Chemische sector tussen krimp en krapte

De chemische industrie staat onder druk. De productie daalde de afgelopen vier jaar met maar liefst twintig procent, sterker nog dan het gemiddelde in de industrie als geheel. Tegelijkertijd kampt de sector met een structureel tekort aan gespecialiseerd personeel. Hoe kan dat? Suzanne IJzerman en Frank Eskes, arbeidsmarktadviseurs bij het UWV Werkbedrijf, en gespecialiseerd in de industriële sector, leggen uit waar de knelpunten liggen, welke kansen er zijn en wat nodig is om de chemie toekomstbestendig te maken als het gaat om human capital.

Tekst: Marrika van Beilen en Ingeborg Abendanon
Beeld: Mirjam van der Linden
Gepubliceerd: 07.10.2025

“De industriële productie in de chemie ligt nu twintig procent lager dan in 2021,” vertelt Suzanne IJzerman. “Hoge energieprijzen, goedkope import uit China en een dalende afzetmarkt drukken zwaar op de sector.”

Frank Eskes vult aan: “Voor minder dan twee op de tien werkgevers in de chemie is het vinden van personeel op dit moment een groot knelpunt. Dat is lager dan voor de industrie in het algemeen waar bijna een derde van de werkgevers het personeelstekort ervaart als een belemmering voor de bedrijfsvoering. Maar, hoewel we de vacatures in de chemie zien afnemen, blijven de banen díe er zijn lastig te vervullen. Het gaat dan vooral om specialistische functies zoals procesoperators, procestechnologen, monteurs, analisten en kwaliteitscontroleurs. De vraag naar nieuwe mensen neemt dus af, maar de specialisten die nodig zijn, zijn schaars.”

De grijze golf komt eraan

Een belangrijke uitdaging is de vergrijzing. “Voor heel Nederland geldt dat werkenden ouder worden omdat de pensioengerechtigde leeftijd omhoog gaat en mensen dus langer in het arbeidsproces blijven,” zegt Eskes. “Maar waar 22 procent van de totale beroepsbevolking tussen de 55 en 74 jaar oud is, ligt dit percentrage voor de chemische sector op 29 procent,” zegt Eskes.

Suzanne IJzerman

Volgens IJzerman zal het echte knelpunt vanaf 2030 voelbaar worden. “Dan stromen er meer mensen uit richting pensioen dan er vanuit opleidingen instromen. De vervangingsvraag zal dan groter zijn dan het aanbod.”

Waarom jongeren de chemie links laten liggen

De instroom van jong technisch talent loopt al jaren terug. “Op mbo-niveau is de instroom op technische opleidingen sinds 2014 bijna gehalveerd,” vertelt Eskes. “En zelfs jongeren die een technische opleiding afronden, kiezen niet altijd voor een puur technisch beroep maar worden bijvoorbeeld accountmanager, calculator of werkvoorbereider.”

Ter vergelijking, voor technische hbo-opleidingen is de instroom in de afgelopen tien jaar met zestien procent aanzienlijk minder afgenomen, en universitaire technische studies zien het aantal nieuwe studenten juist licht stijgen.

IJzerman wijst op meerdere mogelijke oorzaken dat jongeren minder vaak voor een technische mbo-opleiding kiezen: “Ploegendiensten kunnen het vak minder aantrekkelijk maken. Een andere reden is dat mbo’ers vaak minder bereid zijn om ver te reizen voor hun studie dan hbo- of wo-studenten. En in sommige regio’s verdwijnen opleidingen helemaal omdat er te weinig studenten zijn om ze rendabel te houden. Een technische opleiding is veel duurder om aan te bieden dan bijvoorbeeld een economische omdat de scholen machines en installaties moeten aanschaffen en up-to-date houden. Dat maakt het nog lastiger.”

'Recyling van grondstoffen bijvoorbeeld vraagt om hooggespecialiseerde kennis van materialen'

Een van de dingen die kan helpen om de techniek aantrekkelijker te maken zijn campagnes. “Zo heeft in het verleden de wervingscampagne voor meer vrouwen in de techniek veel effect gehad,” geeft Eskes aan.

Transitie als kans en risico

De energie- en materialentransitie biedt volgens de twee arbeidsmarktadviseurs kansen, maar ook onzekerheid. Potentieel stijgt de vraag naar gespecialiseerd personeel. “Recycling van grondstoffen bijvoorbeeld vraagt om hooggespecialiseerde kennis van materialen,” legt IJzerman uit. “Zo is kwaliteitscontrole cruciaal: een Lego-blokje van gerecycled materiaal moet net zo sterk, elastisch en precies passend zijn als het origineel dat erom bekend staat een leven lang mee te gaan.”

De keerzijde is dat de businesscase voor recycling en andere duurzame processen vaak nog niet rond te krijgen is. “En als bedrijven in die nieuwe markt failliet gaan, bouwen we ook geen expertise op in deze vaardigheden.”

Frank Eskes

Bij- en omscholing speelt een rol in het opvangen van krapte. “Ongeveer veertien procent van de werknemers in de industrie volgt een opleiding naast het werk,” zegt Eskes. “Dat is iets lager dan het landelijke gemiddelde van zeventien procent. Daarnaast heeft 28 procent van de werkgevers in de chemische sector de afgelopen twee jaar zij-instromers aangenomen, wat ongeveer gelijk is aan het percentage voor de rest van Nederland.”

Maar volgens IJzerman is behoud van personeel minstens zo belangrijk als werven. “Een goede leerling-meesterconstructie, waarbij jongere collega’s leren van ervaren vakmensen en tegelijk fysiek zware taken overnemen, kan helpen. Werkgevers die aantrekkelijke roosters bieden of helpen met woonruimte, trekken ook eerder talent aan.”

Toekomstbestendig maken

De komende jaren wordt kwaliteitscontrole steeds belangrijker, denken Eskes en IJzerman. “Kunstmatige intelligentie kan de productie ondersteunen en data analyseren,” zegt IJzerman, “maar menselijke beoordeling blijft nodig.”

Eskes besluit: “We zien dat werkgevers nu pas op de plaats maken en wachten op betere tijden. Terwijl dit wel eens juist het moment zou kunnen zijn om te investeren in gerichter arbeidsmarktbeleid en opleidingstrajecten, zodat de sector klaar is voor de toekomst.”


Verduurzaming van de chemische industrie met Zuid-Afrikaanse ingenieurs

De Nederlandse chemische industrie staat voor een dubbele uitdaging: de noodzaak tot verduurzaming én een groeiend en urgent tekort aan personeel. TNO en Rabobank signaleren structurele oorzaken zoals vergrijzing, een tekort aan jonge vakmensen en een onvoldoende instroom uit opleidingen. NRG Partners wil met het South African Talent Program bijdragen aan de oplossing.

Volgens TNO kampt 42 procent van de industriële werkgevers met personeelstekorten, het hoogste percentage van alle sectoren. Rabobank benadrukt dat arbeidstekorten inmiddels de grootste belemmering vormen voor bedrijven, nog vóór uitdagingen als hoge energieprijzen en geopolitieke spanningen (bron: Rabobank Sectorprognoses 2025).

De sector vergrijst bovendien snel: zestig procent van de werknemers is 45 jaar of ouder, vergeleken met ruim veertig procent in de algemene beroepsbevolking. Deze uitstroom van ervaren personeel zet extra druk op de industrie, juist nu er grote behoefte is aan kennis voor de transitie naar groene chemie. Het Platform Groene Chemie Nieuwe Economie voorspelt zelfs dat er in de toekomst twee keer zoveel personeel nodig zal zijn voor duurzame productieprocessen als voor de huidige chemie.

Voor Hans van Doesburg en Ruben Burggraaf, beide verbonden aan startup en VNCI-lid Erez Energy (producent en projectontwikkelaar van groene waterstof voor de industrie), was het aanleiding om twee jaar geleden NRG Partners op te richten en te starten met het South African Talent Program. Met dit detacheringsprogramma werven zij hoogopgeleide professionals - chemical, R&D, process, electrical, mechanical en civil engineers - in Zuid-Afrika. Van Doesburg: “Niet voor een tijdelijke baan, maar echt voor een overstap voor een langere periode.” NRG Partners detacheerde al verschillende kandidaten bij Nederlandse bedrijven en inmiddels is ook de eerste kandidaat aan de slag gegaan bij een chemiebedrijf.

Directe versterking

Volgens Van Doesburg is de taalverwantschap een van de grote voordelen van Zuid-Afrikaanse medewerkers. “De omschakeling naar de Nederlandse taal is vrij eenvoudig en ze begrijpen de technische termen. Daardoor kunnen ze snel meedraaien in een bedrijf. Ze zijn een directe versterking op sleutelposities en dragen actief bij aan de energietransitie en de verduurzaming van de Nederlandse industrie.”

Beeld: NRG Partners

Om de overgang zo soepel mogelijk te laten verlopen, krijgen kandidaten én hun partners in Zuid-Afrika al Nederlandse taalles. Dat past in de werkwijze van NRG Partners die niet alleen gericht is op werving, maar ook zorgt voor maandelijkse coaching en training gericht op werk- en cultuurverschillen. Daarnaast ontvangen deelnemers persoonlijke mentoring, waardoor zij niet alleen snel professioneel kunnen bijdragen, maar zich ook echt thuis voelen in Nederland. “Voor alle kandidaten doorlopen we een zorgvuldig traject. Het is belangrijk dat zij, hun partners en de bedrijven hier voor langere tijd tevreden zijn. Voor alle partijen is het een investering in de toekomst”, aldus Van Doesburg.

Met deze aanpak wil NRG Partners een directe en duurzame bijdrage leveren aan het oplossen van het personeelstekort én aan de vergroening van de chemische industrie. Dit is essentieel om de continuïteit, innovatiekracht en internationale concurrentiepositie van de Nederlandse chemische sector veilig te stellen.

Meer informatie vind je op de website.