Royal Avebe maakt werk van Kaderrichtlijn Water

Zoals elk bedrijf dat oppervlaktewater inneemt en weer loost, heeft ook Royal Avebe te maken met de Kaderrichtlijn Water. Om daar meer zicht op te krijgen, werd een sessie georganiseerd met externe sprekers die zich bezighouden met de Kaderrichtlijn Water. Het leverde nieuwe inzichten en waardevolle aandachtspunten op.

Tekst: Igor Znidarsic
Beeld: Benaissa El Yamani
Gepubliceerd: 05.01.2026

Eind september vorig jaar organiseerde Avebe de eerste BuitenBinders-sessie waarbij externe sprekers dit keer hun licht lieten schijnen op de Kaderrichtlijn Water (KRW). Die bepaalt dat uiterlijk eind 2027 het oppervlakte- en het grondwater in de EU-lidstaten chemisch schoon en ecologisch gezond moeten zijn. De richtlijn gaat uit van 122 stoffen waarvan een aantal door de EU aangewezen zogeheten 'prioritaire stoffen' zijn.

Avebe is een coöperatie van zo’n tweeduizend akkerbouwers. Op zes productlocaties, waaronder drie in Nederland (twee in Groningen en een in Drenthe), produceert het bedrijf uit de zetmeelaardappelen zetmeel en derivaten daarvan, eiwitten en vezels. De toepassingen zijn legio. Zo vinden de producten vooral hun weg naar de toepassingen in levensmiddelen. Science director Kees Maarschalk: “Het aardappelzetmeel van Avebe wordt bijvoorbeeld in soepen en sauzen gebruikt en het zorgt voor het krokante laagje van patat. Het aardappeleiwit kun je onder andere terugvinden in vleesvervangers, snoep en gebak.” Daarnaast levert Avebe het zetmeel aan de industriële markt, onder andere de verpakkingsindustrie en leveranciers in de bouw. “Het gemodificeerde zetmeel zorgt er in tegellijm voor dat bij het betegelen de tegel meteen blijft zitten.”  Voor zowel de raffinage van de ingrediënten als voor zetmeelmodificatie is water nodig, als hulpstof voor de procesvoering, als koelwater en voor reiniging.

Tastbaarder maken

“Het doel van deze BuitenBinders was om met een blik van buiten als organisatie meer zicht te krijgen op de Kaderrichtlijn Water”, vertelt Public Affairs specialist Laura de Winter-Wijnia. “Zo heeft Lotte Stoppelenburg van de VNCI een heel breed kennisveld en ze weet wat er bij bedrijven speelt. Ze vertelde onder andere over de Self Assessment Tool die beschikbaar is, liet het perspectief van andere industrieën zien en deed suggesties voor metingen. Voor de collega’s bij Avebe die dagelijks met de KRW te maken hebben, was veel hiervan al bekend. Voor de aanwezige leden van het toezichthoudend en uitvoerend bestuur bood de sessie een waardevolle, compacte update. Gezien de snelle ontwikkelingen in wet- en regelgeving wilden we hen in korte tijd bijpraten over dit actuele onderwerp. Dat was precies het doel van de BuitenBinders: zorgen dat bestuurders snel en effectief worden meegenomen in relevante thema’s.”

Maarschalk heeft veel geleerd tijdens de sessie: ‘Ik heb geen juridische achtergrond en snap nu beter hoe de Kaderrichtlijn Water in elkaar zit.” Ook Avebe heeft tijdens de bijeenkomst open gedeeld welke stappen zij al heeft gezet rondom de KRW. De Winter: “We hebben uiteengezet wat we tot nu toe hebben gedaan en hoe we dat hebben aangepakt. Vervolgens hebben we deze aanpak getoetst en gekeken waar we nu staan. Op basis daarvan hebben we waardevolle feedback ontvangen, waarmee we heldere conclusies hebben kunnen trekken.”

Gezamenlijke verantwoordelijkheid

Een van die conclusies is wat Maarschalk noemt “een accentverschuiving” veroorzaakt door de KRW. “De nadruk verschuift steeds meer richting het monitoren van de stoffen die tijdens het productieproces worden toegevoegd, of meekomen met grond- en hulpstoffen als aardappelen of water. Deze stoffen worden uiteindelijk voor een deel via het afvalwater geloosd. Dit zijn niet per se prioritaire stoffen. We hebben hierop ingespeeld en zo de hoeveelheid toegevoegde zouten in het afvalwater aanzienlijk kunnen verlagen.”

Deze bronaanpak sluit aan bij de duurzaamheidsinspanningen die zowel vanuit de overheid als door Avebe zelf worden gestimuleerd. Desondanks blijft het een uitdaging dat het ingenomen water uit meren en rivieren soms stoffen bevat die niet door Avebe aan het water zijn toegevoegd, zoals de genoemde prioritaire stoffen, maar waarvoor het bedrijf wel verantwoordelijk wordt gesteld bij lozing. Maarschalk: “Je bent afhankelijk van de kwaliteit van het water dat we innemen uit de verschillende waterlichamen. Hoewel we daarop zelf geen directe invloed hebben, zijn we wel verantwoordelijk voor de stoffen die zich daarin bevinden en die we vervolgens lozen. Dit vraagt om een gezamenlijke aanpak, want deze uitdaging speelt niet alleen bij ons, en is veel breder herkenbaar, niet alleen binnen de industrie.”

Lage concentraties

Avebe werkt momenteel aan het uitvoeren van metingen van het oppervlaktewater dat wordt ingenomen en geloosd. Hierbij wordt specifiek gekeken naar de aanwezigheid van prioritaire stoffen. Maarschalk: “Technisch gezien zijn er wellicht mogelijkheden om een aantal van die stoffen uit het water te halen, maar dit brengt enorme economische, logistieke en aan duurzaamheid gerelateerde consequenties met zich mee. Denk aan opslag en verwerking van de verwijderde stoffen en energie. Bovendien vraagt de verwijdering vaak ook om chemicaliën. Het wettelijke kader bepaalt dat bij aanwezigheid van deze stoffen een lozingsverbod kan worden opgelegd, wat als uiterste consequentie kan betekenen dat de fabriek tijdelijk moet worden stilgelegd.”

'Je bent afhankelijk van de kwaliteit van het water dat we innemen uit de verschillende waterlichamen'

De verantwoordelijkheid voor de aanwezigheid van prioritaire stoffen in het oppervlaktewater is complex. Deze stoffen kunnen via rivieren worden aangevoerd of al heel lang in het water aanwezig zijn, waardoor de herkomst vaak niet duidelijk is. Maarschalk: “We werken aan het monitoren en beheersen van deze risico’s door voortdurend de waterkwaliteit te beoordelen en passende maatregelen te treffen, waar mogelijk. Zo wordt binnen de geldende regelgeving en met oog voor duurzaamheid gewerkt aan het minimaliseren van de impact van deze stoffen op ons productieproces en het milieu.”

Concrete acties

BuitenBinders heeft Avebe niet alleen meer inzicht in de KRW gegeven, maar ook gezorgd voor concrete ideeën waarmee ze direct aan de slag kunnen. De Winter: “We vertalen die nu naar een praktisch actieplan, waar collega’s vanuit hun eigen expertise bij betrokken worden. Zo maken we samen stap voor stap Avebe toekomstbestendig en zorgen we dat we volop voorbereid zijn op de Kaderrichtlijn Water. In onze strategie heeft de KRW dan ook een duidelijke plek, zodat we vol vertrouwen de toekomst tegemoet gaan.”

Ook de bij Avebe aangesloten aardappeltelers hebben met de KRW te maken. “Ze zijn zelfstandige ondernemers die Avebe-aandelen bezitten”, vertelt De Winter. “We gaan niet op de ondernemersstoel van onze leden zitten. Wel pakken we onze adviesrol. Zo hebben we een duurzaamheidsprogramma voor onze telers, genaamd 3xG, wat staat voor: Gezonde boerderij, Gezonde bodem en Gezonde omgeving. Met verschillende programma’s stimuleren wij een duurzame zetmeelaardappelteelt. Ons doel is dat de teelt van zetmeelaardappelen zorgt voor een aantrekkelijk rendement in het bouwplan van onze leden. Een goed voorbeeld hiervan is dat in één van de programma’s specifiek aandacht is voor hoe onze telers duurzaamheid kunnen inzetten op de akker. Zo geven we bijvoorbeeld advies over het spuiten ter bescherming tegen specifieke aardappelziekten. Wij hebben aardappelrassen die resistent zijn voor deze ziekte, maar om die resistentie te behouden adviseren we onze boeren om bij een hoge ziektedruk toch te spuiten om het gewas en de resistentie te beschermen. Hiermee wordt een milieubesparing van zo’n zeventig procent gerealiseerd.”
De Kaderrichtlijn Water (KRW) voert de druk op: uiterlijk aan het einde van 2027 moeten de doelen die onderdeel zijn van de KRW gerealiseerd zijn. Voor bedrijven is een actuele en volledige lozingsvergunning belangrijk: deze is te beschouwen als een license to operate. Maar, de weg naar zo’n vergunning bevat de nodige hobbels waardoor bedrijven diverse knelpunten ervaren.

Op basis van een groot aantal gesprekken met lidbedrijven hebben de Koninklijke VNCI en Koninklijke VEMW de zes belangrijkste knelpunten in een position paper benoemd.

* Toenemende onzekerheid over vergunningverlening onder de KRW door inbreukprocedure en Wezer-arrest
* Bedrijven verantwoordelijk gehouden voor stoffen die al in ingenomen water aanwezig waren
* Afleiding en vaststelling van stofnormen duurt te lang en houdt onvoldoende rekening met bedrijfsbelangen
* Normen lager dan detectielimiet zijn onwerkbaar
* Waterkwaliteitsissues worden verkokerd aangepakt: integrale aanpak nodig
* Structurele problemen bij bevoegde gezagen: capaciteit en kennis

Lees meer | 
VNCI en VEMW komen met werkbare aanpak voor toekomstbestendige watervergunningen