Slib als nieuwe brandstofbron

Als groene chemie-startup moest slibverwerker Torwash geduld hebben. Subsidies en leningen kreeg het bedrijf nog wel, maar zonder winst investeerders binden bleek lastiger. Tóch draait er na twaalf jaar ontwerpen, bouwen en experimenteren volgend jaar een winstgevende first-of-a-kind-installatie in Eerbeek. Torwash maakt brandstof van ‘afvalproduct’ zuiveringsslib. En verwijst zo dure verbrandingsinstallaties naar het verleden.

Tekst: Niels Olfert
Beeld: Torwash
Gepubliceerd: 13.04.2026

Energietransitie? Laat dat maar aan het Energieonderzoek Centrum Nederland over. Drie ingenieurs van de researchinstelling, die later opging in TNO, deden iets bijzonders. Met unieke verwerkingsmethodes produceerden zij brandstof uit biomassa. Het waterschap Zuiderzeeland had in 2015 wel oren naar het reactiemechanisme. Een medewerker van dat waterschap kwam in hetzelfde jaar met twee emmertjes slib naar Petten om de ECN-technologie op toe te passen. Het werkte. Vijf jaar later werd spin-off Torwash geboren. Er volgden pilotinstallaties in Almere en het Land van Cuijk. En in 2027 realiseert het bedrijf een first-of-a-kind-installatie in Eerbeek. Levien de Legé, algemeen directeur van Torwash, vertelt er meer over.

Wat doet Torwash?

“We zetten zuiveringsslib om in brandstof. Zo’n vijftig procent van alle energie die in dit slib zit, winnen we terug als vaste brandstof voor biomassa-energiecentrales. Zo’n 35 procent winnen we terug als biogas dat we gebruiken om onze eigen verwerkingsinstallatie draaiende te houden. De vaste brandstof lijkt op droge koeken waaruit alle water is onttrokken. In die koeken concentreren zich dan ook alle schadelijke stoffen zoals zware metalen, medicijnresten en microplastics. Het onttrokken water gaat terug naar de waterzuivering en komt, als het schoon genoeg is, in het oppervlaktewater terecht.”

Wat lost de Torwash-technologie op?

“Het grote voordeel is dat je geen slib meer hebt. Nu is dat nog wél zo. Zuiveringsslib wordt met vrachtwagens, elke dag honderd stuks, helemaal naar verbrandingsinstallaties in Moerdijk of Dordrecht gereden. Omdat slib voor tachtig procent uit water bestaat, verbranden die installaties eigenlijk grotendeels water. Dat wordt vervolgens als damp de lucht ingeblazen, zonder warmteterugwinning. Bij Torwash winnen we de energie uit zuiveringsslib dus ter plekke terug als vaste brandstof en biogas. Zonder vrachtritjes dus. Slibverbranding is bovendien heel duur. Een nieuwe verbrandingsinstallatie kost al gauw een half miljard euro en duurt lang om te bouwen. In Nederland zijn wij als belastingbetalers jaarlijks tussen de 125 en 150 miljoen euro kwijt aan slibverbranding.”

Hoe groeide jullie spin-off verder?

“Het begon allemaal met een kleine pilot op de waterzuiveringsinstallatie Almere van Waterschap Zuiderzeeland. Daar verwerkten we zo’n 25 kilo slib per uur. Die test ging zo goed dat de vraag kwam: kunnen we verder opschalen? Dan zit je eigenlijk in een investeringsgebied dat te groot is voor een instituut. Bovendien kan een instituut niet alle subsidies aanvragen. Daarom hebben we uiteindelijk, los van TNO, ons Torwash-project opgezet met een stuk of elf projectpartners. In 2024 leidde dat tot een installatie bij de rioolwaterzuivering Land van Cuijk van het waterschap Aa en Maas. Die installatie verwerkte al twintig keer meer slib dan de testreactor in Almere. Het project in het Land van Cuijk is eind 2025 afgesloten. Nu breken we de reactor af omdat deze niet winstgevend is.”

Dat project leverde dus geen geld op. Wat dan wel?

“Kennis. We ontdekten dat je op een waterzuivering van alles tegenkomt wat het proces kan verstoren. Stroomstoringen of slijtage van pompen, bijvoorbeeld. Maar ook vervuiling met haren. Dat was echt héél vervelend. Alles wat door een zeef van een halve centimeter bij een halve centimeter gaat, kan je daar verwachten. Wat gebeurt er met slib dat drie dagen stilstaat in de hete, goed geïsoleerde reactorbuis? Dan krijg je het effect van een biefstuk die de hele avond in een koekenpan ligt. Dat wil wel aankoeken. Zijn de pompen stuk of is er een noodstop, dan wil je dus direct het slib dat in de reactor zit eruit duwen en vervangen door water. In het Land van Cuijk hebben we in totaal ongeveer acht maanden gedraaid. In die tijd hebben we heel veel geleerd over wat voor effect dit soort verstoringen hebben.”

‘Voor startups in de groene chemie wordt het steeds moeilijker om overheidsfinanciering te krijgen’

Jullie zijn uiteindelijk losgeweekt van TNO. Hoe ging dat precies?

“TNO speelde als partner wel een grote rol in het hele traject. Maar de hele financiering is door Torwash B.V. opgezet, met onder andere een DEI+-subsidie van RVO. En met leningen van organisaties die later, als het bedrijf eenmaal loopt, in aandelen worden geconverteerd. Met die leningen krijg je dus al geld terwijl je nog niet zoveel waard bent. Dat is wel zo prettig, want als groene chemie-startup is het lastig om private investeerders te krijgen.”

Hoe komt dat precies?

“Durfkapitalisten zijn niet zo happig om in groene chemie te investeren. Die kijken vaak naar een exit van vier tot zeven jaar. Maar in onze sector duurt het veel langer voordat je winst genereert. Om een beeld te geven: wij zijn elf jaar geleden begonnen. De helft van die tijd zijn we bezig geweest met ontwerpen, bouwen en experimenteren. De rest bestaat vooral uit financiering ophalen. Daar sta ik elke dag mee op en ik ga ermee naar bed. Geld krijg je pas als je goede resultaten kunt laten zien. Je kan dus niet parallel alvast geld aanvragen voor de volgende opschaling. Zeker met subsidies werkt dat zo. Al met al zijn we straks twaalf jaar verder voordat een winstgevende flagship plant draait. Op zich heel normaal in deze sector.”

En hoe zit het met overheidssubsidies?

“Voor startups in de groene chemie wordt het steeds moeilijker om overheidsfinanciering te krijgen. Dat heeft te maken met het ‘onderneming in moeilijkheden’-principe. Dat bepaalt dat je geen subsidie aan bedrijven mag geven die niet in een ‘gezonde’ financiële staat zijn. Financiële gezondheid toon je aan met solvabiliteit. Dat is eigen vermogen gedeeld door vreemd vermogen. Veel jonge bedrijven worden gefinancierd met converteerbare leningen, zo ook Torwash. Deze leningen worden geclassificeerd als vreemd vermogen en zorgen daardoor voor een slechtere solvabiliteit. Deze classificatie leidt ertoe dat startups vaak het label ‘onderneming in moeilijkheden’ krijgen, wat het verkrijgen van subsidies bemoeilijkt. Ondanks dat zijn wij er met veel moeite gelukkig toch in geslaagd om een deel van het benodigde kapitaal als Europese subsidie op te halen vanuit het LIFE Programme binnen het project SLUDGE2VALUE LIFE.”

Financieren is dus lastig. Toch draait er straks een winstgevende reactor in Eerbeek.

“Je wordt flexibel en hebt een flink incasseringsvermogen. Je gaat nooit bij de pakken neerzitten, maar probeert oplossingen te verzinnen. Die oplossingen zijn er eigenlijk altijd wel, alleen duren die allemaal gewoon heel lang. Nu gaan we dus een reactor bouwen waar we inkomsten mee kunnen genereren. En dat is wél het moment om investeerders binnen te halen. Die reactor komt in Eerbeek, bij een waterzuivering van de papierindustrie. Dat is een full-scale installatie die nog eens tien keer zo groot is als de pilot in het Land van Cuijk.”

Wat kun je verder nog vertellen over die reactor in Eerbeek?

“De nieuwe reactor wordt later dit jaar eerst getest bij een waterzuivering in Vlaardingen van het Hoogheemraadschap van Delfland. Deze moet vooral goedkoper en compacter worden dan de voorgangers. We hebben besloten dat we de installatie modulair gaan maken. En dan komen er in Eerbeek twee modules te staan. Als die naar behoren draaien, gaan we met de resultaten terug naar de waterschappen om te vragen wat ze verder van ons verlangen. Nu zijn waterschappen nog enorm belangrijke ontwikkelpartners, in de toekomst zouden hun waterzuiveringen onze grootste klanten moeten gaan worden. Die moeten immers al hun slib kwijt.”

Zijn er nog uitdagingen met jullie first-of-a-kind-reactor?

“Eerbeek ligt aan de rand van de Veluwe. Dat is Natura 2000-gebied met zeer strenge stikstofregels. Bij het Torwash-proces vormt zich een klein beetje stikstof. Daarmee komen we net boven de stikstof-limiet uit. De keuze is nu: elektrisch verwarmen met warmtepompen, maar dat is drie keer zo duur. Of we moeten investeren in een deNOx-installatie die de stikstof eruit filtert. De reactor ergens anders neerzetten is geen goede optie. Het redelijk kleine nadeel van die stikstofeis weegt niet op tegen de grote voordelen die de locatie in Eerbeek biedt. Zo kunnen we ons filtraatwater terugvoeren naar de waterzuivering van hun papierfabriek. Dat scheelt een grote investering. Bovendien is het heel prettig sparren met de innovatieve mensen die daar werken.”

‘Nu zijn waterschappen nog enorm belangrijke ontwikkelpartners, in de toekomst zouden hun waterzuiveringen onze grootste klanten moeten worden’

Wat zijn jullie ambities?

“Het businessmodel dat we voor ogen hebben is als volgt: in plaats van zelf allemaal systemen te plaatsen, willen wij het concept onder licentie op de markt brengen. Onze klanten, de licentiehouders, zijn bedrijven die al bekend zijn in de watersector. Wel blijven wij zelf de reactormodules leveren en houden zo controle over de technologie. Je hebt immers een soort golden key nodig, zodat niet iedereen er met je technologie vandoor gaat. Uiteindelijk willen wij overgenomen worden door een licentiehouder. Dat is de stip op de horizon. Wij hebben een mooi proces ontwikkeld, maar er zijn andere mensen die dat veel beter op de markt kunnen zetten.”