Plantaardige koelvloeistof maakt transformatoren veiliger

Transformatoren zijn cruciale schakels in het energienet. Dankzij koelvloeistoffen blijven ze op volle toeren draaien. Maar vaak zijn die vloeistoffen brandgevaarlijk of slecht voor het milieu. Cargill produceert FR3: een biobased, veilig alternatief. In Gouda bouwde de Amerikaanse landbouwgigant dit jaar de eerste Europese productiefaciliteit voor die plantaardige koelvloeistof. Chemie Magazine nam er een kijkje.

Tekst: Niels Olfert
Beeld: Chris Bonis
Gepubliceerd: 05.10.2026

In Gouda verscheen dit jaar een nieuwe fabriek van Cargill Bioindustrial, de biochemische tak van het Amerikaanse Cargill. De donkergroene ‘kubus’ van vijftien meter hoog staat op een complex waar inmiddels al bijna 170 jaar onafgebroken industriële bedrijvigheid plaatsvindt.

Renee van Schijndel, senior director Transformer Fluids bij Cargill, kent het terrein op haar duimpje. Ze begon 25 jaar geleden in het lab bij Croda, dat destijds op het terrein gevestigd zat maar in 2022 werd opgekocht door Cargill. Ze toont het hoofdgebouw met oude houten trap, glas-in-loodplafond en schetsen die kunstenaar Jan Toorop begin twintigste eeuw van toenmalige werknemers maakte. “Toen produceerden ze hier nog kaarsen,” aldus Van Schijndel.

Net als destijds de kaarsenmakers gebruikt Cargill in hun nieuwe fabriek biologische grondstoffen. De plant produceert FR3, een vloeistof die elektrische spoelen in trans-formatoren koelt en isoleert. Doorgaans doet minerale olie dat, maar die stof is potentieel gevaarlijk en slecht voor het milieu. FR3 is een biobased, veiliger alternatief, op basis van sojaolie. De plantaardige koelvloeistof, waarvan Cargill in 2012 de licentie kocht, is al tientallen jaren in omloop, maar de fabriek in Gouda is de eerste die het grootschalig in Europa produceert. We spreken Van Schijndel in Gouda over FR3 en de nieuwe fabriek van Cargill.

Wat is FR3 precies?

Van Schijndel: “FR3 is een vloeistof voor transformatoren, die bijvoorbeeld elektriciteit van hoge naar lage voltage omzetten, of andersom. Dat omzetten gebeurt met koperen spoelen. FR3 koelt zo’n spoel en zorgt ervoor dat deze, tijdens het omzetten, op een hoge belasting blijft draaien zonder dat deze oververhit raakt. Daarnaast isoleert de vloeistof de spoelen, waardoor de transformator tijdens omzetting weinig voltage verliest. Je wilt niet dat je stopcontact van 220 volt opeens maar 203 volt geeft.”

Wat is het voordeel van FR3 ten opzichte van veelgebruikte alternatieven?

Van Schijndel: “De meest gebruikte transformatorvloeistof is op basis van minerale olie. Dat bestaat uit paraffines die niet heel gezond zijn. Sommige paraffines hebben dan ook een symbool met ‘ontploffende borstkas’ dat waarschuwt voor chronisch toxische stoffen. Maar voor de toepassing is het grootste nadeel dat de transformator kan gaan lekken. Transformatoren moeten weliswaar in een bak staan, maar mocht er iets lekken, dan wil je natuurlijk liever dat er een natuurlijke ester de grond in gaat die voor 99 procent biologisch afbreekbaar is, dan een vervuilende minerale olie.”

FR3 staat voor ‘Fire Resistant Third Generation’. Het vat dus geen vlam?

Van Schijndel: “Minerale oliën hebben doorgaans een vlampunt van rond de 160 graden Celsius. FR3 zit dik boven de driehonderd graden Celsius. In een transformator gaat tijdens omzetten altijd wat elektrische energie verloren als warmte. Dat betekent: ook zo’n minerale olie kan behoorlijk warm worden. En als de temperatuur van de olie boven het vlampunt komt, krijg je spontane ontbranding.”

‘Minerale oliën hebben doorgaans een vlampunt van rond de 160 graden Celsius, FR3 zit dik boven de 300 graden Celsius’

“Met FR3 heb je daar dus geen last van. Want het verschil tussen de operational temperature en de ontbrandingstemperatuur is zó groot; daar kom je echt niet aan. Bovendien heeft FR3 een heel lage dampspanning, waardoor het niet of nauwelijks ontvlamt. Dat betekent in de praktijk: als je transformator vlamvat, zal de vloeistof het vuur eerder doven dan dat de boel verder ontvlamt, zoals bij minerale olie. Als je kunt aantonen dat jouw product niet alleen hernieuwbaar en biologisch afbreekbaar is, maar ook nog eens veel veiliger, dan zijn wij gewoon de natuurlijke keuze.”

Als er een transformator in de fik vliegt, heb je de poppen aan het dansen?

Van Schijndel: “Er zijn elk jaar echt honderden brandgevallen in transformatorhuisjes of grotere transformatoren. En als een transformator het niet meer doet, gaat de elektriciteit eraf. Dat kan best grote gevolgen hebben voor datgene wat aan zo’n transformator gekoppeld is. Zo kan een hele woonwijk bij een kapotte transformator in één klap zonder stroom zitten. Of een luchthaven, zoals vorig jaar Heathrow.  Daar was door een nabijgelegen transformatorbrand de hele dag geen stroom, waardoor alle vluchten moesten worden geannuleerd.”

Even terug naar de plant: waarom Europa, en waarom in Gouda?

Van Schijndel: “In Amerika hadden we met FR3 al een sterke positie, maar heel veel transformatorbouwers opereren wereldwijd, ook in Europa. Bedrijven als Siemens, Hitachi en Eaton willen over de hele wereld diezelfde FR3-vloeistof kunnen gebruiken. Dus op die manier hebben we ook de laatste jaren business opgebouwd in Europa.”

“We hadden al een kleine skid in België. Dat is een minifabriek, gebouwd in een zeecontainer, met exact dezelfde mogelijkheden als een grote fabriek. Vanuit de Belgische skid leverden we aan West-Europa, maar de markt is hier zo gegroeid dat de skid de vraag niet meer aankon. Dat kwam voornamelijk door de duurzame energietransitie en de opkomst van datacenters. Dankzij die groei moesten we op een gegeven moment FR3 naar West-Europa importeren vanuit Brazilië, India en Turkije. Toen hebben we besloten om hier een fabriek neer te zetten.”

‘De levertijd van onze FR3-vloeistof is vele malen korter dan de tachtig weken die nodig zijn voor de bijbehorende powertransformatoren’

“Omdat Cargill hier in Gouda al een operationele site had (Cargill splitst er plantaardige oliën en vetten in vetzuren en glycerine, en maakt van de vetzuren halffabrikaten voor industriele toepassingen, -red.), centraal ligt en over goede transportvoorzieningen beschikt, hebben ze besloten de nieuwe FR3-fabriek hier neer te zetten. Maar er is wel een paar jaar overheen gegaan voordat die er eindelijk stond.”

Moeten jullie klanten nog erg overtuigen om van de minerale olie af te stappen?

Van Schijndel: “In het begin wel. Het heeft wel even geduurd voordat FR3 succes had. De standaard is nog altijd minerale olie. Dat is goedkoper en daar worden grotere volumes van geproduceerd dan onze van plantaardige alternatieven of van onze concurrenten. Maar steeds meer bedrijven schakelen over op duurzame, veilige alternatieven. Inmiddels zie je dat sommige transformatorbouwers ons logo op hun transformator hebben, waardoor je weet dat die met FR3 gevuld is. We vertellen ons verhaal ook aan hún klanten door – dat zijn eindgebruikers als datacenters – die soms niet eens weten dat er een alternatief voor minerale olie is. Zo vergroot je dus je markt en je marktaandeel.”

Wat is jullie ambitie voor de Cargill-site?

Van Schijndel: “De site heeft zoveel mogelijkheden. We maken hier mooie producten die een goed alternatief zijn voor fossiele grondstoffen en daardoor een grote rol kunnen spelen bij de verduurzaming. Als we specifiek naar FR3 kijken, hebben we de mogelijkheid om te groeien en kunnen we wat we nu hebben staan verdubbelen. Voor nu zijn we gewoon lekker aan het produceren.”

“De levertijd van onze FR3-vloeistof is vele malen korter dan de tachtig weken die nodig zijn voor de bijbehorende powertransformatoren, die essentieel zijn om netcongestie door elektrificatie op te lossen. De uitbreiding van het elektriciteitsnet kan ons dan ook niet snel genoeg gaan.”

De bouw van de FR3-plant in Gouda ging niet zonder slag of stoot. Vorig jaar stelde GroenLinks Gouda voor het Cargill-terrein te ontmantelen en te transformeren naar een woonwijk. De partij vindt de site ‘vervuilend’ en ‘hinderlijk’ en is het dus liever kwijt dan rijk. Ze zeggen: ‘Er zijn genoeg plekken die niet dicht bij een woonwijk zijn.’

Nu zou de locatie van het terrein, dat inmiddels naast een woonwijk ligt, niet meer gekozen worden voor een chemische fabriek. Aan de andere kant maakt de fabriek al generaties lang deel uit van de Goudse gemeenschap. Daarnaast is Cargill Gouda in hun eigen werkzaamheden milieubewust bezig. Zo werken ze circulair en gebruiken ze hun eigen FR3 om de transformatoren op het terrein bij te vullen.

In Gouda heeft Cargill zo’n 320 werknemers. Het bedrijf heeft in Gouda ook een actief beleid om een zo goed mogelijke buur te zijn. Er wordt, naar eigen zeggen, veel proactief gecommuniceerd als er bijvoorbeeld werkzaamheden plaatsvinden die geluidsoverlast kunnen geven. En elke twee jaar organiseert het bedrijf een open dag, waarop buren en andere belangstellende de mogelijkheid hebben een kijkje te nemen op het terrein en in de fabrieken.