Ducor Petrochemicals: ‘Groot genoeg om mee te doen, klein genoeg om flexibel te zijn’

Van yoghurtbakjes, ijsverpakkingen en tomatenbakjes uit de supermarkt tot festivalbekers, verfemmers en medische hulpmiddelen zoals injectiespuiten: polypropyleen zit in talloze producten die we dagelijks gebruiken. Vanuit de Rotterdamse haven levert Ducor Petrochemicals de grondstoffen voor veel van die toepassingen. Een relatief klein bedrijf waar de focus ligt op maatwerk en specialistische toepassingen. Volgens CEO Hanno Schouten schuilt daarin precies de kracht van Ducor: “Groot genoeg om mee te doen, klein genoeg om flexibel te zijn.”

Tekst: Ingeborg Abendanon
Beeld: Joris den Blaauwen
Gepubliceerd: 22.09.2026

Met een productie van circa 180 kiloton polypropyleen per jaar behoort Ducor niet tot de allergrootste spelers in de markt. Waar veel concurrenten zich richten op standaardproducten en grote volumes, ontwikkelt Ducor juist specialistische toepassingen.  “Wij produceren polypropyleen, een veelzijdige kunststof die wordt toegepast in verpakkingen, infrastructuur en medische hulpmiddelen,” vertelt Schouten. “Wij onderscheiden ons van de grote spelers doordat we flexibel zijn. We kunnen gespecialiseerde producten maken en klant-specifieke ontwikkelingen realiseren. Daarom omschrijven we onszelf als een soort boetiek binnen de chemie.”

Deze aanpak vertaalt zich naar concrete innovaties. Zo ontwikkelde Ducor samen met een klant een vierkant yoghurtbakje voor de Nederlandse supermarktsector. Het ontwerp zorgt voor efficiënter transport, minder materiaalgebruik en een lagere milieu-impact, zonder concessies te doen aan sterkte en kwaliteit. Het past bij de intrinsieke motivatie om te verduurzamen. “En verduurzaming gaat voor ons verder dan alleen CO₂-reductie. Het gaat ook over langdurige klantrelaties, verantwoord omgaan met de omgeving, veilig werken en het behoud van hoogwaardige industrie in Nederland.”

Medische sector groeimarkt

Hoewel veel polypropyleen van Ducor verwerkt wordt in voedselverpakkingen, ziet het bedrijf vooral grote kansen in de medische sector. Polypropyleen wordt toegepast in onder meer injectiespuiten, laboratoriummaterialen en medische hulpmiddelen. “Wij zijn ISO 13485-gecertificeerd en mogen medische toepassingen produceren,” zegt Schouten. “Onze ambitie is om een belangrijke toeleverancier te zijn én te blijven voor de medische hulpmiddelenindustrie.”

‘Er liggen enorm veel kansen om, gebruikmakend van de bestaande industrie, verder te vergroenen en verduurzamen’

De verduurzaming van die sector speelt daarbij een belangrijke rol. Schouten ziet mogelijkheden om samen met ziekenhuizen en ketenpartners circulaire oplossingen te ontwikkelen voor medische kunststoffen. “Een operatie genereert een enorme hoeveelheden afval. Wij willen helpen om die kringloop te sluiten. Afval ophalen, inzetten als grondstof en daarvan weer nieuwe medische producten maken. Dat is waar we naartoe willen.”

Blue Circle Olefins: unieke samenwerking

Een belangrijke bouwsteen in de duurzaamheidsstrategie van Ducor is de samenwerking met Blue Circle Olefins. Volgens Schouten is die samenwerking uniek. “Blue Circle gaat ons groene grondstoffen leveren. Ongeveer de helft van wat zij produceren, is bedoeld voor Ducor. Dankzij onze flexibiliteit kunnen wij die grondstoffen verwerken tot hoogwaardige toepassingen.”

Die samenwerking past binnen een bredere transformatie die Ducor de afgelopen twee jaar heeft ingezet. Toen Schouten aantrad als CEO werd een nieuwe koers uitgezet. “Onze visie voor 2030 is helder: groen, klant-specifiek, een hoog serviceniveau en medisch. Dat zijn de vier pijlers waarop we bouwen.” Volgens hem ligt de kracht van het concept juist in de samenwerking binnen de hele waardeketen. “Het gaat niet alleen om de grondstoffen. Je hebt klanten nodig, brand owners, retailers, zieken-   huizen, overheden en brancheorganisaties. De hele keten moet meedoen om dit succesvol te maken.”

Over het einddoel is Schouten uitgesproken. “Mijn ultieme droom? Volledig vergroend. En liefst veel eerder dan 2050.” Hij is ervan overtuigd dat de omslag naar duurzame polypropyleen haalbaar is. Niet alleen omdat wet- en regelgeving bedrijven in die richting stuurt, maar vooral omdat steeds meer organisaties intrinsiek gemotiveerd zijn om hun CO₂-voetafdruk te verkleinen. “Je ziet twee typen klanten. De eerste groep wordt gedreven door wetgeving. De tweede groep doet het omdat zij zelf willen verduurzamen. Vooral in die tweede groep zit voor ons veel waarde.”

Dat duurzame materialen nu nog duurder zijn dan fossiele alternatieven ontkent hij niet. Tegelijkertijd wijst hij erop dat de impact op consumentenproducten vaak beperkt blijft. “Bij veel eindproducten gaat het uiteindelijk om een prijsverschil van één of twee procent. Dat merkt de consument nauwelijks, terwijl de duurzaamheidswinst groot kan zijn.”

Overleven én transformeren

Toch klinkt tussen alle ambitie ook een duidelijke waarschuwing. Hoewel Ducor volop investeert in vergroening, draait de dagelijkse werkelijkheid momenteel om iets anders. “Onze grootste uitdaging is nu overleven.” Volgens Schouten hebben de sterk gestegen energiekosten en de wereldwijde concurrentie de Europese chemische industrie zwaar onder druk gezet. “De energiekosten zijn de afgelopen jaren twee tot drie keer zo hoog geworden, terwijl de marktprijzen onder druk staan door importen. Die balans moet terug. We hebben een eerlijk speelveld nodig.”

Zijn wensen richting politiek Den Haag zijn dan ook concreet. “Verlaag de energiekosten en bescherm de Europese markt. Dat zijn de twee belangrijkste voorwaarden om te kunnen overleven.” Dat betekent niet dat hij pessimistisch is. “Ik zie juist enorm veel mogelijkheden. Maar we hebben wel snelheid nodig. Anders praten we straks over bedrijven die er niet meer zijn.”

Ondanks de uitdagingen blijft Schouten overtuigd van de waarde van de Nederlandse industrie. “Er liggen enorm veel kansen om, gebruikmakend van de bestaande industrie, verder te vergroenen en verduurzamen. Zo behouden we strategische autonomie in Europa en houden we kennis, innovatie en productie in eigen hand.”

‘Volledig vergroend, en liefst ruim vóór 2050’

Volgens hem vergeten mensen soms hoeveel bedrijven afhankelijk zijn van producenten zoals Ducor. Niet alleen grote internationale concerns, maar juist ook tientallen mkb-bedrijven die gespecialiseerde producten produceren voor verpakkingen, voedingsmiddelen of medische toepassingen. “Wij leveren de grondstoffen waarmee anderen hun producten maken. Die bedrijven zijn afhankelijk van toeleveranciers zoals wij. Als je die keten verliest, verlies je veel meer dan één fabriek.”

Pareltje

Schouten omschrijft Ducor Petrochemicals graag als “een pareltje in de Rotterdamse haven”. Niet als marketingkreet, benadrukt hij, maar als een realistische beschrijving van wat het bedrijf vandaag al in huis heeft en morgen kan betekenen. Vooral de combinatie van Ducors flexibiliteit en de samenwerking met Blue Circle zijn volgens hem uniek. “Wat wij hier aan het opbouwen zijn, bestaat nergens anders ter wereld. We praten daarover met partijen uit Japan en andere landen. Mensen zijn oprecht geïnteresseerd in wat hier gebeurt.” Ondanks alle uitdagingen blijft zijn blik nadrukkelijk gericht op de toekomst. “We hebben perspectief, we hebben mogelijkheden en we hebben mensen die bereid zijn hard te werken. Nu moeten we zorgen dat we de kans krijgen om het ook waar te maken.”

Ducor over het VNCI-lidmaatschap

Toen Hanno Schouten twee jaar geleden aantrad als CEO van Ducor, stond het bedrijf aan het begin van een nieuwe fase. De ambitie om te verduurzamen, de samenwerking met Blue Circle Olefins en de zoektocht naar nieuwe markten maakten ook duidelijk dat Ducor niet alleen kon opereren. Dat was voor Schouten een belangrijke reden om opnieuw aansluiting te zoeken bij de VNCI. “Wij zijn met grote veranderingen bezig. Dan is het waardevol om een gesprekspartner te hebben die de industrie begrijpt en beschikt over een netwerk dat veel groter is dan dat van onszelf.”


De hernieuwde kennismaking met de VNCI kwam niet uit de lucht vallen. In gesprekken over de toekomst van de Nederlandse chemische industrie werd al snel duidelijk dat Ducor en de VNCI dezelfde ambitie delen: een sterke, concurrerende en duurzame sector. Volgens Schouten bewijst het lidmaatschap zijn waarde in de praktijk. Hij noemt de ondersteuning bij gesprekken met partijen in de keten, overheden en andere stakeholders als een belangrijk voordeel. “De VNCI helpt ons bij het openen van deuren en het faciliteren van gesprekken. Zeker als het gaat om verduurzaming en het creëren van marktvraag voor circulaire oplossingen is dat enorm waardevol. Je merkt dat de VNCI niet alleen begrijpt waar bedrijven tegenaan lopen, maar ook actief meedenkt over oplossingen.”

Voor Ducor draait het lidmaatschap niet alleen om belangenbehartiging. Schouten hoopt vooral meer zichtbaarheid te creëren voor bedrijven die een belangrijke rol kunnen spelen in de verduurzaming van de industrie. “Er is ontzettend veel mogelijk met bedrijven zoals het onze. De VNCI heeft het netwerk om dat verhaal zichtbaar te maken bij de mensen die uiteindelijk beslissingen nemen. Dat helpt om duidelijk te maken wat er kan, wat er nodig is en wat Nederland ervoor terugkrijgt.”

Schouten zit in het bestuur van de VNCI en ziet kennisdeling als een verantwoordelijkheid van bedrijven binnen de Nederlandse industrie. “Ik vind dat je als bedrijf de verantwoordelijkheid hebt om bij te dragen aan de infrastructuur van de BV Nederland. Daar waar we van elkaar kunnen leren, informatie kunnen delen en elkaar kunnen versterken, worden we uiteindelijk allemaal beter.” Die houding sluit aan bij zijn bredere visie op samenwerking. “Als je samenwerkt en kennis deelt, kun je meer bereiken dan alleen en dat is uiteindelijk in het belang van de hele sector.”