NLEN(X) Sluiten

          

NL EN

Ledennet

Onderliggende pagina's

    Pan European Survey peilt imago chemische industrie


    Reputatie Nederlandse chemie verbeterd | Artikel Chemie Magazine, december 2014

    Het is beter gesteld met de reputatie van de chemische industrie in Nederland dan twee jaar geleden, blijkt uit de Pan European Survey. Zowel het grote publiek als opinieleiders staan nu positiever tegenover de chemie dan tegenover banken. Ook weten zij dat chemische producten bijdragen aan een beter milieu. Toch valt er nog wel wat te verbeteren, vooral aan de kennis van het grote publiek over de bijdrage van de chemie aan oplossingen voor de grote maatschappelijke uitdagingen.

    Reputatie verbeterd

    Goed nieuws: de reputatie van de Nederlandse chemische industrie is de afgelopen twee jaar verbeterd. Dit blijkt uit de Pan European Survey (PES), een tweejaarlijkse enquête waarmee de Europese koepelorganisatie Cefic peilt hoe Europeanen denken over de chemische industrie. Dit keer deden 8200 volwassenen in 12 Europese landen mee. Daarbij werd onderscheid gemaakt tussen het algemeen publiek en opinieleiders (mensen die actief betrokken zijn bij thema’s aangaande de chemische industrie en op de hoogte zijn van wat er speelt).

    Op de reputation index scoort de chemie in Nederland bij het algemeen publiek een 60,7, tegenover 56,5 in 2012. De score bij de opinieleiders bedraagt 61,9, tegenover 58,6 in 2012. (Deze index, een getal tussen 0 en 100, is een combinatie van prestatie-scores en impact-scores. Prestatie-scores laten zien hoe goed de industrie presteert bij het voldoen aan de verwachtingen langs zestien afzonderlijke reputatiedimensies. Impact-scores meten de mate waarin de factoren de algehele indruk van de industrie bepalen.) In beide gevallen is dat hoger dan het Europees gemiddelde (resp. 58,2 en 61,8).  De hoogste score bij het algemeen publiek is voor Hongarije (63,4), bij de opinieleiders voor het Verenigd Koninkrijk (65,8). Het laagst scoort Frankrijk (resp. 52,7 en 58,2).

    Irene van Luijken, manager Communicatie en Public Affairs van de VNCI, is tevreden over de verbeterde reputatie. “Het betekent dat onze inspanningen om een positief beeld van de chemische industrie te schetsen hun vruchten beginnen af te werpen. Alle activiteiten die mijn team en ik ondernemen zijn erop gericht de zichtbaarheid van de chemische industrie te vergroten, waarbij we natuurlijk nauw samenwerken met onze leden.

    Knuffelbare industrieën

    Ook op de favourability index is de chemische industrie gestegen. Hierbij gaven de respondenten een cijfer van 1 tot 10 aan 23 verschillende industrieën, waarbij 1 stond voor ‘zeer negatief’ en 10 voor ‘zeer positief’. De chemische industrie is in deze ranking bij het algemeen publiek van de 19e naar de 15e plaats opgeschoven, bij de opinieleiders zelfs naar de 13e. Bij beide groepen staat de chemische industrie nu boven de financiële sector, de plastic-industrie en de petro- en olie-industrie. De lijst wordt aangevoerd door de solarindustrie, computers/informatietechnologie en medische apparatuur, wat volgens Van Luijken niet verwonderlijk is: “Je ziet dat van oudsher knuffelbare industrieën en sectoren waar voor de mens direct zichtbare en tastbare producten worden gemaakt nog altijd de lijst aanvoeren. Maar het is bemoedigend dat de chemische industrie stijgt op deze ranglijst. We zijn als industrie kennelijk beter in staat uit te leggen waar we aan bijdragen. In 2015 zal daar opnieuw de focus op liggen. En hopelijk vertaalt zich dat in een nog hogere plek over twee jaar.”

    Van het algemeen publiek vindt verder 35% dat de voordelen van de chemische industrie opwegen tegen de nadelen, bij opinieleiders is dit 46%. Italië en Frankrijk scoren hier het slechtst (resp. 2% en 6% bij het algemeen publiek), het verenigd Koninkrijk en Finland het best (resp. 57% en 52% bij het algemeen publiek). Een kleine meerderheid van zowel algemeen publiek als opinieleiders ziet wel duidelijk de voordelen van nieuwe materialen en technologie (54% en 55%). Finland scoort hierbij het hoogst (73 % en 75%), Frankrijk het laagst (31% en 40%).

    Verfproducten

    Waar komen de producten van de chemische industrie in terecht? De Pan European Survey peilde ook de kennis hierover. Bij het algemeen publiek in Nederland blijkt deze nogal laag, en in mindere mate ook bij opinieleiders. Zowel het algemeen publiek als opinieleiders associëren de chemische industrie vooral met verfproducten (14%), gevolgd door plastic producten. Slechts 1% van het algemeen publiek associeert chemie met belangrijke afnemers van de chemie zoals de automotive en verpakkingen. Bij de opinieleiders is dat niet veel beter. “Hier ligt voor de chemische industrie echt nog een uitdaging”, stelt Van Luijken. “Wel zie ik een industrie die steeds transparanter wordt in de communicatie. We zouden nog wel wat meer trots mogen uitstralen, vind ik zelf.”

    De chemische industrie slaagt er zowel bij het algemeen publiek als bij opinieleiders wel in duidelijk te maken dat chemische producten bijdragen aan het voorkomen en verminderen van (mondiale) vervuiling. Deze score is bij het algemeen publiek gestegen van 24% naar 33% en bij opinieleiders van 24% naar 37%. Daarentegen is de kennis over chemische producten die bijdragen aan de kwaliteit van leven gedaald: bij het algemeen publiek van 41% naar 31%, bij opinieleiders van 42% naar 29%.

    Hygiënefactoren

    Bij de vraag ‘Geef aan hoe belangrijk de chemische industrie is om de volgende voordelen voor de samenleving mogelijk te maken’, scoort zowel bij het algemeen publiek als bij opinieleiders ‘Verbeterde gezondheidszorg door ontwikkeling van nieuwe medicijnen’ het hoogst (43% en 42%), gevolgd door ‘Verzekeren van en stabiele levering van schoon water’ (34%). Het laagst scoort ‘Consumenten helpen genieten van de moderne gemakken’(29% en 31%). Van Luijken verklaart deze cijfers als volgt: “We hebben de afgelopen jaren ingezet op communicatie over veiligheid, en over de verantwoordelijkheid die wij hebben voor de lucht-, water- en milieukwaliteit. Dat zie je terug in de resultaten van dit onderzoek. Dat zijn natuurlijk zoals men in de chemische industrie pleegt te zeggen ‘hygiënefactoren’, maar voor ons imago blijven het belangrijke onderwerpen. In de imagocampagne ‘Chemie is overal’ lag en ligt de focus vooral op product en toepassing. Deze campagne is officieel beëindigd, hoewel we de site als portal naar andere chemiesites wel voortzetten. De kernboodschappen van ‘Chemie is overal’ zijn nu veel meer verweven met onze eigen boodschappen.”

    Baanbrekend onderzoek

    Gevraagd werd ook om bij een aantal beweringen over de chemische industrie en onderzoek in de chemie aan te geven in hoeverre men het er mee eens of oneens is. Uit de resultaten blijkt dat het algemeen publiek de perceptie heeft dat de chemie een innovatieve sector is, voor nieuwsgierige mensen, waarin de wetenschappers baanbrekend onderzoek doen. Men heeft echter minder kennis van wat chemie bijdraagt aan oplossingen voor de grote maatschappelijke uitdagingen, welvaart en werkgelegenheid.

    Van Luijken is al met al behoorlijk tevreden met de resultaten. “En de survey heeft weer een aantal uitdagingen onthuld waar we mee aan de slag kunnen. Zo gaan we volgend jaar ook inzetten op een campagne om de werknemers van chemiebedrijven tot ambassadeurs van de chemie te maken. Nu kom ik nog vaak het beeld tegen dat werknemers denken dat men nog altijd negatief denkt over de chemie. De PES-resultaten laten zien dat dat niet meer het geval is. Tijdens de Dag van de Chemie volgend jaar kunnen we daar mooi verder aan bouwen.”

    Risico’s en controle

    Zowel het algemeen publiek als de opinieleiders zien als belangrijkste risico’s van de chemische industrie: ‘Gezondheidsrisico’s door chemicaliën in consumentenproducten’ (31% en 31%) en ‘Water- en luchtvervuiling door chemiefabrieken’ (26% en 27%). Op Europees niveau staat ‘Milieueffecten door het dumpen van chemisch afval’ bovenaan. In Nederland is dit juist gedaald (bij het algemeen publiek van 29% naar 23%, bij opinieleiders van 27% naar 22%).

    De onderzoekers peilden ook hoe de respondenten vinden dat het staat met de controle op chemiebedrijven. 13% van het algemeen publiek vindt dat er veel meer controle (op nationaal niveau) moet zijn. Dit is de op een na laagste score in Europa, alleen in Finland vinden minder mensen dit (12%). Bij de opinieleiders heeft Nederland zelfs de laagste Europese score (17%). “We zijn heel hard bezig de veiligheid naar een nog hoger niveau te brengen, samen met onze ketenpartners en de overheid. En dat wordt blijkbaar herkend door het publiek”, aldus Van Luijken. Dat in andere landen de percentages hoger liggen komt volgens haar onder meer door de intensieve en aangescherpte inspectietrajecten in Nederland.

    Chemie is overal

    Een aantal (Nederlandse) vragen betrof de ‘Chemie is Overal’-campagne. Van het algemeen publiek blijkt 26% de campagne te kennen, van de opinieleiders 46%. Op de vraag of de slagzin ‘Chemie is overal’ de activiteiten van de chemie goed verwoordt, antwoordde 82% procent van het algemeen publiek en van de opinieleiders bevestigend.


    Contact

    Telefoon: 070 337 87 87
    Fax: 070 320 39 03
    E-mail: info@vnci.nl
    Website: www.vnci.nl

    Postadres
    Postbus 443
    2260 AK  Leidschendam

    Bezoekadres
    Castellum, ingang C
    Loire 150
    2491 AK  Den Haag

    Perscontact
    Woordvoerder: Roderik Potjer, Hoofd Communicatie & Public Affairs
    Telefoon: 070 337 87 30
    E-mail: potjer@vnci.nl

    Inschrijven voor de nieuwsbrief

    Lees de Chemie Nieuwsbrief en blijf op de hoogte van het laatste nieuws van de VNCI.

    Er is een fout opgetreden bij het opslaan van uw gegevens
    U bent succesvol ingeschreven
    U bent succesvol uitgeschreven
    Een ogenblik geduld a.u.b. uw aanvraag wordt verwerkt.

    all rights reserved 2016