De VNCI ontvangt regelmatig vragen over de praktische uitvoering van
Reach en CLP en de problemen daarbij. Om bedrijven te helpen bij de in-
en uitvoering van de nieuwe regels, behandelt de VNCI iedere week een
vraag die over deze verordeningen aan de VNCI is gesteld.
Vraag
(Reach): mijn gebruik van een stof komt niet overeen met het
gebruik waarop het blootstellingsscenario is gebaseerd dat ik van mijn
leverancier ontving. In vraag 45 zijn opties beschreven waarvan ik in
dat geval gebruik kan maken, maar volgens mij is het zelf uitvoeren van
een chemische-veiligheidsbeoordeling en –rapport niet altijd nodig.
Klopt dit?
Antwoord: ja, in artikel 37, vierde lid van Reach
staat dat in bepaalde gevallen een chemische-veiligheidsrapport door een
downstreamgebruiker niet hoeft te worden opgesteld:
- Een
veiligheidsinformatieblad (VIB) is niet verplicht vanwege artikel 31 van
Reach (bijvoorbeeld omdat de stof of het mengsel niet gevaarlijk is).
- De downstreamgebruiker gebruikt in totaal minder dan 1 ton van de stof (als zodanig of in een mengsel) per jaar.
- Door
de downstreamgebruiker wordt een blootstellingsscenario toegepast of
aanbevolen dat ten minste de voorwaarden omvat die beschreven zijn in
het aan hem in het vib verstrekte blootstellingsscenario (scaling).
- De
stof komt in een mengsel in een lagere concentratie voor dan de
concentraties die zijn vermeld in artikel 14, lid 2 van Reach.
- De
downstreamgebruiker gebruikt de stof voor onderzoek en ontwikkeling
gericht op producten en procedés, en de risico's voor de gezondheid van
de mens en voor het milieu worden afdoende beheerst, overeenkomstig de
wettelijke voorschriften inzake de bescherming van werknemers en het
milieu.
U hoeft uiteraard zelf ook geen rapport op te
stellen als uw leverancier op grond van artikel 14 van Reach niet
verplicht is een rapport op te stellen.
De stoffenvraag van de week 45: wat doe ik bij een afwijkend blootstellingsscenario?