Europese Lubrizol-bedrijven kijken in elkaars keuken


04 - 10 - 2017

 

Tekst: Erik te Roller

 

Leren over de grens

 

In Europa helpen de locaties van chemiebedrijf Lubrizol elkaar, onder meer op het gebied van veiligheid. Zo hielp Lubrizol Delfzijl de locatie in het Belgische Oevel met het verbeteren van het werkvergunningsysteem. Mede hierdoor zijn er drie jaar lang geen ongevallen geweest.

 

Bij Lubrizol op het Chemiepark in Delfzijl werken 25 mensen. In hun fabriek chloreren ze PVC-poeder tot CPVC-poeder. Dat gaat per vrachtwagen naar Lubrizol in het Belgische Oevel, waar de CPVC verder wordt gemengd met andere stoffen tot het product TempRite, waarvan leidingsystemen worden gemaakt voor onder meer industriële toepassingen, sprinklersystemen en drinkwatertoepassingen. Verder produceert Lubrizol er thermoplastisch polyurethaan (Estane). Er werken in Oevel circa 160 mensen.

Frank Deboel, sinds een paar jaar plantmanager van zowel de locatie in Oevel als Delfzijl, vertelt over de Europese samenwerking tussen Lubrizol-locaties: “Eens per maand kom ik met de collega-plantmanagers van het business-segment Advanced Materials uit Duitsland, Spanje, België en het Verenigd Koninkrijk bijeen om ervaringen te delen. Elk incident wordt besproken en bediscussieerd. Als er bijvoorbeeld iets in Spanje is gebeurd, vraag ik de mensen in Delfzijl en Oevel of zoiets ook bij ons zou kunnen gebeuren en zo ja, dan nemen we extra maatregelen. We leren niet alleen op het gebied van veiligheid van elkaar, maar ook op andere gebieden.”

 

Nederland-België
Aanleiding voor de samenwerking tussen Delfzijl en Oevel is een incident in oktober 2014: bij onderhoud aan een reactor maakt een monteur een leiding los die nog heet water blijkt te bevatten. Het uitstromende water loopt in zijn handschoen, waardoor hij brandwonden oploopt. Uit de analyse van dit ongeval komt als diepere oorzaak naar voren dat het werkvergunningsysteem niet goed functioneert. Manufacturing manager Boelo Raske van Lubrizol in Delfzijl biedt hulp aan. Het bedrijf maakt daar namelijk deel uit van Chemiepark Delfzijl, waar de bedrijven in de loop van de jaren een hoogstaand werkvergunningsysteem hebben ontwikkeld. Hij betrekt HSE-specialist Wim Zandstra erbij, die als operator net een opleiding hogere veiligheidskunde volgt en het werkvergunningsysteem in Oevel voor zijn scriptie onder de loep zal nemen. Na een gap-analyse en een grondige vergelijking van de beide werkvergunningsystemen komt Zandstra tot een serie aanbevelingen voor verbeteringen. Die gaan niet alleen over het afgeven van werkvergunningen, maar ook over de opleiding van de operators en de communicatie in het bedrijf.

 

Eyeopener
Een eyeopener is bijvoorbeeld dat de organisatie rond het werkvergunningsysteem in Delfzijl veel platter is. Daar geeft een operator een werkvergunning af. In Oevel doet een voorman dat, terwijl die niet precies weet wat op de werkvloer gebeurt. Ook blijken de operators in Delfzijl hoger opgeleid te zijn.

Naar aanleiding van deze en andere bevindingen ging Zandstra samen met de HSE engineer van Oevel, enkele voormannen, maintenance engineers en operators aan de slag om te kijken naar het bestaande werkvergunningsysteem van Oevel en deze te spiegelen aan die van Delfzijl. “Door de verschillen inzichtelijk te maken en Delfzijl als best practice te gebruiken, werd het duidelijk welke elementen Oevel zou kunnen toevoegen of veranderen aan het eigen systeem”, legt Zandstra uit.

Inmiddels draait Oevel met een aangepast werkvergunningsysteem. “Ook hier geven de operators nu ook werkvergunningen af”, vertelt Deboel. “Daarvoor hebben ze een opleiding en een training gevolgd. Dit werkt veel beter, omdat een operator precies weet wat er in zijn betreffende zone moet gebeuren en hoe een installatie vrijgegeven kan worden. We hebben overigens bewust gekozen voor werkvergunningen op papier, zodat de mensen die ter plaatse kunnen invullen, waar ze een beter overzicht hebben. In Delfzijl doen ze dat digitaal. Welk systeem je uiteindelijk kiest, hangt van je bedrijfsvoering af.”

 

 


Lees verder:

Veiligheidsbewustzijn
Volgens Deboel is het veiligheidsbewustzijn door deze werkwijze toegenomen. “Doordat de operators werkvergunningen moeten afgeven, gaan ze veel bewuster met veiligheid om. Ze moeten immers zelf beoordelen of werkplekken veilig zijn en zijn op die manier veel sterker betrokken bij het handhaven van de veiligheid”, legt Deboel uit. “Ook zijn ze zich er meer van bewust dat goede communicatie niet alleen van belang is voor hun eigen veiligheid, maar ook voor die van hun collega’s. De komende tijd werken we aan het verder verhogen van het veiligheids-bewustzijn.”

Dat Lubrizol in Oevel voortgang heeft gemaakt, blijkt ook uit het feit dat het bedrijf met 160 mensen in de afgelopen drie jaar zonder incidenten heeft gedraaid. Voorheen waren er één of twee incidenten per jaar. Omgekeerd heeft Lubrizol in Delfzijl ook geleerd van Lubrizol in Oevel. Daar schoot een keer een koppeling los van een tankwagen, waardoor adipinezuur vrijkwam. “We zijn op een fail-safe type koppeling overgegaan, die ze nu ook bij het laden en lossen van bulkvrachtwagens in Delfzijl gebruiken”, aldus Deboel. Raske vertelt verder dat hij, Zandstra en hun collega’s van Lubrizol in het Duitse Ritterhude, vlak bij Bremen, elkaar eens per kwartaal treffen. Aan elk bezoek over en weer nemen ook operators deel. “Door bij elkaar in de keuken te kijken, leren we veel van elkaar. We hebben bijvoorbeeld vergeleken hoe wij een HAZOP (hazard and operability study – red.) uitvoeren in het kader van de procesveiligheid. Dat is een systematische methode om te weten te komen met welke risico’s je rekening moet houden bij het bedrijven van een installatie. Op dit gebied hebben we ook van Oevel geleerd. Uiteindelijk willen we bij Lubrizol tot een Europese standaard voor een HAZOP komen.” 

 

Standaard assessments
Lubrizol heeft nu een systeem waarbij na elk incident een e-mail uitgaat om andere vestigingen hierop te attenderen en hierover te informeren. Er is een database waarin de incidenten staan beschreven en waar ook assessments zijn te vinden, waarmee collega’s in andere vestigingen kunnen nagaan of dergelijke incidenten zich ook bij hen kunnen voordoen. Voordeel is dat iedereen dat op dezelfde manier beoordeelt met behulp van een risicomatrix. De beantwoording van de vragen leidt tot bepaalde scores. “Zit je in het rode gebied, dan moet je actie ondernemen. Het voordeel is ook dat de uitgaven voor aanpassingen aan de installaties op deze manier meteen verantwoord kunnen worden”, verklaart Zandstra. Eens in de zes weken nemen de plantmanagers van de Europese sites de resultaten van alle assessments door.

De managers van Lubrizol worden vanuit het moederbedrijf aange-moedigd om regelmatig de koppen bij elkaar te steken. Een van de criteria bij hun jaarlijkse beoordeling is namelijk of ze gezamenlijk de veiligheid hebben kunnen verhogen. “Hier in Delfzijl hebben we er dus belang bij dat het ook goed gaat in Ritterhude en Oevel”, merkt Raske op.

 

Bijna-raak rapporteren
Als iedereen verantwoordelijk is voor de veiligheid, werkt dat dan wel? Zandstra: “Jazeker, als iedereen zijn verantwoordelijkheid neemt, gaat men niet naar elkaar wijzen.” Raske sluit zich hierbij aan: “Als je na een incident of bijna-raak op zoek gaat naar de schuldige, dan verandert er niet veel. Je kunt de schuldige wel aanspreken en die zal het niet meer doen, maar de volgende keer doet een collega het en heb je er niets mee gewonnen. En als je steeds naar schuldigen zoekt, laten mensen het wel uit hun hoofd om iets te melden. Wel is hier de afspraak dat we elkaar aanspreken op onveilig gedrag, ook directe collega’s. Als een collega iets doet dat niet helemaal veilig is, kun je wel de andere kant op kijken, maar als het dan misgaat ben je net zo schuldig.”

Zandstra: “Iedereen heeft ook de verantwoording om een bijna-raak te rapporteren. Er kunnen dan met-een maatregelen genomen worden om een herhaling te voorkomen. Je kunt het ook zien als waarschuwing aan de collega die na jou dienst heeft, waar het eventueel wel fout kan lopen.”

 

Kennisuitwisseling wereldwijd
Lubrizol-bedrijven wisselen ook wereldwijd informatie over veiligheid uit. In Houston heeft bijvoorbeeld iemand bij het laden of lossen van een vrachtwagen een flinke val gemaakt. Naar aanleiding hiervan zijn bij alle vestigingen, ook die in Delfzijl, de bordessen aangepast die toegang tot de bovenkant van de vrachtwagens bieden. 

Verder heeft een bedrijf van een andere businessunit van Lubrizol in Frankrijk te maken gehad met de lekkage van stik-stof uit leidingen die door een gebouw liepen, waardoor er verstikkingsgevaar was. Manufacturing manager Boelo Raske: “Heel gevaarlijk, omdat je daar niets van merkt als je naar binnen loopt. Hierop is onder meer in Delfzijl een assessment gedaan en zijn in een ruimte in de plant permanente zuurstofmeters geplaatst met een alarmering bij een te laag zuurstofgehalte.”

Lubrizol deelt zijn kennis over incidenten en veiligheid ook nog met andere bedrijven op Chemiepark Delfzijl, evenals met bedrijven die aangesloten zijn bij de Samenwerkende Bedrijven Eemsmond en de Noordelijke Productiviteitsal-liantie (NPAL).


Lees meer over dit onderwerp via de tag(s):
Chemie Magazine