Home
Chemie en...
AAA

VNCI online

Twitter Volg VNCI @ Twitter
LinkedIn Word lid @ LinkedIn
Facebook Vind leuk @ Facebook

Chemie in 2030

Toekomst chemie
Bekijk het rapport

De opinie van de VNCI over milieu

Ga direct naar één van de volgende onderwerpen:

Inleiding

Terug naar de lijst met onderwerpen

Veiligheid, gezondheid en milieu zijn topprioriteiten voor chemische bedrijven. Adequate kennisuitwisseling ondersteunt de continue verbetering van veiligheid binnen chemische bedrijven. De VNCI neemt haar verantwoordelijkheid met het opzetten van op maat gesneden netwerken en permanente overheidscontacten. Ook komt de VNCI op voor consistente, werkbare en proportionele regelgeving op het gebied van veiligheid, gezondheid en milieu, waarbij administratieve lasten beperkt worden.

Samenwerking overheid

Terug naar de lijst met onderwerpen

In 1993 sloten de VNCI en de overheid een convenant over de uitvoering van milieubeleid tot 2010. De VNCI kijkt 17 jaar later tevreden terug op de goede overlegstructuur met de overheid. Het convenant omvat een integrale milieutaakstelling (IMT) met milieudoelstellingen voor ca. 75 stoffen binnen de hele bedrijfstak. Voor iedere stof is een emissiereductie vastgesteld. 85% van de richtinggevende doelstellingen werd gehaald.

De chemische industrie zoekt voortdurend naar nieuwe mogelijkheden voor de vermindering van milieubelasting. Dat past bij de verantwoordelijkheden voor Responsible Care. Bedrijven nemen dit op in hun milieuplannen, die zij opstellen in het kader van onder andere het bedrijfsmilieuplan (BMP) of ISO 14001-certificaten.

Integrated Pollution Prevention & Control (IPPC)

Terug naar de lijst met onderwerpen

Lidstaten moeten volgens de Europese IPPC-richtlijn (Integrated Pollution Prevention & Control) milieuvergunningen hanteren die op de best beschikbare technieken (BBT) zijn gebaseerd. De VNCI is voor toepassing van deze technieken. Voor een gelijk speelveld binnen Europa moeten andere lidstaten dezelfde afwegingen maken. Bij de herziening van de IPPC-richtlijn heeft  de VNCI zich daarvoor samen met CEFIC en VNO-NCW ingezet. De nieuwe richtlijn industriële emissies voorziet daar in.

Lucht

Terug naar de lijst met onderwerpen

De Europese Commissie stelt eisen aan de luchtkwaliteit. Dat wordt uitgedrukt in concentratie-eisen voor vervuilende stoffen, waaronder stikstofoxiden (NOx), zwaveldioxide (SO2) en fijn stof (PM10 en PM 2,5). Daarnaast heeft elke lidstaat voor vier stoffen (NOx, SO2, NMVOS en NH3) een emissieplafond (een NEC). Een emisieplafond is de maximale hoeveelheid van een bepaalde stof die een lidstaat in 2010 mag uitstoten. Hoewel de lucht in Nederland goed is, voldoet het nog niet overal aan de Europese normen voor fijnstof en stikstofdioxide.

VROM heeft voor verschillende sectoren ook sectordoelstellingen gesteld. Voor de reductie van NOx-emissies in de industrie bestaat sinds 2005 de NOx-emissiehandel. Een bedrijf krijgt NOx-emissierechten per eenheid verbruikte energie of vervaardigd product. Is de werkelijke emissie minder of meer dan de prestatienorm, dan kan een bedrijf respectievelijk emissierechten verkopen of kopen. Voor SO2 gelden emissienormen die in de vergunningen zijn vastgesteld. Voor fijnstof heeft VROM beleid geformuleerd om voor de emissie van stof een norm van 5 mg te hanteren.

De VNCI vindt een economisch middel zoals de NOx-emissiehandel een goed systeem. Tegelijkertijd is er sprake van dubbele regulering. Bedrijven moeten voldoen aan de NOx-emissiehandel én aan best beschikbare technieken uit de IPPC-richtlijn. Zij lopen hierdoor de voordelen van de emissiehandel mis, waaronder kosteneffectiviteit en fasering van de investeringen. De VNCI pleit daarom voor:
  • Erkenning van het emissiehandelssysteem in de IPPC-richtlijn
  • Realistisch NOx-emissieplafond (NEC2020)
  • Afname relatief hoge administratieve lasten
  • Meer efficiency door groter handelsgebied
  • Afgestemde prestatienormen (PSR's)
De overheid kijkt op dit moment samen met het bedrijfsleven, waaronder de VNCI, of het zinvol is de NOx-emissiehandel na 2013 te behouden.

Water

Terug naar de lijst met onderwerpen

De chemische industrie gebruikt water in het productieproces en om te koelen. Kwaliteit en beschikbaarheid van water zijn dus belangrijk. De Europese Kaderrichtlijn Water (KRW, 2000) voorziet in duurzaam gebruik en verbetering van kwaliteit en kwantiteit in 2015. Ook stelt zij dat in geen geval verslechtering van de waterkwaliteit mag plaatsvinden, het zogenoemde 'geen achteruitgang'-beginsel. De VNCI vindt dat de implementatie nadrukkelijk in Europese context moet gebeuren.

De VNCI participeert in samenwerking met VNO-NCW en via het collectieve VEMW-lidmaatschap in diverse ambtelijke en politieke overlegstructuren voor het Nederlandse waterbeleid. Dat geldt ook voor ondernemingsklimaat, wetgeving (integrale waterwet), vergunningen en toezicht. In Brussel vertegenwoordigt de VNCI het belang van de Nederlandse chemische industrie via de overleggroep water van Cefic.

Contactpersoon

Terug naar de lijst met onderwerpen

Foto Naam Functie Contact
ir. Leantine Mulder-Boeve Beleidsmedewerker Milieu Tel: 070-337 87 42
mulderboeve@vnci.nl