Infinity Recycling investeert en maakt opschaling mogelijk
Infinity Recycling investeert in bedrijven die afvalstromen omzetten in nieuwe grondstoffen voor de chemie. Maar hun rol gaat verder: als ‘oliemannetje’ brengen ze industrie, overheid en financiers bij elkaar om opschaling mogelijk te maken. Oprichters Jan-Willem Muller en Jeroen Kelder over disruptie in de keten, de noodzaak van commitment en waarom de industrie nu moet handelen.
Tekst: Marrika van Beilen
Beeld: Chris Bonis
Gepubliceerd: 30.06.2026
Gepubliceerd: 30.06.2026
Infinity Recycling is ontstaan vanuit een zakelijke observatie van kansen in een veranderende markt. Jan-Willem Muller en Jeroen Kelder, met een achtergrond in onder meer commodity trading, internationale handel en investeringen in hernieuwbare energie, zagen dat de grondstoffenmarkt al decennialang weinig veranderde. Tegelijkertijd groeide de druk op de chemische industrie om over te stappen op hernieuwbare en circulaire grondstoffen. De combinatie van marktinzicht en ervaring in zowel handel als financiering leidde tot het idee om bedrijven te ondersteunen die afvalstromen kunnen omzetten in nieuwe chemische bouwstenen. Infinity Recycling richt zich daarbij niet alleen op het leveren van kapitaal, maar ook op het begeleiden van bedrijven bij de opschaling van hun technologie.
Wat maakt jullie aanpak anders dan traditionele venture capital of private equity?
Kelder: “Wij investeren niet alleen geld, wij noemen het ‘investeren plus’. Dat betekent dat we actief meewerken aan het succes van bedrijven. Veel investeerders schrijven een cheque en hopen dat het goed komt. Wij weten dat dat in deze sector niet werkt. Je moet de randvoorwaarden creëren: toegang tot feedstock, afzetmarkten en regelgeving. We zijn continu bezig om alle stakeholders, zoals de overheid, andere investeerders, schuldfinanciers en subsidieverschaffers, mee te krijgen en te mobiliseren, zodat we uiteindelijk die opschaling echt kunnen realiseren.”
Muller: “Eigenlijk zijn wij een soort katalysator, of zoals we zelf zeggen het ‘oliemannetje’. We brengen partijen bij elkaar die normaal niet met elkaar praten: afval, chemie, overheid. In het begin dachten we: we vervangen gewoon de feedstock en klaar. Maar inmiddels zie je dat het veel verder gaat. De hele keten heeft het moeilijk en wordt anders ingericht. Je ziet nu echt disruptie en verschuivende rollen, en dat is voor bestaande petrochemie best lastig, want je moet investeren in iets dat je eigen core business onder druk zet.”
Hoe groot is Infinity Recycling vandaag?
Kelder: “Ons eerste fonds is 175 miljoen euro gecommitteerd kapitaal. Daarvan investeren we zo’n honderd miljoen direct, en houden we vijftig tot zestig miljoen aan als follow-on capital. We verwachten uiteindelijk rond de elf investeringen in het portfolio te hebben. Belangrijk is ook dat wij altijd proberen andere financiering te ontgrendelen. Dat kan equity zijn, of schuldfinanciering van partijen die we goed kennen. Maar het kunnen ook subsidies zijn op Europees, Nederlands, of lokaal niveau. Op de investeringen die we hebben gedaan, is uiteindelijk meer dan het dubbele aan kapitaal gemobiliseerd.”
Muller: “We hebben twintig investeerders in het fonds: van pensioenfondsen en banken tot strategische partijen uit de waardeketen. Die mix is bewust, je hebt zowel financieel als industrieel kapitaal nodig.”
Wat zijn jullie selectiecriteria voor bedrijven?
Muller: “Het begint simpel: wat maak je, wat vervang je, en tegen welke kosten? Als je die drie vragen goed kunt beantwoorden, dan kijken we verder. Dan komen de volgende vragen. Met welke technologie werk je? Hoe ziet je team eruit? Op welke locatie zit je? We investeren in bedrijven die afvalstromen omzetten in grondstoffen voor de chemie. Het allerbelangrijkst is dat hun product bestaande materialen kan vervangen.”
Kelder: “Daarnaast stappen wij bewust in de scale-up fase in: technologie die al bewezen is, maar nog moet opschalen, zeg Technology Readiness Level (TRL) 6 of 7. Dat zijn vaak bedrijven die al vijf tot tien jaar bestaan, en tegen die tijd hebben ze meestal de grootste pijn al gehad.”
Hoe hands-on zijn jullie als investeerder?
Kelder: “We zitten bij een groot deel van onze portfolio-bedrijven in de board en helpen actief mee. Dat betekent niet dat we alles zelf doen, maar we zorgen dat de juiste mensen en partners betrokken worden. Soms gaat het om financiering, soms om operationele ondersteuning.”
Muller: “En we brengen ook leerpunten mee. We investeren relatief breed in deze markt, dus we zien waar dingen fout gaan. Die kennis kunnen we weer inzetten bij andere bedrijven.”
Hoe gaan jullie om met de spanning tussen innovatie en commerciële haalbaarheid?
Kelder: “Voor ons is commerciële haalbaarheid leidend. Dat betekent niet dat innovatie onbelangrijk is, maar zonder business-case gebeurt er niets. De eerste fabriek hoeft niet direct winstgevend te zijn, maar moet wel richting break-even kunnen. Anders is het niet financierbaar.”
Muller: “En daar gaat het vaak mis. Bedrijven bouwen een prachtig technisch concept, maar denken te weinig na over ‘wie koopt dit straks en tegen welke prijs?’ Ze hebben vaak geen idee hoe ze het product in de markt zetten. We hebben echt heel veel gesprekken met startups gehad om uit te leggen: je kan niet zomaar met een trucje nafta naar de Botlek rijden, want ja, niemand neemt dat daar natuurlijk in. Wij brengen de realiteit erin: specificaties, prijs, concurrentie.”
Hoe kijken jullie naar chemische versus mechanische recycling?
Muller: “Het is absoluut complementair. Eerst moet je kijken of je kunt hergebruiken en redesignen via mechanisch recyclen. Maar uiteindelijk houdt mechanische recycling op omdat materialen degraderen. Dan heb je chemische routes nodig. En chemische recycling heeft als voordeel dat je weer virgin quality materiaal kunt maken. Dat maakt het commercieel interessanter.”
Hoe beoordelen jullie het investeringsklimaat in Nederland?
Kelder: “Dat is simpelweg niet goed. Niet alleen door energieprijzen of regelgeving, maar ook door gebrek aan commitment vanuit de industrie. Bedrijven durven geen langetermijnafspraken te maken. De industrie zegt vaak dat ze niet kunnen investeren, maar we vragen ze ook niet om geld op tafel te leggen, maar om zich te committeren. Dat ze zeggen: wij nemen dit product af. Zonder dat gebeurt er niets. Banken financieren het niet en investeerders stappen niet in.”
Muller: “Waarom zou je geen offtake contract voor over twee jaar tekenen als je gelooft in de toekomst? Het risico is beperkt want prijs kun je vaak heronderhandelen en als een product niet aan de specificaties voldoet, wordt het gewoon afgewezen. Ondertussen zie je dat de petrochemie het laat liggen en andere partijen instappen. Banken, waste managers en zelfs brand owners die zelf de regie over het afval pakken. Wat nodig is, is commitment: leverings- en afnameafspraken met prijs en termijn, eventueel aangevuld met overheidsgaranties.
Waarom werken jullie met zowel private als publieke financiering?
Kelder: “Dit soort projecten zijn kapitaal-intensief dus je hebt verschillende soorten kapitaal nodig: equity, debt, maar ook subsidies. Publiek kapitaal speelt een belangrijke rol in de vroege fases, om risico’s te verlagen. Daarna kunnen private investeerders instappen.”
Muller: “Als je kijkt naar onze investeerders, dan zie je dat particulieren het vaak nog een ver-van-mijn-bed-show vinden. Terwijl er wel affiniteit is, blijft dat vaak niche. Onze bredere aanpak, zoals carbon recycling, spreekt juist meer institutionele investeerders aan. Denk aan het Europees Investeringsfonds (EIF), pensioenfondsen, verzekeraars, banken en strategische partijen met kleinere tickets.”
Wat is de belangrijkste succesfactor om van pilot naar commerciële plant te gaan?
Kelder: “Financiering, maar dan wel gekoppeld aan de juiste voorwaarden. Dus: offtake, regelgeving, infrastructuur. Er is genoeg kapitaal in de wereld. Het probleem is dat het niet goed gekoppeld wordt aan projecten.”
Muller: “En er is ook een mindset issue. De industrie wacht af. Terwijl juist zij het verschil kunnen maken door commitments te geven.”
Jullie zijn een SFDR 9-fonds. Dat brengt verplichtingen mee om impact, zoals CO₂-reductie of circulariteit, te meten en rapporteren. Hoe doen jullie dat?
Muller: “We hebben een impact officer die zich volledig richt op hoe we impact concreet maken. Samen met de bedrijven waarin we investeren doorlopen we dat proces: wat is impact precies voor hen? Dat kan variëren van CO₂-reductie en het opruimen van plastic afval tot diversiteit in het bestuur. Dit traject maakt bedrijven niet alleen investable, maar ook aantoonbaar beter.”
Kelder: “Het is niet vrijblijvend. Als wij geen meetbare impact leveren, dan heeft dat financiële gevolgen voor onszelf. We zijn streng op rapportage, elk kwartaal, en hoewel bedrijven dat eerst lastig vinden, helpt het juist. Vooral in de VS zie je dat dit goed werkt, bijvoorbeeld richting ngo’s en vergunningverstrekkers. Europese bedrijven lopen daar nog wat in achter.”
Wanneer denken jullie dat hernieuwbare feedstock de fossiele feedstock heeft vervangen?
Muller: “Gerecyclede feedstock is er al: er wordt geproduceerd, geleverd en geld mee verdiend. De vraag is niet óf het komt, maar wanneer het voldoende is opgeschaald. Recycling loopt daarin voorop, naast biobased en CO₂-afvang en -gebruik (CCU). Opschaling vraagt tijd en kapitaal maar regelgeving, zoals verplichte gerecyclede materiaal in verpakkingen vanaf 2030, zorgt voor versnelling.”
Hoe ziet de toekomst eruit over vijf tot tien jaar?
Muller: “Ik hoop vooral dat die industrie er dan nog is in Europa. Want op dit moment zien we dat die verdwijnt. Investeringen gaan naar Azië en delen van Amerika. Als we hier geen keuzes maken, geen visie hebben, dan raken we die positie kwijt. En dan worden we afhankelijk van import. Dan gaat het eigenlijk niet meer alleen over verduurzaming, maar ook over weerbaarheid en strategische autonomie.
Kelder: “In het ideale scenario heb je één geïntegreerde industrie, waarin bestaande en nieuwe spelers samenwerken. Gebruik makend van bestaande infrastructuur, maar met nieuwe grondstoffen. Maar dat lukt alleen als iedereen meedoet.”
Meer informatie vind je op hun website.