Made in Europe vraagt meer dan goede bedoelingen

Een beleidskader dat Europese waarden zoals duurzaamheid en onafhankelijkheid actief beschermt, zodat bedrijven die hier volgens die normen produceren kunnen blijven concurreren. Volgens Floris Hekster, vice president Operations bij Sonneborn, is dat waar Made in Europe om draait. Een strategie die volgens hem succesvol kan zijn, maar dan moeten we niet blijven hangen in goede bedoelingen.

Tekst: Ingeborg Abendanon
Beeld: Sonneborn
Gepubliceerd: 27.07.2026

Sonneborn produceert gespecialiseerde oliën en vetten in Nederland die onder meer worden gebruikt in farmaceutische producten, cosmetica en industriële toepassingen. Cruciale ingrediënten die vaak onzichtbaar zijn voor de eindgebruiker, maar essentieel voor de kwaliteit en veiligheid van producten in de keten.

Wat is voor jou de essentie van Made in Europe?

Floris: “Made in Europe is geen nationalistisch of puur protectionistisch begrip, maar vooral de wens om daadwerkelijk te beschermen wat we in Europa belangrijk vinden. Denk aan duurzaamheid, welvaart en onafhankelijkheid. Waarden waar we vaak over praten, maar die we nog onvoldoende concreet borgen. Als we Europa echt duurzamer en minder afhankelijk willen maken, moeten we ook duidelijke beleidskeuzes maken en niet blijven hangen in goede bedoelingen. Made in Europe is een manier om die stap te zetten en idealen in de praktijk te brengen. Want als je het volledig aan de consument overlaat, werkt het simpelweg niet. Mensen willen duurzaam en verantwoord kiezen, maar als het alternatief twee of drie keer zo duur is, wint uiteindelijk de portemonnee. Daarom heb je beleid en regelgeving nodig zodat de keuzes die wij als samenleving belangrijk vinden ook daadwerkelijk worden ondersteund en bedrijven die daarin investeren, eerlijk kunnen concurreren.”

Hoe belangrijk is deze strategie voor Nederlandse chemiebedrijven in het algemeen en Sonneborn in het bijzonder?

“Wat mij betreft is de urgentie zeer groot. Als we deze strategie niet snel genoeg op gang brengen, wordt produceren hier steeds duurder, terwijl concurrenten buiten Europa die lasten niet hebben. Verwachten dat bedrijven hier blijven investeren is dan onrealistisch. Productie verhuist simpelweg naar andere regio’s. Voor Sonneborn en de sector in brede zin betekent dit dat je uiteindelijk je concurrentiepositie verliest. Je houdt hier misschien de regels en de kosten, maar de bedrijven verdwijnen. En daarmee bereik je precies het tegenovergestelde van wat je wilt: je verliest industrie én je duurzaamheidsdoelen.”

'Als we willen dat duurzame of Europese producten een serieuze plek krijgen, moeten we ook de vraag daarnaar organiseren'

Wat heeft Sonneborn nodig om concurrerend te blijven op het wereldtoneel?

“Dat begint met een gelijk speelveld. Dat je als bedrijf niet wordt geconfronteerd met concurrenten die structureel lagere kosten hebben omdat zij bijvoorbeeld goedkopere grondstoffen gebruiken of onder andere regels werken. Daar hoort ook bij dat de energievoorziening op orde is. Sonneborn wil graag elektrificeren, maar de infrastructuur ontbreekt. Wij zijn pas in 2031 aan de beurt, dus de realiteit is dat we die stap nu niet kunnen zetten. Daarnaast hebben we duidelijke en langetermijnbeleidskaders nodig. Investeringen in deze sector lopen over decennia, dus je moet erop kunnen vertrouwen dat beleid niet telkens verandert. Wat zeker ook niet helpt, zijn nationale regels bovenop Europees beleid. Dat zet ons op achterstand ten opzichte van andere landen. En tot slot moeten vergunningstrajecten sneller en eenvoudiger, want nu kosten ze enorm veel tijd en geld zonder dat ze ons echt verder helpen. Als aan die randvoorwaarden wordt voldaan, kunnen we hier concurrerend blijven.”

Wat kunnen bedrijven zelf doen, zonder afhankelijk te zijn van politieke keuzes?

“Bedrijven moeten vooral laten zien welke waarde ze toevoegen en waarom ze relevant zijn. Mensen zien onze schoorstenen, maar niet de producten en toepassingen die we ermee maken. Als je niet duidelijk maakt wat jouw bijdrage is, bijvoorbeeld dat onze producten essentieel zijn voor medische toepassingen of alledaagse producten, zullen mensen ons niet waarderen. En als ze ons niet waarderen, zullen ze ons ook niet steunen. Uiteindelijk moet je zelf beter je verhaal vertellen en laten zien dat je maatschappelijk bestaansrecht hebt.”

Een belangrijke voorwaarde van Made in Europe is de vraagcreatie? Hoe kijk je daar tegenaan?

“Als we willen dat duurzame of Europese producten een serieuze plek krijgen, moeten we ook de vraag daarnaar organiseren. Je kunt niet verwachten dat de consument dit automatisch doet, zeker niet als het duurder is. Dan gebeurt het simpelweg niet. Dus zul je eisen moeten stellen, bijvoorbeeld via verplichtingen of bijmengpercentages, zodat er daadwerkelijk een markt ontstaat en bedrijven de zekerheid hebben om te investeren.”

'Wij zien dat het speelveld momenteel niet gelijk is en dat belemmert bedrijven om te concurreren'

Komt Made in Europe op tijd?

“Wij zien dat het speelveld momenteel niet gelijk is en dat belemmert bedrijven om te concurreren. Elk beleid dat ons helpt om eerlijker te concurreren in de wereldeconomie is welkom. De tijd zal uitwijzen of dit op tijd is om onnodige schade te voorkomen.”

Marco Mensink, directeur-generaal van Cefic, stelt dat er moeilijke keuzes gemaakt moeten worden. Niet alle industrie kan blijven en niet alles zal in Nederland blijven. Sonneborn behouden of opgeven voor het grotere Europese doel indien nodig?

“Bedrijven komen en gaan, dat is altijd zo geweest en zal altijd zo blijven. Het is dus niet aan ons om koste wat kost behouden te blijven, maar om ervoor te zorgen dat we relevant blijven en waarde toevoegen. Als we voldoen aan maatschappelijke verwachtingen, de geldende regels en er vraag is naar onze producten, dan hebben we bestaansrecht. Wat niet mag gebeuren, is dat regelgeving ervoor zorgt dat bedrijven verdwijnen terwijl ze wél aan die voorwaarden voldoen. Als uit de keuzes die Europa maakt blijkt dat wij niet meer kunnen opereren, dan is dat zo. Zolang bedrijven maar niet verdwijnen omdat het speelveld scheef is.”


Floris werd geïnterviewd voor Chemie Magazine in het kader van het thema Made in Europe. Je leest de volledige special hier

Concurrentievermogen versterken

De Critical Chemicals Alliance is een initiatief van de Europese Commissie om het concurrentievermogen van de chemische industrie in Europa te versterken en minder afhankelijk te maken van andere regio’s. Overheden, bedrijven, ngo’s en kennisinstellingen gelieerd aan de chemie werken samen aan oplossingen voor hoge productiekosten, importafhankelijkheid en teruglopende investeringen. 

Het werk van de CCA is georganiseerd in vier werkgroepen: (1) identificatie van kritische moleculen en sites, (2) monitoring van handelsbelemmeringen en verbetering handelsbescherming, (3) inzet op behoud en investeringen in duurzame productie en financiering daarvan en (4) het creëren van vraag naar duurzame, Europese chemie via zogeheten ‘lead markets’. De VNCI is zelf betrokken bij deze laatste werkgroep en via de trilaterale samenwerking ook bij de derde werkgroep. Daarnaast zijn ook verschillende van onze Nederlandse leden actief in de verschillende groepen.

In Chemie Magazine 3 (september) vertelt Mark Intven meer over de CCA.