Home
Chemie en...
AAA

Populair

Laatste nieuws
Maandblad Chemie magazine
Over de VNCI

VNCI online

Rss-feed Blijf bij @ RSS-feed
Twitter Volg VNCI @ Twitter
LinkedIn Word lid @ LinkedIn
Facebook Vind leuk @ Facebook

De klok tikt

SIEF-banner ECHA
Lees verder over SIEF's

De opinie van de VNCI over veiligheid

Ga direct naar één van de volgende onderwerpen:

Arbeidsomstandigheden

Terug naar de lijst met onderwerpen

Persoonlijke veiligheid geldt voor iedereen; van werknemers en aannemers tot bezoekers. De chemische industrie kent eigen industriële arbeidsomstandigheden, waaronder het werken met gevaarlijke stoffen in productieprocessen, vaak onder hoge temperatuur en druk. Zij legt in publicaties maatschappelijke verantwoording af over haar arbeidsomstandighedenbeleid. Daarin staan onder meer ongevallen die tot werkverzuim en soms dodelijke ongevallen hebben geleid.

Risico’s zijn nooit helemaal uit te sluiten. Vergeleken met andere sectoren is de chemische industrie een veilige bedrijfstak. Bedrijven zijn zelf sterker verantwoordelijk voor goede arbeidsomstandigheden sinds de aanpassing van de Arbeidsomstandighedenwet en het nieuwe grenswaardenstelsel (1 januari 2007). De VNCI vindt dat positief en constateert dat de sector voldoende kennis en kunde heeft om die verantwoordelijkheid te nemen.

Harmonisatie van wettelijke eisen en normen is van groot belang voor de mondiaal werkende chemische industrie. De VNCI pleit ervoor dat de Nederlandse overheid in beleidsontwikkeling rekening houdt met het internationale kader van bedrijven.

Beveiliging

Terug naar de lijst met onderwerpen

Beveiliging is een integraal onderdeel van bedrijfsvoering in de chemische sector. Bedrijven zijn zelf verantwoordelijk voor een adequaat weerstandsvermogen, met effectieve maatregelen via gedegen kosten-batenanalyses. Harmonisatie van afspraken met Europese regelgeving moet daarin volgens de VNCI leidend zijn.

De overheid en de (petro)chemische industrie sloten in mei 2008 een convenant voor de invoering van een beveiligingsmanagementsysteem bij deelnemende bedrijven. Om bij verhoogde dreiging extra maatregelen te kunnen treffen, streeft de industrie ook naar aansluiting op het zogenaamde alerteringssysteem van de NCTb (Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding). Het ministerie van VROM, directie Externe Veiligheid, is verantwoordelijk voor de coördinatie van het convenant.

In 2005 verscheen het rapport 'Bescherming Vitale Infrastructuur' van het ministerie van Binnenlandse Zaken. Hierin staan beschermingsmaatregelen voor 12 vitale sectoren tegen moedwillige verstoring of terrorisme. Hiertoe behoort ook de chemische industrie, omdat bij een moedwillig veroorzaakt incident meerdere slachtoffers buiten het bedrijventerrein kunnen vallen. 

Externe veiligheid

Terug naar de lijst met onderwerpen

De chemische industrie kent en beheerst de risico's die voortvloeien uit de bedrijvigheid in de sector en voldoet aan de gestelde normen. De kans op een (grootschalig) incident is klein. De VNCI vindt dat de overheid terughoudend moet zijn met de ontwikkeling van ruimtelijke ordening rond bedrijven en vervoersinfrastructuur voor gevaarlijke stoffen, zoals spoorlijnen, snelwegen of waterwegen. Deze terughoudendheid waarborgt voldoende veiligheidsruimte voor de toekomstige groei van industrie en transport.

Bedrijven die onder het Besluit Risico’s Zware Ongevallen (BRZO) vallen, moeten risico’s in kaart brengen voor gebruik, opslag en vervoer van gevaarlijke stoffen. Ook een veiligheidsbeheerssysteem is vereist.
De industrie is intensief betrokken bij overheidsoverleg over externe veiligheid. De helft van de BRZO-bedrijven zijn chemiebedrijven. 

Bedrijven werken met risicocontouren. Uit speciale berekeningen blijkt hoe hoog de overlijdenskans in de omgeving is bij een bedrijfsongeval.  Overheidsbeleid zorgt dat zich in de risicocontouren geen 'kwetsbare objecten' bevinden, zoals woonwijken, scholen of ziekenhuizen. Die vallen vaak buiten het bedrijfsterrein of buiten de grenzen van de infrastructuur.

Logistieke veiligheid

Terug naar de lijst met onderwerpen

De VNCI staat achter de invoering van het Basisnet. Een duurzaam evenwicht tussen ruimtelijke ontwikkeling en het vervoer van gevaarlijke stoffen en veiligheid is cruciaal voor het succes. De VNCI is nog steeds niet helemaal gerust op de wettelijke verankering van het Basisnet en de aansluiting met internationale regelgeving. Al langer dringt de VNCI aan op overheidsinvesteringen in het goederenvervoer. Er zijn spoorvertakkingen nodig aan de zuidkant van de Brabantroute en de noordkant van de Betuweroute die het nationale en internationale goederenvervoer per spoor in goede banen leiden. Uiteindelijk gaf de Minister van V&W  in juni 2010 alsnog zijn goedkeuring voor deze extra investeringen. Daarmee is de  bereikbaarheid van havens, productielocaties en logistieke centra beter gewaarborgd, en blijft de vrije keuze van vervoer overeind.

Vanwege het externe veiligheidsbeleid en ketenstudies van de Nederlandse overheid is structureel chloortransport via het spoor opgeheven. Volgens de industrie blijft de kans op incidenten zeer beperkt. De VNCI constateert dat ketenstudies voor chloor, ammoniak en LPG nauwelijks overschrijdingen van risiconormen uitwijzen. Veel overheidsaandacht gaat uit naar effecten van mogelijke incidenten. Daardoor kwam er met de LPG-sector een convenant over veiligheidsmaatregelen en saneringen en een afspraak tussen de overheid en DSM voor de verplaatsing van de ammoniakfabriek uit IJmuiden naar Zuid-Limburg.

De VNCI volgt de nationale en internationale ontwikkelingen rondom het vervoer van gevaarlijke stoffen op de voet. Samen met diverse leden participeert zij in de projectorganisatie Basisnet. De VNCI is ook lid van de Commissie Transport Gevaarlijke Goederen (CTGG), waarin de organisaties van het vervoerend en verladend bedrijfsleven op allerlei logistieke onderwerpen samenwerken.

Achtergrondinformatie over het Basisnet
In 2005 stelde het kabinet de Nota Vervoer Gevaarlijke Stoffen (NVGS) vast. Deze nota wil een duurzaam evenwicht tussen het vervoer van gevaarlijke stoffen en de ruimtelijke ordening en veiligheid. Dit evenwicht is wettelijk in het Basisnet vastgelegd. Enerzijds ontziet het vervoer sommige routes, terwijl langs andere routes (onbeperkt) transport plaatsvindt. Het vervoer krijgt gebruiksruimte (capaciteit) toegewezen, terwijl veiligheidszones rond de infrastructuur met een beperking voor bebouwing beslissend zijn voor ruimtelijke ordening.

Veiligheid in de chemische industrie gaat over opslag, laden, lossen en transport van gevaarlijke stoffen. Chemische producten in Nederland worden voornamelijk over de weg vervoerd.

Nationaal:
  • Wegvervoer: 90%
  • Binnenvaart binnenland: 7%
  • Spoor: 2%
  • Binnenvaart buitenland: 70%
Internationaal
  • Binnenvaart: 70%
Voor het internationale vervoer over zee, weg, spoor, binnenvaart en lucht geldt gedetailleerde regelgeving die de veiligheid van het transport van gevaarlijke stoffen moet borgen. Lidstaten verankeren de internationale regelgeving in de nationale wetgeving.

Procesveiligheid

Terug naar de lijst met onderwerpen

De chemische industrie kent en beheerst de risico's die voortvloeien uit de bedrijvigheid in de sector, en werkt continue aan verdere verbetering van de procesveiligheid, die internationaal gezien op hoog niveau ligt. Naar aanleiding van het incident bij BP in Texas is het Baker-rapport opgesteld. Dit rapport stelt dat er - anders dan voor arbeidsveiligheid – lange tijd onvoldoende aandacht was voor procesveiligheid.

De Arbeidsinspectie verzorgt frequent een incidentenrapportage. Na diverse leerpunten uit de eerste rapportages geven de uitkomsten sinds 2009 een redelijk positief beeld. De chemische industrie streeft naar continue veiligheidsverbetering, maar roept ook op om bij de evaluatie van incidenten rationele overwegingen mee te laten spelen. Door overleg met de Arbeidsinspectie over analyses uit de incidentenrapportages wil de VNCI verbeterpunten sneller kunnen doorvoeren. Bij de ontwikkeling en implementatie van nationale en internationale richtlijnen en regelgeving is de VNCI ook gesprekspartner voor de overheid. Daarnaast is zij actief in overlegstructuren, zoals VNO-NCW, VNPI en Deltalinqs.

Door uitwisseling van kennis werkt de VNCI samen met leden aan het opstellen van procesveiligheidsindicatoren. Daarnaast kijkt de VNCI samen met Cefic naar generieke indicatoren waarmee zij met haar stakeholders over procesveiligheid kan communiceren. Ook bevordert zij de regionale uitwisseling van best practices voor veiligheid. Procesveiligheid is een thema dat in de regionale veiligheidsnetwerken uitgebreid aan de orde komt. Meer informatie over de veiligheidsnetwerken vindt u op www.vnci.nl/veiligheidsnetwerken.

Veiligheidsinformatiebladen

Terug naar de lijst met onderwerpen

Een veiligheidsinformatieblad (VIB) is een middel dat het omgaan met stoffen verbetert. De VNCI vindt dat er meer nodig is, zoals de deskundigheid en het vermogen om met informatie verantwoorde keuzes te maken. Door REACH en het GHS zijn inhoudelijke eisen aan veiligheidsinformatiebladen veranderd. De VNCI is namens Cefic bij de discussie over aanpassing van de huidige VIB's betrokken geweest. Tijdens voorlichtingsbijeenkomsten en workshops krijgen leden regelmatig informatie over nieuwe VIB-eisen en inhoudelijke verbeteringen.

Achtergrondinformatie over veiligheidsinformatiebladen
Een veiligheidsinformatieblad is een document met informatie over de risico's van een gevaarlijke stof of mengsel. Het VIB geeft aanbevelingen voor veilig gebruik. Wie een dergelijke stof of mengsel in de handel brengt, moet aan de professionele gebruiker ervan een veiligheidsinformatieblad verstrekken. Deze verplichting is opgenomen in REACH (artikel 31). De bedoeling is dat de gebruiker:
  • weet welke gevaarlijke chemische stoffen en mengsels op de werkplek aanwezig zijn
  • weet welke risico's aan het gebruik ervan verbonden zijn voor de veiligheid en de gezondheid van de werknemers en voor het milieu
  • de nodige maatregelen kan treffen voor de bescherming van de gezondheid, de veiligheid en het milieu op het werk.