Jurist Marie-Sophie Dibling over overcapaciteit: 'We hebben een nieuw instrument nodig'

De bestaande WTO-instrumenten zijn niet geschikt om de overcapaciteit van landen als China tegen te gaan, zegt jurist Marie-Sophie Dibling. “We moeten de oude WTO-regels verbinden met de huidige wereldwijde handelszorgen.”

Tekst: Igor Znidarsic
Beeld: Shutterstock
Gepubliceerd: 01.10.2025

“Ik heb nooit zo veel chemische fabrieken zien sluiten in Europa als nu”, zegt Marie-Sophie Dibling, die zich bij het Brusselse advocatenkantoor Cassidy Levy Kent (CLK) bezighoudt met internationale handel, specifiek de handelsbeschermingsinstrumenten.

Zij ziet een directe link met de overcapaciteit in non-market economies zoals China. “Het vijfjarenplan van de Chinese Communistische Partij noemt de chemische industrie een strategische sector. Die beschermen ze door de concurrentie op de wereldmarkt te ondermijnen met overcapaciteit. Daarmee overladen ze de export, met name naar downstream-industrieën in andere Aziatische landen, die hun overcapaciteit aan (eind-)producten vervolgens tegen extreem lage of negatieve prijzen dumpen op de wereldmarkt. “De VS hebben hiertegen in 2018 maatregelen genomen, maar Europa blijft als enige grote markt de zwaar gesubsidieerde producten accepteren”, aldus Dibling.

Regels respecteren

De WTO (World Trade Organisation, die als doel heeft te zorgen dat handelsstromen tussen landen zo soepel, voorspelbaar en vrij mogelijk verlopen) zou de aangewezen instantie zijn om het probleem aan te pakken. “Er zijn drie handelsbeschermingsinstrumenten om oneerlijke concurrentie tegen te gaan: antidumping-, antisubsidie- en vrijwaringsmaatregelen”, vertelt Dibling. “Maar ze zijn niet ontwikkeld om overcapaciteit tegen te gaan. De WTO kan niks doen, tenzij de EU ermee instemt om de WTO-regels verder te laten gaan dan handelsbeschermingsinstrumenten, in het licht van nieuwe mondiale problemen zoals het milieu of overcapaciteit.”

'Ik ben verbaasd over de onwetendheid bij politici, vooral over de chemie, en het gebrek aan betrokkenheid'

Het probleem is volgens Dibling dat de EU de WTO-regels respecteert terwijl anderen dat niet doen. De WTO dan maar negeren, zoals de VS doet, vindt Dibling geen goed idee. “De VS is een verenigd land waar ze beslissingen kunnen nemen op presidentieel niveau, en soms een beetje als een cowboy opereren. Wij zijn niet de VS. Wij zijn een internationaal verhaal van 27 lidstaten, die zich bij de WTO presenteren als de EU. En we zijn het beste jongetje van de klas. Dat moeten we blijven, want dat is een deel van wie we zijn. We willen regels respecteren, anders respecteren we onszelf niet meer. Maar een feit is dat de wereld voortdurend verandert, waardoor ook de wetgeving constant in ontwikkeling is. En het probleem is dat de WTO niet met die ontwikkelingen meegaat. Er is sinds de oprichting niets veranderd.”

Vergissing

Anti-dumping- en anti-subsidie-maatregelen zijn volgens Dibling te product-specifiek om effectief ingezet te kunnen worden tegen overcapaciteit. Dit blijkt al uit de constatering dat ‘de meeste schademarges die de Europese Commissie in

Foto: CLK

antidumping- en antisubsidie-onderzoeken berekent vaak vijf keer zo hoog zijn als de dumping- of subsidiemarges’, zo schrijft CLK in een recente paper over de natronloog- en chloorwaardeketen. Daarnaast laat de praktijk zien ‘dat in situaties waarin antidumping- en antisubsidie-rechten zijn opgelegd op een niveau dat voldoende is om het gelijke speelveld in de EU te herstellen, buitenlandse exporteurs, met name uit China, omzeiling en frauduleuze praktijken volledig in hun dagelijkse bedrijfsvoering hebben geïntegreerd om deze maatregelen gemakkelijk te omzeilen’.

Dan zijn er nog de vrijwaringsmaatregelen. “Dat is een bescherming tegen een toename van import,” legt Dibling uit. “Wij denken dat het zou kunnen werken, maar daar heb je wel politieke bereidheid voor nodig.” De recente openbare consultatie van de Europese Commissie over ‘toekomstige maatregelen om de EU-staalsector te beschermen tegen oneerlijke handelspraktijken’ vindt Dibling een uitstekend initiatief. “Maar het betreft alleen staal. Het is een vergissing van de Commissie om nieuwe soorten maatregelen voor staal voor te stellen voordat je een instrument voor overcapaciteit hebt. We hebben maatregelen nodig om oneerlijke handel en overcapaciteit systemisch aan te pakken. Staal is een cruciale sector, maar andere sectoren kampen met vergelijkbare zorgen. Daarom ligt deze zorg op EU-niveau en moet deze verder reiken dan het sectorale initiatief. We hebben een instrument nodig waarmee we overcapaciteit in alle sectoren kunnen aanpakken.”

'Toen we de chloor-gerelateerde waardeketen onderzochten, realiseerden we ons dat de krakers in de EU ook worden blootgesteld aan overcapaciteit in China'

Algemene uitzonderingen

Hoe zou dit instrument eruit kunnen zien? Dibling: “Je zou onder bepaalde strikte voorwaarden die in EU-wetgeving zijn ontwikkeld - zoals een bepaald volume en een drempelwaarde ten opzichte van EU-consumptie, strategische producten, dreiging van schade, en onderbieding ten opzichte van de EU-prijs - tijdelijke tarieven voor een bepaalde periode kunnen opleggen om te voorkomen dat er schade ontstaat en de basis van de EU-industrie wordt verkleind. Dit in afwachting van betere marktomstandigheden en heronderhandelingen over de WTO. Dit zou gebaseerd kunnen zijn op algemene uitzonderingen van de WTO of om Europese veiligheidsredenen (WTO-artikel XX of XXI). Maar er zijn ook andere rechtsgrondslagen die kunnen worden onderzocht. Het doel is om oude WTO-regels te verbinden met de huidige wereldwijde handelszorgen. We kunnen de belangrijkste uitdagingen voor Europa, zoals milieu en werkgelegenheid, niet negeren vanwege WTO-regels die sinds hun ontstaan niet zijn gewijzigd. Dit betekent dat overcapaciteit moet worden aangepakt in het licht van de WTO en volledig verenigbaar moet zijn met de WTO-regels.”

 

 

Bewustzijn creëren

 

Dibling is bij veel handelsonderzoeken voor Europese chemieproducenten betrokken geweest. Via de in Nederland gevestigde Tronox en Westlake verdiepte ze zich in de markten van titaniumdioxide en epoxy. “Het deed me echt pijn, persoonlijk, dat deze bedrijven hun fabrieken moesten sluiten.”

Bij het epoxy-onderzoek begon het te dagen wat er in China en andere Aziatische landen aan de hand was. “Toen begonnen we te begrijpen wat er ook in de natronloog- en chloorwaardeketen gebeurde. We lazen in de publicaties van de Communistische Partij over het plan om met grote volumes chloor-gerelateerde producten de concurrentie op de EU-markt te verstoren. Het is niet makkelijk om informatie te vinden, en het moet feitelijk correct zijn, en je moet alles vertalen. Zo’n onderzoek kost daarom veel tijd.”

Er is nu een paper over de koolstofketen is in de maak. “Toen we de chloor-gerelateerde waardeketen onderzochten, realiseerden we ons dat de krakers in de EU ook worden blootgesteld aan overcapaciteit in China.” Het gaat om onder andere etheen en propeen.

Het doel van CLK is bewustzijn creëren. “We delen de informatie met overheden, ook de Nederlandse. Ik ben verbaasd over de onwetendheid bij politici, vooral over de chemie, en het gebrek aan betrokkenheid. Terwijl de Nederlandse industrie binnen de EU waarschijnlijk het zwaarst getroffen wordt, klopt de Nederlandse politiek nog steeds niet op de deur van de Europese Commissie om de urgentie van een aangepast instrument te bepleiten dat voor een level playing field gaat zorgen.”