volgens haar mede door de voortvarendheid waarmee de chemische industrie in het cluster momenteel verduurzaamt. Dat hadden de netbeheerders niet voorzien. 

Volgens Spierings zijn er genoeg opties om sneller over de benodigde energie-infrastructuur te beschikken. Neem de bouw van de LNG-terminal in Groningen. In een recordtijd van tien maanden zijn alle benodigde procedures doorlopen. “Door samen te werken in een integraal projectteam.” Als onafhankelijke clusterregisseur staat ze boven de belangen van de verschillende partijen en kan ze die samenwerking aanjagen. 

“Het is tijd voor een transitiewet.”

De sectorale wetgeving maakt het er allemaal ook niet eenvoudiger op. “Wet- en regelgeving, bijvoorbeeld op het gebied van stikstofuitstoot, soortenbescherming en luchtkwaliteit, werkt met normen. En we hebben niet het vermogen om te zeggen wat we nu belangrijker vinden: de energietransitie versnellen of een kleine overschrijding van een norm? We hebben meer ruimte nodig om de belangen goed tegen elkaar af te kunnen wegen. Het is tijd voor een transitiewet om een integrale afweging te kunnen maken tussen de verschillende belangen én de beste oplossingen om de energietransitie te versnellen.”

De chemische industrie is deels ook zelf aan zet. Chemiebedrijven zouden data over hun toekomstige energiebehoefte vaker moeten delen met netwerkbeheerders. De privacy is gegarandeerd door de stichting Data Safe House, waar een aantal chemiebedrijven al vanaf het begin bij betrokken is. “En denk na hoe het energiesysteem met pieken van zon- en windenergie er over tien tot twintig jaar uitziet en hoe je daar met je installaties slim op in kunt spelen.”


Clusterregisseur Noordzeekanaalgebied Ingrid Post

Het cluster Noordzeekanaalgebied heeft een aantal chemiebedrijven, waaronder katalysatorproducent Albemarle in Amsterdam-Noord en kunstmestproducent ICL in het Westelijk Havengebied. “Het cluster bestaat vooral uit staalindustrie, (duurzame) brandstoffentransport en productie en de voedingsmiddelenindustrie”, zegt clusterregisseur Ingrid Post. “Om duurzame brandstoffen te produceren, is chemie nodig. Zo begint de Nederlandse startup Synkero in het havengebied met de productie van synthetische kerosine en produceert AMA methanol.”

Er spelen dezelfde problemen als in de andere clusters: bedrijven die geen aansluiting meer kunnen krijgen door een overvol elektriciteitsnet, trage besluitvormingsprocedures en tegenstrijdige wet- en regelgeving. De komende jaren zijn meerdere 150 kilovolt en 380 kilovolt hoogspanningsstations nodig zodat onder meer de chemiebedrijven hun ambitie om rond 2030 te elektrificeren waar kunnen maken. Er wordt ook gekeken naar mogelijke alternatieven, zoals met aardgas blijven produceren en de CO2 afvangen en opslaan of waterstof inzetten.

"We moeten op zoek naar tijdelijke oplossingen."

Albemarle en ICL liggen bovendien dicht tegen Amsterdam aan. De behoefte aan nieuwe woningen is daar groot. “Wellicht moeten bedrijven in de toekomst verhuizen. En ze hebben te maken met netcongestie. Met deze onzekerheden investeren in verduurzaming is voor bedrijven heel lastig.”

Toch is er volgens haar genoeg ruimte in het Noordzeekanaalgebied voor de benodigde uitbreiding van energie-infrastructuur. Het verdwijnen van fossiele energie zorgt voor ruimte. Zo is er in 2030 geen kolenoverslag meer in de Amsterdamse Haven. En worden bestaande terminals gebruikt voor waterstof. “Maar we ontkomen er niet aan om energie-infrastructuur ook in het groen te plaatsen.”

Post gebruikt dezelfde versnellingsopties als in de andere clusters: projecten parallel voorbereiden, besluitvormingsprocedures versnellen en tegenstrijdige wet- en regelgeving in kaart brengen en hiervoor een oplossing vinden. “We verliezen te veel tijd, de uitvoering moet sneller.”

In de tussentijd zoekt Post met de bedrijven in het cluster naar slimme, tijdelijke oplossingen zodat ze ondanks het overvolle net toch genoeg elektriciteit te hebben. Zo is bijvoorbeeld in de Westpoort een energiecoöperatie opgericht om slim gebruik te maken van bestaande netcapaciteit en zet het cluster een versnellingsloket in.


Clusterregisseur Zeeland Cees Oudshoorn

Netbeheerders, het Rijk en de provincie maakten in het cluster Zeeland al verschillende plannen voor de aanleg van de levensader voor de Zeeuwse industrie: de 380 kilovolt hoogspanningsverbinding onder de Westerschelde. “Ik vertaal als clusterregisseur alle plannen naar één plan: het operationeel plan transitie cluster Zeeland met afspraken tussen alle partijen voor tijdige realisatie. Begin 2024 moet Opticz gereed zijn.”

De tijdige aanleg van de hoogspanningsverbinding, uiterlijk in 2030, is een cruciale voorwaarde voor de Zeeuwse chemiebedrijven om te elektrificeren. De 150 kilovolt leiding die nu elektriciteit van het noorden naar Zeeland transporteert, wordt overbelast waardoor netcongestie optreedt.

Voor de aanleg zijn meerdere vergunningen nodig. Wet- en regelgeving zorgt voor knelpunten. “De levensader doorkruist Natura 2000 gebieden, waaronder het estuarium van de Westerschelde”, licht Oudshoorn toe. Bovendien spelen er grote economische belangen en moet de Belgische overheid instemmen met alle Nederlandse plannen. Deze verplichting vloeit voort uit de Scheldeverdragen.

Hoe wil Oudshoorn de aanleg versnellen? “Door parallel voor te bereiden. Dus gelijktijdig met de procedure die tot het projectbesluit van het Rijk leidt al met het ontwerp en de engineering van de verbinding te starten. Wanneer we hiermee pas na het projectbesluit in 2028 beginnen, kan het nog jaren duren voor de verbinding er ligt. En die tijd hebben we niet.”

“Parallel voorbereiden om aanleg hoogspanningsverbinding te versnellen.”

Oudshoorn werkt als clusterregisseur aan meerdere versnellingsopties. Neem bijvoorbeeld de opslag van CO2 in lege gasvelden onder de Noordzee: het project Aramis, goed voor de opslag van 22 megaton CO2. De chemische industrie in Zeeland is voor een groot deel afhankelijk van het project om de doelen voor de CO2-reductie te halen. Wanneer het private project vertraging oploopt, hebben de Zeeuwse chemiebedrijven een probleem. Ze moeten dan een extra CO2-heffing betalen voor de uitstoot, waardoor de concurrentiepositie in gevaar komt.

“Daarom denken we nu al na over een versnellingsoptie. Chemiebedrijven kunnen de CO2 ook opslaan in lege gasvelden voor de Noorse kust, maar nu is daar de SDE++ niet voor open. We gaan alternatieven onderzoeken om te grote afhankelijkheid te voorkomen.”