Van management naar middelbare school

Op vrijdagmiddag leverde hij zijn laptop en telefoon in bij PPG. Op maandagochtend negen uur stond hij voor de klas. Zijn eerste les omschreef een leerling als “een beetje chaotisch meneer”, maar Ronnie Peskens was op de plek waar hij wilde zijn: het onderwijs. Hij geeft scheikunde aan vmbo-, havo- en vwo-leerlingen op de KSH in Hoofddorp.

Tekst: Ingeborg Abendanon
Beeld: Mirjam van der Linden
Gepubliceerd: 08.06.2026

Scheikunde is al jaren een structureel tekortvak, samen met natuurkunde, wiskunde en informatica. De tekorten zijn vooral voelbaar in de bovenbouw (havo/vwo) en nemen toe door vergrijzing en beperkte instroom vanuit de lerarenopleidingen. Ronnie Peskens koos na een carrière van ruim vijftien jaar bij PPG (producent van coatings, verven, lakken en speciale materialen voor onder andere de bouw, auto-industrie, luchtvaart, scheepvaart en de industrie) voor een zij-instroomtraject om van de chemische industrie over te stappen naar het onderwijs.

Wat was het moment waarop jij dacht: ik wil het onderwijs in en scheikundeles gaan geven?

“Eigenlijk was dat een proces en niet zozeer een moment. In mijn werk bij PPG vond ik het leuk om studenten te begeleiden. We hadden veel stagiairs van een opleiding uit Frankrijk die veel lesstof over verf en coatings aanbood. Op een gegeven moment dacht ik: dat is ook raar dat we studenten uit het buitenland hier naartoe halen terwijl we in Amsterdam een hogeschool en een universiteit hebben. Ik heb toen gevraagd of ik Nederlandse stagiairs aan mijn team mocht toevoegen. Zo is het balletje gaan rollen en al gauw had ik negen maanden per jaar een stagiair of afstudeerder onder mijn hoede. Gaandeweg ging ik het steeds leuker vinden. Via C3, waarmee PPG veel samenwerkt, kwamen er steeds meer dingen op mijn pad. Projecten op middelbare scholen en het hbo, scripties beoordelen, dat soort dingen. Ergens kwam het besef dat ik daar meer voldoening uit haalde. Ik had een fantastische baan bij PPG, een goed salaris, leuke collega’s en een groot internationaal netwerk, maar ik dwaalde steeds verder af van de vraag wat ik nou écht leuk vond. Het onderwijs heeft me altijd aangetrokken en op een dag heb ik de knoop doorgehakt.”

Als zij-instromer naar het onderwijs, hoe gaat dat in zijn werk? 

“Er zijn richtlijnen vanuit de overheid wat je moet kunnen en kennen als docent, maar in de praktijk bleken er best veel verschillen in de opleidingen. En daarmee is het ook lastig om te bepalen welk traject voor jou het meest geschikt is. Ik heb me goed georiënteerd en dat is meteen mijn advies aan iedereen die dit ook overweegt. Kijk naar de verschillende mogelijkheden en kies wat uiteindelijk het beste bij jou past. Want vergeet niet: je moet best veel risico nemen. Om in aanmerking te komen voor een versneld traject, wat ik heb gedaan, moet je al een tijdelijke aanstelling op een school hebben en pas daarna volgt nog een geschiktheidsonderzoek. Op dat moment heb je dus al je baan opgezegd en je weet niet of de uitkomst positief is. Voor mij heeft het goed uitgepakt. Ik heb inmiddels mijn eerstegraads lesbevoegdheid behaald en het ziet ernaar uit dat ik hier ook kan blijven.”

‘Ik hoop met mijn lessen de kloof tussen schoolboek en praktijk te verkleinen’

Welke kennis en vaardigheden uit je tijd in de chemie blijken het meest waardevol in je scheikundelessen?

“Als zij-instromer vanuit het bedrijfsleven breng je een andere ervaring mee. Ik kan de leerlingen uitleggen hoe de chemie in de praktijk wordt toegepast, welke producten ervan gemaakt worden, maar ook hoe je een bedrijf runt en wat de maatschappelijke waarde van de chemische industrie is. Ik denk dat die link naar het bedrijfsleven voor sommige docenten moeilijk uit te leggen is als ze nooit in de industrie gewerkt hebben. Hoe maak je polymeren op moleculaire schaal tot aan de productie van tienduizend liter verf per batch, de vertaling van R&D naar massaproductie dus. Hoe is het om in een fabriek te werken of op het lab? PPG maakt verven en coatings en leerlingen denken dan vaak alleen aan muurverf. Maar bijna alles van wat je om je heen ziet of gebruikt, heeft een coating. Het montuur van een bril, de brillenglazen, de anti-fingerprint coating op hun telefoon, het hoesje. Dat realiseren ze zich niet, maar het is allemaal chemie. Ik hoop met mijn lessen de kloof tussen schoolboek en praktijk te verkleinen.”

Wat vond je persoonlijk de grootste overgang van het bedrijfsleven naar het onderwijs?

“Tachtig procent van mijn werk als docent is sociale interactie. Met leerlingen die net een beetje uit de pubertijd zijn. Die met van alles bezig zijn, maar vaak niet met school en huiswerk. In het bedrijfsleven is het allemaal een stuk zakelijker en sneller. Als je een mindere dag hebt, zet je je laptop thuis aan en ga je aan het werk. Leerlingen hebben er geen boodschap aan dat jij even je dag niet hebt. Je moet er staan en het is topsport. Ik geef lessen van tachtig minuten en dat is best pittig. Soms loopt een les minder goed en dan kan ik weleens met rotgevoel naar huis gaan. Tegelijkertijd is er die enorme voldoening als een les goed ging. Het mooiste compliment dat ik kreeg, was dat een leerling zei: ‘Meneer, we gaan de leerjaarcoördinator een bericht sturen over waarom we u volgend jaar weer terug willen.’ En dat hebben ze ook echt gedaan.”

Wat mis je aan het bedrijfsleven nu je voor de klas staat?

“Wat ik ontzettend leuk vond aan mijn baan bij PPG, was het internationale aspect. Ik zat ’s ochtends in overleg met mensen in Korea en China, ’s middags in een Europese meeting en aan het eind van de dag had ik calls met Amerika, Mexico en Brazilië. Ik was verbonden met mensen over de hele wereld en zat elke maand in het vliegtuig naar het buitenland. Het was heel bijzonder om zo’n rijk sociaal netwerk te hebben. Nu is het precies andersom. Mijn wereld is deze school in Hoofddorp met 1.400 leerlingen. Een wereldje op zich, maar wel een die mijn leven enorm verrijkt heeft.”

Weet je nog je allereerste les als docent hier op school?

“Zeker. Het was een havo-3-klas. Op vrijdag was ik nog global product manager bij PPG, op maandagochtend gaf ik mijn eerste scheikundeles. 'Succes Ronnie, hier is de sleutel van je leslokaal en hier is de beamer.' Ik had het ontzettend goed voorbereid, maar natuurlijk was het ongelooflijk spannend. Je staat ineens tegenover een groep leerlingen die je allemaal aankijken. Aan het eind van de les vroeg ik een van de leerlingen wat hij ervan vond. ‘Nou meneer, het was best een beetje chaotisch.’ Ik denk dat dat wel meeviel, maar ik was ook nog zoekende. Nog steeds trouwens, lesgeven gaat niet op de automatische piloot.”

‘Ze gaan niets van je willen leren als jij niet eerst een band met ze hebt opgebouwd’

Op welk moment had je het gevoel dat je de juiste keuze hebt gemaakt door deze carrièreswitch te maken?

“Eigenlijk al vrij snel. Ik ben fijn opgevangen door de scheikundesectie op deze school en kreeg vanaf het begin veel vertrouwen. Ik bereid mijn lessen goed voor en ik kreeg al snel de bevestiging dat het goed ging. Ook de resultaten van de leerlingen zijn goed. Ik besteed veel tijd aan het opbouwen van een band met ze. De kinderen durven veel te delen over zichzelf en hoe ze het thuis hebben. En ze zijn ook geïnteresseerd in jouw leven en waarom ik nu voor de klas sta. Een goede les voor mij is dat ik de lesstof over heb kunnen brengen, maar ook dat ik met ze in gesprek ben geweest, naar ze heb kunnen luisteren. Ik hoop dat ze mijn lessen leuk vinden en dat ze wat leren. Mijn eigen middelbareschooltijd was niet zo leuk, om verschillende redenen, maar ik hoop deze jonge mensen wél een leuke schooltijd te kunnen geven. Ze gaan niets van je willen leren als jij niet eerst een band met ze hebt opgebouwd.”

Je noemde al de kloof tussen schoolboek en praktijk. Om de chemie te verduurzamen, hebben we mensen met de juiste skills nodig. Wat kun je daar vanuit het onderwijs aan bijdragen?

“Duurzaamheid zit in het curriculum, maar vaak als een apart onderdeel. Veel leerlingen vinden het minder interessant dan onderwerpen zoals redoxreacties. Jongeren spreken zich wel uit over het klimaat en milieu, maar ik merk in de klas ook een zekere klimaatmoeheid. Het onderwerp komt terug in bijna elk vak: biologie, scheikunde, maatschappijleer. De echte uitdaging voor het onderwijs is dus: hoe verweef je duurzaamheid goed in het curriculum? Je kunt uitleggen wat biopolymeren zijn, maar voor veel leerlingen voelt het verschil tussen een polymeer uit aardolie of uit biologische oorsprong nog abstract. Dat besef groeit vaak pas later, in vervolgopleidingen. Juist daar zie je hoe belangrijk het is om die basisnieuwsgierigheid toch al vroeg te planten. En precies daar wil ik mijn steentje aan bijdragen.”