Klimaat, Energie, Innovatie en Duurzaamheid

Fiscale klimaatmaatregelen voorlopig niet doorgevoerd

In de Voorjaarsnota kondigde de minister van Financiën meerdere maatregelen aan in de sfeer van vrijstellingen en wijzigingen in tarieven energiebelastingen. Het demissionaire kabinet heeft vooralsnog besloten deze maatregelen grotendeels niet door te voeren. De VNCI vindt dat een verstandige keuze. Wel worden de metallurgische en mineralogische vrijstellingen, zoals eerder aangekondigd in het coalitieakkoord, per 1 januari 2025 afgeschaft.

Positief

  • Het demissionaire kabinet is terughoudend met het doorvoeren van fiscale maatregelen voor de industrie.

Kritisch

  • De discussie over fossiele subsidies wordt in aanloop naar de verkiezingen verder aangezwengeld door de analyse van de budgettaire omvang van de verschillende regelingen door het ministerie van EZK.

Nationaal Groeifonds blijft investeren in publiek private innovatie als motor voor duurzaam verdienvermogen

Investeringen in onderzoek, ontwikkeling en innovatie (RD&I) zijn de motor voor verduurzaming van de Nederlandse (basis)industrie en zijn cruciaal voor het toekomstige verdienvermogen van Nederland. Het kabinet blijft streven naar een verhoging van investeringen in RD&I, waarbij ook private investeringen een belangrijke rol spelen. Investeringen in RD&I leveren het meest op wanneer er publiek privaat wordt samengewerkt. Het Nationaal Groeifonds draagt hier significant aan bij.

Positief

  • Het Nationaal Groeifonds blijft bestaan en er komt een volgende Groeifondsronde.
  •  Oorspronkelijk budget blijft gehandhaafd (er is nog 8,2 miljard van 20 miljard euro beschikbaar).
  •  Er word geïnvesteerd in reeds goedgekeurde voorstellen (Circulaire plastics, GroenvermogenNL, Biobased Circulair), ondersteund door de VNCI.
  • Aandacht voor verdienvermogen via investeringen in menselijk kapitaal.

Kritisch

  • De mogelijkheid bestaat dat de gelden in het Nationaal Groeifonds voor andere doeleinden worden gebruikt.
  • Conclusies van de Groeifonds-evaluatie worden pas in het najaar aangeboden. Verbeterpunten worden niet meegenomen in de volgende ronde.
  • Er zijn zorgen over de uitvoering van alle geplande investeringen.

Klimaatfonds gelden naar opschaling waterstof

Het kabinet stelt de komende jaren 1.9 miljard euro beschikbaar vanuit het Klimaatfonds voor de opschaling van waterstofproductie via elektrolyse. Dit geldt zowel voor productie op land en zee als voor import. Ook is 100 miljoen euro beschikbaar voor waterstofproductie uit vergassingsprojecten en wordt 125 miljoen euro voor grootschalige opslag van waterstof en 50 miljoen euro voor het waterstofnetwerk op zee gereserveerd. Dit komt naast de gelden die al eerder gereserveerd zijn voor de opbouw van de waterstofbackbone en grootschalige waterstofprojecten die vallen onder de Important Project of Common European Interest (IPCEI) regeling. De extra ondersteuning moet zorgen voor een kostprijsdaling van groene waterstof in Nederland.

Positief

  • Extra ondersteuning voor waterstof is essentieel voor de opbouw van een waterstofmarkt met betaalbare groene waterstof.

Kritisch

  • Voor bestaande gebruikers van waterstof zijn grootschalige investeringen nodig om over te schakelen naar groene waterstof. Naast een productiesubsidie kan een afnamesubsidie de opbouw van een waterstofmarkt versnellen. Deze zien we niet in de begroting.

Groen licht voor verdere uitwerking maatwerkafspraken industrie; wel extra CO2-opgave

Het demissionaire kabinet heeft besloten de maatwerkafspraken verder uit te werken. Dit is een goed signaal, omdat versnelde CO2-reductie bij de grote industriële bedrijven een vliegwiel kan zijn voor verduurzaming van de industriële clusters in ons land. Conform de Voorjaarsnota leidt dit wel tot extra CO2-reductie voor de maatwerkbedrijven van 3,5 MT. In vergelijking met de Voorjaarsnota is het overall klimaatdoel voor de industrie voor 2030 verhoogd, waardoor nu gestuurd wordt op restemissies van 29,1 MT. Deze aanvullende opgave (0,5 MT) moet worden ingevuld via maatwerkafspraken met Cluster 6-bedrijven (0,3 MT) en emissiereductie in de waterzuiveringindustrie (0,2 MT).

Positief

  • De maatwerkafspraken zijn cruciaal voor de verduurzaming van de industrie. Dat deze nu doorgang vinden ondanks de demissionaire status van het kabinet is zeer positief.
  • Het is ook een positief signaal dat gezocht wordt naar maatwerkafspraken met kleinere (Cluster 6) bedrijven. Daarmee worden CO2-reductiemogelijkheden dichterbij gebracht.
  • De uitbreiding van de maatregel naar Cluster 6 geeft bedrijven mét mogelijkheden de kans om hun investeringsplannen met voorrang uit te voeren.

Kritisch

  • De extra opgave voor Cluster 6-bedrijven is weliswaar beperkt, maar in verhouding tot hun CO2-emissies toch significant. Het is wel zaak dat er extra middelen komen om deze investeringen mogelijk te maken

Nadere duiding

De maatwerkafspraken vormen de ruggengraat van de verduurzaming van de industrie. Via deze afspraken kunnen bedrijven investeringsbeslissingen nemen, kunnen netbeheerders hun infrastructuur plannen, en kan de overheid het beleidsinstrumentarium nauwkeurig afstellen. Het proces biedt inzicht in de lange termijn reductieplannen van de industrie en leidt tot duurzame lange termijn commitment van de industrie in Nederland.


Uitvoering prioriteit, met centrale rol Nationaal Programma Verduurzaming Industrie

Het Nationaal Programma Verduurzaming Industrie (NPVI) wordt in de begroting van het ministerie van EZK gepresenteerd als het centrale orgaan dat werkt aan de randvoorwaarden om de klimaatdoelstellingen van de industrie te realiseren. De VNCI is positief over deze positionering van het NPVI, omdat steeds duidelijker wordt dat de transitie niet vastloopt op een gebrek aan verduurzamingsopties, maar op knelpunten in de uitvoering: infrastructuur, netaansluiting, passend instrumentarium.

Positief

  • De kracht van het NPVI zit in het samenbrengen van industrie, netbeheerders en overheden in het oplossen van concrete knelpunten in de transitie van de industriële clusters. Dat de uitvoering een centrale positie krijgt in de begroting, is zeer positief.
  • Cluster 6 wordt expliciet genoemd als aandachtsgebied voor het NPVI.

Kritisch

  • Het succes van het NPVI is nog niet bewezen en vraagt van alle betrokken partijen toewijding en inzet.

Klimaatfondsgelden beschikbaar voor NIKI (nieuw) en VEKI (intensivering)

Het demissionaire kabinet zet het Klimaatfonds - conform afspraak – in om een aantal succesvolle regelingen te intensiveren en nieuwe regelingen van budget te voorzien. Voor de industrie zijn met name de VEKI-regeling en de NIKI-regeling relevant. De VNCI is tevreden dat dit stimuleringsbeleid wordt voortgezet, ondanks de demissionaire status.

Positief

  • Klimaatfonds-gelden worden ingezet voor nieuwe stimuleringsregelingen voor verduurzaming industrie, zowel groot als klein.

Kritisch

  •  De NIKI-regeling wacht nog steeds op goedkeuring van Brussel, waardoor de openstelling van de regeling mogelijk vertraging oploopt.
  • De reservering voor de NIKI-regeling (10 miljoen euro in 2024) is zeer beperkt in verhouding tot de ambitie van het instrument.

Nadere duiding

De VEKI-regeling voorziet in CAPEX-ondersteuning voor CO2-reductieprojecten. Onder de staatsteunregels kunnen projecten een subsidie ontvangen tot 15 miljoen euro. Het gaat dus om relatief kleinere industriële projecten.

De NIKI-regeling voorziet juist in ondersteuning van grootschalige verduurzamingsprojecten met name gericht op groene chemie en elektrificatie – met zowel CAPEX als OPEX ondersteuning – voor zover deze niet vallen onder andere regelingen (zoals de SDE++). De NIKI is nog onder discussie in Brussel, maar de signalen zijn positief.


Opbouw van inzet niet-fossiele grondstoffen gestimuleerd door invoering Nationale Circulaire Plastic Norm

Het demissionaire kabinet wil per 2027 een nationale verplichting voor plasticproducenten invoeren om de toepassing van gerecycled plastic of biobased plastic te stimuleren. Het streven is om de verplichting te laten oplopen naar 25%-30% in 2030. Hierbij wil het kabinet bedrijven ondersteunen vanuit het Klimaatfonds en wordt ingezet op meer kunststofsortering, uniformering van afvalinzameling en verdere beprijzing van afvalverbranding, om het aandeel kunststoffen dat wordt verbrand te verminderen.

Positief

  • Invoeren van een norm voor recyclaat of biopolymeren kan zorgen voor de noodzakelijke stimulering van de vraag naar duurzame producten. Marktacceptatie door brandowners, retailers en consumenten is hiervoor wel een belangrijke voorwaarde.
  • De norm laat ruimte voor invulling via zowel (chemisch) recyclaat als biogrondstoffen. Bovendien zet Nederland beleidsmatig in op een Europese aanpak met instrumentarium gericht op de vervanging van fossiele grondstoffen. Dit is in lijn met het VNCI rapport “Van Routekaart naar Realiteit”.
  • Daarnaast is het goed dat in het Nationaal Plan Energiesysteem (NPE) een apart hoofdstuk is opgenomen over de koolstofchemie. Daarin wordt gekeken naar opschaling van het aanbod aan alternatieve koolstofdragers, uit eigen binnenlandse productie en via ontwikkeling van importketens.   

Kritisch

  • Invoeren van een nationale norm op het niveau van plastic converters brengt het risico met zich mee op aanzienlijke ‘weglekeffecten’ en daarmee aantasting van de concurrentiepositie van de Nederlandse kunststofketen. Vooruitlopen op Europese wetgeving vraagt om beleidsmatige afdekking van dit soort risico’s.

Verder onderzoek naar einde afval-status

In opvolging van de Taskforce Herijking Afvalstoffen wordt een verdere verkenning uitgevoerd naar de beoordeling of iets afvalstof of product is, ook bekend als de einde-afvalstatus-discussie. Deze aanpak omvat het opstellen van diverse ministeriële regelingen en handreikingen. Daarnaast wil het kabinet een kennisplatform voor omgevingsdiensten inrichten bij hun beoordeling van materiaalstromen met als doel om kennis op te doen en uit te wisselen.

Positief

  • Oprichten van een kennisplatform is een eerste noodzakelijke voorwaarde om te komen tot een eenduidige nationale benadering bij beoordeling en toekenning van een einde-afvalstatus. Het tot uitvoering brengen van deze acties is een impliciete erkenning dat onduidelijkheid in de status van afval/product nog steeds een belangrijke drempel is voor de ontwikkeling van een circulaire economie.
  • Een belangrijk doel van het platform is het signaleren van belemmerende wetgeving en selectie van kansrijke materialen of technieken waarvoor een specifieke regeling of handreiking opgesteld moet worden.

Kritisch

  • Voor een internationale sector als de chemie is een voorwaarde dat er ook binnen de Europese Unie eenduidige afspraken komen over einde afvalstatus voor materiaalstromen die kunnen dienen als alternatieve feedstock. Dit past bij een vrije Europese markt voor afvalstoffen en ondersteunt de importstrategie voor koolstofbronnen uit het NPE.
  • De werkzaamheden voor de reeds toegezegde handreiking over einde-afvalcriteria voor kunststoffen uit chemische recycling zijn nog niet gestart. Bedrijven die investeren in installaties voor chemische recycling in Nederland hebben grote behoefte aan duidelijkheid hierover.

Geld beschikbaar voor Carbon Capture, Utilisation and Storage (CCUS) innovatie, ter ondersteuning van transitie naar klimaatneutrale en circulaire economie

Er is 15 miljoen euro beschikbaar voor haalbaarheidsstudies, Front End Engineering Design (FEED)-studies en CC(U)S-pilots om hiermee de toepassing van CC(U)S-technologieën in de gehele CC(U)S-keten (afvang, transport, hergebruik en opslag van CO2) of in delen van de keten, te testen en/of te demonstreren in een praktijk- of industriële omgeving.

Positief

  • Aandacht en budget voor CCU-ontwikkeling.
  • Erkenning CCU binnen de materialentransitie naast recycling en biobased feedstocks.

Negatief

  • Geen onderscheid tussen CCU en CCS.

Kabinet ambitieus op gebied van verbeteren van strategische autonomie via nationale grondstoffenstrategie

Leveringszekerheid van energie en onafhankelijkheid van Russisch gas en olie zijn belangrijke doelen. Ook is toegang tot kritieke metalen van cruciaal belang voor de energietransitie en de basisindustrie. Een circulaire economie draagt daaraan bij, evenals aan het verlagen van broeikasgasemissies in de hele waardeketen.

Positief

  •  In 2024 zet EZK in op het vergroten van de economische weerbaarheid door uit te bouwen waar Nederland sterk in is en waar nodig risicovolle strategische afhankelijkheden te verminderen.
  •  Er zijn middelen beschikbaar gesteld om een beschermingsfonds op te richten waarmee als laatste redmiddel ingegrepen kan worden bij bedrijfsovernames van ongewenste actoren.
  • Aandacht voor design, en inzet op innovatie m.b.t. reduceren van grondstoffengebruik, via het Nationaal Programma Circulaire economie (NPCE).
  • Inzet op innovatie (raffinage, urban mining, substitutie) via een grondstoffenstrategie om zo leveringszekerheid van kritieke grondstoffen op middellange termijn te vergroten

Negatief

  • Onduidelijk hoeveel geld geïnvesteerd wordt.
  • Geen duidelijke focus, geen duidelijke sturing.

Kabinet zet sterk in op oprichting startups en groei van startups naar scaleups

De ambitie is om de innovatiekracht van Nederland te versterken en het ondernemingsklimaat voor startups en scale-ups uit te bouwen tot de beste van Europa.

In de startupbrief aan de Tweede Kamer is het nieuwe beleid voor startups en scale-ups voor 2023-2026 aangekondigd. In het nieuwe beleid blijft Techleap.nl nog voor drie jaar als neutrale externe organisatie bestaan om het vestigingsklimaat voor startups te versterken. In die periode werkt EZK aan een structurele inbedding van de taken van Techleap.nl in één of meer publieke en private organisaties, zoals de Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen of InvestNL.

Positief

  • Het kabinet zet in op beleidsinterventies die het verschil maken voor startups en scale-ups.
  •  Er wordt gewerkt aan een koppeling van technologie- en innovatiebeleid aan innovatief ondernemerschap.
  •  Voor de uitvoering van de startup- en scale-up-agenda wordt in 2024 € 12,1 mln beschikbaar gesteld. Deze middelen worden ingezet voor het programma van TechLeap.NL.

Negatief

  • Veel financiële ondersteuning loopt via het Nationaal Groeifonds. Hier zitten veel voorwaarden aan en het indienen van een voorstel kost veel tijd.
  • Er is geen onvoorwaardelijke startup/scaleup ondersteuning, enkel via TechLeap.NL.
  • Er is geen aandacht voor startups in de basis industrie/chemische industrie.

Bekijk het dossier Klimaat, Energie, Innovatie en Duurzaamheid.


Lees meer over VNCI Prinsjesdag.