De VNCI ontvangt regelmatig vragen over de praktische uitvoering van
Reach en CLP en de problemen daarbij. Om bedrijven te helpen bij de in-
en uitvoering van de nieuwe regels, behandelt de VNCI iedere week een
vraag die over deze verordeningen aan de VNCI is gesteld.
Vraag
(CLP): welke voorrangsregels gelden er voor het toepassen van
gevarenpictogrammen, met name bij stoffen en mengsels die zijn ingedeeld
vanwege meerdere gezondheidsgevaren?
Antwoord: als het
gevarenpictogram GHS06 (doodshoofd met gekruiste beenderen) van
toepassing is, wordt het gevarenpictogram GHS07 (uitroepteken) niet
gebruikt.
Als het gevarenpictogram GHS05 (corrosie) van
toepassing is, wordt het gevarenpictogram GHS07 niet gebruikt voor huid-
of oogirritatie. Let hierbij op dat het pictogram GHS07 wél van
toepassing is als dit vanwege een ander gevaar dan huid- of oogirritatie
van toepassing is (dat wil zeggen van toepassing is omdat de stof of
het mengsel bijvoorbeeld (ook) is ingedeeld als acuut toxisch categorie 4
of sensibiliserend voor de huid categorie 1).
Als het
gevarenpictogram GHS08 (gezondheidsgevaar) van toepassing is voor
inhallatieallergeen, wordt het pictogram GHS07 niet gebruikt voor
huidallergeen of huid- en oogirritatie. Let op: GHS07 is wél van
toepassing als in dit geval GHS08 van toepassing is vanwege een ander
gevaar (bijvoorbeeld omdat de stof of het mengsel is ingedeeld als
kankerverwekkend, mutageen en/of vanwege voortplantingtoxiciteit
categorie 1A, 1B of 2, aspiratietoxiciteit). Ook zijn beide pictogrammen
voorgeschreven wanneer GHS08 van toepassing is voor inhallatieallergeen
en GHS07 van toepassing is vanwege een ander effect dan huidallergeen
of huid- en oogirritatie.