|
|
Responsible Care-rapport 2009
Hier vindt u het Responsible Care-rapport 2009. Het rapport vertelt over de prestaties van de chemische industrie in Nederland op het gebied van veiligheid, gezondheid, milieu, duurzame ontwikkeling en ketenbeheer.
Voor het eerst zijn de resultaten die in het rapport staan extern gecontroleerd om zeker te zijn dat de weergave in het rapport betrouwbaar is. Vanaf februari 2010 wordt deze verificatie ook steekproefsgewijs bij onze leden uitgevoerd. Met deze verificatie slaan wij een nieuwe weg in om het RC-programma en het rapport te verbeteren.
Evenals vorig jaar vindt u op de website de meest actuele kwantitatieve data.
Bekijk de kwantitatieve gegevens voor de volgende thema's:
- Over de chemische industrie
- Arbeidsomstandigheden
- Milieu
- Transport
- Gebruik van bronnen
- Procesveiligheid
Let op: de gebruikte EU-data van Cefic is nog niet geverifieerd.
Terug naar de lijst met thema's
Grafiek 1.1

Bron: CBS (Centraal Bureau voor de Statistiek)
Het aantal werknemers in de chemische industrie daalt sinds de jaren '90 als gevolg van onder meer automatisering, productiviteitsverhoging, outsourcing en herstructurering van de markt. Voor de efficiëntie van de sector en het kostenplaatje is dit goed, maar er is een limiet aan de daling van het aantal werknemers. Die inmiddels is bereikt binnen de chemie.
De chemische industrie staat aan de vooravond van een pensioneringsgolf en een gedaalde interesse voor een studie of carrière in de chemie. De sector is dus genoodzaakt om de instroom in technische studierichtingen, en daarmee ook in de chemie, te verhogen. Zonder adequaat opgeleide mensen kunnen we de vervangingsvraag en uitbreidingsvraag niet beantwoorden en onze kenniseconomie niet in stand houden. Gelukkig beginnen we de vruchten te plukken van het project Platform Bèta Techniek en andere goede projecten gericht op meer instroom in de sector, bijvoorbeeld van programma’s van C3.
Grafiek 1.2

Bron: ledenadministratie VNCI
Het betreft de directe leden van de VNCI, zonder de aangesloten lidverenigingen. Er is een afname te zien in het aantal lidbedrijven van de VNCI. Ongetwijfeld komt deze daling voor een deel door de herstructurering in de markt die nog gaande is. Dit houdt in dat er soms fabrieken worden gesloten of failliet gaan. Het aantal leden schommelt al jaren rond de 75, waarmee de VNCI een representatieve vertegenwoordiging vormt van de chemische industrie.
Grafiek 1.3

Bron: CBS (Centraal Bureau voor de Statistiek)
De indices zijn voor de totale chemie, inclusief farma en gebaseerd op de nieuwe SBI indeling (jaar 2005 = 100%). De index voor het productievolume vertoont in 2008 voor het eerst sinds jaren een daling. In het eerste half jaar leek er nog weinig aan de hand. Na de zomer kantelde het beeld. Vanaf augustus 2008 daalde, in vergelijking met dezelfde maand van 2007, iedere maand de productie. In november en december met meer dan 20%. Vanaf januari tot en met december 2008 was de totale productie vijf procent kleiner dan in januari-december 2007.
Terug naar de lijst met thema's
In het algemeen kan voor het aantal dodelijk ongevallen en de Lost Time Injury Rate (LTIR) gezegd worden dat deze ver onder het Europese gemiddelde liggen. Het aantal dodelijke ongevallen in Nederland bevindt zich stabiel op een laag niveau.
Grafiek 2.1

In het algemeen geldt voor het aantal dodelijk ongevallen* en de Lost Time Injury Rate (LTIR) dat deze ver onder het Europese gemiddelde liggen. In 2001, 2005, 2006 en 2007 waren er geen dodelijke ongevallen in Nederland. Het aantal dodelijke ongevallen in Nederland bevindt zich dus stabiel op een laag niveau. Helaas was er in 2008 een dodelijk ongeval te betreuren.
* Bron: VNCI (NL data) / Cefic (EU data)
* EU data inclusief Rusland (vanaf 2007)
* EU data niet geverifieerd
*Dodelijk ongeval: een direct werkgerelateerd incident of blootstelling die binnen een jaar leidt tot de dood.
Grafiek 2.2

* Bron: VNCI (NL data) / Cefic (EU data)
* EU data inclusief Rusland (vanaf 2007)
* EU data niet geverifieerd
- Lost time injuries (LTI) : een direct lichamelijk gebrek waardoor een werknemer lichamelijk of mentaal (vastgesteld door een competent medisch persoon) voor minimaal één dag niet in staat is om zijn geplande werkzaamheden uit te voeren.
- Lost time injuries frequency rate (LTIR): het aantal LTI’s per miljoen gewerkte uren.
In Nederland is er de laatste jaren een licht dalende trend in de LTIR te ontdekken voor wat betreft de eigen werknemers. Het is dus lastig om een nog verdere daling te bewerkstelligen. Wat betreft de contractors is er helaas sprake van een opgaande lijn. Deze stijging wordt dit jaar veroorzaakt door een klein aantal slechte presteerders door grote bedrijven. De introductie van de nieuwe VCA Petrochemie welke verdergaande eisen opgelegd aan contractors lijkt dus ook gerechtvaardigd voor wat betreft de LTIR.
Terug naar de lijst met thema's
Grafiek 3.1

* Bron: FO-i (NL data) / Cefic (EU data)
* EU data inclusief Rusland (vanaf 2007)
* EU data niet geverifieerd
Grafiek 3.2

* Bron: FO-i (NL data) / Cefic (EU data)
* EU data inclusief Rusland (vanaf 2007)
* EU data niet geverifieerd
Grafiek 3.3

* Bron: FO-i (NL data) / Cefic (EU data)
* EU data inclusief Rusland (vanaf 2007)
* EU data niet geverifieerd
Grafiek 3.4

* Bron: FO-i (NL data) / Cefic (EU data)
* EU data inclusief Rusland (vanaf 2007)
* EU data niet geverifieerd
Grafiek 3.5

* Bron: FO-i (NL data) / Cefic (EU data)
* EU data inclusief Rusland (vanaf 2007)
-
De daling sinds 2000 is ingezet door het programma 'KWS 2000'.
Grafiek 3.6

Bron: FO-i (NL data) / Cefic (EU data)
Het directe energieverbruik is het verbruik in de vorm van gas, elektrische stroom, en andere brandstoffen nodig om de te gebruiken energie op te wekken.
De indirecte energie is de energie die nodig is zaken als het winnen van de brandstoffen, het generen van elektriciteit, verpakking en het vervoer van grondstoffen en producten, enz.
Een definitie uit een CBS rapport is: Directe emissies worden rechtstreeks naar het milieu uitgestoten. Indirecte emissies bereiken het milieu via een omweg. Bijvoorbeeld lozingen op het rioolstelsel bereiken (voor een deel) het oppervlaktewater na zuivering in de rioolwaterzuiveringsinstallaties.
Grafiek 3.7

* Bron: FO-i (NL data) / Cefic (EU data)
* EU data inclusief Rusland (vanaf 2007)
* EU data niet geverifieerd
Grafiek 3.8

* Bron: FO-i (NL data) / Cefic (EU data)
* EU data inclusief Rusland (vanaf 2007)
* EU data niet geverifieerd
Grafiek 3.9

* Bron: FO-i (NL data) / Cefic (EU data)
* EU data inclusief Rusland (vanaf 2007)
* EU data niet geverifieerd
Terug naar de lijst met thema's
Grafiek 4.1

* Bron: VNCI
* NL: geen informatie over incidenten in 2000-2005.
Grafiek 4.2

* Bron: VNCI
* NL: geen informatie over inicidenten in 2000-2005.
De aard en de consistentie van de aangeleverde gegevens over het jaar 2006 laten niet toe dat er betrouwbare conclusies kunnen worden getrokken uit de betreffende cijfers.
Terug naar de lijst met thema's
Grafiek 5.1

* Bron: CBS (Centraal Bureau voor de Statistiek)
-
Specifiek energieverbruik is het verbruik per ton product.
- TOE staat voor Ton Olie Equivalent.
De staafjes geven het totaal energieverbruik van de chemische industrie per jaar weer. Energieverbruik kun je op verschillende manieren weergeven. Hier is gekozen om alles (b.v. ook elektriciteitsverbruik) terug te rekenen naar een verbruik in tonnen olie (vandaar de toevoeging ‘equivalent’ en 1 kToe = 1000 ton olie equivalent).
In de grafiek is zichtbaar dat het verbruik in 2008 relatief laag was. Dit door de start van de crisis. In 2007 was er juist sprake van een hoog verbruik. Dit was een jaar met hoge productie. Helaas zegt zo’n getal niet zo heel veel als bijvoorbeeld de geproduceerde hoeveelheid sterk varieert. Vandaar dat ook het specifieke energieverbruik is opgenomen. Het specifieke energieverbruik is het totale energieverbruik gedeeld door het geproduceerde tonnage. Dit levert de hoeveelheid energie per ton product op, weergegeven door de blauwe lijn en afleesbaar op de rechteras. Zichtbaar is een mooi geleidelijk dalende lijn: van 0,20 in 2002 naar ongeveer 0,15 in 2008. Dit betekent een daling van ruim 25% in het energieverbruik per geproduceerde ton product voor de chemische sector.
Grafiek 5.2

* Bron: FO-I
Terug naar de lijst met thema's
Op dit moment zijn er nog geen indicatoren beschikbaar. De wereldwijde chemische industrie werkt hier aan om dit op korte termijn te realiseren.
|