05 - 08 - 2019

Dossierkwaliteit REACH moet beter

REACH-registranten en ECHA steken de koppen bijeen

Chemiebedrijven en het Europees Agentschap voor chemische stoffen (ECHA) spreken niet altijd dezelfde taal. Daarom is het soms onduidelijk waarom ECHA REACH-registraties van chemische stoffen afkeurt. De betrokken partijen willen hierin verandering brengen. De gezamenlijke workshop in juni was een eerste stap in de goede richting.

Tekst: Adriaan van Hooijdonk

 

Sinds de invoering van de Europese stoffenwetgeving REACH in 2007 zijn meer dan 22.000 chemische stoffen geregistreerd, met voor elke stof de bijhorende wetenschappelijke data en testresultaten om een veilig gebruik in de keten te garanderen. De chemische industrie is daarmee een van de strengst gecontroleerde sectoren in Europa. Bovendien heeft de branche door REACH bijgedragen aan de ontwikkeling van de meest uitgebreide database van chemicaliën in de wereld.

“Het veilig gebruik van chemische stoffen en de documentatie hierover is een waardevolle asset voor uw bedrijf”, beklemtoonde Wim De Coen van het Europees Agentschap voor chemische stoffen (ECHA) tijdens de workshop eind juni in Zeist, die door ruim vijftig vertegenwoordigers van de chemische industrie, overheden en consultants werd bezocht. De VNCI organiseerde de bijeenkomst met het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en het RIVM. Doel was om de hoofdregistranten van chemische stoffen bewust te maken van de problemen rond de REACH-dossiers en enkele van de belangrijkste oorzaken met ECHA, RIVM en IenW te bespreken. “De workshop is een eerste stap en heeft tot meer wederzijds begrip voor elkaars verwachtingen en zorgen geleid”, zegt Dirk van Well, senior beleidsmedewerker stoffen van de VNCI

 

Nieuwe inzichten

Onderzoek van twee Duitse agentschappen en ECHA toonde in 2018 tekortkomingen in een aantal REACH-dossiers aan. Het gaat om stoffen die voor 2015 geregistreerd waren en in een volume van meer dan 100 ton per jaar worden vervaardigd of geïmporteerd. Dat leidde in de media tot veel ophef en vragen in de Tweede Kamer aan staatssecretaris Van Veldhoven van IenW, die het onderwerp in haar portefeuille heeft.
Van Well benadrukt dat er sinds de start van REACH voortdurend aanpassingen in procedures zijn geweest. Nieuwe inzichten leidden ertoe dat ECHA in de loop der jaren een aantal van de zogeheten guidance documents, bedoeld om de ingewikkelde wetteksten te duiden en bedrijven te ondersteunen bij registraties, heeft aangepast. Daarom is het goed mogelijk dat de registratiedossiers die in 2010 nog voldeden, in 2019 niet meer voldoen aan de huidige inzichten of dat de registranten hun dossiers niet (volledig) hebben bijgewerkt.
Tijdens de bijeenkomst legde Van Well uit waarom een gedeelte van de dossiers niet op orde is. De belangrijkste reden is dat de registrant van een stof volgens ECHA onvoldoende heeft verantwoord waarom bepaalde, in het dossier ontbrekende informatie voor zijn stof niet relevant zou zijn, of waarom is afgeweken van de standaardtestvereisten.

 

Dierproeven

“De Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OECD) schrijft over het algemeen vooral dierproeven voor om de effecten van chemische stoffen op mens en milieu te testen”, licht Van Well toe. “Doel is om zo betrouwbare uitspraken te doen over het gevaar van stoffen. Maar een ander doel van REACH is om dierproeven zoveel mogelijk te vermijden. Deze twee doelen bijten elkaar.”
Van Well wijst erop dat de chemische industrie zoveel mogelijk gebruik wil maken van de mogelijkheden die REACH biedt om af te zien van dierproeven. Registranten moeten dan wel goed kunnen motiveren waarom ze geen dierproeven willen. Ook moeten ze aantonen welke alternatieve en diervriendelijke proeven ze dan wel willen uitvoeren.
Een van deze alternatieve mogelijkheden werd tijdens de bijeenkomst uitgebreid besproken: de zogenaamde read across-aanpak. Hierbij wordt gebruikgemaakt van beschikbare relevante informatie van analoge stoffen om de eigenschappen van een te registreren stof te voorspellen. “Maar we zien dat ECHA deze alternatieve mogelijkheid niet altijd accepteert”, zegt Van Well. “Vaak is het onduidelijk hoe en waarom ECHA tot zijn oordeel komt. Het grote probleem lijkt dat ECHA en de chemiebedrijven niet altijd dezelfde taal spreken.”

 

Problemen bespreken

Dat werd duidelijk tijdens de workshop in Zeist. Zo gaf een van de hoofdregistranten aan veel tijd, geld en energie te hebben gestoken in het aanleveren van informatie voor een REACH-dossier. “Wij dachten dat we het goed hadden gedaan, maar ECHA keurde het dossier toch af. Wij weten nog steeds niet waarom. Er is ook geen voorbeeld van een perfect dossier.”
Volgens Van Well is het van groot belang dat chemiebedrijven voldoende gelegenheid krijgen om de problemen rond de dossiers te bespreken met experts van ECHA. Ook ziet hij graag een betere terugkoppeling van de experts over wat er nu wel en niet goed gaat om de dossiers compleet te maken. ”Dat biedt de chemische industrie de mogelijkheid om goede praktijken te ontwikkelen.”
De VNCI stelt dat de chemische industrie in Nederland de problemen alleen niet kan oplossen. “REACH verplicht immers alle bedrijven die belangen hebben bij dezelfde stof om samen te werken”, aldus Van Well. “De bedrijven zijn alle gezamenlijk verantwoordelijk voor het dossier.” Het is daarom belangrijk dat afstemming op Europees niveau, dus tussen de Europese brancheorganisatie voor de chemische industrie Cefic en ECHA, plaatsvindt. “De workshop heeft in mijn ogen bijgedragen aan het wederzijds begrip voor elkaars standpunten en zorgen.”

 

Actieplan

Van Well benadrukt dat de chemische industrie haar schouders zet onder het meerjarig actieplan van Cefic om de gesignaleerde problemen op te lossen. Dit plan stimuleert de chemiebedrijven om in de komende jaren, voor 2026, hun registratiedossiers te herzien en eventueel te verbeteren. “De chemische industrie vindt het belangrijk dat REACH werkt en dat de samenleving vertrouwen heeft in onze producten. Het verbeteren en continu updaten van de dossiers is daarom van groot belang. Daarom is de VNCI verheugd dat inmiddels een groot aantal bedrijven zich heeft gecommitteerd om het actieplan uit te voeren.”
ECHA en de Europese Commissie hebben op hun beurt een actieplan gepresenteerd om de kwaliteit van meer dossiers in kaart te brengen. Zo wil ECHA de komende jaren geen 5 procent maar 20 procent van de dossiers aan een compliance check onderwerpen. “Dit betekent overigens wel een flink beslag op de huidige capaciteit van ECHA”, aldus Van Well.

 

Workshop in september

Het RIVM, het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en de VNCI organiseren op 25 september een tweede gezamenlijke workshop voor Nederlandse hoofdregistranten (lead registrants) die stoffen in hoeveelheden van 10 ton en meer per jaar geregistreerd hebben. De bijeenkomst vindt deze keer plaats van 10.00 tot 16.00 uur bij het RIVM in Bilthoven en heeft dezelfde insteek als de workshop in juni in Zeist. 
Meer info en aanmelden: www.vnci.nl/agenda

 

VNCI: ‘Handhaving zeer belangrijk’

Het REACH Forum voor de uitwisseling van handhavingsinformatie, waarin de handhavingsautoriteiten van de lidstaten samenwerken, is gestart met een project waarin nationale handhavingsinstanties niet alleen controleren of een registratiedossier is ingediend, maar ook of het op de markt gebrachte tonnage klopt en of het gebruik conform de registratie is. Dit project loopt gedurende heel 2019, de rapportage hiervan wordt eind 2020 verwacht. De NVWA, ISZW en ILT zullen in dit kader Nederlandse bedrijven controleren. Dirk van Well, senior beleidsmedewerker stoffen van de VNCI, benadrukt dat de VNCI handhaving zeer belangrijk vindt. “Het helpt om zogeheten ‘free rider-gedrag’, dat misbruik maakt van de mogelijkheid om chemische stoffen te registreren, te voorkomen. Ook helpt de nieuwe manier van handhaving om het REACH-proces te verbeteren.” Van Well geeft een voorbeeld: “Zo kregen voorheen alleen de hoofdregistranten een statement of non-compliance van ECHA als een dossier niet op orde was. Door de handhaving krijgt nu iedere registrant zo’n brief.”

 

Tekortkomingen in 121 Nederlandse dossiers

Het Europees Agentschap voor chemische stoffen (ECHA) heeft de afgelopen jaren ook registratiedossiers van Nederlandse bedrijven onder de loep genomen. ECHA voerde 350 compliance checks uit op dossiers van Nederlandse bedrijven. Hierbij was een Nederlands bedrijf 276 keer hoofdregistrant, 45 keer aangesloten bij een consortium en 29 keer in een andere hoedanigheid bij het dossier betrokken. Momenteel zijn hiervan nog 21 dossiers in onderzoek. Ook zijn 21 dossiers nu in de besluitvormende fase. Voor 121 dossiers is er een besluit naar het bedrijf gestuurd (ECHA was van mening dat het dossier tekortkomingen had). 119 dossiers zijn gesloten zonder verdere actie (deze waren conform). Er zijn 68 dossiers beëindigd om een andere reden (omdat de tekortkoming na conceptbesluit is hersteld, omdat de stof niet meer wordt geproduceerd/ingevoerd of om een andere reden).


Lees meer over dit onderwerp via de tag(s):
REACH
Chemie Magazine

Onderdeel van dossier(s):