Katwijk Chemie: van cacaodoppen tot API-producent voor de wereldmarkt
Het begon met de extractie van theobromine uit cacaodoppen. Een stof die een licht stimulerende werking heeft, vergelijkbaar met cafeïne, en die ook in farmaceutische toepassingen verwerkt kan worden. Het was het begin van een familiebedrijf dat in 1914 opgericht werd en uitgroeide tot API-producent voor de wereldmarkt.
Tekst: Ingeborg Abendanon
Beeld: Chris Bonis
Gepubliceerd: 07.04.2026
Gepubliceerd: 07.04.2026
Gerard van Dorp, algemeen directeur, is de vierde generatie in het familiebedrijf. Bob Gielen startte een klein jaar geleden als operationeel en financieel directeur. Samen zetten ze de koers uit voor de toekomst van Katwijk Chemie.
Jouw overgrootvader richtte het bedrijf op in 1914. Was het altijd al de bedoeling dat je hier zou gaan werken
Gerard: “Die vraag wordt me vaker gesteld en vind ik eigenlijk lastig te beantwoorden. Ik weet niet precies wat ik anders was gaan doen als het familiebedrijf er niet was geweest. Ik heb zeker naar alternatieven gekeken, maar wat me over de streep trok was het gevoel van iets voort willen zetten. En ook het idee van eigen ondernemerschap, de vrijheid om je werk te sturen in een bepaalde richting, zelf een koers te kunnen bepalen. In een grotere organisatie heb je misschien meer carrièrekansen, maar je zit toch meer in een keurslijf van bureaucratie en lange lijnen. Als mkb-bedrijf zijn de lijnen korter en kunnen we sneller schakelen.”
Bob, jij startte in april 2025 als operationeel en financieel directeur bij Katwijk Chemie. Wat trok jou over de streep?
“Ik heb hiervoor 21 jaar bij Shell gewerkt en krijg dus vaak de vraag waarom ik overgestapt ben naar een mkb-bedrijf. Een groot deel is bekend terrein: de fabriek, de chemie, ploegendiensten. Shell is een groot bedrijf en dat biedt enorm veel kansen, maar ik wilde juist weg uit die grote, corporate omgeving. Katwijk Chemie is een echt familiebedrijf en dat zie je terug in het personeelsbestand waar soms meerdere familieleden bij ons in dienst zijn. Werken bij een relatief klein bedrijf maakt dat je zelf meer sturing kunt geven. Er is meer speelruimte.”
Katwijk Chemie produceert API’s, werkzame stoffen voor medicijnen. Kun je een aantal voorbeelden noemen van markten en toepassingen?
Gerard: “Onze grootste afzetmarkt is de farmaceutische industrie. Europa is voor ons de belangrijkste markt, maar we richten ons onder andere ook op Amerika, Japan en India. De ingrediënten die we verkopen in India worden daar vooral weer geformuleerd voor de Amerikaanse markt. We zijn wereldwijd een van de grootste producenten in onze nicheproducten en we zijn bijvoorbeeld de enige in de wereld die een anti-epilepticum maken dat veel wordt toegepast bij kinderen. Maar we hebben ook een anti-bacteriële stof die in oogdruppels en crèmes tegen puistjes wordt verwerkt. En een stof die wordt gebruikt om overtollig ijzer uit het lichaam af te scheiden voor mensen met een ijzerstofwisselingsziekte. Onze klanten zijn divers. We werken voor bedrijven die gespecialiseerd zijn in bijvoorbeeld anti-epileptica, maar hebben ook klanten die een breed portfolio van medicijnen maken. Onze omzet komt bijna volledig uit de farmaceutische hoek.”
Als jullie die markt zouden willen verbreden, waar liggen dan mogelijkheden?
Gerard: “Wij onderscheiden ons in hoogwaardige, gereguleerde productie met hoge kwaliteitseisen en uitbreiding zou binnen dat spectrum moeten passen. En we moeten kijken naar volumes. Je heb stoffen die per kilo geproduceerd worden en stoffen die een volume van meer dan duizend ton hebben. Wij zitten daar precies tussenin en uitbreiding zou dus moeten passen bij onze apparatuur.” Bob: “Uiteindelijk gaat het erom dat het voor ons bedrijf de juiste fit is. We zijn specialist in het werken met bepaalde processen en chemicaliën waar niet iedereen mee overweg kan. Dat biedt kansen, maar we moeten wel kijken of de volumes ook voldoende marge opleveren. We hebben nu een aantal projecten lopen waarbij we aanlopen tegen het maximum aan capaciteit op deze locatie. Op basis van marktonderzoek willen we in de komende zes tot twaalf maanden richting geven aan kansrijke markten en proposities.”
Naast de API’s en de verschillende fijnchemicaliën voor uiteenlopende industriële toepassingen is er nog een derde tak: de ontwikkeling en contractproductie bij exclusieve samenwerkingen. Waar moet ik dan aan denken?
Gerard: “Dat is een beperkt deel van onze omzet en vaak zijn dit jarenlange samenwerkingen. Een voorbeeld daarvan is een stof die wordt toegepast in bloedkweek- media. Als iemand sepsis heeft, willen artsen zo snel mogelijk weten welke bacterie de infectie veroorzaakt en welk antibioticum daar het beste tegen werkt. Dan nemen ze een bloedmonster af en dat zetten ze op kweek. Daar zit ons product als anticoagulans in. Dat zorgt ervoor dat de bacteriën goed kunnen groeien waardoor je snel kunt determineren wat de oorzaak is en welk antibioticum voorgeschreven moet worden.”
In Nederland is er geen concurrentie voor jullie, hoe zit dat op Europees niveau en wereldwijd?
Gerard: “Concurrentie in Nederland is alleen relevant voor de contractproductie. Voor de niet-exclusieve producten is India voor ons veruit het belangrijkste land qua concurrentie. Zowel in de generieke farma als de ingrediëntenmarkt zijn zij een grootmacht geworden. India heeft een structureel voordeel door lage arbeids- en kapitaalkosten, schaal en kennis. Arbeid in Nederland is wezenlijk duurder waardoor de prijsconcurrentie met India lastig is. Die kostenkloof is substantieel en blijvend waardoor de strategische ruimte van Nederlandse chemie-/farmabedrijven beperkt wordt. Daar komt nog bij dat er in de markt van generieke farmaceutische producten steeds meer spelers zijn toegetreden. Bedrijven die daar, net als wij, goed in zijn en kans hebben gezien om hun marktaandeel te vergroten.”
Bob: “In tegenstelling tot de commodity chemicals – bulkchemicaliën die in grote volumes tegen een lage prijs worden geproduceerd – werken wij precies andersom. Wij opereren vanuit Nederland met speciality chemicals – kleinere volumes, vaak maatwerk of met een specifieke functionaliteit – op een wereldwijde markt. Maar we zien daar wel een verschuiving. Kwaliteitsdifferentiatie en Quality Management System-niveaus (compliance met Good Manufacturing Practice) waren lange tijd onderscheidend, maar concurrenten verbeteren zich ook en sommige producten worden een semi-commodity, wat de marges onder druk zet. Daarom zijn we nu dus hard op zoek naar nieuwe producten en nieuwe kansen in de markt.”
Gerard: “Deze markt is sterk gereguleerd en veranderen van leverancier doen klanten niet zo snel. We hebben een trouw klantenbestand dat tevreden is over onze producten, maar uiteindelijk neemt de prijsdruk wel toe. Die druk zit niet alleen in de API’s zelf, maar ook in het feit dat veel van onze klanten het steeds moeilijker krijgen. Het gebeurt dat een klant gewoon stopt met een bepaald medicijn vanwege concurrentie.”
De chemie heeft het zwaar op dit moment door tal van oorzaken, zoals hoge energieprijzen, regeldruk en netcongestie. Wat speelt er voor jullie op dit vlak?
Bob: “Een obstakel waar wij tegenaan lopen, is netcongestie. We hebben een aantal verduurzamingsprojecten om die reden moeten parkeren. Plannen die er vooral op gericht waren om onze eigen energiesystemen te verduurzamen, zoals een e-boiler, een warmtepompinstallatie die al in de haalbaarheidsfase zat en aanpassing van het klimaatsysteem HVAC met ondersteuning van een Warmte-Koudeopslag (WKO). Het heeft niet meteen invloed op onze bedrijfsvoering, maar het is natuurlijk ontzettend jammer dat we die plannen niet kunnen doorzetten.”
Gerard: “Voor mij is de vraag in hoeverre Europa mag inzetten op protectionisme om de leveringszekerheid van medicijnen te waarborgen en dus ook die van de werkzame stoffen en fijnchemische tussenproducten verder terug in de leveringsketen. Je ziet dat landen uiteindelijk hun eigen koers bepalen. Frankrijk, Duitsland en Italië nemen wel maatregelen om hun generieke farmaceutische productie te beschermen. Nederland doet niets vergelijkbaars. We hebben inmiddels een van de ernstigste medicijntekorten van Europa, simpelweg omdat we altijd voor een dubbeltje op de eerste rang willen zitten. Terwijl strategische keuzes van overheid en bedrijven uiteindelijk cruciaal zijn voor de volksgezondheid. Maar dat besef lijkt grotendeels te ontbreken. Na de coronapandemie leek er tijdelijk wel meer aandacht voor het verminderen van de afhankelijkheid van China en India, maar die urgentie lijkt snel weg te zijn geëbd. Uiteindelijk wint het streven naar de laagste prijs het telkens weer van strategisch denken.”