27 - 11 - 2019

Column Klimaattransitie “Verbinding maken is hard werken, maar ook hard nodig.”

Martijn Broekhof, hoofd Energie, klimaat en innovatie bij de Koninklijke VNCI, geeft in deze terugkerende column een update over de klimaattransitie.

 

Iedereen kent het gevoel: je komt een ontvangstzaal binnen, kijkt rond en constateert dat je hier niemand kent. Je zet je dagelijkse masker op, loopt naar de koffiebar en plaatst ondertussen al rondkijkend iedereen in een hokje. Hij daar is druk in gesprek met iedereen, dat moet een consultant zijn op zoek naar een klus, en die dame daar, die is nog veel te jong voor een leidinggevende functie, en die man daar.. Allemaal vooroordelen, die een echte verbinding met de ander in de weg staan.

Zo is het ook met de klimaattransitie. We zitten allemaal in ons eigen hokje, voelen ons thuis bij onze eigen stam, en plaatsen de ander in een ander hokje en hebben er een mening over. Uit dit hokjesdenken komen is lastig. Dat is keihard werken, dat is jezelf openstellen. En dat nu is precies de grote uitdaging van de energietransitie waar we voor staan.

Om in 2050 te komen tot CO2-neutraliteit, moeten we heel veel in beweging zetten. We moeten investeren in nieuwe productiemethoden en nieuwe technologieën, die we vandaag de dag nog niet kennen. We moeten innoveren in de techniek, innoveren in onze producten, maar vooral ook innoveren in de manier waarop we samenwerken. Dat is misschien wel de grootste opgave van de transitie – de bereidheid om nieuwe verbindingen aan te gaan met anderen.

Ook de chemische industrie zit in een hokje. Anderen, en wijzelf, houden onszelf daarin gevangen. Als chemiesector kunnen we bijdragen aan het verduurzamen van de economie. Ja, we stoten veel CO2 uit, maar we maken ook mooie producten die bijdragen aan de verduurzaming van andere sectoren. We kunnen onze eigen CO2-uitstoot én die van anderen verminderen door inzet van CCS, inzet van biomassa en afval, en inzet van grootschalige elektrificatie en waterstof. Daarmee komen we heel dicht bij CO2-neutrale chemische waardeketens in 2050.

Op weg daar naartoe zijn we afhankelijk van anderen. We moeten onze leveranciers meekrijgen. We moeten voldoende elektriciteitskabels gelegd krijgen, voldoende pijpen in de grond. In onze ‘Routekaart 2050’ bijvoorbeeld berekenen we een capaciteitsbehoefte van 62GW aan windenergie op zee om de industrie te voorzien van zo’n 980PJ aan energie. Dat is niet een sprong vanaf waar we nu staan, dat is een intercontinentale vlucht, of in ieder geval een lange treinreis.

Ons hokje is dus: wij kunnen bijdragen, wij kunnen CO2-reducties leveren, maar dat kunnen we alleen doen als de overheid, de elektriciteitsproducenten en de netwerkbeheerders ook hun bijdrage leveren.

Achter ons hokje zit ook nog iets anders. Daar zit kwetsbaarheid. Daar zit weerstand tegen verandering. Daar zit wantrouwen tegen andere partijen. En daar zit twijfel of we het zelf allemaal nog wel meemaken. Zijn wij straks zelf nog aan boord van die trein, of stappen we halverwege uit? Ik ben ervan overtuigd dat we niet alleen staan in die kwetsbaarheid.

En daar zit dan de echte uitdaging. Zijn we in staat om eerlijk te zijn over de beperkingen van ons eigen hokje? En zijn we in staat om uit ons eigen hokje te stappen en werkelijk verbinding aan te gaan met anderen?

Om de transitie tot een succes te maken, moeten we werkelijk verbinding durven maken. In de wetenschap dat we zelf de oplossing niet kennen, dat we de ontwikkeling en verandering heel spannend vinden, en dat echt verbinden ook heel kwetsbaar is. Alleen als we daartoe bereid zijn hebben we een kans om het werkelijke potentieel dat we zien volledig te benutten.

Ik ga zelf graag die verbinding aan.


Lees meer over dit onderwerp via de tag(s):
CO2-reductie
Duurzaamheid

Onderdeel van dossier(s):