Netcongestie remt verduurzaming chemische industrie

Om een toekomstbestendige energie-infrastructuur te kunnen bouwen, hebben netbeheerders inzicht nodig in de vraag naar energiebronnen. Daarvoor is informatie nodig over de verduurzamingsplannen van de industrie, maar die is vaak bedrijfsgevoelig. De oplossing: Data Safe House, een veilige omgeving om gegevens te delen en samen op te trekken.

Tekst: Ilse Naves-Scheidel
Beeld: John van Hamond
Gepubliceerd: 14.07.2026

Data Safe House is een onafhankelijk dataplatform waarop bedrijven veilig hun vertrouwelijke verduurzamingsplannen met netbeheerders kunnen delen, waarbij ze zelf de regie houden. Een keer per jaar updaten de aangesloten bedrijven hun data, zodat deze actueel blijft. Netbeheerders hebben hierdoor een meer betrouwbaar inzicht in de veranderende vraag naar energie. Daarmee kunnen ze de infrastructuur voor elektriciteit en duurzame gassen beter aanpassen aan de werkelijke, en actuele behoeften. Inmiddels baseren zij hun investeringsscenario’s voor de energie-infrastructuur alleen nog op data uit Data Safe House.

Ook plasticfabrikant SABIC in Bergen op Zoom is aangesloten bij Data Safe House. Als een van ‘s werelds grootste petrochemische bedrijven, gespecialiseerd in thermoplastische polycarbonaten, zetten zij in op duurzame groei. Daarbij lopen ze bij de geplande verduurzamingsprojecten tegen de uitdagingen van de Nederlandse energie-infrastructuur aan, vertelt Hajar Abjeg, Sustainability Engineer bij SABIC.

Hajar: 'Door deel te nemen aan Data Safe House hopen we de onzekerheid over de beschikbaarheid van energiebronnen in de toekomst te verminderen'

Voordat ze zich aansloten bij Data Safe House, sprak het bedrijf één op één met de verschillende relevante nutbedrijven. Daarbij had ze de energiebehoefte van hun eigen plannen scherp voor ogen. Een van de voordelen van Data Safe House en het DIVIT-proces is dat SABIC nu met alle leveranciers gezamenlijk om de tafel zit. In ‘Dialoog over Infrastructuur voor Industrie in Transitie’ (zie kader), is er meer ruimte voor dialoog tussen alle partijen. Dat biedt meer zicht op alternatieve scenario’s en de toekomstplannen van de netbeheerders, wat SABIC weer mee kan nemen in haar verduurzamingsplannen. 

Samenwerken

“Door deel te nemen aan Data Safe House hopen we de onzekerheid over de beschikbaarheid van energiebronnen in de toekomst te verminderen. Op de korte termijn verwacht ik geen grote veranderingen. Infrastructurele veranderingen hebben tijd nodig. Maar we zijn ons er ook erg van bewust dat je ergens moet beginnen. En dat we meer kans op succes hebben als we samenwerken, dan wanneer we proberen deze veranderingen op individueel niveau te realiseren. Door onze data te delen in Data Safe House denken we bij te dragen aan meer duurzame beslissingen over de infrastructuur.”

Veilig data delen

Data Safe House is opgezet als onafhankelijke stichting om de data-uitwisseling tussen industrie en netbeheerders een veilig platform te bieden. Behalve de strenge beveiliging op het platform zijn deelnemers gebonden aan geheimhouding die ze ondertekenen voor ze mogen deelnemen. De bedrijven die data aanleveren, houden zelf de regie. Alleen de netbeheerders in de regio kunnen de data inzien op geaggregeerd niveau. Andere bedrijven hebben geen toegang. Partijen als RVO, TNO en industrieclusters mogen een data-aanvraag doen voor een specifiek doel en een afgebakende periode. Deze aanvraag wordt besproken in de regionale Data Board, een vertegenwoordigingsraad, die vervolgens advies geeft. Het bedrijf dat de data heeft aangeleverd, heeft uiteindelijk het laatste woord of de data gedeeld mag worden.

Data én dialoog versnellen de transitie

Sinds de start in 2023 is het aantal deelnemende bedrijven gestaag gegroeid. Bijna alle industriële grootbedrijven in Rotterdam-Moerdijk, Noord-Nederland en Zeeland-West-Brabant zijn al aangesloten, evenals Chemelot in zijn geheel. De andere industrieclusters en kleinere bedrijven zullen naar verwachting snel volgen nu Data Safe House is benoemd als het centrale loket in het DIVIT-proces. 

Door de nieuwe manier van data-uitwisseling - in combinatie met dialoog - hebben bedrijven meer invloed op de toekomstige energie-infrastructuur. Deze nieuwe aanpak zorgt ook voor een betere onderbouwing van strategische investeringsbeslissingen, zowel voor netbeheerders als voor de bedrijven zelf.

Steeds nijpender

Yara, producent van stikstofmeststoffen en industriële chemicaliën is gevestigd in Sluiskil in Zeeland. Zij zijn actief aan het verduurzamen door CO2 af te vangen en vloeibaar te maken, zodat deze getransporteerd en opgeslagen kan worden in een permanente opslaglocatie in Noorwegen. Wim Versteele, transitiemanager vertelt: “Tot een jaar of vijf geleden was energie geen issue in Zeeuws-Vlaanderen, maar ook hier treedt inmiddels netcongestie op. Dat probleem werd steeds nijpender. Voor ons betekende dat er onvoldoende energie zou zijn voor de CCS-installatie die nodig is voor het vloeibaar maken van de CO2.”

Wim: 'Door de data te verzamelen en gezamenlijk aan te bieden, hebben we met meer nadruk de behoefte aan elektriciteit kunnen laten zien'

Door data te delen in Data Safe House kregen netbeheerders en overheid duidelijk inzicht in de behoefte aan energie van de bedrijven in Zeeuws-Vlaanderen. Dit werd meegenomen in het Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat (MIEK)-project, een initiatief van de Nederlandse overheid om de aanleg van cruciale energie-infrastructuur (zoals waterstofnetwerken, elektriciteitskabels en -opslag) te versnellen. Versteele: “Door de data te verzamelen en gezamenlijk aan te bieden, hebben we met meer nadruk de behoefte aan elektriciteit kunnen laten zien. Alleen voor Yara konden we al aantonen dat we maar liefst achthonderdduizend ton CO2 extra kunnen minderen met de CCS-installatie, mits er wordt voorzien in onze energiebehoefte.”

Er wordt nu gewerkt aan een 380kV-verbinding. “Door een aantal bijkomende congestieverminderende maatregelen krijgen we meer capaciteit waardoor we in juni de installatie al in werking kunnen stellen en CO2 kunnen reduceren.”

Een keer invoeren, daarna makkelijk delen

Data Safe House biedt als centraal loket voor verduurzamingsplannen ook gebruiksgemak: bedrijven kunnen data nu één keer uploaden en vervolgens dezelfde consistente data delen met verschillende partijen. Dat zorgt voor administratieve lastenverlichting.

Wim Versteele van Yara vindt dit een belangrijk voordeel: “De data blijft evolueren. Wanneer je data op verschillende momenten met verschillende partijen deelt, gaan die hun eigen leven leiden en kan dat tot verwarring leiden. Met Data Safe House is het een uniforme set data die op hetzelfde moment is aangeleverd door een aantal bedrijven, dus uniform voor de hele regio.”

De eerste invoer vraagt soms tijd, bleek bij zowel SABIC als Yara. Het is namelijk belangrijk dat de data door alle partijen op dezelfde manier wordt gelezen. Daarom valideert de Data Safe House-manager de data na invoer: is deze volledig, duidelijk en reëel? Als de data eenmaal staat, is de jaarlijkse update zo gebeurd.

Die investering aan het begin loont zich, want door toenemende wetgeving vragen steeds meer partijen dit soort informatie op. Alleen partijen met maatschappelijk belang, die data over verduurzaming nodig hebben, bijvoorbeeld voor onderzoek, kunnen data opvragen. Denk aan de EED-auditplicht, de energiebesparingsplicht, etc. Zo’n aanvraag loopt via de regionale Data Board. Daarin zijn alle deelnemende bedrijven vertegenwoordigd. Zij geven advies over het delen van de data. Het bedrijf dat de data heeft aangeleverd, bepaalt uiteindelijk of en welke data ze delen.

Roadmap

Voor Yara maakt Data Safe House deel uit van hun CO2-reductie roadmap. Transitiemanager Wim Versteele hoopt dat andere bedrijven zich aansluiten: “De netbeheerders in de regio moeten een duidelijk en geverifieerd beeld krijgen wat de behoefte is en wordt in de toekomst. Voor hen werkt deze manier vlotter en duidelijker. Ik ben ervan overtuigd dat het gezamenlijk aanleveren van data meer effect teweegbrengt bij de diverse nutsbeheerders en overheid dan wanneer elk bedrijf dat apart doet.”

Meer informatie: datasafehouse.org.

DIVIT is de nieuwe nationale standaard voor afstemming over de energie-infrastructuur voor de industrie. Het moet de werelden van overheden, netbeheerders en industrie dichter bij elkaar brengen. In het proces wordt namelijk niet alleen data gedeeld, maar vindt ook onderlinge dialoog plaats. Dit betekent dat industrieclusters, netbeheerders en overheden sámen de opgeslagen, regionale data analyseren om de kansen en knelpunten in infrastructuur-capaciteit te bespreken en zo nodig bij te sturen.

“DIVIT zorgt met verschillende dialoogmomenten met stakeholders voor verificatie en daarmee betere kwaliteit van deze data.” licht Rob Gosselink, beleidsadviseur VNCI, toe. “Het is essentieel dat netbeheerders op basis van de juiste datasets en informatie scenario’s kunnen uitwerken die dienen als basis voor hun investeringsplannen.” 

Meer informatie vind je op de website