De VNCI ontvangt regelmatig vragen over de praktische uitvoering van Reach en CLP en de problemen daarbij. Om bedrijven te helpen bij de in- en uitvoering van de nieuwe regels, behandelt de VNCI iedere week een vraag die over deze verordeningen aan de VNCI is gesteld.
Vraag (CLP): mijn onderneming levert verschillende soorten pasteuze mengsels die uiteenlopend worden ingedeeld en die worden verpakt in blikken van 1 liter. Elk blik is voorzien van het benodigde CLP-etiket. De blikken worden verpakt in dozen en voor het vervoer naar de klant worden de benodigde hoeveelheden dozen op pallets en in folie gewikkeld. Hoewel het hier om gevaarlijke mengsels gaat, is het te vervoeren goed vrijgesteld van transportetikettering omdat het een 'limited quantity' betreft. Wel wordt de buitenverpakking (overeenkomstig ADR) voorzien van het 'LQ'-kenmerk. Hoe moet ik CLP-etikettering toepassen?
Antwoord: in artikel 33 van CLP staan de specifieke voorschriften beschreven voor de etikettering van buitenverpakkingen, binnenverpakkingen en enkele verpakkingen:
- Indien een verpakking bestaat uit een buiten-, binnen- en enigerlei tussenverpakking, en de buitenverpakking voldoet aan de etiketteringsvoorschriften voor het vervoer van gevaarlijke goederen, worden de binnen- en tussenverpakking overeenkomstig deze verordening geëtiketteerd. Ook de buitenverpakking kan overeenkomstig deze verordening worden geëtiketteerd. Indien de bij deze verordening voorgeschreven gevarenpictogrammen verband houden met dezelfde gevaren als die van het vervoer van gevaarlijke goederen, behoeven de bij deze verordening voorgeschreven gevarenpictogrammen niet op de buitenverpakking te worden aangebracht.
- Indien de buitenverpakking van een pakket niet aan de etiketteringsvoorschriften voor het vervoer van gevaarlijke goederen behoeft te voldoen, worden zowel de buiten- als enigerlei binnenverpakking, waaronder de tussenverpakking, overeenkomstig deze verordening geëtiketteerd. Indien de binnen- of tussenverpakking goed zichtbaar zijn door de buitenverpakking heen, behoeft de buitenverpakking evenwel niet te worden geëtiketteerd.
- Enkele verpakkingen die aan de voorschriften voor het vervoer van gevaarlijke goederen voldoen, worden geëtiketteerd overeenkomstig deze verordening en overeenkomstig de voorschriften voor het vervoer van gevaarlijke goederen. Indien de bij deze verordening voorgeschreven gevarenpictogrammen verband houden met dezelfde gevaren als die van het vervoer van gevaarlijke goederen, behoeven de bij deze verordening voorgeschreven gevarenpictogrammen niet te worden aangebracht.
In ieder geval zullen dus de binnenverpakking en tussenverpakkingen moeten worden geëtiketteerd overeenkomstig CLP. Het antwoord op de vraag of in dit geval ook de buitenverpakking moet worden geëtiketteerd is afhankelijk van de vraag of het 'LQ'-kenmerk moet worden beschouwd als transportetikettering.
De onlangs gepubliceerde handreiking voor de indeling en etikettering overeenkomstig CLP door het ECHA stelt: "Transportetikettering zoals bedoeld in artikel 33 van de CLP omvat alle etiketteringen en markeringen die worden vereist door bijvoorbeeld Richtlijn 2008/68/EG (waarmee de mondiale regelgeving voor het vervoer van gevaarlijke stoffen in de EU ten uitvoer wordt gelegd), zoals (…) markeringen voor beperkte/vrijgestelde hoeveelheden."
Het 'LQ'-kenmerk wordt dus als transportetikettering beschouwd. In het hierboven beschreven geval is CLP-etikettering van de buitenverpakking toegestaan, maar niet verplicht.
Bekijk de handreiking voor indeling en etikettering overeenkomstig CLP
Bekijk alle CLP- en Reach-vragen en -antwoorden op
www.vnci.nl/clp-reach
Ook een vraag over CLP of Reach?
Neem dan per e-mail contact op met VNCI-stoffensecretaris Dirk van Well
Lees de opinie van de VNCI over CLP en Reach