Een competitief energie- en klimaatbeleid, meer steun voor
innovatie, een geïntegreerd Europees industrieel beleid en een ambitieus
handelsbeleid. Dat zijn volgens essenscia en Cefic, respectievelijk de
Belgische en Europese branchevereniging van de chemie, de actiepunten
die Europa moet realiseren om de chemie in Europa te houden en te laten
groeien. Gebeurt dat niet, dan nemen China en het Midden-Oosten de
leidende rol van Europa over.
Deze alarmsignalen werden
afgegeven tijdens een conferentie over de toekomst van de Europese
chemie, georganiseerd door Cefic, essenscia en de Belgische overheid in
de BASF-fabriek bij Antwerpen. Directe aanleiding hiervoor was het
Europees voorzitterschap van België sinds 1 juli. De Belgische overheid
beschouwt de chemie als een belangrijke sector voor Europa en nam haar
daarom als thema voor de conferentie. Hierbij waren kopstukken van 150
bedrijven, vertegenwoordigers van Europese instellingen en andere
betrokkenen aanwezig.
Tijdens de conferentie gaf BASF-topman
Wouter de Geest aan dat de Europese chemie in gevaar is. Volgens hem
wordt de chemie steeds kleiner en onbetekenender als Europa geen actie
onderneemt. Ook Christian Jourquin, voorzitter van Cefic, trok aan de
alarmbel. Hij meldde dat de afgelopen jaren niet alleen veel chemische
productie vertrokken is naar China en het Midden-Oosten, maar ook dat
steeds vaker onderzoek en productontwikkeling daar plaatsvinden.
Om
dit onheilstij te keren, stelt de chemische industrie 4 actiepunten
voor. Volgens haar zijn bijvoorbeeld chemische installaties in Europa
tot 3 keer CO2-efficiënter dan in Azië en het Midden-Oosten.
Verplaatsing van activiteiten naar het Oosten pakt daarom slecht uit
voor het milieu. Wil de industrie hier blijven, dan moet zij niet op te
hoge kosten worden gejaagd met dure emissierechten. Daarnaast zou niet
alleen de industrie moeten opdraaien voor de lasten van het Europese
milieubeleid. Ook huishoudens en de transportbedrijven zouden daaraan
moeten meebetalen.
Vervolgens zou innovatie gestimuleerd moeten
worden met goedkopere octrooirechten en meer ruimte voor nieuwe bio- en
nanotechnologieën. Daarnaast pleiten essenscia en Cefic ervoor dat het
Europese industriële beleid beter geïntegreerd wordt in de algemene
besluitvorming en dat er meer vrijhandelsakkoorden met landen buiten
Europa komen.
Lees de
opinie van de VNCI over de concurrentiepositie