Deadline Europese Kaderrichtlijn Water nadert

De kwaliteit van het oppervlaktewater en het grondwater in Nederland is de afgelopen decennia sterk verbeterd. Dat komt door alle genomen maatregelen die voortvloeien uit de Europese Kaderrichtlijn Water die in 2000 van kracht werd. Toch is het nog een forse uitdaging om alle chemische en ecologische doelen uiterlijk in het jaar van de deadline 2027 te halen. Overheid en industrie willen met actieprogramma’s zover mogelijk komen.

Tekst: Adriaan van Hooijdonk
Beeld: Shutterstock, Pixabay
Gepubliceerd: 26.02.2024

Nederland is een drukbevolkte en economisch hoogontwikkelde delta. Het is een grote uitdaging om het water in de rivieren, plassen en het grondwater schoon te houden. Al was het maar omdat een deel van de probleemstoffen die in ons water zitten bij de grens via de Rijn, Maas, Schelde en Eems in Nederland binnenstromen. Dit vraagt om grensoverschrijdende oplossingen.

Schoon water is van levensbelang voor mens, natuur en bedrijven. We maken er drinkwater van, we recreëren er, we gebruiken het voor de landbouw en industrie en het is leefgebied voor veel dieren en planten. De waterkwaliteit is sinds de jaren zeventig met de komst van de Wet verontreiniging oppervlaktewater (Wvo) en in 2000 de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) sterk verbeterd. Daarvoor werd er nog veel geloosd op kanalen en rivieren, stonk het water op veel plekken en waren veel wateren niet geschikt om te zwemmen.


De Kaderrichtlijn Water heeft als doel het bereiken en behouden van een goede chemische en ecologische toestand van het oppervlaktewater. Verder moet er genoeg grondwater beschikbaar zijn met een goede chemische toestand. Voor sommige drinkwaterbedrijven is grondwater immers de belangrijkste bron om drinkwater te bereiden.

De chemische doelen van de Kaderrichtlijn Water zijn vastgelegd in Europese en nationale normen. Op Europees niveau zijn voor 45 stoffen normen vastgesteld in de Richtlijn Prioritaire Stoffen. Voor het grondwater zijn in de Grondwaterrichtlijn, een dochterrichtlijn van de KRW, eisen voor de chemische toestand opgenomen.

Daarnaast zijn er per waterlichaam ecologische doelen die onder meer zijn uitgedrukt in gewenste soorten en aantallen vissen, waterplanten, algen en macrofauna voor de uiteenlopende watertypen in Nederland. Voor de ecologie is er een lijst met normen voor zo’n tachtig à honderd stoffen die voor de Nederlandse waterkwaliteit ook van belang zijn. Voor sommige stoffen, zoals medicijnresten, zijn er nog geen normen, maar daar werkt Brussel aan (zie kader). In totaal gelden zo’n honderdduizend doelen waarop de Europese Commissie Nederland kan afrekenen voor 745 waterlichamen en 23 grondwaterlichamen .

Onder druk

Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat stelt dat er veel vooruitgang is geboekt om de waterkwaliteit te verbeteren in de ongeveer 770 oppervlakte- en grondwaterlichamen die Nederland voor de KRW heeft aangewezen. De terugkeer van de otter in de Nieuwkoopse plassen en het Naardermeer is daar een mooi voorbeeld van. Tegelijkertijd staat waterkwaliteit door verschillende oorzaken steeds meer onder druk. Zo bevat het oppervlakte- en grondwater te hoge concentraties fosfaat en nitraat door bemesting van de landbouw en loost de industrie stoffen. Verder komen er door toenemend medicijngebruik steeds meer medicijnresten in het oppervlaktewater terecht. De meeste rioolwaterzuiveringsinstallaties (rwzi’s) kunnen met de huidige technologie de medicijnresten niet volledig verwijderen. Daarom breiden steeds meer waterschappen de rwzi’s uit met een vierde zuiveringsstap, bijvoorbeeld met ozon of actief kool, om de resten alsnog te verwijderen. De farmaceutische industrie gaat hier nu deels aan meebetalen via de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid die de Europese Commissie en het Europees Parlement hebben opgelegd. Dat geldt ook voor de cosmetica-industrie die voor microplastics in het water zorgt.

Impulsprogramma

Nederland heeft twee keer uitstel gehad van Brussel om de tussentijdse doelen van de KRW te halen. Die ruimte is er na 2027 niet meer. Vanaf dat jaar moeten alle nodige maatregelen zijn uitgevoerd en zijn er veel minder uitzonderingsmogelijkheden geldig om te motiveren waarom de doelen niet zijn gehaald. Minister Harbers van IenW kondigde daarom in maart 2023 het KRW-impulsprogramma aan met zeven actielijnen (zie kader). De focus is in de eerste plaats om te zorgen dat provincies, waterschappen, gemeenten en het Rijk tijdig kunnen doen en uitvoeren wat is afgesproken in de stroomgebiedbeheerplannen van de Rijn, Maas, Eems en Schelde in de periode 2022-2027. In deze plannen, die Nederland zelf naar Brussel stuurde, zijn circa 65 generieke (beleids-)maatregelen en zeventienhonderd gebiedsgerichte maatregelen opgenomen. Hiervoor geldt een uitvoeringsplicht.

KRW dashboard

Het ministerie van IenW maakt via een dashboard inzichtelijk hoe het met de uitvoering van de KRW-maatregelen gaat. Uit het dashboard van december 2023 blijkt dat dertig procent van de gebiedsgerichte maatregelen een risico loopt in 2027 niet te zijn uitgevoerd. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om het hermeanderen van beken, de aanleg van natuurvriendelijke oevers en vispassages en het verminderen van de emissie van stoffen uit rwzi’s.

De Raad voor de leefomgeving en infrastructuur (Rli) wees in mei 2023 in een advies op het gebrek aan urgentiegevoel en een te grote vrijblijvendheid bij de afspraken die overheden met elkaar hebben gemaakt. De beleidsinvulling en -uitvoering is gebrekkig. Daarom is aanscherping van de regelgeving voor meststoffen, gewasbeschermingsmiddelen en lozingen van chemische stoffen geboden, stelt de Rli. Het ministerie van IenW werkt via het KRW-impulsprogramma aan deze aanbevelingen.

Vooralsnog voldoet nul procent van de oppervlaktewateren aan de chemische en ecologische eisen van de KRW. Daar hoort wel de kanttekening bij dat Brussel het ‘one out all out’-principe hanteert. Het betekent dat als een waterlichaam op basis van één parameter (van de circa 140 parameters per KRW-waterlichaam) niet voldoende scoort, de eindscore van het hele waterlichaam ‘rood’ is (dus niet voldoet aan de goede toestand). Dat is niet voor niets, want de aanwezigheid van één stof kan bijvoorbeeld fataal zijn voor sommige vissoorten.  


Actielijnen KRW-impulsprogramma

  1. Bewaken van de uitvoering van eerder afgesproken maatregelen
  2. Verdere uitwerking van ruimtelijke maatregelen
  3. Intensivering van maatregelen voor stoffen
  4. Inzet op verdere verankering van afspraken in regelgeving
  5. Bepalen toestand, prognose en resterend handelingsperspectief
  6. Voorbereiding op een goede motivering van uitzonderingen in de aanloop naar 2027
  7. Voorkomen van en voorbereiden op rechtszaken

Bronaanpak

Bronaanpak en reductie van lozingen zijn voor de chemische industrie de twee belangrijkste onderdelen van het KRW-impulsprogramma zegt Ian van Zaanen. Hij is een van de teamleden van het KRW-impulsteam van het ministerie van IenW waarin ook vertegenwoordigers van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, waterschappen, provincies en gemeentes zitten. “Doel van de bronaanpak is om vervuiling te voorkomen door de toelatingseisen van nieuwe stoffen aan te scherpen en door het op orde te brengen van vergunningverlening, toezicht en handhaving”, aldus Van Zaanen. De bronaanpak kan ook betekenen dat chemiebedrijven via de safe and sustainable by design-aanpak op een duurzame en veilige manier stoffen (her-)ontwerpen. Waar de bronaanpak niet lukt, werkt het ministerie met verschillende sectoren, zoals de chemische industrie, in een ketenaanpak samen aan de reductie van lozingen (zie kader). Verder werkt het ministerie met partijen, zoals waterschappen, aan de herinrichting van het waterlandschap en natuurlijker beheer. Waterschappen leggen bijvoorbeeld natuurvriendelijke oevers aan en laten beken weer natuurlijker stromen. Stuwen en gemalen verdwijnen waar mogelijk, zodat vissen weer vrij baan hebben. Waar dit niet kan komen er vispassages.  

Samenwerking met de verschillende sectoren is essentieel, benadrukt Van Zaanen. “Zo is naast de industrie bijvoorbeeld de landbouw aan zet met de aanleg van bufferstroken tussen landbouwpercelen en watergangen om de uitspoeling van meststoffen en gewasbeschermingsmiddelen te voorkomen.”

“Doel van de bronaanpak is om vervuiling te voorkomen door de toelatingseisen van nieuwe stoffen aan te scherpen en door het op orde te brengen van vergunningverlening, toezicht en handhaving"

Nederland kan volgens hem ver komen om de doelen te halen. Daarvoor is het essentieel dat alle eerder afgesproken maatregelen tijdig worden uitgevoerd en gekeken wordt wat er aanvullend kan worden gedaan. Er zijn volgens hem nog ‘diverse handelingsperspectieven’ in beeld. “Bij de meeste hebben we het bedrijfsleven nodig om tot uitvoering te komen. Daarnaast moeten we ons voorbereiden op de beperkte uitzonderingsmogelijkheden”, zegt Van Zaanen. “Bijvoorbeeld als maatregelen al wel zijn uitgevoerd maar het na-ijlende ecologische effect tijd nodig heeft. Of als we de doelen niet halen door hogere belasting uit het buitenland. Dan kunnen we een grote stap zetten naar schoon en gezond water en het voldoen aan de KRW-doelen.”



VNO-NCW en MKB-Nederland aan de slag met Actieprogramma KRW bedrijfsleven

VNO-NCW en MKB-Nederland startten in november 2023 met het Actieprogramma KRW bedrijfsleven. Jan Fokkens van VNO-NCW is met consultant en milieujurist Peter de Putter de trekker van het actieprogramma. “Het ministerie van IenW heeft inmiddels een lijst van 42 chemische stoffen opgesteld die het meest problematisch zijn om de chemische en ecologische doelen van de KRW te halen”, licht De Putter toe. “Daar focussen we op, maar we zijn niet blind voor de rest. We moeten ergens beginnen.”

Wanneer het de betrokken bedrijven lukt om eind 2027 een groot deel, maar het liefst alle 42 stoffen, binnen de KRW-normen te lozen, is er de ogen van de twee al een grote slag gemaakt. Fokkens benadrukt dat het actieprogramma zich nu vooral richt op directe lozingen op rijks- en regionale wateren. Belangrijk onderdeel is de samenwerking met Rijkswaterstaat en de waterschappen om de circa zestienhonderd watervergunningen tijdig te actualiseren. Rijkswaterstaat is bezig met een inhaalslag om de vergunningen up-to-date te krijgen. Het kan volgens Rijkswaterstaat nog wel jaren duren voor het werk is afgerond. Dat komt onder meer omdat overheden, ingenieursbureaus en het bedrijfsleven allemaal in de kleine vijver vissen met medewerkers die over kennis en kunde beschikken om de vergunningen te herzien.

“Daarom stellen we voor dat ervaren specialisten kennis en kunde delen met minder ervaren mensen”, zegt De Putter. “Zo kunnen we in de loop van 2024 wellicht over meer mensen beschikken die dit ingewikkelde werk kunnen uitvoeren. Een vergunningenteam met wellicht ook specialisten uit het bedrijfsleven die in regionaal verband aan de slag gaan.”

Daarnaast voorziet het actieprogramma in een waterscan voor een aantal KRW-relevante bedrijfstakken om inzichtelijk te maken welke chemische stoffen ze gebruiken en lozen. Vervolgens komt er een plan van aanpak waarbij een branche eerst kijkt of het mogelijk is om bepaalde stoffen niet meer te gebruiken. Wanneer dat niet lukt, moeten ze het gebruik zoveel mogelijk terugbrengen. Tot slot kijkt het actieteam of er wellicht verregaande zuiveringsmaatregelen moeten worden genomen bij fabrieken in bepaalde sectoren.


Meer eisen op komst: ontwikkelingen vanuit de EU

De ontwikkelingen staan niet stil. Zo is er recent een Europees politiek akkoord over de herziening van de Europese Richtlijn behandeling stedelijk afvalwater gekomen. Ook zet de EU in op uitgebreide producentenverantwoordelijkheid voor humane geneesmiddelen en cosmeticaproducten, meer monitoren om bronnen op te sporen bij lozing op riolering en bijvoorbeeld ook compensatie van gezondheidsschade bij schending van nationale regelgeving. 

De herziening is bedoeld om de Richtlijn behandeling stedelijk afvalwater uit 1991 in lijn te brengen met de beleidsdoelstellingen van de EU op het gebied van klimaatactie, de circulaire economie en het terugdringen van vervuiling. Daarnaast moet de in 2021 herziene Drinkwaterrichtlijn de komende jaren geïmplementeerd worden. Zo komen er wellicht normen voor medicijnresten. Bekend is ook het in ontwikkeling zijnde EU-verbod op het gebruik en uitstoten van pfas (2026). Verder sorteert het bedrijfsleven nu al voor op het EU Zero Pollution Action Plan dat uiterlijk in 2050 voor nul vervuiling moet zorgen.