Van het gas af met ijzer

IJzerpoeder in plaats van aardgas of waterstof om bedrijven te voorzien van hoge temperatuur stoom en stroom. In het Brabantse Cranendonck wordt dit idee binnenkort voor het eerst gedemonstreerd. Een voorproefje van een mogelijke toekomstige regionale CO2-vrije energievoorziening via metaalverbranding, aldus initiator Metalot. Zinkproducent Nyrstar wil het ‘tank- en recyclestation’ voor ijzer.

Tekst: Marga van Zundert
Beeld: Shutterstock
Gepubliceerd: 01.10.2026

Elektrificatie lijkt dé manier waarop Nederland de energietransitie realiseert, al verschijnen er ook steeds meer waterstofhubs. Maar het elektriciteitsnet is overvol en een hub ligt lang niet altijd in de buurt. Dat maakt het met name voor de middelgrote- en kleinere industrie ‘in de regio’ lastig om snel afscheid te nemen van aardgas of andere fossiele brandstoffen.

IJzer als brandstof

Een mogelijke aanvulling in het energiepallet is metaalverbranding. Metalen als energiedrager zijn vrij onbekend, maar geen nieuw idee. Zo worden veel raketboosters aangedreven door aluminium- of magnesiumpoeder. In poedervorm zijn veel metalen namelijk recyclebare en duurzame energiedragers. Verbranding zorgt niet voor CO2-uitstoot en er komt relatief weinig NOx vrij. Voorwaarde voor duurzaamheid is wel dat het metaal ook ‘groen’ wordt geregenereerd en hergebruikt.

Voor grootschaliger gebruik in de industrie is ijzerpoeder het meest logische metaal. IJzer is het vierde meest voorkomende element op aarde, dus ruim voorhanden en niet duur. Het is veilig op te slaan zonder bijzondere maatregelen en het benodigde poeder van circa 150 micrometer wordt al geproduceerd voor bijvoorbeeld het maken van motorblokken. Ver transporteren van ijzerpoeder is echter geen slim idee omdat het relatief gezien zware brandstof is. IJzer is kortom vooral geschikt om lokaal of regionaal te produceren, te gebruiken als brandstof en te ‘recyclen’.

Metalot

De afgelopen jaren ging de Technische Universiteit Eindhoven voorop in ontwikkeling van de benodigde technologie voor ijzerverbranding, met hoogleraar Verbrandingstechnologie Philip de Goey als aan-jager. Startups als RIFT, IRON+, Fenix en Heat Power ontwikkelden efficiënte branders voor ijzerpoeder, geschikte turbines voor de omzetting van warmte in stoom en/of elektriciteit en regeneratietechnieken om het ‘roest’ dat bij verbranding ontstaat weer met waterstof om te zetten in ijzerpoeder, dat opnieuw als brandstof kan dienen.

‘We willen dat metaal, om te beginnen ijzer, een serieuze kans krijgt als brandstof’

De Goey is inmiddels met emeritaat en voorzitter van Stichting Metalot. Een stichting die probeert metaalverbranding door de beruchte ‘Valley of death’ voor innovaties te loodsen. Metalots community manager Michael Davidson: “We willen dat metaal, om te beginnen ijzer, een serieuze kans krijgt als brandstof.”

Een veelgestelde, maar complexe vraag die Davidson vaak krijgt, is: hoe energie-efficiënt is ijzerverbranding? Het antwoord hangt namelijk af van het doel en omstandigheden. IJzerpoeder verbranden om elektriciteit op te wekken is niet erg energie-efficiënt. Voor de regeneratie heb je namelijk waterstof nodig, opgewekt uit elektriciteit. Bij die elektrolyse raak je al de helft van je energie kwijt. Davidson: “Maar tachtig procent van de energiebehoefte in Nederland bestaat uit warmte, daarvoor is ijzerverbranding veel meer geschikt.”

Omdat ijzeropslag eenvoudig en veilig is, is het ook vooral interessant om ijzerpoeder te regenereren wanneer er (te) veel aanbod aan (schone) energie is en de kosten relatief laag zijn, dus op zonnige en windrijke dagen. IJzer als brandstof is zo ook een manier om ‘overtollige’ zon- en windenergie op te slaan en het elektriciteitsnet te stabiliseren. Langdurige opslag is geen probleem, waarmee ijzer ook een batterijfunctie kan vervullen. Bovendien bevat ijzerpoeder per kuub tweemaal zoveel energie als steenkool en iets meer dan diesel of gecomprimeerd aardgas. Davidson: “We hebben zestig ton ijzerpoeder al vijf jaar luchtdicht opgeslagen, het degradeert niet.”

Ketens creëren

Inmiddels is de technologie voor alle ‘delen’ in ijzerverbrandingsketen bewezen en wil Metalot vooral de keten van bedrijvigheid ontwikkelen. Davidson: “Wij noemen onszelf ketenregisseur.” IJzerpoederproducenten, technologieleveranciers en afnemers moeten bij elkaar komen om een echte markt te realiseren. Metalot brengt hiertoe partijen en fondsen bij elkaar in ontwikkel-, opschalings- en demonstratieprojecten. Eerder werd bijvoorbeeld bier gebrouwen op ijzer bij Swinkels Brouwerij in Lieshout en ijzerverbranding leverde warmte voor een warmtenet voor huishoudens in Helmond. Davidson: “Metalot doet dit vanuit maatschappelijke betrokkenheid. We willen deze CO2-vrije vinding naar de markt brengen. De stichting heeft geen commercieel belang in de vorm van intellectueel eigendom.”

Binnenkort gaat Metalot voor het eerst de hele keten, of cyclus, in ijzerverbranding realiseren in een regionaal demonstratieproject rondom Budel, genaamd HOLON0 (zie kader, -red.). In omvang is het project bescheiden: één megawatt, maar wereldwijd een unicum. Davidson: “In de afgelopen jaren is de belangstelling voor metaalverbranding sterk gegroeid, maar er zijn nog vooral pilotprojecten. De Duitse Metal Energy Hub probeert een gesloten kolencentrale om te bouwen tot ‘ijzeroven’ voor regionale stadsverwarming. In Namibië zorgt een zonnepark en elektrolyser op tien megawatt schaal al voor schone ijzerproductie, maar dat gaat om constructie-ijzer. Davidson: “Wij hopen met dit regionale demonstratieproject echt het idee te verspreiden van ijzer als energiedrager voor industrie en maatschappij en willen de markt op gang te brengen. We zien graag dat Nederland koploper blijft in deze innovatie.”

Een kleine vrachtwagen met ijzerpoeder gaat wekelijks heen en weer rijden tussen zinkproducent Nyrstar in Budel-Dorplein en industrieterrein Meemortel in Cranendonck, zo’n vijf kilometer verderop. Heen is de wagen gevuld met ijzerpoeder, terug met verbrand ijzer: roest. Op het industrieterrein komt een branderinstallatie te staan die warmte en elektriciteit gaat leveren aan meerdere bedrijven, en via een warmtenet mogelijk ook aan een aantal woningen in aanbouw. HOLON0 is een driejarig project, waarbij de ijzerketen in ieder geval anderhalf jaar zal ‘draaien’.

Zinkproducent Nyrstar wordt het ‘tankstation’ voor HOLON0. Daar komt een elektrolyser te staan die waterstof maakt en de regenerator om het verbrande ijzerpoeder te recyclen. Jasper van Zon, hoofd Corporate Affairs: “Nyrstar is al vroeg betrokken geraakt bij Metalot. Inhoudelijk zijn er raakvlakken met onze bedrijvigheid, maar we zijn vooral partner in HOLON0 omdat we een maatschappelijke bijdrage willen leveren in de regio.”

Nyrstars bijdrage zit vooral in het beschikbaar stellen van kennis, ruimte en stroom. Ellen Molleman, manager Strategische Projecten: “Wij zijn niet de operators van het ‘tankstation’, dat is Metalot, maar faciliteren. We bieden een plek waar alle veiligheidsvereisten aanwezig zijn om waterstof te produceren en ermee te werken." 

Tijdens HOLON0 zal Nyrstar ook onderzoeken of een ijzerrestproduct uit de eigen zinkproductie geschikt kan zijn als brandstof. Van Zon: “Dat past binnen onze strategie om onze grondstoffen zoveel mogelijk te benutten. We richten ons vooral op kritieke metalen zoals germanium, maar deze optie willen we ook graag onderzoeken.” Zink als brandstof, werkt dat ook? Molleman: “Dat is mogelijk, maar  de focus ligt vooralsnog op ijzer.”

Nyrstar levert ook de energie voor regeneratie. Van Zon: “Ons productieproces is al bijna geheel geëlektrificeerd en flexibel in te zetten. We kunnen snel terugschakelen van 150MW naar 30-40 MW als dat nodig is om het net te stabiliseren. Zo werken we als ‘virtuele batterij’ voor de regio.” Productie van ijzerpoeder op piekmomenten in energieaanbod, past daarin, al is HOLON0 in omvang nog te klein om echt verschil te maken.

De warmte uit de ijzerverbranding gaat naar bedrijven met hoge temperatuurprocessen. Onder andere bouwbedrijf Vlassak en gevelpanelenproducent Trespa willen warmte afnemen. De stoom komt uit een nieuw prototype stoom-gasturbine van Heatpower, een technologie-bedrijf opgericht door onderzoeker en TU/e-docent Henk Ouwerkerk. “De turbine kan snel – binnen tien minuten – opstarten. Ze produceert continu stoom maar kan on demand ook tot twintig procent elektriciteit leveren. Flexibeler dus dan andere turbines.” Voor Heatpower is het dus ook een demonstratieproject.

Ouwerkerk ziet ijzerverbranding vooral slagen voor industrie die op grotere afstand van een waterstofproductielocatie zit, of dichtbij bebouwing waar grootschalig H2-gebruik/opslag geen gewenste optie is. “Iedereen moet de komende decennia van het gas af. IJzerpoeder in combinatie met onze flexibele technologie is daar zeker relevant in.”

Metalot wil HOLON0 graag verder uitbreiden naar 25 MW schaal op commerciële wijze. Davidson: “Het idee is een energiegemeenschap op te bouwen die samen eigenaar wordt van het systeem. Een coöperatie van bedrijven eventueel samen met huishoudens in de buurt. Ze zijn dan zelf in control.” Er lopen ook contacten met de Rabobank om te kijken naar de financierbaarheid van een zo’n groter vervolgproject. Davidson: “Je moet de structuur ook zakelijk en juridisch op orde hebben. Stel dat onverwacht de waterstofprijs door het dak gaat en een private partij het aan de hoogste bieder verkoopt?” Wat dat betreft is HOLON0 niet alleen een stap in opschaling van technologie, maar nog meer een innovatie in het gezamenlijk realiseren van een regionale duurzame energievoorziening zonder fossiele brandstoffen.