Home
Chemie en...
AAA

VNCI online

Twitter Volg VNCI @ Twitter
LinkedIn Word lid @ LinkedIn
Facebook Vind leuk @ Facebook

Chemie in 2030

Toekomst chemie
Bekijk het rapport

De opinie van de VNCI over veiligheid

Ga direct naar één van de volgende onderwerpen:

Inleiding

Terug naar de lijst met onderwerpen

Veiligheid, gezondheid en milieu hebben hoge prioriteit in chemiebedrijven. Niet alleen willen de bedrijven dat zowel eigen als externe werknemers die op hun terrein zijn veilig kunnen werken, ook willen ze zo min mogelijk negatieve impact op hun omgeving hebben. Veiligheid, gezondheid en milieu zijn onderdeel van Responsible Care, het wereldwijde programma van de chemische industrie.

De VNCI biedt ondersteuning aan haar leden bij het verder verbeteren van hun veiligheids-, gezondheids- en milieuprestaties. Dit doet zij onder meer door veiligheidsnetwerken te ondersteunen waar het uitwisselen van kennis en ervaring tussen de bedrijvencentraal staat, en door een actieve dialoog met de overheid. De VNCI komt op voor consistente, werkbare en proportionele regelgeving voor veiligheid, gezondheid en milieu (VGM). Die regelgeving moet bijdragen aan de doelstelling om VGM-risico’s te beheersen, waarbij administratieve lasten beperkt worden en de regelgeving zo veel mogelijk afgestemd is op Europese regelgeving.

Veiligheid Voorop

Terug naar de lijst met onderwerpen

Met het plan Veiligheid Voorop (pdf) verbetert het bedrijfsleven de veiligheid in bedrijven die grootschalig met gevaarlijke stoffen werken, de zogenoemde BRZO- en Arie-bedrijven. Dit moet leiden tot het verder terugdringen van risico’s. Het plan Veiligheid Voorop is ontwikkeld door VNO-NCW en de brancheorganisaties VNPI, VNCIVHCP en VOTOB. Ook VOMINVDO en Profion hebben zich bij het initiatief aangesloten.

In het plan zeggen de branches toe om aan de hand van 10 actiepunten de veiligheid in bedrijven verder te verbeteren. Uitgangspunt is dat een betere veiligheidscultuur zich niet alleen door wetgeving laat afdwingen, maar dat het gaat om betrokken leiderschap en de houding en het gedrag van iedereen die bij of voor het bedrijf werkt. Voor een goede veiligheidscultuur zijn een continue verbetering van het veiligheidsbeheerssysteem en actieve veiligheidsnetwerken nodig. Het is bovendien belangrijk dat bedrijven ook eisen stellen aan de bedrijven met wie ze zaken doen. Zo kan van de zakenpartners geëist worden dat ze zich aan de wettelijke regels houden en dat ze ook een goed veiligheidsmanagementsysteem hebben.

De betrokken brancheorganisaties hebben het actieplan voor hun branche verder uitgewerkt in een aantal concrete acties (pdf). De branches rapporteren jaarlijks over de parameters die bijgehouden worden, geven individuele leden terugkoppeling over hun prestatie in vergelijking met anderen, en stimuleren de leden de prestaties van de sector in de breedte te verbeteren. Per 1 januari 2012 zijn de branches gestart met de registratie van de gegevens, en per 1 juli 2013 rapporteren de branches over de voortgang van de veiligheidsprestaties. In 2015 wordt het Veiligheid Voorop-initiatief geëvalueerd.

Op 18 januari 2013 is de eerste rapportage (pdf) over de voortgang van het actieplan aan staatssecretaris Mansveld (ministerie van Infrastructuur en Milieu) toegestuurd. De rapportage maakt duidelijk dat de branches met de acties gestart zijn, welke activiteiten hebben plaatsgevonden voor Veiligheid Voorop, en hoe in 2013 de acties worden voortgezet. Bekijk voor meer informatie de bijbehorende aanbiedingsbrief (pdf).

Het bedrijfsleven doet een beroep op het Kabinet om de uitvoering van de BRZO-wetgeving te verbeteren. De totstandkoming van kwalitatief hoogwaardige Regionale Uitvoeringsdiensten (RUD’s) speelt hierbij een belangrijke rol. De RUD’s verzorgen de vergunningverlening, toezicht en handhaving in een regio. Er zijn 6 RUD’s aangewezen die per 1 januari 2013 operationeel zijn.


Arbeidsomstandigheden

Terug naar de lijst met onderwerpen

Persoonlijke veiligheid en gezondheid zijn belangrijk voor iedereen die in onze industrie werkt: werknemers, aannemers en bezoekers. De chemische industrie kent eigen industriële arbeidsomstandigheden, waaronder het werken met gevaarlijke stoffen in productieprocessen, die vaak onder hoge temperatuur en druk gebeuren. Zij kent de risico’s goed en heeft ook de nodige maatregelen getroffen om de medewerkers daartegen te beschermen. Zo is een jarenlange traditie ontstaan van een hoog veiligheidsniveau. In publicaties zoals jaarverslagen wordt daarover maatschappelijke verantwoording afgelegd. Daarin staan onder meer alle ongevallen die tot werkverzuim en in een uitzonderlijk geval tot dodelijke ongevallen hebben geleid.

Risico’s zijn nooit helemaal uit te sluiten. Vergeleken met andere sectoren is de chemische industrie een veilige bedrijfstak. Sinds de aanpassing van de Arbeidsomstandighedenwet (inclusief het nieuwe grenswaardenstelsel) in 2007 is de verantwoordelijkheid voor goede arbeidsomstandigheden meer bij de bedrijven zelf gelegd. De VNCI vindt dat positief en constateert dat de sector voldoende kennis en kunde heeft om die verantwoordelijkheid te nemen.

Bij (het managen van) gezondheid gaat het met name om langdurige blootstelling van werknemers in de chemie aan gevaarlijke stoffen. Bedrijven hebben systemen om de blootstelling te beheersen. Hierbij wordt bijvoorbeeld gekeken of de stof eventueel vervangen kan worden door een minder schadelijke stof, of naar preventieve maatregelen die genomen kunnen worden om blootstelling te voorkomen. Tenslotte worden, waar preventie niet mogelijk is, persoonlijke beschermingsmiddelen door de werknemers gedragen.

Voor gezondheid is de VNCI betrokken bij het vaststellen van grenswaarden voor onder meer kankerverwekkende stoffen. Hier is geregeld contact over met de Sociaal-Economische Raad (SER) via de subcommissie ‘grenswaarden stoffen op de werkplek’. De VNCI organiseert jaarlijks een Arbo/stoffendag voor al haar leden, waarbij het aspect blootstelling aan gevaarlijke stoffen altijd nadrukkelijk op de agenda staat

Harmonisatie van wettelijke eisen en normen is van groot belang voor de mondiaal werkende chemische industrie. De VNCI pleit ervoor dat de Nederlandse overheid in beleidsontwikkeling rekening houdt met het internationale kader van bedrijven. De VNCI is samen met de VNPI, de branchevereniging van de petroleumindustrie, de trekker van de invulling van specifieke opleidingen via het VCA-systeem voor contractors die risicovolle taken moeten uitvoeren bij de leden van de VNCI.

Beveiliging / security

Terug naar de lijst met onderwerpen

Beveiliging is een integraal onderdeel van bedrijfsvoering in de chemische sector. Bedrijven zijn zelf verantwoordelijk voor een adequaat weerstandsvermogen, met effectieve maatregelen via gedegen kosten-batenanalyses. Harmonisatie van afspraken met Europese regelgeving moet daarin volgens de VNCI leidend zijn.

In 2005 verscheen het rapport Bescherming Vitale Infrastructuur van het ministerie van Binnenlandse Zaken. Hierin staan beschermingsmaatregelen tegen moedwillige verstoring of terrorisme voor twaalf vitale sectoren. Hiertoe behoort ook de chemische industrie, omdat bij een moedwillig veroorzaakt incident meerdere slachtoffers buiten het bedrijfsterrein kunnen vallen.

Op basis van dit rapport sloten overheid en de (petro)chemische industrie in mei 2008 een convenant voor de invoering van een beveiligingsmanagementsysteem bij deelnemende bedrijven. Om bij verhoogde dreiging extra maatregelen te kunnen treffen, streeft de industrie ook naar aansluiting op het zogeheten alerteringssysteem van de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding. De directie risicobeleid van het ministerie van Infrastructuur en Milieu is verantwoordelijk voor de coördinatie van het convenant.

De opkomst van moderne informatie- en communicatietechnologie heeft nieuwe dreigingen tot gevolg. De VNCI informeert haar leden over cybersecurity en biedt een platform om tot kennisdeling te komen.

In 2010 is ook aan het Responsible Care-programma van de chemische industrie het onderdeel Security toegevoegd. Doel is om in de hele sector een vorm van security management te implementeren die past bij de omvang en complexiteit van de bedrijven. Dit is samengevat in de Responsible Care Security Code (download de pdf, 1 MB).

Externe veiligheid / procesveiligheid

Terug naar de lijst met onderwerpen

Onder procesveiligheid verstaan we de beheersing van de gevaren die samenhangen met het gebruik van gevaarlijke stoffen in transport, opslag en processen. Het ongewenst vrijkomen van stoffen bij het falen van de voorzorgmaatregelen kan leiden tot brand, explosie of een toxische wolk. Als de effecten binnen de fabrieksgrenzen blijven noemen we dat procesveiligheid; als de effecten buiten de fabrieksgrenzen (kunnen) komen wordt dat externe veiligheid genoemd.

De chemische industrie kent en beheerst de risico's die voortvloeien uit de bedrijvigheid in de sector, en werkt continu aan verdere verbetering van de procesveiligheid. Deze ligt internationaal gezien op hoog niveau.

De Inspectie SZW verzorgt om de paar jaar een incidentenrapportage. Na diverse leerpunten uit de eerste rapportages geven de uitkomsten sinds 2009 een positief beeld. De chemische industrie streeft naar continue veiligheidsverbetering en roept daarom op om bij de evaluatie van incidenten te reageren op basis van reële risicoanalyse, en niet op basis van angst en emotie. Ook pleit zij ervoor om incidenten realistisch te bekijken en te zien als een mogelijkheid om van te leren en de veiligheid verder te verbeteren. Door overleg met de Inspectie SZW over analyses uit de incidentenrapportages wil de VNCI verbeterpunten sneller kunnen doorvoeren. Bij de ontwikkeling en implementatie van nationale en internationale richtlijnen en regelgeving is de VNCI ook gesprekspartner voor de overheid. Daarnaast is zij actief in overlegstructuren, zoals VNO-NCW, VNPI en Deltalinqs.

Door kennis uit te wisselen stelt de VNCI samen met leden procesveiligheidsindicatoren op. Daarnaast kijkt de VNCI samen met de Europese koepelvereniging voor de chemische industrie Cefic naar generieke indicatoren waarmee zij met haar stakeholders over procesveiligheid kan communiceren. Ook bevordert zij de regionale uitwisseling van best practices voor veiligheid. Procesveiligheid is een thema dat in de regionale veiligheidsnetwerken uitgebreid aan de orde komt.

Bedrijven die onder het Besluit Risico’s Zware Ongevallen (BRZO) vallen, moeten risico’s in kaart brengen voor gebruik, opslag en vervoer van gevaarlijke stoffen. Ook een veiligheidsbeheerssysteem is vereist.

De industrie is intensief betrokken bij overheidsoverleg over externe veiligheid. De VNCI is met circa 100 BRZO-locaties de grootste branchevereniging van het totaal van ruim 400 bedrijven die vallen onder de BRZO-regelgeving. Het programma Veiligheid Voorop richt zich met name op deze bedrijven.

De kans op een (grootschalig) incident is klein, maar het effect kan groot zijn. Daarom nemen bedrijven allerlei veiligheidsmaatregelen. Zo werken bedrijven met risicocontouren. Uit speciale berekeningen blijkt hoe hoog de overlijdenskans in de omgeving is bij een bedrijfsongeval. Beleid voor ruimtelijke ordening zorgt dat zich in de risicocontouren geen 'kwetsbare objecten' bevinden, zoals woonwijken, scholen of ziekenhuizen. Die vallen vaak buiten het bedrijfsterrein of buiten de grenzen van de infrastructuur, en deze bebouwing mag daar niet plaatsvinden om het risico op slachtoffers te beperken. De VNCI is van mening dat het goed is om terughoudend te zijn met de ontwikkeling van ruimtelijke ordening in de directe nabijheid van bedrijven en vervoersinfrastructuur voor gevaarlijke stoffen, zoals spoorlijnen, snelwegen of waterwegen. Deze terughoudendheid waarborgt voldoende maatschappelijke veiligheid en ruimte voor de toekomstige groei van industrie en transport.

Recent (2012) is in Europa de aanpassing van de zogeheten Seveso-richtlijn vastgesteld, die in Nederland vertaald is naar de BRZO-regelgeving. Uiterlijk medio 2015 moet deze nieuwe regelgeving van kracht zijn. De gevolgen van deze herziening zijn nog niet bekend.

Logistieke veiligheid

Terug naar de lijst met onderwerpen

Logistieke veiligheid in de chemische industrie gaat over opslag, laden, lossen en transport van gevaarlijke stoffen. Chemische producten in Nederland worden voornamelijk over de weg vervoerd (circa 70%), en daarnaast voor 25% via binnenvaart en voor circa 5% via het spoor.

De Rijksoverheid heeft samen met gemeenten, provincies en bedrijfsleven afspraken gemaakt via het zogenoemde Basisnet. Hierin zijn afspraken gemaakt over de routes waarover gevaarlijke stoffen vervoerd mogen worden. De gemeenten houden hiermee rekening bij hun bouwplannen voor bijvoorbeeld woningen, zodat omwonenden niet te grote risico’s lopen. Er is een Basisnet voor de weg, het spoor en voor binnenwater. (bekijk de video-uitleg over het Basisnet)

De VNCI staat achter de invoering van het Basisnet. Een duurzaam evenwicht tussen ruimtelijke ontwikkeling en het vervoer van gevaarlijke stoffen en veiligheid is cruciaal voor succes. De VNCI is nog steeds niet helemaal gerust op de praktische uitvoering van het Basisnet en de aansluiting op internationale regelgeving. Al langer dringt de VNCI aan op overheidsinvesteringen in het goederenvervoer. Er zijn spoorvertakkingen nodig aan de zuidkant (als ontlasting van de Brabantroute) en de noordkant van de Betuweroute (op de route Elst-Oldenzaal) die het nationale en internationale goederenvervoer per spoor in goede banen leiden. De toenmalige minister van Verkeer en Waterstaat heeft in juni 2010 alsnog ingestemd met deze extra investeringen. Daarmee zou de bereikbaarheid van havens, productielocaties en logistieke centra beter gewaarborgd moeten zijn, en kan de vrije keuze van vervoer overeind blijven.

Voortvloeiend uit het externe veiligheidsbeleid en de ketenstudies van de Nederlandse overheid is structureel chloortransport via het spoor opgeheven. De ketenstudies voor chloor, ammoniak en LPG laten volgens de VNCI zien dat er nauwelijks overschrijdingen van risiconormen zijn. Volgens de industrie is de kans op incidenten dan ook zeer beperkt. Veel overheidsaandacht gaat echter uit naar effecten van mogelijke incidenten. Daardoor kwam er met de LPG-sector een convenant over veiligheidsmaatregelen. Tevens zijn er afspraken gemaakt tussen overheid en DSM over de verplaatsing van de ammoniakfabriek uit IJmuiden naar Zuid-Limburg. Via de nieuwe Wet Vervoer Gevaarlijke Stoffen (die naar verwachting begin 2013 van kracht zal gaan) zal ook het vervoer van ammoniak per spoor strikter gereguleerd gaan worden.

Voor het internationale vervoer over zee, weg, spoor, binnenvaart en lucht geldt gedetailleerde regelgeving die de veiligheid van het transport van gevaarlijke stoffen moet borgen. Lidstaten verankeren de internationale regelgeving in de nationale wetgeving.

De VNCI volgt de nationale en internationale ontwikkelingen rondom het vervoer van gevaarlijke stoffen op de voet. Samen met diverse leden heeft zij geparticipeerd in de projectorganisatie Basisnet. De VNCI is ook lid van de Commissie Transport Gevaarlijke Goederen (CTGG), waarin de organisaties van het vervoerend en verladend bedrijfsleven aan allerlei logistieke onderwerpen samenwerken. Verder voert de VNCI veelvuldig overleg met haar leden over logistieke veiligheid.

Contactpersonen

Terug naar de lijst met onderwerpen

Foto Naam Functie Contact
ing. Macco Korteweg
Maris
Beleidsmedewerker (transport)
Veiligheid en Gezondheid
Tel: 070-337 87 48
kortewegmaris@vnci.nl

Foto Naam Functie Contact
Ir. Jos Dingemans Speerpuntmanager Veiligheid,
Gezondheid en Milieu
Tel: 070-337 87 39
dingemans@vnci.nl