<< Bekijk alle nieuwsbriefartikelen
'Bezuinigingen funest voor bètastudies'
Uitgave: Nieuwsbrief 2012 week 32
>
Categorie:
VNCI Onderwijs en innovatie
>
Datum: 06 Sep 2012
De langstudeerboete en andere bezuinigingsmaatregelen in het hoger onderwijs vallen niet in goede aarde bij chemiestudieverenigingen. Ze vrezen voor hun eigen voortbestaan en waarschuwen dat door de maatregelen het aantal bètastudenten zal dalen, terwijl er juist méér nodig zijn.
"Het gevaar van de langstudeerboete is dat uit tijdgebrek minder mensen in het bestuur van een studievereniging gaan zitten, waardoor studieverenigingen het moeilijk krijgen of zelfs verdwijnen." Die waarschuwing geeft Lineke Pelleboer af. Zij is bestuurslid van de Jonge Leden van de Koninklijke Nederlandse Chemische Vereniging (KNCV) en vertegenwoordiger van de verschillende chemiestudieverenigingen in Nederland. De gewraakte boete houdt in dat een student zowel over de bachelor als over de master één jaar langer mag doen dan de theoretische studieduur. Voor elk jaar daar bovenop geldt - bovenop het reguliere collegegeld - een boete van 3063 euro.
Deze maatregel is op 1 september ingegaan. Met alle mogelijke gevolgen van dien, volgens Pelleboer. "Studieverenigingen worden als een grote toegevoegde waarde gezien, zowel door universiteiten als door bedrijven. Die vinden naast kennis ook de soft skills, zoals kunnen organiseren en netwerken, belangrijk. Studieverenigingen organiseren ook veel activiteiten die iets toevoegen aan de studie, zoals bijvoorbeeld studiereizen naar bedrijven in het buitenland."
Red de latente bèta's
Een andere bezuinigingsmaatregel is het verdwijnen van de studiefinanciering voor de masterstudie. In plaats daarvan komt een sociaal leenstelsel. Pelleboer: "Nog meer dan de langstudeerboete zal dat ervoor zorgen dat mensen niet kiezen voor technische studies, want die hebben een tweejarige master. Ik hoor die geluiden heel duidelijk: 'Als ik het zelf moet betalen, dan wil ik wel zeker weten dat ik het haal'. Juist de latente bèta's, die twijfelen tussen bijvoorbeeld chemie en bedrijfskunde, zullen daarom eerder voor bedrijfskunde kiezen. Het gevolg: op de lange termijn minder mensen met een technische achtergrond, terwijl de vraag juist toeneemt." Verder vindt ze de samenvoeging van masterstudies, waardoor je een studie nog maar op één plaats in Nederland kan volgen, geen goed idee. "Je krijgt vervlakking.”
Topsectorenbeleid?
Pelleboer denkt dat de overheid onvoldoende heeft nagedacht over de consequenties van alle maatregelen. "Natuurlijk moet er bezuinigd worden en kan een financiële prikkel een drive zijn om als student goed te presteren. Ik snap alleen niet hoe de overheid aan de ene kant een topsectorenbeleid kan voeren, met daarin veel nadruk op techniek, en aan de andere kant maatregelen in het onderwijs neemt die daar haaks op staan." Zij hoopt dan ook dat het volgende kabinet de maatregelen kritisch bekijkt en eventueel aanpast.
VNCI-initiatieven
Pelleboer zou graag zien dat de industrie meer verantwoordelijkheid neemt en is dan ook blij dat de VNCI dit jaar de Topsector Chemiebeurs heeft gelanceerd, waarbij excellente studenten een beurs van 500 euro per maand ontvangen van de chemische industrie. Na een pilot aan de Universiteit Utrecht wordt de beurs volgend jaar landelijk uitgerold. Vanaf 2013 sluit de VNCI zich ook bij de KNCV aan om gezamenlijk de chemiestudieverenigingen en de Stichting KERF (KNCV Excursie en Reis Fonds) te steunen. Daarnaast heeft de VNCI samen met andere topsectoren duidelijk geprotesteerd tegen het leenstelsel, aangezien dit vooral de studenten van technische opleidingen benadeelt.