Critical Chemicals Alliance moet de sector toekomstperspectief geven
In de Critical Chemicals Alliance (CCA) werken bedrijven, brancheorganisaties en overheden samen om de toekomst van de Europese chemische industrie veilig te stellen. Een sector die in Europa als strategisch aangemerkt is, maar tegelijkertijd ook onder druk staat. De CCA werkt aan het versterken van de concurrentiekracht, leveringszekerheid en duurzaamheid van de sector en zet onderwerpen als marktvraag, innovatie en investeringszekerheid hoger op de Europese agenda.
Tekst: Ingeborg Abendanon
Beeld: Curve
Gepubliceerd: 08.10.2026
Gepubliceerd: 08.10.2026
De Critical Chemicals Alliance (CCA) vloeit voort uit het Chemicals Industry Action Plan van de Europese Commissie en heeft als doel voorstellen te ontwikkelen om de concurrentiekracht, leveringszekerheid en toekomstbestendigheid van de Europese chemie te versterken. Mark Intven, hoofd Klimaat en Energie bij de VNCI, is nauw betrokken bij de CCA.
Wat is de Critical Chemicals Alliance (CCA) en waarom is deze opgericht?
“Europa heeft vastgesteld dat de chemische industrie een strategisch belangrijke sector is, maar ook een sector die het momenteel moeilijk heeft. Dat was de aanleiding voor het Chemicals Industry Action Plan. Vanuit dat actieplan is de Critical Chemicals Alliance opgericht. De opdracht aan de alliantie is om samen met bedrijven, brancheorganisaties en andere stakeholders te onderzoeken welke maatregelen nodig zijn om de Europese chemie concurrerend en toekomstbestendig te houden. Bijzonder is dat Europa op deze manier nog niet eerder rechtstreeks met één specifieke sector heeft samengewerkt.”
Aan welke onderwerpen werkt de CCA?
“Het idee was om te starten met drie werkgroepen, maar de uitbreiding naar vier vond al plaats voordat de eerste General Assembly gehouden werd. De thema’s zijn kritieke moleculen en sites, handel, modernisering en investeringen en het stimuleren van de vraag naar duurzame producten. Het toevoegen van de vierde werkgroep, Lead Markets, is essentieel om te zorgen voor voldoende vraag naar duurzame producten. Nederland en Cefic hebben zich sterk gemaakt om dit als afzonderlijk thema aan de agenda toe te voegen.”
Hoe is de VNCI betrokken bij de CCA?
“De VNCI is lid van de alliantie en neemt actief deel aan de kerngroep Lead Markets. Daarnaast is Nederland op verschillende manieren vertegenwoordigd via lidbedrijven, chemieclusters, brancheorganisaties, het ministerie van Economische Zaken en andere stakeholders. Juist die brede vertegenwoordiging is een kracht. Via een tweewekelijkse informele uitwisseling met onder meer het ministerie, provincies en clusterorganisaties zorgen we ervoor dat Nederlandse partijen goed aangesloten blijven bij de ontwikkelingen.”
Wat zijn de belangrijkste mijlpalen tot nu toe?
“De alliantie ging begin dit jaar van start op Chemelot. Vervolgens hebben de werkgroepen maandenlang gewerkt aan analyses en aanbevelingen. In juli zijn de eerste resultaten opgeleverd aan de Steering Board en DG GROW van de Europese Commissie. De volgende belangrijke stap is de General Assembly begin oktober, waar de voorstellen worden besproken en vastgesteld. Dat wordt een belangrijk moment omdat dan duidelijk wordt welke aanbevelingen voldoende steun krijgen voor verdere uitwerking. Hopelijk horen we dan ook hoe het vervolgproces er uit zal zien.”
Wat moet de CCA uiteindelijk opleveren?
“Het uiteindelijke doel is een strategische agenda voor de Europese chemie. We willen inzicht krijgen in welke chemische waardeketens en fabrieken voor Europa onmisbaar zijn, waar investeringen nodig zijn en welke randvoorwaarden moeten worden verbeterd. De ambitie is niet alleen om achteruitgang te voorkomen, maar juist ook om een perspectief te bieden voor een concurrerende en duurzame industrie in Europa.”
Waarom is het bepalen van ‘critical chemicals’ zo lastig?
“Vrijwel ieder bedrijf kan beargumenteren dat zijn product essentieel is. Daarom is het lastig om een lijst op te stellen waar iedereen het over eens is. De werkgroep Critical Molecules & Critical Sites heeft zich daarom vooral gericht op een methode waarmee vastgesteld kan worden welke producten en productieomvang strategisch zijn voor Europa. Daarmee geef je de Europese Commissie een instrument om keuzes te maken, zonder dat de sector zelf direct een lijst met winnaars en verliezers hoeft aan te wijzen.”
Wat staat er op het spel als Europa chemische productie verliest?
“De chemische industrie is de basis voor veel andere sectoren. Als belangrijke productie uit Europa verdwijnt, neemt de afhankelijkheid van andere delen van de wereld toe. Dat maakt ons kwetsbaarder voor geopolitieke spanningen, handelsconflicten en verstoringen in de bevoorrading. Je moet strategisch relevant blijven door in belangrijke ketens een speler te zijn om wie niemand heen kan (zogenaamde control points). Bovendien raken de gevolgen niet alleen de chemie zelf, maar ook sectoren zoals de maakindustrie, gezondheidszorg, bouw en defensie.”
Wat maakt de CCA anders dan andere Europese initiatieven?
“Dit is het enige initiatief dat volledig is gericht op de chemische industrie. Veel andere Europese programma’s kijken naar de industrie in brede zin. Juist omdat de chemische sector niet expliciet is opgenomen in de Industrial Accelerator Act, is de CCA een belangrijk instrument om onderwerpen als marktvraag, concurrentiekracht en investeringen specifiek voor de chemie op de Europese agenda te krijgen.”
Wanneer is de CCA een succes?
“De alliantie is voor ons pas echt geslaagd als de aanbevelingen worden omgezet in concrete maatregelen. Dat kunnen beleidsaanpassingen zijn, ondersteuning voor herstel concurrentiepositie, stimuleren van investeringen, of instrumenten die duurzame productie en de vraag naar circulaire en low carbon-producten ondersteunen. Uiteindelijk gaat het erom dat Europa niet alleen constateert dat de chemische industrie belangrijk is, maar daar ook naar handelt.”
Wat is jouw belangrijkste boodschap aan beleidsmakers?
“Europa moet niet alleen beleid maken om de economie en samenleving duurzaam en toekomstbestendig te maken, maar ook nadenken welke onderliggende eigen industriële basis daarvoor nodig is. Vanuit strategisch belang en vanuit behoud van welvaart. We moeten niet lijdzaam toekijken hoe productie verdwijnt, maar actief bepalen welke kennis, capaciteit en waardeketens we in Europa willen behouden. Dat vraagt om visie, maar ook om concrete actie.”
