MAR-lid Tessa de Koning Gans: ‘Meewerken aan de oplossingen voor de toekomst’
Het plan was ooit om geneeskunde te gaan studeren, maar met het oog op de loting voor die studie keek Tessa de Koning Gans (30) verder. Het werd scheikundige technologie, een keuze waar ze beslist geen spijt van heeft. In april hoopt ze haar promotieonderzoek af te ronden. Met haar kennis wil ze een bijdrage leveren aan de verduurzaming van de chemie. Dat doet ze sinds kort ook vanuit de Maatschappelijke Advies Raad (MAR) van de VNCI.
Tekst: Ingeborg Abendanon
Beeld: Indra Simons
Gepubliceerd: 30.03.2026
Gepubliceerd: 30.03.2026
Het werkdomein van Tessa is de Universiteit Twente in Enschede waar ze haar bachelor en master in scheikundige technologie behaalde. Na haar studie heeft ze een jaar gewerkt aan een onderzoek naar CO2-afvang voor Sustainable Process Technology (SPT, een relatief jonge onderzoeksgroep (2011) die is voortgekomen uit de Thermo-Chemical Conversion of Biomass-groep van prof. Groeneveld en prof. Van Swaaij, -red.). De afronding van haar promotieonderzoek bij de Photo Catalytic Synthesis Group heeft haar grootste prioriteit op dit moment.
Kun je allereerst iets meer vertellen over je PhD-onderzoek?
“Ik focus me in dit onderzoek op elektrochemie voor chemische productie, specifiek op de epoxidatie van propyleen naar propyleenoxide met behulp van een elektrochemisch gemaakte katalysator. Mijn proefschrift bestaat uit vijf onderdelen die samengevat ingaan op de ontwikkeling en toepassing van hollevezelelektrodes en de katalysator voor de reactie met propyleen, inclusief procesontwerp en de haalbaarheid van industriële opschaling. Een belangrijke laatste stap in mijn onderzoek is het uitvoeren van de experimenten om te zien of hollevezelelektrodes, gemaakt van een nieuw materiaal, daadwerkelijk gebruikt kunnen worden voor de epoxidatie van propyleen. Veel van mijn tijd bestaat nu uit het schrijven over mijn onderzoek en ik moet nog een paar afrondende experimenten doen. Ik hoop mijn thesis in april af te ronden en daarna de laatste stappen te zetten om te kunnen promoveren.”
Was de chemie voor jou altijd het doel?
“Nee, ik wilde vroeger dokter worden. Daarom koos ik op de middelbare school voor het profiel Natuur en Techniek. Maar voor de studie Geneeskunde is er een loting en daarom ben ik me breder gaan oriënteren. Scheikunde vond ik een leuk vak, mede doordat ik in de bovenbouw een hele goede docent had. Dat heeft mij geholpen om me in dit vakgebied verder te ontwikkelen. Eigenlijk is plan B – scheikunde – uiteindelijk plan A geworden en ik ben heel blij met die keuze. Ik heb op de UT een fantastische studententijd gehad en veel kansen gekregen. Naast mijn studie heb ik veel kunnen doen op bestuurlijk niveau en heb ik in verschillende commissies gezeten. En ik was een tijdje hoofd Public Relations van het Green Team Twente die toendertijd een waterstofauto ontwikkelde, de H2.Zero.”

Na je promotie: een carrière in de chemie, de wetenschap of misschien in de communicatie, wat zou je kiezen?
“Dan kies ik meteen voor de chemie. De chemische industrie staat op een kantelpunt richting verduurzaming en dat is een complex en geleidelijk proces. Het publieke beeld over chemie is vaak negatief en soms te simplistisch, maar de realiteit is dat snelle, perfecte oplossingen nog niet altijd voorhanden zijn. Ik zie ook dat de sector het zwaar heeft door hoge energieprijzen, regeldruk en vergunningsproblematiek, maar ik blijf optimistisch. Mijn wetenschappelijke aanpak is altijd: als iets niet werkt, ga ik terug naar de tekentafel. Net zolang tot je iets uitgewerkt hebt, dat wel werkt. We moeten ons blijven inzetten om de duurzaamheids- en circulaire doelen te halen en daar is ook chemie voor nodig. Daarnaast zou ik het wel leuk vinden om bijvoorbeeld via het onderwijs te vertellen hoe ontzettend leuk de chemie is. Ik heb tijdens mijn PhD in de jury van de Plant Manager of the Year-verkiezing gezeten en vond het heel leuk en nuttig om met name vrouwen te ontmoeten die al in de chemie werken. In de jury zat bijvoorbeeld een vrouw die gepromoveerd was. De chemie, maar ook het wetenschappelijk onderwijs, bestaat nog steeds voor een groot deel uit mannen. Het is fijn om ook vrouwelijke rolmodellen te hebben waarmee je je kunt identificeren.”
Bij wat voor soort chemiebedrijf zie je jezelf wel werken?
“Ik heb een enorme passie voor de energietransitie en verduurzaming. Juist nu is het leuk om in de chemische industrie te werken, omdat je in de voorhoede kunt meedraaien om veranderingen daadwerkelijk vorm te geven. Ik
heb nog geen specifieke voorkeur voor een bedrijf. Het kan bij startup zijn, maar een rol op een R&D-afdeling bij een groter bedrijf zie ik ook wel zitten. Belangrijk voor mij is dat een bedrijf graag wil innoveren en met een intrinsieke overtuiging bezig is met duurzame oplossingen. Bedrijven die alleen de bare minimal doen omdat ‘het moet’, dat zie ik niet zitten. Ik wil vanuit mijn vakgebied meewerken aan de oplossingen voor de toekomst en die overtuiging wil ik ook graag zien bij een bedrijf. Ik wil een bijdrage leveren aan het verbeteren van de wereld en er liggen veel interessante vraagstukken die we samen kunnen oppakken. Ja, het is moeilijk en ingewikkeld, maar we moeten vooruitkijken en stappen zetten naar een duurzame toekomst. ”
Je bent onlangs lid geworden van de Maatschappelijke Advies Raad (MAR) van de VNCI? Waarom zei je ja, wat hoop je hier uit te halen en wat wil je graag brengen?
“Ik heb twee keer in de jury van de Plant Manager of the Year-verkiezing gezeten. Enorm leuk om te doen en via dat netwerk kwam de VNCI met het voorstel om aan te sluiten bij de Maatschappelijke Advies Raad. Daar hoefde ik eigenlijk niet lang over na te denken, het lijkt- me ontzettend leuk om vanuit deze rol ook een bijdrage te leveren. Ik ben heel nieuwsgierig en wil graag weten hoe alles werkt. Ik wil meer leren over de maatschappelijke aspecten in relatie tot de industrie. Waar zijn bedrijven mee bezig en waar lopen ze tegenaan? Omgekeerd hoop ik met mijn onbevangenheid op een positief-kritische manier inzichten te kunnen geven. En dat ik gewoon kan vragen: hoezo kan dat niet? Zullen we kijken hoe het wél kan! Die can do-instelling past bij mij en wil ik graag overbrengen.”
In een elektrochemische cel gebeurt dat aan twee elektrodes: één waar elektronen vrijkomen (de anode) en één waar ze worden opgenomen (de kathode). Tussen die twee elektrodes ontstaat een gecontroleerde elektronenstroom. Precies wat nodig is om een batterij te laten werken of een chemische reactie aan te jagen. De toepassingen zijn divers. Van smartphones en elektrische auto’s tot waterstofproductie via elektrolyse. Ook in de industrie wint elektrochemie terrein: het maakt het mogelijk om chemische processen te elektrificeren en daarmee af te stappen van fossiele warmte. In waterzuivering worden elektrochemische technieken ingezet om hardnekkige verontreinigingen af te breken, terwijl brandstofcellen waterstof omzetten in schone stroom voor mobiliteit en energieopslag.
Elektrochemie is niet alleen een wetenschappelijk vakgebied, maar een sleuteltechnologie voor een klimaatneutrale toekomst. Het levert schonere processen op, maakt nieuwe duurzame grondstoffen mogelijk en opent de deur naar volledig elektrische chemie. Tessa: “Dit vakgebied is echt booming en ik denk dat het ook steeds belangrijker gaat worden. Tegelijkertijd is het een vakgebied in ontwikkeling, we weten nog niet alles. Zeker als je deze technologie op grote schaal wil gaan toepassen.”