NLEN(X) Sluiten

          

NL EN

Ledennet

Onderliggende pagina's

    Hoe AkzoNobel nummer één weet te blijven in Dow Jones Sustainability Index


    Duurzame koplopers kijken verder | Interview met André Veneman, corporate director sustainability bij AkzoNobel | Chemie Magazine, oktober 2014

    Vorige maand werd bekend dat AkzoNobel voor de derde keer op rij nummer één in de Dow Jones Sustainability Index was geworden. Tegelijkertijd werden de resultaten bekend gemaakt van een onderzoek onder bijna duizend professionals uit de chemie wereldwijd, waaruit bleek dat duurzaamheid steeds belangrijker wordt voor de bedrijven waar ze werken. Maar hoe word je als chemiebedrijf een duurzame koploper? 

    Aan het eind van het gesprek benadrukt André Veneman, corporate director sustainability bij AkzoNobel, het nog eens: “Zo’n eerste plaats is leuk, maar de Dow Jones Sustainability Index (DSJI) is geen wedstrijd wie de duurzaamste is. Er zijn heel veel bedrijven die het goed doen. Het is vooral een benchmark voor onze eigen processen: waar staan we en wat moeten we verbeteren? We leven straks met 9 of 10 miljard mensen op deze aarde. Als die allemaal een goed leven willen leiden, zullen we veel efficiënter om moeten gaan met grondstoffen en energie. Duurzaamheid betekent dat je je afvraagt wat voor consequenties dat heeft voor de segmenten waarin je als bedrijf actief bent. Kenmerkend voor een duurzame koploper is dat je verder vooruit kijkt.”

    Planet Possible

    Voor AkzoNobel zijn dat transport en mobiliteit, bouw en infrastructuur, maakindustrie en consumentenproducten. Veneman licht toe: “In bouw en infrastructuur gaat het om verlengen van de levensduur en maximaal hergebruik van materialen. Dan moet je dus coatings ontwikkelen die hergebruik mogelijk maken. Bij transport en mobiliteit is de opgave om te besparen op energiekosten. De maakindustrie moet de efficiëntie in het gebruik van grondstoffen en energie met factor 4 tot 10verbeteren en bij consumenten zou dat zelfs een factor 10 tot 15 moeten worden."

    Een duurzame koploper maakt keuzes, gebaseerd op de onvermijdelijke transities in die segmenten en de marktkansen die dat oplevert. “Belangrijk is dat de hoogste leiding duurzaamheid als business ziet, als kans. Geen Doom and Gloom, maar Planet Possible”, benadrukt Veneman. “Een antifouling bijvoorbeeld, die niet alleen milieuvriendelijk is, maar ook 9 procent brandstof bespaart voor containerschepen. Of een verf die warmte reflecteert zodat de airconditioning 20 procent minder energie verbruikt. Al deze kleine innovaties dragen bij aan een onvermijdelijke transitie: de overstap naar energie-efficiënt transport en naar gebouwen die CO2-neutraal zijn.”

    Netjes op orde

    Duurzame ontwikkeling van een bedrijf kent verschillende dimensies. De eerste is die van het onderkennen en reduceren van risico’s door onder meer het ontwikkelen en handhaven van wereldwijde standaarden voor veiligheid, gezondheid en milieu, maar ook voor integriteit en  sociaal beleid. Zorgen dat je je zaken op orde hebt, niet alleen bij je eigen bedrijf, maar ook bij je toeleveranciers.

    De tweede dimensie is het verbeteren van de bedrijfsprocessen. Dan blijkt dat alle aandacht voor veiligheid, duurzaamheid en integriteit ook geld oplevert. Veneman: “Efficiënter gebruiken van energie betekent een lagere energierekening. Slib blijkt geen afval dat voor veel geld gestort moet worden, maar een grondstof voor pigment. In die fase gaat het om het verhogen van de opbrengst per kilowattuur energie en per kilo grondstof: yield improvement, waardoor je niet 95 maar 100 procent van je grondstoffen en energie omzet in product.”

    De derde dimensie gaat over het ontwikkelen van nieuwe en slimme producten, die de klant en uiteindelijk de consument moeten helpen om energie en grondstoffen te besparen. Lichtgewicht materialen bijvoorbeeld, of poedercoatings die bij een lagere temperatuur opgebracht worden. Ook de antifouling (onderwaterverf) is zo’n voorbeeld. “Het ontwikkelen van zulke nieuwe, slimme producten vraagt intern om samenwerking tussen inkoop, research en marketing en extern om samenwerking met toeleveranciers en afnemers. Waar vroeger inkopers en verkopers met elkaar spraken, is het nu veel meer een kwestie van communicatie op verschillende niveaus, zowel met toeleveranciers als met klanten.”

    Spiegel

    De prestaties op al deze dimensies worden gemeten in de Dow Jones Sustainability Index. Die beperkt zich niet alleen tot ecologische aspecten. Ook anticorruptie en respect voor mensenrechten horen erbij. Afgelopen jaar bijvoorbeeld was er ook een vraag over de belastingafdrachten per land, maar er zijn ook vragen over operationele eco-efficiency, product stewardship, customer relations en innovatiebeleid. In totaal gaat het om negen aspecten van de bedrijfsvoering.

    Het beantwoorden van de vragen is geen exercitie die je kunt overlaten aan iemand op het hoofdkantoor, stelt Veneman. “Als je het belegt bij een afdeling duurzaamheid of communicatie, dan zit het niet goed. Dan ben je vooral bezig met reputatiemanagement. Wil je er als bedrijf echt van profiteren, dan moeten de vragen worden beantwoord op het niveau van de businessunits en ondersteunende functies zoals inkoop, hrm en legal. Dat levert niet alleen betere gegevens op, maar daarmee krijg je ook een spiegel voorgehouden.”

    Veel bedrijven laten zich afschrikken door de omvang en diepgang van de vragenlijsten, maar dat is volgens Veneman niet nodig. “In het begin was ik ook verrast door de aard en de hoeveelheid van de vragen, maar er zit wel een goede systematiek in. De analisten van RobecoSAM kennen de bedrijfstak en snappen waar het over gaat. Het is belangrijk om ook tijd uit te trekken voor gesprekken met de analisten om vast te stellen wat op dit moment state of the art is. De DJSI is een benchmark die voortdurend opschuift, op basis van de verbeteringen in bedrijven.”

    Verbeterplannen

    Bij AkzoNobel worden de resultaten van de vragenlijsten uitgebreid besproken in de sustainability council, waarin alle businessunits en functies zijn vertegenwoordigd. Op basis daarvan worden verbeterplannen gemaakt, die omstreeks november worden voorgelegd aan de raad van bestuur. Veneman: “Twee maanden nadat de resultaten van de Dow Jones Sustainablity Index zijn gepubliceerd, liggen er al uitgewerkte voorstellen op tafel om bijvoorbeeld de operationele eco-efficiency of het customer relations management verder te verbeteren.”

    Het voordeel van beantwoording van een set vragen zoals die van de DJSI, is dat je als bedrijf een databestand opbouwt waaruit je ook kunt putten voor andere initiatieven om duurzame ontwikkeling bij bedrijven in kaart te brengen. Denk aan: het Global Reporting Initiative, het Carbon Disclosure Project en in Nederland de VBDO, de vereniging van beleggers voor duurzame ontwikkeling. Veneman: “Mijn advies zou zijn: kies een goed proces om binnen je bedrijf alle gegevens boven tafel te krijgen, dat tevens fungeert als benchmark voor continue verbetering. Dan kun je zonder problemen ook alle vragen van andere partijen beantwoorden.”

    Aandeelhouderswaarde

    Gevraagd of het ook financieel voordeel oplevert, zegt Veneman dat uit een overzicht van RobecoSAM, de uitvoerders van de Dow Jones Sustainability Index, blijkt dat bedrijven die onder het gemiddelde scoren systematisch een lagere aandeelhouderswaarde hebben dan bedrijven die boven het gemiddelde scoren. “Bedrijven die duurzaamheid hoog in het vaandel hebben, hebben oog voor de lange termijn. Ze kijken verder dan hun eigen bedrijfsterrein en dan de komende jaarcijfers. Ik denk dat dat wordt herkend door investeerders.” 

    Enquête chemie-professionals: duurzaamheid krijgt stevig voet aan de grond

    De chemische industrie werkt meer en intensiever samen met toeleveranciers en afnemers als het gaat om duurzame ontwikkeling van grondstoffen en halffabrikaten of eindproducten, zo luidt een van de conclusies uit onderzoek van het Britse tijdschrift ICIS Chemical Business onder 958 professionals in de chemische industrie. De enquête is uitgevoerd in juli. Eerdere enquêtes zijn gehouden in 2009 en 2012. 

    Het algemene beeld uit de enquête is dat duurzaamheid stevig voet aan de grond heeft gekregen in de chemische industrie, schrijft John Baker in ICIS Chemical Business. De belangrijkste drijfveer is de groeiende vraag van afnemers en van ‘afnemers van afnemers’ naar duurzame producten. Meer dan een kwart van de producenten meldt een groeiende belangstelling voor duurzame producten bij hun afnemers en 10 procent meldt zelfs een sterk groeiende interesse. Een grote meerderheid, bijna driekwart van de respondenten, zegt al duurzame producten te maken of dat binnenkort te gaan doen. 

    Groene grondstoffen

    Duurzame ontwikkeling wordt ook gedreven door andere motieven, zoals het verbeteren van de operationele prestaties onder meer op het gebied van veiligheid, energie en afval, met name giftig afval. Door in te zetten op recycling en hernieuwbare grondstoffen hoopt men ook op meer strategische flexibiliteit. Grondstoffen, en dan vooral groene grondstoffen, krijgen sowieso veel aandacht in de enquête, die mede is gefinancierd door Genomatica, een bedrijf dat biotechnologische processen ontwikkelt voor de chemische industrie. Veel bedrijven zeggen al hernieuwbare grondstoffen te gebruiken of dat binnenkort te gaan doen, in gelijke mate gedreven door de vraag van afnemers en door het streven naar veiligere processen. Zorgen zijn er wel, met name over de betrouwbaarheid van levering, kwaliteit en kosten. 

    License to produce

    Opmerkelijk is dat de enquête zich vooral richt op de ecologische kant van duurzaamheid – energie en grondstoffen, terwijl duurzaamheid ook gaat over integriteit en arbeidsrelaties. In een recent commentaar schrijft The Economist (30 augustus 2014) dat de eerste golf van vooral ecologische duurzaamheid zichzelf betaalt omdat het vooral een kwestie is van gezonde bedrijfsvoering. Lastiger wordt het met de tweede golf, die vooral maatschappelijk gericht is. Dat levert niet automatisch meer profijt op; het gaat vooral om de licence to produce in de toekomst.  

    De score van AkzoNobel (groene lijn) op de duurzaamheidscriteria die de Dow Jones Sustainability Index hanteert. De blauwe lijn is het gemiddelde van de ruim 350 bedrijven die meededen in de groep Materials Industry.


    Contact

    Telefoon: 070 337 87 87
    Fax: 070 320 39 03
    E-mail: info@vnci.nl
    Website: www.vnci.nl

    Postadres
    Postbus 443
    2260 AK  Leidschendam

    Bezoekadres
    Castellum, ingang C
    Loire 150
    2491 AK  Den Haag

    Perscontact
    Woordvoerder: Roderik Potjer, Hoofd Communicatie & Public Affairs
    Telefoon: 070 337 87 30
    E-mail: potjer@vnci.nl

    Inschrijven voor de nieuwsbrief

    Lees de Chemie Nieuwsbrief en blijf op de hoogte van het laatste nieuws van de VNCI.

    Er is een fout opgetreden bij het opslaan van uw gegevens
    U bent succesvol ingeschreven
    U bent succesvol uitgeschreven
    Een ogenblik geduld a.u.b. uw aanvraag wordt verwerkt.

    all rights reserved 2016