Veiligheid, Gezondheid en Milieu


VNCI-analyse voor VGM op hoofdlijnen

  1. Schone lucht is van levensbelang
  2. Stimulans voor circulaire economie helpt bij het verduurzamen van de chemische industrie
  3. Het succes van de Green Deal-ambities is afhankelijk van de chemie en van chemische stoffen
  4. Werk mag niet leiden tot gezondheidsschade
  5. Omgevingsvisie schuurt met gelijk speelveld en draagt niet bij aan rechtszekerheid

Lees hieronder de uitgebreidere analyse.

 

1] Schone lucht is van levensbelang

De chemische industrie werkt al jaren aan verbetering van de luchtkwaliteit door haar emissies voortdurend te verlagen. Dit draagt bij aan de gezondheid en verbetering van de natuur. Nederland legt met het Schone Lucht Akkoord een ambitie neer die verder gaat dan de Europese normen. Verder moeten snel stappen worden gezet om het stikstofprobleem aan te pakken. Het kabinet moet bedrijven en overheden snel handvatten geven om te voorkomen dat allerlei initiatieven stilvallen. Het is voor een effectief milieu- en natuurbeleid essentieel om samen met de industrie tot een goede uitvoeringsagenda te komen.

Positief

  1. Het is een ambitieus doel om 50% gezondheidswinst te willen bereiken in 2030 ten opzichte van 2016.
  2. Stappen die de stikstofuitstoot werkelijk omlaag brengen en de natuur verbeteren.

Negatief

  • Een Nederlandse ambitie die verder gaat dan Europa geeft een ongelijk speelveld en heeft een nadelig effect op de investeringsruimte van de in Nederland gevestigde bedrijven.
  • Het is niet duidelijk hoe het doel van gezondheidswinst vertaald wordt naar een industrieopgave voor emissiereductie. Ook is het de vraag hoe de industrie dit technisch voor elkaar kan krijgen.
  • De door het Kabinet voorgestelde structurele aanpak (onder andere regionale drempelwaarde wordt onderzocht) geeft nog veel onzekerheid voor de industrie, waardoor vergunningen niet kunnen worden afgegeven voor oa de noodzakelijke vernieuwing- en transitie-opgave.
  • Het Schone Lucht Akkoord moet in samenhang bekeken worden met het Klimaatakkoord, het Europese emissiebeleid, de Stikstofaanpak en de aanpak van Zeer Zorgwekkende Stoffen. De industrie wordt nu geconfronteerd met tegenstrijdige doelen. Een tot nu toe gemiste kans voor een optimale winst op het gebied van gezond en veilig werken en wonen en natuurbescherming.
  • Uiteindelijk moet er een goede kosten- en batenanalyse worden gemaakt, zodat euro’s daar worden geïnvesteerd waar het effect het grootst is. Een gezonde bedrijfseconomische situatie mag daarbij niet uit het oog worden verloren.

2] Stimulans voor circulaire economie helpt bij het verduurzamen van de chemische industrie

Het is goed nieuws dat circulariteit een onderdeel is van de groeistrategie. De stimulans voor een circulaire economie helpt bij het verduurzamen van de chemische industrie. De ambitie van dit kabinet is dat Nederland in 2050 circulair is, met 50% reductie van primaire (mineraal, fossiel en metaal) grondstoffen in 2030. Het kabinet geeft aan dat de transitie naar en opbouw van een nieuwe groene basischemie zorgvuldig moet gebeuren om de nationale ambities waar te maken.

Positief

  1. I&W maakt geld vrij voor onder andere opschaling van (bijna-)marktrijpe technieken.
  2. Inzet van biomassa als grondstof voor chemie en materialen kan vanaf 2021 versnellen, met behulp van het duurzaamheidskader biomassa.
  3. Meer circulaire investeringen komen in aanmerking voor geld uit de klimaatenveloppe.
  4. Stimulans voor investeringen in productietechnieken met minder milieudruk via MIA/VAMIL, DEI+ en Groen Beleggen.
  5. Stimulering van recycling en biobased kunststoffen en textiel via de DEI+.

Bedrijven worden gestimuleerd om efficiënter om te gaan met grondstoffen, om kringlopen te sluiten en meer waarde uit afval te halen via transitieagenda’s, aanpassing van regelgeving, Green Deals, subsidieregelingen en ketenprojecten om productketens te verduurzamen.


3] Het succes van de Green Deal-ambities is afhankelijk van de chemie en van chemische stoffen

Chemische stoffen zijn sleutelcomponenten van materialen, van medicijnen tot kleding. Het Nederlandse beleid over chemische stoffen is gericht op het terugdringen en zo mogelijk uitbannen van ‘zorgstoffen.’ De VNCI vindt de focus te eenzijdig gericht. De focus zou moeten liggen op het terugdringen van  blootstelling aan gevaarlijke stoffen in plaats van puur op de stof(fen). Enkele van de zorgstoffen kunnen namelijk een nuttige rol spelen in de grote verduurzamingsopgave, niet alleen binnen de chemie maar ook in andere industrieën. De VNCI pleit ervoor om substitutie van zorgstoffen integraal te bekijken. Verstandig integraal beleid kijkt niet alleen naar toxiciteit van stoffen maar ook naar de effecten op bijvoorbeeld energiegebruik, grondstofgebruik en functionaliteit. Het beleid en de ambities van het kabinet zijn in lijn met die in de aangekondigde Chemicals Strategy for Sustainibility die is ingegeven door de ‘zero pollution ambition for a toxic free environment’ zoals geformuleerd in de Green Deal van de Europese Commissie. 

Uitgangspunt bij de verdere ontwikkeling van het Europese stoffenbeleid moet primair gericht zijn op het verbeteren van REACH. 

Positief

  1. Het stimuleren van safe by design biedt kansen voor de innovatieve chemische industrie.
  2. De inzet van het kabinet op het gebied van het stoffenbeleid blijft in de eerste plaats gericht op het verbeteren van internationale regels en afspraken. De VNCI is blij dat het kabinet het belang van een gelijk speelveld erkent. 

Negatief

  • Hoewel het beleid om emissies en lozingen van de zeer zorgwekkende stoffen niet ter discussie staat, lopen bedrijven aan tegen uitvoeringsproblemen, gebrek aan kennis bij de vergunningverlener en regionale verschillen bij de uitvoering van het VTH-beleid. De VNCI mist de regisserende rol van de Rijksoverheid. 

4] Werk mag niet leiden tot gezondheidsschade

Werk mag niet leiden tot gezondheidsschade. Goede arbeidsomstandigheden zijn daarbij essentieel. Het kabinet gaat een Arbovisie 2040 ontwikkelen waarover intensief met sociale partners zal worden overlegd. 

Positief

  1. Het ministerie van SZW zet zich in Europees verband in voor het ontwikkelen van grenswaarden voor gevaarlijke stoffen. De VNCI vindt dat de door de SER georganiseerde Europese conferentie 'Working together on the future of the limit values for carcinogens' heeft geleid tot een beter begrip en inzicht over hoe het arbobeleid beter Europees kan worden afgestemd. 

Negatief

  • De VNCI mist een duidelijke ambitie en visie bij het ministerie van SZW hoe deze arbo-agenda opgevolgd moet worden. 

5] Omgevingswet schuurt met gelijk speelveld en draagt niet bij aan rechtszekerheid

De nationale omgevingsvisie is recent toegezonden aan de Tweede Kamer. De grootste veranderingen komen op het gebied van externe veiligheid. Het omgevingsveiligheidsbeleid schuift op van een risicogericht- naar een effectgericht beleid (de zogenaamde aandachtsgebieden). Het systeem van milieutoezicht en handhaving wordt verbeterd. De ruimere lokale en regionale afwegingsruimte is een punt van zorg. Dit draagt niet bij aan rechtszekerheid en schuurt met de wens voor een gelijke Europees speelveld. De Koninklijke VNCI zet in op een integrale benadering voor een duurzame investeringszekerheid. 

 

Omgevingswet uitstekend instrument investeringsklimaat

De Omgevingswet gaat per 1 januari 2022 in. Voor de regionale- en lokale overheid biedt de Omgevingswet afwegingsruimte voor (extra) kwaliteitseisen op milieugebied. Een andere belangrijke pijler is participatie, hierdoor worden burgers, bedrijven en maatschappelijke organisaties al vroeg betrokken bij de besluitvorming over een project of activiteit. 

Positief

  1. Nieuwe regels Omgevingswet trekt de verschillende wettelijke procedures en regels gelijk en maakt besluitvorming voor bv het uitbreiden van fabrieken sneller.
  2. Participatie kan bijdragen aan een volledige afweging van diverse belangen die leiden tot duurzaam ondernemen. 

Kritisch

  • De lokale en regionale afwegingsruimte schuurt met het streven naar een gelijk (Europees) speelveld en draagt niet bij aan rechtszekerheid.

 

Vergunning-, toezicht- en handhavingsstelsel (VTH) onder de loep

Onder leiding van oud-minister Jozias van Aartsen gaat een commissie aan de slag om het systeem van milieutoezicht en handhaving te verbeteren. Chemische bedrijven hebben te maken met verschillende landelijke en regionale toezichthouders. De chemische industrie is een complexe bedrijfstak die recht heeft op een professionele, deskundige en communicatieve toezichthouder. 

Positief

  1. Mogelijk bieden de uitkomsten van de commissie (verwachting 2021) een stap naar verbetering in de professionaliteit en deskundigheid van de VTH-taken, waardoor onder andere toezicht eenvoudiger wordt.