De VNCI ontvangt regelmatig vragen over de praktische uitvoering van
Reach en CLP en de problemen daarbij. Om bedrijven te helpen bij de in-
en uitvoering van de nieuwe regels, behandelt de VNCI iedere week een
vraag die over deze verordeningen aan de VNCI is gesteld.
Vraag
(CLP): als Technisch Onderwijs Assistent (TOA) op een middelbare school
beheer ik de opslag van chemicaliën die bij het scheikundepracticum
gebruikt worden. Moet ik de voorraad chemische producten (meestal
stoffen) ometiketteren en voorzien van een CLP-etiket? En welke regels
gelden er voor het etiketteren van glaswerk zoals erlenmeyers en kolven,
die slechts tijdelijk (gedurende de duur van de proeven) en steeds
wisselende chemicaliën bevatten?
Antwoord: CLP is in dit
soort situaties niet van toepassing, omdat de producten niet in de
handel gebracht worden. Dit betekent echter niet dat u niets moet doen.
In dit geval is de arbeidsomstandighedenwetgeving van toepassing. In
arbobesluit art. 4.1c is bepaald dat stoffen (en mengsels) die op de
werkplek worden gebruikt, geëtiketteerd moeten worden. Tot voor kort was
er een formele regeling (Beleidsregel 4.1c-2) waarin dit werd
uitgewerkt. En hoewel de beleidsregels formeel zijn ingetrokken, is het
verstandig overeenkomstig deze regeling te werken.
De algemene
regel is dat op de verpakking van een gevaarlijke stof (of mengsel) die
op de werkplek aanwezig is, opvallend en goed leesbaar wordt vermeld:
- de naam van de stof;
- een aanduiding van de aard van het gevaar of de gevaren, verbonden aan die stof.
Het is aan te bevelen om dit overeenkomstig CLP te doen.
De
afwijking op deze algemene regel is dat op laboratoriumhulpmiddelen die
voor steeds wisselende chemicaliën worden gebruikt niet steeds alle
voor de werkpleketikettering verplichte aanduidingen aangebracht hoeven
te worden. In dit geval wordt aan de etiketteringsverplichting van het
Arbeidsomstandighedenbesluit voldaan als voor een stof de officiële
stofnaam, en voor een mengsel de gangbare benaming of de gevaarlijke
bestanddelen op de bedoelde hulpmiddelen worden aangebracht. Deze
aanduidingen zijn niet verplicht wanneer hulpmiddelen alleen gebruikt
worden voor kortdurende handelingen.
Voor het voortgezet onderwijs is overigens een
Arbocatalogus ontwikkeld. Als de instructies van deze catalogus worden opgevolgd, voldoet de school aan de wet.