Home
Chemie en...
AAA

Populair

Laatste nieuws
Maandblad Chemie magazine
Over de VNCI

VNCI online

Rss-feed Blijf bij @ RSS-feed
Twitter Volg VNCI @ Twitter
LinkedIn Word lid @ LinkedIn
Facebook Vind leuk @ Facebook

De klok tikt

SIEF-banner ECHA
Lees verder over SIEF's

De opinie van de VNCI over stoffen

Ga direct naar één van de volgende onderwerpen:

Biociden

Terug naar de lijst met onderwerpen

Als lid van het Platform Biociden bepleit de VNCI volledige harmonisatie van wet- en regelgeving en een Europees gelijk speelveld voor biociden, zodat ondernemingen gelijke kansen hebben. Biociden verdienen een eigen behandeling in de regelgeving en staan niet gelijk aan gewasbeschermingsmiddelen.

Biociden zijn voor de bestrijding van ongedierte, rot en bederf buiten de landbouw: van aangroeiwerende verven voor schepen, insecticiden en houtconserveringsmiddelen tot desinfecterende middelen. De afgelopen jaren was het Nederlands toelatingsbeleid voor biociden strenger dan dat van omringende landen. Dat verhinderde industriële innovatie.

Biociden vallen onder de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden van oktober 2007, die voortkomt uit de Europese biocidenrichtlijn van 1998. Brussel gaf de lidstaten destijds tot het jaar 2000 voor de aanpassing van nationale wetgeving. De oorspronkelijke overgangstermijn tot 2010 voor de beoordeling van werkzame stoffen in biocidenmiddelen is inmiddels verlengd tot 2014. De beoordeling van stoffen kwam namelijk veel moeizamer op gang dan verwacht.

Classification and labelling of chemicals (CLP)

Terug naar de lijst met onderwerpen

Op 20 januari 2009 trad de nieuwe Europese verordening voor de indeling, etikettering en verpakking van chemische stoffen en mengsels in werking. De zogenoemde CLP-verordening (Classification, Labelling and Packaging) is de Europese versie van het Globally Harmonised System van de Verenigde Naties (VN-GHS) uit 2003. Dit is een wereldwijd geharmoniseerd systeem voor de indeling van chemische stoffen.

De VNCI vindt het positief dat de internationale handel door harmonisatie waarschijnlijk vereenvoudigt. Daarvan profiteert het internationale bedrijfsleven. Tegelijkertijd vergt de aanpassing van indeling en etikettering voor producenten, importeurs en gebruikers van chemische producten een grote tijds- en geldinvestering. De Europese Commissie becijferde de directe meerkosten op 200-300 miljoen euro.

De VNCI pleit daarom voor maximale beperking van administratieve lasten en harmonisatie van bepalingen die niet op CLP gebaseerd zijn. De VNCI vindt verder dat de gevolgen van de wijzigingen in de indelings- en etiketteringregelgeving voor de daarop gebaseerde regelgeving (de zogenaamde afgeleide regelgeving of downstream legislation) in kaart moeten worden gebracht. Ook moeten nationale bepalingen en regels, zoals voor het werken met gevaarlijke stoffen, in overeenstemming worden gebracht met deze nieuwe Europese verordening

De CLP-verordening vervangt de oude regelgeving - de stoffen- en preparatenrichtlijnen - en bevat:
  • afspraken uit het GHS
  • bepalingen over de aanwijzing van instanties die vanwege volksgezondheid informatie moeten ontvangen over handhaving, reclame, record keeping, vrij verkeer van goederen, comitologie, etc
  • de basis voor indelingseisen voor stoffen onder REACH
De VNCI geeft hoge prioriteit aan ledenondersteuning bij de invoering en uitvoering van CLP. In de REACH-voorlichting komt GHS ook aan bod, bijvoorbeeld voor de veiligheidsinformatiebladen. Verder zijn er voor leden voorlichtingsbijeenkomsten en workshops. De VNCI is ook betrokken bij nationaal en internationaal overleg over CLP en GHS. Tientallen veelgestelde vragen en antwoorden over CLP zijn terug te vinden op www.vnci.nl/clp.

Nanotechnologie

Terug naar de lijst met onderwerpen

De VNCI onderkent de voor- en nadelen van nanotechnologie. De risico's voor werknemers, consumenten en milieu zijn nog onvoldoende bekend. De VNCI volgt het advies van de SER, een onafhankelijke adviescommissie, uit maart 2009 aan het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Grote voorzichtigheid is geboden zolang duidelijkheid ontbreekt. Volgens het advies moeten werkgevers er daarom voor zorgen dat werknemers niet of zo min mogelijk met nanodeeltjes in aanraking komen

De VNCI onderschrijft een gedragscode die een aantal (groepen van) bedrijven intussen heeft opgesteld. Ook werkt de VNCI met een handreiking voor het omgaan met nanomateriaal, ontwikkeld in samenwerking met VNO-NCW. Daarnaast is een aantal pilots in voorbereiding voor betere informatieuitwisseling tussen bedrijven en met de samenleving. Een project voor verantwoord werken met nanodeeltjes in het MKB start binnenkort ook. De VNCI is actief betrokken bij nationale en internationale discussies over risico’s van nanodeeltjes. In het klankbord 'risico's nanotechnologie' overlegt de VNCI met NGO's, overheden en industrie over deze risico's.

Doordat in Nederland vooralsnog op kleine schaal met nanodeeltjes gewerkt wordt, geldt dit advies voor een kleine groep. De minuscule deeltjes zijn kansrijk voor productontwikkeling- en verbetering. Het onderzoek naar de toepassingsmogelijkheden van nanotechnologie en nanomaterialen (N&N) ontwikkelt zich snel.

De markt gebruikt al stoffen in nanovorm. Een veelbelovend toepassingsgebied is de medische industrie. Actueel onderzoek spitst zich toe op het gericht 'bezorgen' van medicijnen in het lichaam waar ze het meest werkzaam zijn (personalized medicine). Andere toepassingen zijn er in elektronica en nieuwe materialen, zoals coatings en vezels.

REACH

Terug naar de lijst met onderwerpen

De VNCI onderschrijft de doelstelling van REACH, de Europese verordening voor chemische stoffen. Er is sprake van een redelijke balans tussen mens, milieu en economie. Toch ontstaan door de invoering voor industrie en vooral MKB-bedrijven hoge administratieve lasten en bedrijfskosten. Het  concurrentievermogen van Nederlandse chemische bedrijfsleven staat daardoor extra onder druk.

REACH staat voor Registratie, Evaluatie en Autorisatie van Chemische stoffen. Mens en milieu lopen door de verordening minder veiligheidrisico’s bij vervaardiging en gebruik van chemische stoffen. Ook is de verordening bedoeld voor een betere concurrentiepositie van het (chemische) bedrijfsleven. Ieder bedrijf is verplicht de risico’s van chemische stoffen te kennen en veiligheidsmaatregelen door te geven aan klanten. Risicobeheersing en de navolging van maatregelen gelden ook voor het bedrijf zelf. Onder REACH vallen alle bedrijven die chemische stoffen produceren, verwerken of die met chemische stoffen, stoffen in preparaten, of stoffen in voorwerpen te maken hebben.

De REACH-verordening trad op 1 juni 2007 in werking. Hierdoor is de Nederlandse Wet Milieugevaarlijke Stoffen (WMS) ingetrokken. Een aantal regelingen is overgeheveld naar de Wet Milieubeheer. In de loop van 2008 startte de zogenaamde preregistratie bij het Europees Agentschap voor chemische stoffen (ECHA) in Helsinki. Daarmee maakten bedrijven hun voornemen kenbaar om stoffen te registreren. Preregistratie is een voorwaarde voor bedrijven om gebruik te kunnen maken van de overgangsregeling (registratie van stoffen in 2010, 2013 of 2018) voor de registratie van zogenaamde geleidelijk geïntegreerde stoffen.

Deze registratieverplichting voor losse stoffen en stoffen in preparaten geldt sinds 1 december 2008 voor de hele EU. Voor iedere registratie geldt de verplichting tot:
  1. Technisch dossier
    Met gegevens over stofeigenschappen, volume, gebruik en bijvoorbeeld blootstelling. Partijen die dezelfde stof willen registreren, moeten hun gegevens over stofeigenschappen met elkaar delen.
  2. Chemisch veiligheidsrapport
    Op basis hiervan vindt vaststelling van risico’s plaats met daaruit voortvloeiende risicobeheersmaatregelen. Voor zeer zorgwekkende stoffen gaat een toelatingsregime gelden.
De VNCI geeft actief voorlichting aan haar leden, zoals via bijeenkomsten en workshops, publicaties met handreikingen, nieuwsbrieven, circulaires en via het maandblad Chemie magazine. Cefic coördineert REACH-activiteiten voor de chemische industrie in Europa. De VNCI is betrokken bij vele nationale en Europese overleggroepen over de implementatie van REACH.