Home
Chemie en...
AAA

VNCI online

Rss-feed Blijf bij @ RSS-feed
Twitter Volg VNCI @ Twitter
LinkedIn Word lid @ LinkedIn
Facebook Vind leuk @ Facebook

Chemie in 2030

Toekomst chemie
Bekijk het rapport

Responsible Care-rapport 2010

Hier vindt u het Responsible Care-rapport 2010. Het rapport vertelt over de prestaties van de chemische industrie in Nederland op het gebied van veiligheid, gezondheid, milieu, duurzame ontwikkeling en ketenbeheer.

De focus van dit rapport ligt op de taken en verantwoordelijkheden die de VNCI heeft op het gebied van Responsible Care.
Hieronder vindt u de meest actuele kwantitatieve data.

Bekijk de kwantitatieve gegevens voor de volgende thema's:
  1. Over de chemische industrie
  2. Gezondheid en veiligheid
  3. Energie
  4. Milieu

1: Over de chemische industrie

Terug naar de lijst met thema's

Grafiek 1.1

Bron: CBS (Centraal Bureau voor de Statistiek)

Het aantal werknemers in de chemische industrie daalt sinds de jaren '90 als gevolg van onder meer automatisering, productiviteitsverhoging, outsourcing en herstructurering van de markt. Voor de efficiëntie van de sector en het kostenplaatje is dit goed, maar er is een limiet aan de daling van het aantal werknemers. Die inmiddels is bereikt binnen de chemie.

De chemische industrie staat aan de vooravond van een pensioneringsgolf en een gedaalde interesse voor een studie of carrière in de chemie. De sector is dus genoodzaakt om de instroom in technische studierichtingen, en daarmee ook in de chemie, te verhogen. Zonder adequaat opgeleide mensen kunnen we de vervangingsvraag en uitbreidingsvraag niet beantwoorden en onze kenniseconomie niet in stand houden. Gelukkig beginnen we de vruchten te plukken van het project Platform Bèta Techniek en andere goede projecten gericht op meer instroom in de sector, bijvoorbeeld van programma’s van C3.

Grafiek 1.2

Bron: ledenadministratie VNCI

Het betreft de directe leden van de VNCI, zonder de aangesloten lidverenigingen. Er is een afname te zien in het aantal lidbedrijven van de VNCI. Ongetwijfeld komt deze daling voor een deel door de herstructurering in de markt die nog gaande is. Dit houdt in dat er soms fabrieken worden gesloten of failliet gaan. Het aantal leden schommelt al jaren rond de 75, waarmee de VNCI een representatieve vertegenwoordiging vormt van de chemische industrie.

Het productievolume van de chemische industrie steeg in 2010 naar bijna 104  indexpunten. Dit betekent een stijging van bijna 8% ten opzichte van 2009.

2: Gezondheid en veiligheid

Terug naar de lijst met thema's
(bron: VNCI)
Het aantal dodelijke ongevallen en de Lost Time Injury Rate (LTIR) in Nederland liggen over het algemeen ver onder het Europees gemiddelde en op een laag niveau. Helaas waren er in 2009 in totaal 3 dodelijke ongevallen bij 2 lidbedrijven te betreuren.
(bron: VNCI)

Een LTI (Lost Time Injury) staat voor een direct lichamelijk gebrek waardoor een werknemer lichamelijk of mentaal (vastgesteld door een competent medisch persoon) voor minimaal één dag niet in staat is om zijn geplande werkzaamheden uit te voeren. De LTIR (Lost Time Injury Rate) is het aantal LTI’s per miljoen gewerkte uren. In Nederland is de laatste jaren een licht dalende trend in de LTIR te ontdekken. De LTIR voor eigen werknemers daalde in 2009 licht van 1,43 naar 1,38. Europees gezien is er ook een dalende trend. Wat betreft de aannemers is sprake van een substantiële daling. De LTIR voor aannemers daalde in 2009 van 3,86 naar 3,06.

3: Energie

Terug naar de lijst met thema's

Door actief in te zetten op energiebesparing (en daarmee ook beperking van CO2-emissies) heeft de chemische industrie, ondanks een sterke groei, slechts een beperkte toename van het energieverbruik laten zien. Figuur 3.1 toont de resultaten in het kader van de convenanten MJA-2 en Benchmarking. Deze zijn overgegaan in respectievelijk het MJA-3 en het MEE-convenant met meer aandacht voor energiebesparing in de keten. Vanaf 2009 wordt niet langer een zogeheten Energie Eficiency Index maar een absolute energiebesparing gerapporteerd. Omdat het MEE-convenant later gestart is zijn voor 2009 alleen de resultaten uit de monitoring bekend voor het MJA3-convenant.

Grafiek 3.2: energieverbruik chemische industrie in Nederland (leden en niet-leden VNCI)

(bron: CBS)

De staafjes geven het totale energieverbruik van de chemische industrie per jaar weer. Energieverbruik kun je op verschillende manieren weergeven. Hier is gekozen om alles (bijvoorbeeld ook elektriciteitsverbruik) terug te rekenen naar een verbruik in tonnen olie (vandaar de toevoeging 'equivalent' en 1 kToe = 1000 ton olie equivalent).

Uit de figuur blijkt dat het verbruik in 2009 relatief laag was. Dit kwam door de lage productie tijdens de crisis. Helaas zegt zo'n getal niet zo heel veel als bijvoorbeeld de geproduceerde hoeveelheid sterk varieert. Vandaar dat ook het specifieke energieverbruik is opgenomen. Voor het specifieke energieverbruik moet het totale energieverbruik gedeeld worden door het geproduceerde tonnage. Dit is de hoeveelheid energie per ton product. Dit wordt weergegeven door de groene lijn en is af te lezen op de rechteras. Over het geheel is een dalende lijn te zien, wat duidt op een daling van het gemiddelde energieverbruik per geproduceerde ton product door onze sector. De kleine stijging in 2009 duidt op een lagere eficiëntie dan het voorgaande jaar en kan verklaard worden door onvolledige bezetting (lage productie in 2009) van de productielijnen.

Grafiek 3.3: CO2-emissies chemische industrie in Nederland (leden en niet-leden VNCI)

(bron: CBS)

Deze grafiek gaat over directe en indirecte CO2-emissies. De totale CO2-emissies zijn in 2009 bijna 8% lager dan in 2008, in lijn met de vermindering van het energieverbruik. Directe emissies zijn het resultaat van het verbruiken van brandstof voor de productie van elektriciteit en stoom. Indirecte emissies komen tot stand door de inkoop van energie uit andere bronnen.

De veranderde verhouding tussen direct en indirect is te verklaren doordat in de Responsible Care-vragenlijst naast de chemische productie ook joint venture WKK’s worden meegeteld. Deze hebben in 2009 meer elektriciteit en warmte geproduceerd dan in 2008 met bijbehorende directe CO2-emissies. Een toegenomen deel van deze joint venture WKK-productie wordt geleverd aan andere sectoren met als gevolg; een sterk afgenomen hoeveelheid indirecte CO2-emissies.

4: Milieu

Terug naar de lijst met thema's (bron: CBS)

Bedrijven rapporteren jaarlijks hun emissies in het milieujaarverslag. Europees zijn nationale emissieplafonds vastgesteld voor NOx, SO2, NH3 en NMVOS (niet-methaan vluchtige organische stoffen). Dit noemen we de NEC-stoffen. De emissies naar lucht van de vier NEC-stoffen door de chemische industrie laten over de afgelopen jaren een dalende trend zien. Het aandeel van de chemische industrie in de NOx-emissiehandel is 19% met een emissie van 11,4 kton.